| Publicatienummer: | P.B. 2026, no. 73 (Geconsolideerde Tekst) |
| Categorie: | Geconsolideerde Tekst Landsverordening |
| Ministerie: | Gezondheid, Milieu & Natuur |
| Datum ondertekening: | 16-04-2025 |
| Datum inwerktreding: | 30-12-1989 |
| Geregistreerd in: |
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK VII Openbare gezondheid )
|
LANDSBESLUIT van de 16de april 2024, no. 24/877, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Crematielandsverordening .
| Datum inwerkingtreding | Terugwerkende kracht tot en met | Datum ingetrokken | Betreft | Vindplaats | Zittingsjaar |
| 30 december 1989 | n.v.t. | n.v.t. | Geconsolideerde tekst | P.B. 2026 no. 73 (GT) | n.v.t. |
Hoofdstuk I
Algemene Bepalingen
Hoofdstuk II
Crematoria
Het is verboden een crematorium, dat niet op de voet van het bepaalde bij of krachtens deze landsverordening is gevestigd of in werking is, als zodanig in werking te brengen of te houden.
Een besluit tot het verlenen van een vergunning voor het vestigen van een crematorium wordt niet genomen, dan nadat door de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur, volgens bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, te stellen regelen, van het verzoekschrift mededeling is gedaan in een of meer lokale nieuwsbladen of op de voor publicatie van officiële mededelingen gebruikelijke wijze en ter inzagelegging van het verzoekschrift met bijlagen ten kantore van het Ministerie van Gezondheid, Milieu en Natuur heeft plaatsgevonden en voorts aan een ieder tot het indienen van schriftelijke bezwaren bij de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur gelegenheid is gegeven.
Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden de gevallen geregeld waarin een verleende vergunning door de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur kan worden ingetrokken.
Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regelen worden gesteld omtrent de inrichting van crematoria en omtrent hetgeen in de crematoria en op hun erven in acht moet worden genomen.
Hoofdstuk III
Identificatie, verlof tot verbranding en termijn
De identiteit van een lijk wordt in het crematorium waar het zal worden verbrand, vastgesteld op bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, te bepalen wijze.
Geen verbranding van een lijk geschiedt zonder schriftelijk verlof van de ambtenaar van de burgerlijke stand, dat kosteloos en vrij van zegel wordt afgegeven en waarin de plaats van verbranding wordt vermeld.
Verlof tot verbranding wordt niet verleend, zolang niet is overgelegd een der schriftelijke verklaringen als bedoeld in de Verordening van de 13de september 1918 houdende bepalingen betreffende de verklaringen van overlijden, af te geven door de geneeskundigen in de Nederlandse Antillen, dan wel een verklaring van geen bezwaar tegen verbranding, afgegeven door de officier van justitie.
(vervallen)
Ten aanzien van lijken, die in Curaçao ter verbranding worden binnengebracht, kan bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van het bepaalde in dit hoofdstuk worden afgeweken.
1. Een asbus kan worden bijgezet:
a. in een in het bijzonder daarvoor bestemd gedeelte van het crematorium, of
b. in of op een graf of grafkelder of op een afzonderlijke plaats op een begraafplaats, of
c. in een buiten een crematorium of begraafplaats gelegen bewaarplaats.
2. Een maand nadat de as in de bus is geborgen kan deze worden overgebracht naar de woning van de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot of andere levensgezel dan wel van een meerderjarige erfgenaam of anders van degene die de zorg voor de asbus op zich neemt.
Het tweede lid van artikel 23 geldt niet voor het ruimen van asbussen op last van de houder van de plaats van bijzetting.
Dit ruimen vindt niet plaats dan na verloop van achttien jaren, nadat de as in de bus is geborgen en slechts met toestemming van de rechthebbende op de ruimte waar de asbus is bijgezet.
De ruiming geschiedt door verstrooiing van de as.
Omtrent de bestemming en bewaring van as kunnen bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, nadere regelen worden gesteld.
Hoofdstuk V
Toezicht en strafbepalingen
Crematoria staan onder toezicht van de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur.
1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze landsverordening bepaalde zijn belast de door de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur aangewezen ambtenaren en andere personen van het Ministerie van Gezondheid, Milieu en Natuur. Een zodanige aanwijzing wordt bekendgemaakt in het blad waarin van Landswege de officiële berichten worden geplaatst.
2. De in het eerste lid bedoelde personen zijn, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze noodzakelijk is, bevoegd:
a. alle inlichtingen te vragen;
b. inzage te verlangen van alle registers, boeken, bescheiden en andere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen;
c. goederen aan opneming en onderzoek te onderwerpen en deze daartoe tijdelijk mee te nemen;
d. alle plaatsen, met uitzondering van woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, te betreden, vergezeld van door hen aangewezen personen.
3. Zo nodig, wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, verschaft met behulp van de sterke arm.
4. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de taakuitoefening van de in het eerste lid bedoelde personen.
5. Een ieder is verplicht aan de in het eerste lid bedoelde personen alle medewerking te verlenen die op grond van het tweede lid wordt gevorderd.
Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft:
1. Het verbranden van een lijk in strijd met of anders dan met inachtneming van het geen is bepaald bij de artikelen 1, tweede lid, en 10.
2. Het geven van verlof tot verbranding in strijd met artikel 11.
3. Het verbranden van een lijk voordat dit ingevolge het bij artikel 14, eerste lid, of krachtens artikel 14, tweede lid is toegestaan.
4. Overtreding van artikel 17 alsmede het openen van een asbus anders bij toepassing van de artikelen 18 en 24.
5. Het verstrooien van as of het verzenden, verwijderen, bewaren of vervoeren van een asbus in strijd met of anders dan met in achtneming van hetgeen is bepaald bij of krachtens de artikelen 18, 19, tweede lid en 23.
Met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft:
1. Overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2, 3, 5, 9, 21 en 22, tweede en derde lid.
2. Het bijzetten van een asbus in strijd met of anders dan met inachtneming van hetgeen is bepaald bij of krachtens de artikelen 19, eerste lid, 20, eerste lid, 22, eerste lid, en 25.
3. Overtreding van het bepaalde krachtens de artikelen 8 en 25, voor zover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin van het onderhavige artikel aangeduid.
De bij of krachtens deze landsverordening strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
(vervallen)
Voor zover in deze landsverordening niet anders is bepaald, zijn de bepalingen van de Begrafenisverordening voor zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk VI
Slotbepalingen
(vervallen)
(vervallen)
(vervallen)
(vervallen)
(vervallen)
Deze landsverordening, kan worden aangehaald als “Crematielandsverordening”.