Zegelverordening 1908 - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Zegelverordening 1908

Publicatienummer: P.B. 2026, no. 60 (Geconsolideerde Tekst)
Categorie: Geconsolideerde Tekst Landsverordening
Ministerie: Financiën
Datum ondertekening: 31-10-2025
Datum inwerktreding: 04-10-1956
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK IV Belastingen )


LANDSBESLUIT van de 31ste oktober 2025, no. 25/2653, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Zegelverordening 1908

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats                              Zittingsjaar
04 oktober 1956 n.v.t. n.v.t Geconsolideerde tekst P.B. 2026, no. 60 (GT) n.v.t.

HOOFDSTUK I
Aard der belasting, belastingplicht

Artikel 1

In deze landsverordening en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. binnenland : het grondgebied van Curaçao;
b. buitenland : al hetgeen buiten het grondgebied van Curaçao is gelegen;
c. papier : ook elk ander stof, die voor geschriften gebezigd wordt;
d. geschriften : ook geheel of gedeeltelijk gedrukte of op andere wijze langs mechanische weg vervaardigde bewijstukken;
e. gezegeld papier : papier, dat op enige van de in artikel 11, onder 1° – 5° genoemde wijzen het bewijs van de voldoening van de zegelbelasting draagt;
f. Inspecteur : de Inspecteur der Belastingen;
g. Ontvanger : de functionaris belast met de invordering van belasting;
h. bestuursorgaan : een persoon of een college met enig openbaar gezag bekleed.

Artikel 2

Onder de naam van zegelbelasting wordt naar de grondslagen, bij deze verordening bepaald, een belasting geheven van alle geschriften, in deze verordening aangeduid.

Artikel 3

  1. Voor de toepassing van deze verordening worden met ondertekende geschriften gelijkgesteld geschriften, waaronder slechts een paraaf of de beginletters van een naam voorkomen, alsmede die, waaronder de naam of de firma van degene, van wie zij afkomstig zijn, op zijn last door een ander is geschreven of, hetzij met zijn wil, hetzij met zijn weten, door stempel-, steen-, plaat- lichtdruk of langs enige andere mechanische weg is verkregen.
  2. Ondertekende geschriften worden voor de toepassing van deze verordening beschouwd afkomstig te zijn van degene, die door de ondertekening wordt aangewezen. Indien echter wordt bewezen, dat de naam of firma door een ander werd gesteld tegen de wil en zonder het weten van degene, die door de ondertekening wordt aangewezen, geldt degene, door wie of door wiens toedoen de naam of firma werd gesteld, als degene, van wie het stuk afkomstig is.

Artikel 4

  1. De belasting is schuldig naar de inhoud en de uiterlijke aard en vorm van de geschriften.
  2. Nietigheid of valsheid van het bewijsschrift is niet van invloed op de belastingplichtigheid.

Artikel 5

Van binnenslands opgemaakte geschriften is de belasting schuldig bij de opmaking, met uitzondering van de geschriften in het volgende artikel en die in de zesde afdeling van hoofdstuk III bedoeld.

Artikel 6

Van binnenslands opgemaakte brieven (met uitzondering van in die vorm opgemaakte verzoekschriften aan openbare autoriteiten en stukken als in de vijfde afdeling van hoofdstuk III bedoeld), huiselijke registers, huiselijke papieren en in het algemeen van alle geschriften, waarvan de bewijskracht aan het oordeel des rechters is overgelaten, behoeft de belasting eerst te worden voldaan, alvorens daarvan enig gebruik of melding wordt gemaakt als bij artikel 69 omschreven, behoudens, ten aanzien van brieven, de bepaling van het volgende artikel.

Artikel 7

Indien het bewijs van een rechtshandeling is vervat in een brief of in gewisselde brieven, is van de binnenslands geschreven brieven de belasting terstond schuldig in die gevallen, waarin gewoonlijk een akte wordt opgemaakt en de belanghebbenden blijkbaar de bedoeling hebben gehad om de brief of de gewisselde brieven in de plaats van een akte te doen strekken.

Artikel 8

Buitenslands opgemaakte stukken zijn, zodra zij volgens deze verordening belastingplichtig worden, aan dezelfde belasting onderworpen als binnenlandse stukken van dezelfde aard, vorm en inhoud.

Artikel 9

Van buitenslands opgemaakte geschriften moet, onverminderd de bijzondere bepalingen van deze verordening omtrent sommige van die geschriften, de belasting worden voldaan alvorens daarvan binnenslands enig gebruik of melding wordt gemaakt als bij artikel 69 omschreven.

Artikel 10

Met buitenslands opgemaakte geschriften worden gelijkgesteld, die, welke binnenslands zijn opgemaakt door in Curaçao gevestigde consuls van vreemde mogendheden, in deze hun hoedanigheid handelende.

HOOFDSTUK II
Wijze van voldoening van de belasting

Eerste afdeling
Algemene bepalingen

Artikel 11

De belasting wordt voldaan door:
1°. het gebruik van gestempeld papier, van Landswege uitgegeven (in deze verordening verder genoemd “zegelpapier”);
2°. het gebruik van op verzoek van belanghebbenden van Landswege gestempeld papier (in deze verordening verder genoemd “buitengewoon gestempeld papier”);
3°. het gebruik van door de Inspecteur goedgekeurde stempelmachines, krachtens overeenkomst met de Inspecteur gesloten, onder bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, te stellen voorwaarden;
4°. het gebruiken van plakzegels, van Landswege uitgegeven;
5°. door middel van een afdruk van een door een bestuursorgaan gebruikte geautomatiseerd kassasysteem, waar de betaling van het verschuldigde bedrag aan zegels, voor producten en of door het bestuursorgaan geleverde diensten, uit de afdruk blijkt;
6°. betaling tegen ambtelijke kwitantie, op het stuk te stellen (in deze verordening verder genoemd “visum”);
7°. betaling tegen afzonderlijk afgegeven ambtelijke kwitantie (in deze verordening verder genoemd “kwitantie”);
alles in de gevallen en op de wijze als bij deze verordening bepaald.

Artikel 12

De typen van de zegelstempels en van de plakzegels, alle aanwijzende de waarde van het zegel, alsmede de wijze waarop de stempeling van papier als onder 2°. van het vorige artikel bedoeld, zal plaats hebben en de vorm van het visum worden vastgesteld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen.

Artikel 13

Indien enig zegelpapier of plakzegel niet op de wettelijk voorgeschreven wijze is gebruikt, wordt het geacht niet gebruikt te zijn, behalve bij overtreding van de artikelen 18, eerste lid en 19, eerste lid.

Artikel 14

  1. Wegens geschriften, na de voltooiing door de Ontvanger gezegeld of van het bewijs van de registratie voorzien, is strafvervolging krachtens deze verordening tegen de ondertekenaars of degenen, die van de geschriften in de zin van artikel 69 hebben gebruik gemaakt, uitgesloten.
  2. Door de Ontvanger, die het geschrift onvoldoende zegelde, wordt voor elk stuk een boete verbeurd van honderd gulden.

Artikel 15

  1. Met uitzondering van de gevallen, waarin de bij of krachtens deze landsverordening aan anderen toegekende bevoegdheid uitgeoefend wordt om een stempelmachine als bedoeld in artikel 11, sub 3°, of plakzegels te gebruiken, moeten geschriften en ongebruikt papier, die gezegeld moeten worden, aan de Ontvanger ter zegeling worden aangeboden.
  2. Ten aanzien van ter zegeling aangeboden stukken is toepasselijk hetgeen bij artikel 3 van de Registratieverordening 1908 omtrent geregistreerde stukken is bepaald.

Artikel 16

1. Gezegeld papier, dat reeds voor enig geschrift is gebruikt, mag, al ware het geschrift ook doorgehaald of op enige andere wijze vernietigd, niet voor enig ander geschrift worden gebezigd. Hetgeen, in strijd met dit verbod, op zodanig papier voorkomt, wordt beschouwd op ongezegeld papier gesteld te zijn.
2. Achter elkander op hetzelfde gezegelde papier kunnen echter worden gesteld:
a. alle geschriften, welke overeenkomstig wettelijke regelingen in registers of achter of naast elkander geschreven worden;
b. boedelbeschrijvingen en andere akten, die niet in één zitting kunnen worden voltooid, alsmede de verschillende, elkander opvolgende akten, waarvan de laatste het slot of de einduitkomst bevat van een samenhangende reeks van rechtshandelingen;
c. de verschillende certificaten van oorsprong van inlandse fabrikanten;
d. de onderscheiden kwitanties voor sommen, ontvangen in mindering van een en dezelfde schuldvordering of van een en dezelfde huurtermijn, mits over niet langer dan een jaar lopende.
3. Voorts kunnen worden gesteld:
1°. de conclusies van het openbaar ministerie, alsmede alle rechterlijke akten, beschikkingen en vonnissen, waartoe een rekest aanleiding geeft, op dat rekest, met uitzondering van de akten, vonnissen of beschikkingen, die aan een bijzonder zegel zijn onderworpen;
2°. de bekrachtiging van stukken, op de stukken waartoe zij betrekking hebben, alsmede de vermelding van de verrichting van formaliteiten op de stukken, welke die formaliteiten hebben ondergaan;
3°. de acceptaties, avals, verlengingen van de termijn van betaling, endossementen en kwitanties op wisselbrieven en ander handelspapier;
4°. de kwitanties voor de koopprijs op akten van koop en verkoop; die voor hoofdsom en rente op akten van schuldbekentenis en die voor premie of inlage op de polis van verzekering;
5°. de exploiten en relazen van deurwaarders op de stukken, die betekend worden of waartoe de relazen betrekking hebben;
6°. de akte van verandering van onderpand op de akte van belening;
7°. de verklaringen van gerechtigdheid, ten behoeve van schuldeisers van Curaçao, Nederland of Suriname op alle mandaten, ordonnanties van betaling en betaalrollen;
8°. akten van overdracht of volmachten tot overdracht op de behoorlijk gezegelde effecten, waartoe zij betrekking hebben;
9°. de overeenkomsten van aanneming van werk op de bestekken van die werken.

Tweede afdeling
Zegelpapier

Artikel 17

  1. Het zegelpapier draagt een afdruk van de zegelstempel bovenaan ter linkerzijde van het blad, bij dubbele vellen het vel toegeslagen zijnde.
  2. De uitgifte van zegelpapier geschiedt tegen betaling alleen van de waarde van het zegel.

Artikel 18

  1. De afdruk van de zegelstempel mag zo min op de voorzijde als op de keerzijde met letters bedekt of op enige andere wijze beschadigd worden, op verbeurte van een boete van vijftig gulden voor elke overtreding door degene van wie het stuk afkomstig is.
  2. Indien de afdruk onkenbaar is gemaakt, is artikel 13 toepasselijk.

Artikel 19

1. Alle geschriften, op zegelpapier te stellen, moeten ter hoogte van het midden van de afdruk van de zegelstempel, deze rechtstandig genomen, worden aangevangen.
2. Op elke bladzijde moet een ruimte ter breedte van minstens vier centimeter gelaten worden, welke alleen mag worden gebezigd voor veranderingen, bijvoegingen, goedkeuringen van doorhalingen, vermelding van het onderwerp van het geschrift, van een dagtekening en nummer en andere dergelijke aantekeningen ter beoordeling van de Inspecteur. De ruimte behoort gelaten te worden:
a. voor zegelpapier van Cg 10,-: op de eerste en derde bladzijde ter linkerzijde en op de tweede en vierde bladzijde ter rechterzijde;
b. voor zegelpapier van Cg 5,-: op de voorkant ter linkerzijde en op de achterkant ter rechterzijde.
3. Voor elke overtreding van het eerste lid van dit artikel wordt verbeurd een boete van vijftig gulden door degene, van wie het stuk afkomstig is. Ingeval van overtreding van het tweede lid is artikel 13 toepasselijk.

Artikel 20

  1. Alle binnenslands opgemaakte geschriften, die aan formaatzegel zijn onderworpen, moeten worden gesteld op zegelpapier.
  2. Niettemin kunnen degenen die zich willen bedienen van ander papier dan zegelpapier, dit papier bij de Ontvanger doen zegelen, alvorens daarvan gebruik te maken.
  3. Met ongebruikt papier wordt gelijkgesteld papier, waarop niets anders voorkomt dan drukwerk of enige andere langs mechanische weg verkregen schrifttekens, mits de stukken geen ondertekening dragen.
  4. Door de Minister van Financiën kunnen regelen worden gesteld met betrekking tot het formaat, de kwaliteit en andere kenmerken van het in de beide voorgaande leden bedoelde papier.
  5. Bij overtreding van dit artikel wordt ten aanzien van elk geschrift verbeurd een boete van tweehonderdvijftig gulden, indien de overtreding door een ambtenaar in zijn betrekking is begaan en van honderd gulden in alle andere gevallen door degene, van wie het stuk afkomstig is.

Artikel 21

Indien van Landswege voor geschriften, aan formaatzegel onderworpen, papier, voorzien van plakzegel of van visum, wordt uitgegeven, wordt het plakzegel of het visum met de zegelstempel en het papier met zegelpapier gelijkgesteld. Alle bepalingen omtrent zegelpapier zijn op dergelijk papier van toepassing, behalve het bepaalde bij artikel 18 omtrent de keerzijde van de zegelstempel.

Derde afdeling
Buitengewoon gestempeld papier

Artikel 22

  1. Stempeling als in artikel 11, sub 2°, vermeld kan slechts plaats hebben van ongebruikt papier als bedoeld in artikel 20.
  2. Het alsdan verkregen buitengewoon gestempeld papier kan worden gebruikt in alle gevallen, waarin niet het gebruiken van zegelpapier of het stellen van een visum of betaling tegen kwitantie bij deze verordening is voorgeschreven of toegelaten.

Vierde afdeling
Plakzegels

Artikel 23

1. Plakzegels worden gebruikt in alle gevallen, waarin niet het gebruiken van zegelpapier of het stellen van een visum of betaling tegen kwitantie bij deze verordening is voorgeschreven of toegelaten en niet van buitengewoon gestempeld papier is gebruik gemaakt.
2. Zij kunnen door belanghebbenden zelve worden gebruikt:
a. voor de stukken in de derde afdeling van hoofdstuk III bedoeld, doch door geen ander dan de trekker of ondertekenaar, de acceptant, de endossant, of de houder die kwiteert;

b. voor binnenslands opgemaakte stukken, als bedoeld in artikel 51 en in de vijfde en de zevende afdeling van hoofdstuk III;
c. (vervallen)
3. Plakzegels worden op stukken, af te geven vanwege de regering van Curaçao, gebruikt door de instantie die het betreffende stuk afgeeft.

Artikel 24

  1. Het plakzegel moet ongeschonden met de gehele achterzijde worden opgeplakt op het papier, dat gezegeld wordt en zonder enig deel van het schrift te bedekken.
  2. Behoudens het bepaalde in het zevende lid wordt het plakzegel door de belanghebbende vernietigd, indien hem het gebruik ervan is toegelaten. Daartoe vermeldt hij de dagtekening van het gebruik op het zegel en plaatst hij zijn handtekening eroverheen, een en ander met inkt of inktpotlood.
  3. De vernietiging van het plakzegel kan in plaats van met de handtekening ook geschieden door middel van een stempelafdruk.
  4. Indien meer dan een persoon is betrokken bij een stuk, dat door henzelf met plakzegel wordt gezegeld, geschiedt de vernietiging door een van hen.
  5. Plakzegels op stukken dienende tot bewijs of anderszins in enige zaak die aan het oordeel van een rechter in Curaçao wordt of is onderworpen, worden door de griffier vernietigd.
  6. De vernietiging van de plakzegels op stukken als bedoeld in het derde lid van artikel 23 geschiedt door de instantie die het betreffende stuk afgeeft.
  7. (vervallen)
  8. De vernietiging van plakzegels op een notariële akte geschiedt door de notaris voor wie die akte wordt verleden.
  9. De vernietiging waarvan in de leden 5 en 6 sprake is, geschiedt op een van de wijzen, aangegeven in het tweede en het derde lid.

Artikel 25

Bij vernietiging van een plakzegel is elke doorhaling, overschrijving of het op andere wijze doen verdwijnen van woorden, letters of cijfers verboden.

Vijfde afdeling
Visum en kwitantie

Artikel 26

Het visum wordt gesteld op:
1°. ongebruikt papier:
a. dat gezegeld moet worden, terwijl daarvoor geen plakzegels voorhanden zijn of dat niet voor het gewenste bedrag gezegeld kan worden op de wijze als in artikel 11, sub 2°, bedoeld, omdat de vereiste stempel niet voorhanden is;
b. van Landswege uit te geven als zegelpapier, wanneer noch dit, noch plakzegels voorhanden zijn.
2°. gebruikt papier:
a. in alle gevallen, waarin een hogere waarde aan plakzegels moet worden gebruikt dan voorhanden is en alsdan voor het gehele bedrag van de belasting of het meerdere;
b. wanneer wegens een te laag gezegeld stuk belasting moet worden bijbetaald.

Artikel 27

  1. Kwitantie voor belasting wordt afgegeven in de gevallen van betaling ten gevolge van een dwangschrift of een vonnis en in andere gevallen, waarin het aan zegel onderworpen stuk niet wordt aangeboden.
  2. Kwitantie voor belasting mag door de Ontvanger worden afgegeven in bijzondere gevallen, ter beoordeling van de Inspecteur wanneer de aanbieder zijn wens om niet door plakzegel, stempel of visum te doen zegelen, te kennen geeft.

HOOFDSTUK III
Grondslagen en bedrag

Eerste afdeling
Algemene bepalingen

Artikel 28

De belasting wordt geheven:
1°. naar de oppervlakte van het papier (verder genoemd formaatzegel);
2°. naar evenredigheid van sommen (verder genoemd evenredig zegel);
3°. tot vaste bedragen.

Artikel 28a

Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen de bedragen, bedoeld in deze landsverordening, alsmede alle ter uitvoering van deze landsverordening gegeven wettelijke regelingen, worden gewijzigd.

Artikel 29

Indien in stukken, aan evenredig zegel onderworpen, de som, die tot grondslag voor de heffing strekken moet of waaruit die grondslag moet worden afgeleid, alleen in vreemde munt uitgedrukt is, wordt deze herleid tot munt van Curaçao naar de maatstaf, daarvoor bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, vast te stellen. De vastgestelde maatstaf kan te allen tijde op dezelfde wijze worden gewijzigd.

Artikel 30

Wanneer de sommen, die tot grondslag voor de heffing van het evenredig zegel moeten strekken, zo nodig na toepassing van het vorige artikel, minder bedragen dan de ronde sommen, in de derde en vierde afdeling van dit hoofdstuk genoemd of minder dan de daar genoemde veelvouden daarvan, wordt de belasting berekend over die ronde sommen of het naast hogere veelvoud.

Tweede afdeling
Formaatzegel

Artikel 31

Het bedrag van het formaatzegel regelt zich naar het formaat van het papier en de uitgebreidheid van het geschrift.

Artikel 32

  1. De belasting bedraagt vijf gulden voor elke 6,237 vierkante decimeter oppervlakte van het papier; een kleinere oppervlakte wordt voor volle 6,237 decimeter gerekend.
  2. Bij de berekening van de oppervlakte wordt slechts één zijde van het papier in aanmerking genomen.

Artikel 33

Van Landswege worden twee soorten van zegelpapier uitgegeven:
1°. het enkele vel ter waarde van Cg 5,- hoog 29,7 centimeter en breed 21 centimeter, hebbende alzo een oppervlakte van 6.237 vierkante decimeter;
2°. het dubbele vel papier ter waarde van Cg 10,-, hoog 29,7 centimeter en breed 42 centimeter, het vel open geslagen zijnde, hebbende alzo een oppervlakte van 12.474 vierkante decimeter.

Artikel 34

Aan formaatzegel zijn onderworpen verzoekschriften aan openbare autoriteiten, registers en alle geschriften, waaruit enig recht, enige verbintenis of enige bevrijding van schuld kan ontstaan of die bestemd zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, voor zover volgens deze verordening niet op andere wijze belast of van belasting vrijgesteld.

Artikel 35

  1. Het zegelpapier van Cg 5,- mag worden gebruikt voor:
    1°. in eenzijdige vorm opgemaakte onderhandse geschriften;
    2°. akten van notarissen, bestemd om in originali te worden uitgegeven, mits die bestemming in de akte is vermeld, alsmede akten van notarissen in minuut verleden, bestaande uit meer dan een vel;
    3°. akten van protest van non-acceptatie en non­betaling van handelspapier door griffiers opgemaakt en de afschriften van akten van protest van non-acceptatie en non-betaling van handelspapier;
    4°. akten van advocaten en de door hen gemaakte afschriften van stukken;
    5°. akten van deurwaarders en de afschriften van die akten, met uitzondering van processen-verbaal van verkoping;
    6°. verklaringen van gerechtigdheid ten behoeve van schuldeisers van Curaçao, Nederland of Suriname;
    7°. de uittreksels uit de registers van de burgerlijke stand.
  2. Voor alle andere stukken mag geen zegelpapier van geringere waarde worden gebruikt dan dat van Cg 10,-, in artikel 33, sub 2°, genoemd en mag geen papier met een geringer bedrag gezegeld worden.
  3. Bij overtreding van dit artikel door een ambtenaar in zijn betrekking begaan, wordt door hem verbeurd een boete van tweehonderdvijftig gulden; in alle andere gevallen een boete van honderd gulden, door degene, van wie het geschrift afkomstig is.

Derde afdeling
Wisselzegel

Artikel 36

1. Alle prima, secunda en verdere wisselbrieven, orderbriefjes, bank- en ander handelspapier, alsmede de duplicaten en kopieën van al deze stukken zijn, behoudens de vrijstellingen in artikel 65, sub 4°, 10°, 34° en 36° bepaald, onderworpen aan een belasting als volgt:
a. het in Curaçao betaalbare zogenaamde kort papier, waaronder in deze verordening wordt verstaan dat, hetwelk betaalbaar is gesteld, hetzij op zicht of vertoon, hetzij uiterlijk drie dagen na zicht of vertoon of wel uiterlijk acht dagen na zijn dagtekening, van vijfentwintig cent;
b. al de andere stukken, van vijftig cent.
2. Bij overtreding van dit artikel, ten aanzien van een binnenslands opgemaakt stuk, wordt door degene van wie het stuk afkomstig is, een boete verbeurd van tweehonderdvijftig gulden.

Artikel 37

Wanneer de in deze afdeling bedoelde stukken buitenslands zijn opgemaakt, moet daarvan de belasting worden voldaan (behoudens de vrijstelling bij artikel 65, sub 34°) alvorens binnen Curaçao verhandeld, geaccepteerd, geëndosseerd, betaald, gekwiteerd of voor aval getekend te worden, of vóórdat wegens non­acceptatie of non-betaling van die stukken protest wordt opgemaakt.

Artikel 38

  1. Een boete van tweehonderdvijftig gulden wordt verbeurd door ieder, die enig in deze afdeling bedoeld stuk, hetwelk niet behoorlijk is gezegeld, onverschillig of het binnen of buiten Curaçao is opgemaakt, binnen Curaçao heeft verhandeld, geaccepteerd, geëndosseerd, betaald, gekwiteerd of voor aval getekend of wegens non-acceptatie of non-betaling van zodanig stuk een akte van protest heeft doen opmaken, zonder vooraf de belasting te voldoen.
  2. Deze voldoening kan door iedere houder van een wissel, orderbriefje of ander handelspapier, wiens handtekening niet of niet in strijd met deze verordening op het stuk voorkomt, geschieden, waarna dat stuk ten aanzien van die houder en latere houders als behoorlijk gezegeld wordt aangemerkt.
  3. Als voldoening vóór het protest geldt de terhandstelling van de verschuldigde belasting door de houder, die protest doet opmaken, aan de hiermede belaste ambtenaar, mits deze in zijn akte de terhandstelling vermelde en de belasting bij de Ontvanger overstorte vóór de aanbieding van die akte ter registratie.

Artikel 39

De aanduiding “zonder kosten” en elke andere daarvoor in de plaats tredende vermelding op het stuk, alsmede iedere andere overeenkomst, ten doel hebbende de houder te ontheffen van zijn verplichting om protest op te doen maken, is van rechtswege nietig, wanneer zij betrekking heeft op handelspapier, dat niet of niet voldoende is gezegeld.

Artikel 40

Alle handtekeningen, door inwoners van Curaçao gesteld op stukken, als in deze afdeling bedoeld, worden, behoudens tegenbewijs, geacht binnenslands gesteld te zijn, ook al is daarbij het tegendeel vermeld.

Vierde afdeling
Schuldbriefzegel

Eerste onderafdeling
Effecten

Artikel 41 tot en met artikel 50

(vervallen)

 

Tweede onderafdeling
Schuldbrieven

(vervallen)

Artikel 51

  1. Akten van hypotheekstellingen op in Curaçao gelegen onroerend goed, zijn onderworpen aan een belasting van twintig cent voor elke honderd gulden van het bedrag, waarover de hypotheek wordt gesteld, het bedrag voor renten en kosten niet meegerekend.
  2. De belasting is schuldig op de minuut van de akten en komt, zo niet het tegendeel is bedongen, ten laste van de schuldeiser.
  3. De belasting klimt op met twintig cent tot een gulden en verder met vijftig cent.
  4. Ligt het naar deze grondslagen en zo nodig met inachtneming van artikel 29 berekende belastingbedrag tussen twee van de volgens het derde lid van dit artikel bepaalde bedragen, dan is het hoogste van die twee bedragen verschuldigd.
  5. De schuldeiser is tegenover het Land voor de belasting aansprakelijk.
  6. Bij overtreding wordt, door de notaris, voor wie de akte is verleden verbeurd een boete ten belopen van honderd maal het niet betaalde recht, doch minstens tweehonderdvijftig gulden.

Artikel 52

De notaris, voor wie de in artikel 51 bedoelde akte wordt verleden, is bevoegd de akte voor de evenredige belasting te zegelen met plakzegels, die door hem zelf op de voorgeschreven wijze kunnen worden vernietigd.

Vijfde afdeling
Kwitantie- en depositozegel

Artikel 53

  1. Aan een belasting van vijfentwintig cent zijn (behoudens de in deze verordening bepaalde vrijstelling) onderworpen alle in onderhandse vorm opgemaakte kwitanties en andere in eenzijdige vorm opgemaakte onderhandse geschriften, bevattende niets anders dan de erkenning door of namens de schuldeiser van het geheel of gedeeltelijk te niet gaan van een geldschuld, onverschillig in welke vorm overigens die stukken zijn opgemaakt, al ware het in die van berichten of brieven.
  2. Deze belasting is niet schuldig, indien de kwitantie is vervat in een geschrift, dat aan formaatzegel onderworpen of van belasting vrijgesteld is.
  3. De belasting komt, zo niet het tegendeel bedongen is, ten laste van degene, die kwijting ontvangt.

Artikel 54

(vervallen)

Artikel 55

  1. Voor binnenslands opgemaakte stukken kan de in deze afdeling bepaalde belasting worden voldaan door gebruik van een plakzegel door de ondertekenaar.
  2. Hij, die een niet behoorlijk gezegeld stuk als in deze afdeling bedoeld in ontvangst neemt – anders dan bij gesloten bewaargeving – is verplicht het stuk, binnen acht dagen na ontvangst, door de Ontvanger te doen zegelen.
  3. Elke overeenkomst, die de niet-vervulling van deze verplichting of de verkorting van deze bevoegdheid ten doel heeft, is nietig.
  4. Overtreding van dit artikel wordt gestraft met een boete van tweehonderdvijftig gulden.

Artikel 56

Alle door inwoners van Curaçao opgemaakte stukken, als in deze afdeling bedoeld, worden, behoudens tegenbewijs, geacht binnenslands te zijn opgemaakt, ook al is daarop het tegendeel vermeld.

Zesde afdeling
Vaste zegelbedragen

Artikel 57

1. De belasting bedraagt voor:
1°. (vervallen)
2°. zeebrieven, onderscheidenlijk het ingeschreven houden in het register van zeebrieven, een bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, vastgesteld bedrag;
3°. vertrekpassen voor schepen of de bewijzen, die deze vervangen, overeenkomstig de Algemene Verordening I.U. en D. 1908:
voor schepen van meer dan 20 m³, doch niet meer dan 100 m³ netto-inhoud, drie gulden;
voor schepen van meer dan 100 m³, doch niet meer dan 500 m³ netto-inhoud, zeven gulden vijftig cent;
voor schepen van meer dan 500 m³ netto-inhoud, vijftien gulden;
4°. machtigingen tot het bij zich hebben van een wapen, overeenkomstig de Wapenverordening 1931, vijftien gulden;
5°. handlichting, zestig gulden;
6°. (vervallen)
7°. brieven van wettiging, tien gulden, behoudens de vrijstelling vervat in art. 65, sub 47°;
8°. (vervallen)
9°. akten van huwelijksvoorwaarden, dertig gulden;
10°. paspoorten voor een persoon, vijftien gulden; voor een gezin, bedienden inbegrepen, dertig gulden;
11°. verlengingen van de geldigheidsduur van paspoorten, zes gulden voor iedere verlenging;
12°. verandering of bijvoeging van voornamen, zestig gulden;
13°. verandering of bijvoeging van geslachtsnamen, driehonderd gulden;
14°. bewijzen van inschrijving in het register van vestigingen, overeenkomstig de verordening dd. 8 Maart 1906 (P.B. No. 10), vijfenzeventig gulden;
15°. vergunningen tot het aanhouden van openbare danshuizen, geldende voor 24 uren, vijftien gulden;
16°. vergunningen tot het hebben van pandhuizen, geldende voor een jaar, honderdvijftig gulden;
17°. legalisaties van handtekeningen door openbare autoriteiten, zeven gulden en vijftig cent voor de eerste handtekening, die gelegaliseerd wordt op ieder afzonderlijk stuk;
17ᵒa.apostilles, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het op 5 oktober 1961 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag tot afschaffing van het vereiste van legalisatie van buitenlandse openbare akten, zeven gulden en vijftig cent voor iedere apostille.
18°. (vervallen)
19°. (vervallen)
20°. de vergunningen bedoeld in het tweede lid van artikel 146 van de Algemene Verordening I.U. en D. 1908 :
a. voor elke collo inhoudende niet meer dan 10.000 stuks sigaretten of niet meer dan 10 liters gedistilleerd: twee gulden vijftig;
b. voor elke collo inhoudende meer dan 10.000 stuks sigaretten of meer dan 10 liters gedistilleerd: twee gulden vijftig welk bedrag voor elke meerdere hoeveelheid van 10.000 stuks sigaretten of gedeelte van dit aantal of voor elke meerdere hoeveelheid van 10 liters gedistilleerd of gedeelte van deze hoeveelheid wordt vermeerderd met twee gulden vijftig;
c. voor elke honderd kilogram bruto van een partij goederen, niet vallende onder a of b: twee gulden vijftig, waarbij het brutogewicht naar boven wordt afgerond op de eerstvolgende honderd kilogram.
2. De volgens dit artikel verschuldigde belasting komt ten laste van de belanghebbenden;
de belasting is schuldig voor wat betreft de in het eerste lid, sub 9, genoemde akten op de minuut van die akten en in alle overige gevallen op het afschrift, behalve wanneer het oorspronkelijke stuk wordt uitgereikt, in welk geval dit overeenkomstig dit artikel gezegeld moet zijn.

Artikel 58

  1. Van de in deze afdeling genoemde stukken alsmede van afschriften van beschikkingen van landsorganen moet, naar de onderscheiding van het laatste lid van het vorige artikel, de minuut of het afschrift worden gesteld op papier, dat vóór de afgifte van de stukken door de Ontvanger van het vereiste zegel is voorzien.
  2. Voor elke overtreding wordt door de ambtenaar, die het stuk, dat niet van het vereiste zegel is voorzien, heeft afgegeven, verbeurd een boete tweehonderdvijftig gulden.

Zevende afdeling
Poliszegel

Artikel 59

Aan een belasting van een gulden zijn onderworpen alle polissen van verzekering, die van levensverzekering uitgezonderd.

Achtste afdeling
Vervoerzegel

Artikel 60 tot en artikel 63

 (vervallen)

Negende afdeling
Loterijzegel

Artikel 64

  1. Loten, uitgegeven ingevolge de bepalingen van de Landsloterijverordening 1949, zijn onderworpen aan een belasting welke bedraagt:
    voor de loten van een gewone loterij Cg 2,50 per geheel lot;
    voor de loten van de bijzondere loterij een bedrag, waarvan de hoegrootheid wordt bepaald naar de verhouding tussen de prijs van de loten van een gewone trekking en die van de loten van een bijzondere trekking.
  2. De belasting in het eerste lid bedoeld komt ten laste van de geldmiddelen van de landsloterij.
  3. Deze belasting wordt voldaan op de wijze als bepaald in artikel 11, onderdeel 7°, van deze verordening.

 

HOOFDSTUK IV
Vrijstellingen

Artikel 65

Van de belasting zijn vrijgesteld de volgende stukken, benevens alle verklaringen, die volgens wettelijke regelingen op die stukken moeten worden gesteld. Daarnaast bestaat alleen vrijstelling op grond van bestaande landsverordeningen.
1°. De minuten, afschriften en uittreksels van alle beschikkingen van landsorganen en beschikkingen van ambtenaren, die niet aan belanghebbenden worden uitgereikt; voorts alle andere stukken van de Raad van Ministers, de Ministers, de Raad van Advies, de Staten, en de door het land ingestelde commissies.
2°. De minuten, afschriften en uittreksels van de beschikkingen betreffende de rechten en aanspraken van overheidspersoneel, voortvloeiende uit hun dienstverhouding, en betreffende de rechten en aanspraken van de leden en secretarissen van de door het land ingestelde commissies, voortvloeiende uit hun werkzaamheden als zodanig, alsmede de verzoekschriften van overheidspersoneel betreffende hun rechten en aanspraken, voortvloeiende uit hun dienstverhouding tot de overheid, en de verzoekschriften van de leden en secretarissen van de door het land ingestelde commissies betreffende hun rechten en aanspraken.
3°. De afschriften of uittreksels van geheel afwijzende beschikkingen van landsorganen en beschikkingen van landsambtenaren en van beschikkingen, waarbij de belanghebbenden naar elders worden verwezen.
4°. De rekeningen en verantwoordingen van, alsmede de registers en boeken, gehouden wordende door de ambtenaren, ressorterende onder het Ministerie van Financiën en alle andere stukken, door hen opgemaakt, de inwendige dienst betreffende; alsmede de registers en verdere stukken van alle openbare autoriteiten, betreffende zaken van orde en inwendig beheer; voorts alle mandaten, ordonnanties van betaling en betaalsrollen van openbare autoriteiten.
5°. Alle kwitanties voor gelden, verschuldigd door Curaçao of Nederland.
6°. Gezondheidspassen.
7°. De getuigschriften en staten, door de bewaarders der hypotheken aan ambtenaren voor dienstzaken afgegeven, mits van die bestemming op de stukken worde melding gemaakt.
8°. De attestaties de vita tot ontvangst van door Curaçao, Nederland of de in deze gebieden gevestigde publiekrechtelijke lichamen verschuldigde gelden alsmede tot ontvangst van pensioenen en andere uitkeringen uit de krachtens wettelijke regeling door Curaçao, Nederland of de in deze gebieden gevestigde publiekrechtelijke lichamen ingestelde pensioenfondsen.
9°. De declaraties door schuldeisers van Curaçao of Nederland en de verklaringen van gerechtigdheid te hunnen behoeve.
10°. De binnen- en buitenlandse postwissels, de daarop gestelde endossementen en de bewijzen van storting en de berichten van uitbetaling.

11°. Alle stukken in strafzaken en alle stukken, welke in strafzaken door onvermogenden worden overgelegd, mits van het onvermogen van die personen tot betaling van de zegelbelasting blijke door een overgelegd certificaat, afgegeven door de daartoe bevoegde ambtenaar en mits daarvan op de stukken is melding gemaakt; voorts de registers van de politie.
12°. De memories van aangifte voor de successiebelasting, alsmede de minuten en afschriften van de processen-verbaal van eedsaflegging ter voldoening aan de verordening op de successiebelasting.
13°. De kwitanties voor betaalde belasting en daarmede gelijk te stellen inkomsten van Curaçao of Nederland.
14°. De minuten en de afschriften of uittreksels van alle stukken betreffende de schutterij.
15°. De aanstellingen, getuigschriften, verlof-, ontslag- en reisbrieven, de toestemmingen tot het aangaan van een huwelijk door de bevoegde autoriteiten aan militairen beneden de rang van officier uitgereikt en alle stukken, betreffende aanwerving, dienstneming en afrekeningen van die personen.
16°. Alle exemplaren van de verklaringen, opgemaakt op de wijze, omschreven in artikel 69 van de Landsverordening op het Notarisambt.
17°. De registers van de burgerlijke stand, de dubbelen en de daarbij behorende tafels, klappers en andere registers.
18°. De registers ter griffie van het gerecht in eerste aanleg en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, ten parkette van de procureur-generaal en van de officier van justitie volgens wettelijke regelingen aangehouden en de dubbelen of afschriften zomede de minuten van de eindvonnissen in burgerlijke zaken.
19°. Alle stukken en registers betreffende het Bevolkingsregister.
20°. De registers door logementhouders gehouden ter inschrijving van de personen, wie zij huisvesting verlenen.
21°. De certificaten van onvermogen.
22°. De verzoekschriften van onvermogenden en de afschriften van de daarop genomen beschikkingen, mits van het onvermogen van die personen tot betaling van de zegelbelasting blijke door een overgelegd certificaat, afgegeven door de daartoe bevoegde ambtenaar en mits daarvan op de stukken is melding gemaakt.
23°. De akten die krachtens artikel 6 van de Landsverordening op het Notarisambt door notarissen voor onvermogenden kosteloos zijn opgemaakt.
24°. De bewijzen van goed gedrag en paspoorten aan onvermogenden uitgereikt, zomede de verlengingen van de geldigheidsduur van paspoorten ten behoeve van deze, mits van het onvermogen van die personen tot betaling van de zegelbelasting blijke door een overgelegd certificaat, afgegeven door de daartoe bevoegde ambtenaar en mits daarvan op de stukken is melding gemaakt.
25°. De tweede en verdere legalisaties van handtekeningen door openbare autoriteiten op eenzelfde stuk, zomede de eerste legalisaties van handtekeningen door openbare autoriteiten ten behoeve van onvermogenden, mits van het onvermogen van die personen tot betaling van de zegelbelasting blijke door een overgelegd certificaat, afgegeven door de daartoe bevoegde ambtenaar en mits daarvan bij de legalisatie op de stukken worde melding gemaakt.
26°. De stukken, betreffende de erkenning van kinderen.
27°. De akten waarbij een ouder met het gezag wordt belast, of voogden, curators, bewindvoerders ter zake van een bewind bedoeld in titel 19 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek of mentors worden benoemd, de stukken, die daaraan voorafgaan en voor belanghebbenden bestemde afschriften van die akten van benoeming en beëdiging, de volmachten in zake de uitoefening van het gezag over een kind, curatele, beschermingsbewind als bedoeld in titel 19 van Boek 1 van het Burgerlijk wetboek of mentorschap, alsmede de stukken, betreffende de verbetering van akten van de burgerlijke stand, wanneer het onvermogen van de belanghebbende personen om de zegelbelasting te betalen blijkt uit een overgelegd certificaat, afgegeven door de daartoe bevoegde ambtenaar en mits daarvan op de stukken is melding gemaakt.
28°. De akten, registers en alle stukken, betreffende het inwendig beheer van de spaarbanken binnen Curaçao gevestigd en de boekjes en stukken aan inleggers afgegeven, alsmede de registers en verdere stukken, betreffende het inwendig beheer van de banken van lening en de aan beleners uitgereikte bewijzen; alles met uitzondering van akten van verkoop en alle andere akten, waarbij derden zijn betrokken.
29°. Alle in onderhandse vorm opgemaakte kwitanties en andere in eenzijdige vorm opgemaakte onderhandse geschriften, houdende niet anders dan de erkenning door of namens de schuldeiser van het geheel of gedeeltelijk te niet gaan van een geldschuld, niet meer dan honderd gulden bedragende, en niet strekkende op rekening van een grotere som; voorts alle dergelijke kwitanties ten behoeve van buitenlands wonende schuldenaren voor elk bedrag.
30°. De in de uitoefening van een bedrijf toegezonden brieven, gehouden boeken en opgemaakte balansen.
31°. De vrachtlijsten, vrachtbrieven, facturen en cognossementen; de monsterrollen of akten van aanstelling van schippers, stuurlieden en scheepsgezellen.
32°. De vertrekpassen of de bewijzen, die deze vervangen, voor schepen, waarvan de netto inhoud niet groter dan 20m³ is, alsmede de duplicaten van alle vertrekpassen.
33°. De ontwerpen van statuten van naamloze vennootschappen en van verenigingen, volgens wettelijke verordeningen aan autoriteiten over te leggen.
34°. De wisselbrieven en ander handelspapier, in Nederland of Suriname opgemaakt en aldaar van voldoend zegel voorzien.
35°. Effecten, coupons van effecten en de dividendbewijzen van aandelen in ondernemingen op aandelen.
36°. De bankbiljetten, renversalen en recepissen, uitgegeven door de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten of de Nederlandsche Bank gedurende hun octrooi, alsmede de boeken bij de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten gehouden.
37°. De akten van verhuring van onroerende zaken en de akten van wijziging en ontbinding van de huur, wanneer de huurprijs per jaar berekend niet meer dan Cg 480,- bedraagt, alsmede de dagvaardingen en alle processtukken in zake van ontruiming van onroerende goederen wegens wanbetaling van de huur, wanneer de huurprijs per jaar berekend niet meer dan Cg 1,200,- bedraagt.
38°. De dagvaarding en alle processtukken in burgerlijke zaken voor het gerecht in eerste aanleg, wanneer de vordering niet meer dan Cg 250,- bedraagt.
39°. Alle gerechtelijke en notariële akten en derzelver grossen, afschriften en uittreksels, in Nederland of Suriname opgemaakt, of verleden en aldaar van voldoend zegel voorzien.
40°. Alle stukken opgemaakt door de of ten behoeve van de Voogdijraad, ingesteld krachtens artikel 238 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
41°. (vervallen)
42°. De vergunningen die gegeven worden krachtens de landsverordening, regelende de straatpolitie in Curaçao. Onder deze vergunningen zijn niet begrepen de rij- en nummerbewijzen, door de Minister van Justitie of een door hem aan te wijzen ambtenaar aan bestuurders en eigenaren of houders van motorrijtuigen afgegeven.
43°. De manumissiebrieven alsmede de afschriften en uittreksels van die brieven.
44°. De akten en stukken tot het aangaan van huwelijken vereist, tenzij, wat die dispensatie betreft, het onvermogen van de belanghebbende personen om de zegelbelasting te betalen blijkt uit een overgelegd certificaat, afgegeven door de daartoe bevoegde ambtenaar.
45°. De repertoria van de notarissen en deurwaarders.
46°. De aanslagbiljetten, waarschuwingen, aanmaningen, dwangschriften en verdere akten van invordering, de processtukken en vonnissen in belastingzaken, de akte van tenuitvoerlegging en alle andere stukken, zo eisende als verwerende, betreffende de burgerlijke rechtspleging en de invordering in zake van belastingen, boeten, verhogingen en kosten.
47°. De stukken betreffende de wettiging van kinderen, uitgezonderd de brieven van wettiging bedoeld in artikel 57, eerste lid, sub 7°, tenzij, wat deze brieven van wettiging betreft, het onvermogen van de belanghebbende personen om de zegelbelasting te betalen, blijkt uit een overgelegd certificaat, afgegeven door de daartoe bevoegde ambtenaar.
48°. De akten en geschriften betreffende het aangaan, wijzigen of eindigen van arbeidsovereenkomsten, benevens alle stukken, die door de werkgever en de arbeider of hun wettelijke vertegenwoordigers tezamen of ieder afzonderlijk, hetzij in onderhandse vorm, hetzij ten overstaan van een openbaar ambtenaar, zonder medewerking van derden, ter uitvoering van de arbeidsovereenkomsten worden opgemaakt.
49°. De gedagtekende en ondertekende verklaringen van weigering van acceptatie of van betaling, ingevolge artikel 220, vijfde lid, in verband met artikel 247 of ingevolge artikel 277 van het Wetboek van Koophandel door de betrokkenen op wisselbrieven en ander handelspapier gesteld.
50°. De verklaringen en andere documenten die ingevolge de ter zake geldende bepalingen aan de bevoegde autoriteiten moeten worden overgelegd, ter zake van invoer van goederen, afkomstig uit landen waarmee clearing-verdragen zijn gesloten of ten aanzien waarvan beperkende bepalingen met betrekking tot het betalingsverkeer zijn vastgesteld.
51°. Certificaten van oorsprong van inlandse fabricaten.
52°. Overeenkomsten voor aansluiting en waterlevering door een vanwege het Land ingestelde en onderhouden watervoorzieningsdienst.
53°. De vergunningen, welke aan de in Curaçao gevestigde beroepsconsuls van vreemde mogendheden uitgereikt worden, tot het in bezit of in gebruik hebben van een radio-ontvangtoestel, alsmede de verzoekschriften tot het bekomen van deze vergunningen, mits in het betrokken land voor de aldaar gevestigde Nederlandse beroepsconsuls gelijke vrijdom wordt verleend.
54°. Alle stukken, betreffende een door het Land aangegane geldlening.
55°. Alle stukken, opgemaakt in verband met de toekenning van pensioen ingevolge de in Curaçao geldende pensioen-verordeningen.
56°. De stukken betreffende of voortvloeiende uit de toepassing van landsverordeningen tot het heffen van belastingen en retributies.
57°. Alle stukken opgemaakt of uitgegeven door de kadastrale dienst.
58°. (vervallen)
59°. De identiteitskaarten, afgegeven ingevolge de Landsverordening Identiteitskaarten en de van overheidswege aan ambtenaren verstrekte legitimatiebewijzen.
60°. Afschriften, grossen en uittreksels van notariële akten, alsmede afschriften en uittreksels van alle akten en stukken, welke hetzij aan notariële akten zijn vastgehecht hetzij te dien einde aan de notaris zijn vertoond en na met het afschrift of uittreksel vergeleken te zijn, teruggegeven worden.
61°. De tweede en volgende gelijkluidende in originali uitgegeven notariële akten.
62°. De tweede en volgende gelijkluidende exemplaren van een geschrift, met uitzondering van volmachten waarin de naam van de gevolmachtigde oningevuld is gebleven, mits op elk van de exemplaren vermeld wordt het in totaal getekende aantal exemplaren van het geschrift alsmede het nummer van het exemplaar.
63°. Geschriften uitsluitend bestemd om in het buitenland tot bewijs te dienen en waarin uitdrukkelijk melding wordt gemaakt van het buitenlands recht waardoor de in die geschriften vervatte rechtshandelingen worden geregeerd.
64°. Alle stukken, betrekking hebbende op de Kamer van Koophandel en Nijverheid, benevens die, welke van haar uitgaan, of bij haar inkomen.
65°. Plaatsbewijzen (passagebiljetten), afgegeven voor vervoer van personen per zeeschip of luchtvaartuig vanaf een plaats in Curaçao.
66°. De inlichtingen, bedoeld in artikel 4 van de Verordening op het Testamentenregister.
67°. De van het Bureau Telecommunicatie en Post uitgaande stukken en bescheiden.
67°. Akten van hypotheekstellingen op beschermde monumenten als bedoeld in artikel 2, onderdeel m, van de Algemene landsverordening Landsbelastingen.

HOOFDSTUK V
Middelen ter verzekering van de belasting

Artikel 66

  1. Het is aan ieder, die niet door de Minister van Financiën daartoe aangesteld of gemachtigd is, verboden om zegelpapier, buitengewoon gestempeld papier of plakzegels te verkopen of uit te geven.
  2. Overtreding van dit artikel wordt gestraft met een boete van ten hoogste drieduizend gulden; het zegelpapier, buitengewoon gestempeld papier en de plakzegels, bij de overtreding gevonden wordende, worden in beslag genomen en zij worden bij het vonnis verbeurd verklaard, indien de overtreder niet bewijzen kan, dat het zegelpapier, buitengewoon gestempeld papier en de plakzegels ten kantore van de Ontvanger aan hem zijn uitgegeven.

Artikel 67

  1. Het is de Inspecteur verboden, om:
    1°. enig stuk, dat niet van het vereiste zegel is voorzien, te registreren, alvorens de verschuldigde zegelbelasting is betaald;
    2°. akten van protest van handelspapier te registreren, zonder zich het geprotesteerde stuk te doen vertonen;
    3°. (vervallen)
  2. Het is de Ontvanger verboden enig stuk, dat niet behoorlijk met het vereiste zegel is gezegeld, van zegel te voorzien, zonder de overtreding bij proces-verbaal te constateren.
  3. De bewaarders der hypotheken en scheepsbewijzen is verboden om van of naar aanleiding van enig stuk, dat niet van het vereiste zegel is voorzien, enige over- of inschrijving of aantekening te doen of enige andere formaliteit te verrichten.
  4. Voor iedere overtreding van dit artikel wordt verbeurd een boete van tweehonderdvijftig gulden.

Artikel 68

  1. Alle personen, die in een openbare betrekking registers, akten of stukken houden of in bewaring hebben, zijn verplicht om daarvan, zonder verplaatsing, inzage te geven aan de Inspecteur en aan door deze aan te wijzen ambtenaren, zo dikwijls deze ambtenaren zulks vorderen en te gedogen, dat deze daarvan afschriften of uittreksels nemen.
  2. Gelijke verplichting rust op kooplieden ten aanzien van de door hen aangehouden boeken en registers en van de aan zegelbelasting onderworpen akten en stukken, welk zij onder zich hebben.
  3. Er behoeft geen inzage verleend te worden:
    1°. van akten van uiterste wil, zolang de beschikkers in leven zijn en van akten van inbewaargeving, superscriptie, herroeping en terugneming van uiterste wil, gedurende het leven van hen, te wier verzoek die akten zijn opgemaakt;
    2°. van de inhoud van pakketten, verzegeld in bewaring gegeven.
  4. Geen inzage kan gevorderd worden:
    1°. op zaterdagen, zondagen en krachtens de Arbeidsregeling 2000 met de zondag gelijk gestelde dagen;
    2°. op andere dagen vóór 9 uur des voormiddags en na 4 uur des namiddags.
  5. Weigering of belemmering van inzage wordt, voor zover het Wetboek van Strafrecht er niet in voorziet, gestraft met een boete van zevenhonderdvijftig gulden.

Artikel 69

  1. Het is aan rechters, scheidslieden en openbare colleges of instellingen verboden om vonnis te wijzen, recht te doen of een besluit te nemen op of naar aanleiding van enig stuk, hetzij binnenslands of buitenslands opgemaakt, dat niet van het vereiste zegel volgens deze verordening is voorzien, tenzij hetzelve het bewijs van de registratie draagt.
  2. Het is voorts aan rechters, notarissen, scheidslieden, deskundigen, griffiers van gerechten in eerste aanleg of rechterlijke colleges, advocaten, deurwaarders en alle ambtenaren verboden, om krachtens of naar aanleiding van enig stuk, hetzij binnenslands of buitenslands opgemaakt, dat niet van het vereiste zegel is voorzien, tenware hetzelve het bewijs van de registratie draagt, enige akte op te maken, hetzelve aan hun akten vast te hechten, het daarin te vermelden, er afschriften of uittreksels van uit te geven of daarop handtekeningen te legaliseren.
  3. Bij overtreding wordt door de genoemde personen voor elk stuk, ten aanzien waarvan de overtreding is begaan, een boete verbeurd van vijfhonderd gulden. Zij zijn bovendien gehouden tot betaling van de belasting, verschuldigd voor de niet behoorlijk gezegelde stukken, ten aanzien van welke de overtreding is begaan, behoudens verhaal op wie het behoort.
  4. Van het hier voren bepaalde zijn uitgezonderd:
    1°. akten van protest, welke kunnen worden opgemaakt van wissels en ander handelspapier, waarvan de verschuldigde zegelbelasting nog niet is voldaan, mits de ambtenaar, die het protest heeft opgemaakt, vóór de aanbieding van zijn akte ter registratie betale de zegelbelasting, die van het bedoelde handelspapier verschuldigd is, behoudens verhaal op wie het behoort;
    2°. akten van bewaargeving, teruggave en superscriptie, betreffende holografische of geheime testamenten, alsmede processen-verbaal van aanbieding van die testamenten en van de stukken, bij artikel 961 van het Burgerlijk Wetboek bedoeld, al mochten gemelde testamenten en stukken en derzelver omslagen ook niet van het vereiste zegel zijn voorzien, mits de notaris vóór de registratie van zijn akte de niet behoorlijk gezegelde stukken aanbiedt met gelijktijdige betaling van de belasting, behoudens verhaal op wie het behoort;
    3°. processenverbaal van verzegeling en ontzegeling, boedelbeschrijvingen en scheidingen, waarin kunnen worden aangehaald stukken, niet van het vereiste zegel voorzien, welke aanwezig zijn bevonden en beschreven of vermeld moeten worden, mits, wat boedelbeschrijvingen en scheidingen betreft, de notaris, die de boedelbeschrijving of scheiding opmaakt, vóór de registratie van zijn akte de niet behoorlijk gezegelde stukken aan de Ontvanger aanbiedt, met gelijktijdige betaling van de verschuldigde belasting, behoudens verhaal op wie het behoort.

Artikel 70

  1. Het is aan iedere rechter of andere ambtenaar verboden een register, aan zegel onderworpen, te kanttekenen en te waarmerken, wanneer niet alle bladen gezegeld zijn.
  2. Voor iedere overtreding wordt verbeurd een boete van tweehonderdvijftig gulden.

Artikel 71

Notarissen, griffiers en alle andere ambtenaren zijn niet verplicht hun diensten te verlenen, wanneer de zegelbelasting, tot de betaling waarvan de opmaking van hun akten volgens artikel 69 aanleiding geeft, niet vooraf door de belanghebbenden aan hen is voldaan of niet vooraf daarvoor door belanghebbenden voldoende zekerheid is gesteld.

Artikel 72

In de gevallen, bedoeld bij artikel 69, vierde lid, sub 3°, is de notaris bevoegd om stukken, waarvan de belasting niet bij de opmaking schuldig was, vóór de vermelding van die stukken in de akte van boedelbeschrijving of scheiding te zegelen met plakzegels, die door hem zelf, op de voorgeschreven wijze kunnen worden vernietigd.

HOOFDSTUK VI
Belastingschuld, aansprakelijkheid, invordering, teruggave, verjaring en beroep.

Eerste afdeling
Belastingschuld en aansprakelijkheid

Artikel 73

Bij invordering of betaling van boete moet altijd de belasting, die nog verschuldigd mocht zijn, gelijktijdig worden ingevorderd of betaald.

Artikel 74

1. Schuldenaren van de belasting zijn, zo niet het tegendeel bedongen is:
1°. voor akten, houdende rechtshandelingen, waarbij het Land belanghebbende is: de andere belanghebbenden;
2°. in alle andere gevallen, behoudens de bijzondere bepalingen van deze verordening:
a. voor binnenslands opgemaakte authentieke akten: degenen, op wier verzoek de akte wordt verleden of opgemaakt;
b. voor niet authentiek binnenslands opgemaakte geschriften, waarvan het zegel bij de opmaking schuldig is: degenen van wie de stukken afkomstig zijn;
c. voor buitenslands opgemaakte geschriften en zodanige binnenslands opgemaakte, waarvan de belasting niet reeds bij de opmaking schuldig is: de belanghebbenden, op wier verlangen door een ambtenaar op enige wijze, als bij artikel 69 bedoeld, van het stuk wordt gebruik gemaakt.
2. Indien er volgens bovenstaande regelen meer dan een schuldenaar is, komt de belasting ten laste van elk van hen voor een gelijk deel.
3. Alle bedingen, volgens welke boeten zullen worden gedragen door een ander dan door wie zij zijn verbeurd, zijn van rechtswege nietig.

Artikel 75

1. Voor de betaling van de belasting zijn, behoudens de bijzondere bepalingen van deze verordening, tegenover het Land aansprakelijk:
a. voor de belasting wegens authentieke akten en alle andere stukken door ambtenaren opgemaakt: uitsluitend de ambtenaar, te wiens overstaan de akte is verleden of door wie het stuk is opgemaakt;
b. in alle andere gevallen: de in het vorige of andere artikelen genoemde schuldenaren, doch hoofdelijk, benevens de naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen, rederijen, onderlinge verzekeringmaatschappijen, stichtingen, coöperatieve en andere verenigingen voor de belasting wegens stukken, afkomstig van hun bestuurders en beambten als zodanig, onverminderd de hoofdelijke aansprakelijkheid van deze persoonlijk.
2. Leden van een firma zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de belasting, verschuldigd door de firma.

Tweede afdeling
Invordering

Artikel 76

  1. De ambtenaren van de Belastingdienst en de ambtenaren ressorterende onder het Ministerie van Financiën, zijn verplicht alle stukken, welke hun ter hand komen of hun worden aangeboden, en welke niet van het vereiste zegel zijn voorzien, of volgens de artikelen 13 en 16 geacht worden niet daarvan te zijn voorzien, alsmede in de gevallen van overtreding van de artikelen 18 en 19, aan te houden. Andere ambtenaren dan de Inspecteur stellen die stukken terstond in handen van de Inspecteur.
  2. De stukken worden gevoegd bij het proces-verbaal in het volgende artikel vermeld, tenzij de overtreders door medeondertekening van het proces-verbaal de daarin vermelde daadzaken erkennen.
  3. Wanneer de bedoelde stukken berusten in openbare bewaarplaatsen en bestemd zijn om daar te blijven berusten, kan met de vermelding daarvan in het proces-verbaal volstaan worden.
  4. De stukken, bedoeld in de derde afdeling van hoofdstuk III, worden na de opmaking van het proces-verbaal terstond teruggegeven.

Artikel 77

  1. De ambtenaren, belast met de opsporing van de bij deze landsverordening strafbaar gestelde feiten, zullen van alle overtredingen van deze landsverordening dadelijk proces-verbaal opmaken.
  2. Bij de ontdekking van een overtreding ten aanzien van de stukken in de derde afdeling van hoofdstuk III bedoeld, neemt de ambtenaar de letterlijke inhoud van zodanige stukken met al de daarop gestelde verklaringen en handtekeningen in zijn proces-verbaal over, hetwelk ook te dien aanzien volledig geloof zal verdienen.

Artikel 78

  1. Met de opsporing van de bij deze landsverordening strafbaar gestelde feiten zijn, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde personen, belast de daartoe bij landsbesluit aangewezen ambtenaren van de Belastingdienst. Een zodanige aanwijzing wordt bekendgemaakt in het blad waarin van Landswege de officiële berichten worden geplaatst.
  2. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld omtrent de vereisten waaraan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren dienen te voldoen.

Artikel 79

Bij veroordeling tot geldboete ter zake van overtreding van deze verordening wordt geen vervangende hechtenis opgelegd.

Derde afdeling
Teruggave

Artikel 80

  1. Teruggave van belasting vindt slechts plaats in de gevallen en onder de voorwaarden in deze landsverordening uitdrukkelijk omschreven.
  2. De teruggave geschiedt op machtiging van de Inspecteur.

Artikel 81

  1. Teruggave van te veel betaalde belasting heeft plaats, wanneer een stuk door een ambtenaar met een te hoog bedrag is gezegeld of op vordering van een ambtenaar wegens belasting te veel is betaald.
  2. Teruggave van betaalde belasting kan geschieden indien een zegel van hoger bedrag is gebruikt dan volgens de verordening werd vereist.
  3. In het geval van het tweede lid moet de teruggave aan de Inspecteur gevraagd worden bij ongezegeld verzoekschrift, binnen een jaar, nadat het zegel is gebruikt, ingediend.

Artikel 82

  1. De belasting, geheven krachtens artikel 64 voor loten, waarvan de Directeur van de Landsloterij kan aantonen dat zij door hem niet zijn uitgegeven, kan worden teruggegeven.
  2. De teruggave moet door de Directeur van de Landsloterij aan de Inspecteur gevraagd worden bij ongezegeld verzoekschrift, binnen drie maanden na de dagtekening van de betreffende trekking, onder overlegging van een verklaring van de Directeur van de Stichting Overheidsaccountantsbureau waaruit blijkt, dat de in de aanvraag bedoelde loten niet zijn uitgegeven.

Artikel 83

Voor zegelpapier, buitengewoon gestempeld papier en plakzegels, die verschreven zijn of door misdruk of andere omstandigheden onbruikbaar zijn geworden, kunnen andere zegels tot een, behoudens aftrek van een bij landsbesluit houdende algemene maatregelen nader te bepalen bedrag of percentage ter vergoeding van kosten tot ten hoogste één vierde gedeelte van de zegelwaarde, gelijke totale waarde worden uitgegeven in de gevallen en onder de voorwaarden, bij dat landsbesluit vast te stellen.

Artikel 84

1. De Minister van Financiën is bevoegd:
a. voor zover in deze landsverordening niet anders is bepaald, nadere regelen te geven ter uitvoering van deze landsverordening;
b. in bijzondere gevallen van dwaling of onwillig verzuim in de nakoming van de bepalingen van deze landsverordening kwijtschelding, vermindering of teruggave van belasting te verlenen.
2. De Inspecteur is met de uitvoering van de beslissing van de Minister van Financiën belast.

Vierde afdeling
Verjaring

Artikel 85

Er is verjaring:
a. voor de invordering van de niet of te weinig betaalde belasting:
1°. in het geval van artikel 68 na twee jaren, te rekenen van de dag, waarop de stukken zijn vertoond;
2°. in de gevallen van artikel 69, na drie jaren, te rekenen van de dag, waarop de overtreding ter kennis van de Inspecteur is gekomen;
3°. in alle andere gevallen na vijf jaren, te rekenen van de dag, waarop de overtreding is gepleegd.
b. voor de vordering tot teruggave van belasting na twee jaren, te rekenen van de dag van de betaling.

Artikel 86

  1. De verjaring wordt gestuit door rechtsvorderingen, betekend voor het verstrijken van de termijn aan degene, wie men de verjaring wil beletten.
  2. Na zodanige betekening begint een nieuwe verjaringstermijn te lopen.

Artikel 87

  1. In de verjaringstermijnen is niet begrepen de dag, waarop zij beginnen te lopen, doch wel die, waarop zij eindigen.
  2. Indien de laatste dag van de termijn een zaterdag, een zondag of een krachtens de Arbeidsregeling 2000 met de zondag gelijkgestelde dag is, verstrijkt de termijn eerst met de eerstvolgende werkdag.

Vijfde afdeling
Beroep

Artikel 87a

Tegen een beschikking genomen krachtens deze landsverordening, staat voor belanghebbende binnen zes weken na de dag waarop deze is gegeven, beroep open bij de Raad van Beroep voor belastingzaken.

HOOFDSTUK VII
Slot- en overgangsbepalingen

Artikel 88 tot en met artikel 90

(vervallen)

Artikel 91

Deze verordening wordt aangehaald als: Zegelverordening 1908.

Artikel 92 tot en met artikel 94

(vervallen)

Naar boven