Landsbesluit Douane - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Landsbesluit Douane

Publicatienummer: P.B. 2026, no. 45 (Geconsolideerde Tekst)
Categorie: Geconsolideerde Tekst Landsbesluit, houdende algemene maatregelen
Ministerie: Financiën
Datum ondertekening: 10-11-2025
Datum inwerktreding: 28-09-2010
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK IV Belastingen)


LANDSBESLUIT van de 10de november 2025, no. 25/2732, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van het Landsbesluit Douane Nederlandse Antillen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats Zittingsjaar
28 september 2010 1 januari 2006

m.u.v. hfdst III, V en artt 18, 19, 50 en 54

    n.v.t. Geconsolideerde tekst P.B. 2026, no. 45 (GT) n.v.t.

Hoofdstuk I
Algemene Bepalingen

Artikel 1

In dit landsbesluit wordt verstaan onder:

a. Minister : de Minister van Financiën;
b. Ambtenaar : de ambtenaar aangesteld in een functie bij de Douane;
c. Douane : Inspectie der Invoerrechten en Accijnzen;
d. Groepsfunctie : de functie genoemd in artikel 14;
e. bevoegd gezag : de Gouverneur;
f. Landsverordening : de Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht;
g. het Hoofd : het hoofd van de Douane;
h. individueel leidinggevende : het Hoofd, een hoofd van de post, een hoofdleidinggevende van een afdeling, een teamleider;
i. individueel niet leidinggevende : ambtenaar, niet zijnde aspirant-commies, individueel leidinggevende of ambtenaar in een groepsfunctie;
j. aspirant-commies : de ambtenaar genoemd in artikel 13, eerste lid;
k. hulpcommies : de ambtenaar genoemd in artikel 13, tweede lid;
l. dienstkleding : het geheel van de tot één van de tenues, genoemd in artikel 26 eerste lid, behorende kledingstukken;
m. onderscheidingstekens : de in artikel 36 genoemde tekens;
n. uitrustingstukken : de in artikel 41 genoemde stukken.

Hoofdstuk II
Bezoldiging algemeen

Artikel 2

  1. Voor de toepassing van het Bezoldigingslandsbesluit 1998 is dit besluit niet een afzonderlijke wettelijke regeling als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Bezoldigingslandsbesluit 1998.
  2. In afwijking van artikel 1, onderdeel e, van het Bezoldigingslandsbesluit 1998 geldt voor de ambtenaar als bezoldigingsschaal een als zodanig in de bij dit landsbesluit behorende bijlage B vermelde, van een volgnummer voorziene reeks van bedragen.
  3. Artikel 14 van het Bezoldigingslandsbesluit 1998 is niet van toepassing.

Hoofdstuk III
Toelagen en onkostenvergoedingen

Artikel 3

Beschikbaarheidstoelage

  1. Aan een ambtenaar die bereikbaar en oproepbaar dient te zijn voor de dienst kan de Minister, op voordracht van het Hoofd, een toelage toekennen van één procent (1 %) van zijn bruto maandelijkse bezoldiging voor elke dag dat die ambtenaar bereikbaar en oproepbaar is.
  2. Een ambtenaar kan maximaal twee weken per kalendermaand worden aangewezen om bereikbaar en oproepbaar te zijn voor de dienst, tenzij de Minister op voordracht van het Hoofd, in het belang van de dienst, anders bepaalt.

Artikel 4

(Semi-)continudiensttoelage

1. Een ambtenaar is voor de toepassing van dit besluit in continudienst werkzaam, indien de ambtenaar ingevolge het voor hem geldende werkrooster regelmatig werkzaamheden verricht in de dag, avond- en nachtdienst.
2. Een ambtenaar is voor de toepassing van dit besluit in semi-continudienst werkzaam, indien de ambtenaar ingevolge het voor hem geldende werkrooster regelmatig werkzaamheden verricht in de dag- en avonddienst.
3. Een ambtenaar die in continudienst onderscheidenlijk in semi-continudienst werkzaam is, ontvangt de volgende toelage:
a. Cg 200,00 per maand bij continu dienst;
b. Cg 150,00 per maand bij semi-continudienst.
4. De toelage als bedoeld in het derde lid, wordt aan het einde van de maand tegelijk met de bezoldiging betaalbaar gesteld.
5. Indien en voor zolang de ambtenaar, bedoeld in het derde lid, verlof buiten bezwaar heeft of vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden, zonder behoud van zijn volledige bezoldiging dan wel geschorst is of in strijd met zijn verplichtingen nalaat zijn dienst te verrichten, ontvangt hij de in het derde lid genoemde toelage niet.
6. Op het moment dat een ambtenaar als bedoeld in het derde lid, langer dan 12 weken arbeidsongeschikt is, vervalt het recht op de in het derde lid bedoelde toelage.

Artikel 5

Vergoeding kasfunctie

  1. De ambtenaar die is aangesteld als administratief medewerker en die dagelijks is belast met de kasfunctie van de Douane en aldoende rekenplichtig is, ontvangt gedurende de betreffende periode een vergoeding van Cg 40,00 per maand.
  2. De overige ambtenaren van de Douane die twintig volle werkdagen de kasfunctie bij de Douane hebben vervuld, ontvangen telkens bij het bereiken van dat aantal een vergoeding van Cg 40,00.

Artikel 6

Vergoeding hondenbegeleiding

1. De ambtenaar die is aangesteld als hondengeleider ontvangt de volgende vergoedingen:
a. Cg 350,00 per maand als onkostenvergoeding voor het houden van de diensthond;
b. Cg 10,00 per dag voor voeding en verzorging van de diensthond.
2. De ambtenaar krijgt een hondenkennel ter beschikking die uitsluitend bestemd is voor de
diensthond.
3. De ambtenaar krijgt een voertuig ter beschikking dat uitsluitend mag worden gebruikt voor het vervoer van de diensthond.

Artikel 7

Vergoeding teerkosten en “dark hours” toelage

1. De ambtenaar aan wie een dienstverrichting wordt opgedragen, zonder dat hij van tevoren in de gelegenheid was om voor die dienstverrichting de benodigde voeding mee te nemen, heeft recht op teerkosten, tenzij gedurende die dienstverrichting kosteloos een maaltijd wordt verstrekt of hij in de gelegenheid wordt gesteld om de maaltijd thuis te nuttigen.
2. De teerkosten bedoeld in het eerste lid, bedragen:
a. indien de ambtenaar na zijn normale dienst, tussen 22:00 en 6:00, dient over te werken en niet kosteloos een maaltijd wordt verstrekt dan wel in de gelegenheid wordt gesteld om thuis zijn maaltijd te nuttigen: Cg 10,35;
b. indien de ambtenaar na zijn normale dienst, tussen 6:00 en 22:00, dient over te werken en niet kosteloos een maaltijd wordt verstrekt dan wel niet in de gelegenheid wordt gesteld om thuis zijn maaltijd te nuttigen: Cg 20,75.
3. De ambtenaar die, anders dan bij wijze van overwerk als bedoeld in artikel 27 van de Landsverordening, dienst verricht tussen 18.00 uur en 06.00 uur ontvangt voor elk door hem binnen de genoemde tijd gewerkt vol uur een toelage van Cg 0,40. Het bedrag van deze toelage kan door de Minister van Algemene Zaken bij regeling worden gewijzigd, indien een voor ambtenaren algemeen geldende wijziging in de bezoldiging daartoe aanleiding geeft.
4. Een gewerkte tijd van vijftien minuten of meer, doch korter dan één uur, wordt voor de toepassing van het voorgaande lid als een vol uur aangemerkt.
5. In afwijking van het derde lid ontvangt de ambtenaar, die ingevolge het voor hen geldende werkrooster avond- of nachtdienst, dienst op zon- en feestdagen of een combinatie van deze vormen van dienst moet verrichten en die niet in het genot is van enige andere ingevolge een wettelijke regeling aan hem toegekende compensatie daarvoor, de in dat lid bedoelde toelage ook in geval van overwerk, verricht tussen 18.00 uur en 6.00 uur.

Artikel 8

Kledingvergoeding

Aan de ambtenaar kan, indien het voor de dienst noodzakelijk is dat eigen kleding wordt gebruikt, door de Minister een kledingvergoeding worden toegekend van Cg 45,00 per maand.

Hoofdstuk IV
Aanstelling, opleiding, bevordering en bezoldigingsschalen

Afdeling 1
Algemeen

Artikel 9

  1. Aanstelling geschiedt in tijdelijke of in vaste dienst.
  2. Aan de aanstelling in vaste dienst gaat in de regel een aanstelling in tijdelijke dienst vooraf.

Artikel 10

1. Voor de aanstelling als ambtenaar komt in aanmerking degene die:
a. van goed zedelijk gedrag is, hetgeen dient te blijken uit een verklaring, afgegeven door de daartoe bevoegde instantie;
b. Nederlander is;
c. tenminste de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt;
d. voldoet aan de door de Minister gestelde eisen met betrekking tot het opleidingsniveau en de overigens gestelde eisen die specifiek gerelateerd zijn aan een functie bij de Douane;
e. op grond van de uitslag van een geneeskundig onderzoek, ingesteld door één of meer door het bevoegde gezag aangewezen geneeskundigen, geschikt is verklaard voor de vervulling van de functie;
f. op grond van een veiligheids- of antecedentenonderzoek niet ongeschikt is verklaard voor de vervulling van de functie.
2. Teneinde vast te stellen of de persoon, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, in voldoende mate geschikt en bekwaam is voor de vervulling van de functie, kan het bevoegde gezag de gegevens die door deze persoon desgevraagd zijn verstrekt, verifiëren en zo nodig aanvullende informatie opvragen.
3. De ambtenaar kan bij zijn eerste aanstelling dan wel bij de aanstelling in een andere functie een test worden afgenomen waarmee wordt onderzocht of hij verdovende middelen, als bedoeld in de ter zake geldende wettelijke regelingen, gebruikt.
4. De Minister kan op verzoek van het Hoofd bij alle ambtenaren periodiek een test, zoals bedoeld in het derde lid, laten afnemen.
5. Indien er bijzondere aanwijzingen zijn dat een ambtenaar verdovende middelen, als bedoeld in de ter zake geldende wettelijke regelingen, gebruikt, kan de Minister op verzoek van het Hoofd bij hem een test, als bedoelde in het derde lid, laten afnemen.
6. Ter bescherming van de privacy van de ambtenaren, worden ter zake de test, bedoeld in het derde, vierde en vijfde lid, bij ministeriële regeling met algemene werking regels gesteld met betrekking tot:
a. degene die de test afneemt;
b. de wijze waarop de test wordt afgenomen;
c. de verkregen resultaten.

Artikel 11

1. Een veiligheids- of antecedentenonderzoek als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder f, wordt eerst ingesteld nadat aan de overige vereisten voor een aanstelling als ambtenaar is voldaan.
2. Indien naar het oordeel van de Minister de aard van de functie of van de werkzaamheden hiertoe aanleiding geeft, kan ten aanzien van de ambtenaar in de volgende gevallen opnieuw een veiligheids- of antecedentenonderzoek worden uitgevoerd:
a. bij wijziging van werkzaamheden,
b. bij aanstelling in een andere functie, of
c. bij een redelijk vermoeden van ernstig plichtsverzuim dat de integriteit of de verantwoordelijkheid van de betrokkene raakt.
3. Een veiligheids- of antecedentenonderzoek als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder f, behoeft niet te worden verricht, indien het bevoegde gezag heeft bepaald dat voor de functie of werkzaamheden slechts een verklaring als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, is vereist.

Artikel 12

De Minister kan nadere regels vaststellen ter uitvoering van het veiligheids- of antecedentenonderzoek. Deze nadere regels bevatten in ieder geval waarborgen omtrent een voldoende bescherming van de persoonlijke levenssfeer van betrokkene.

Afdeling 2
De functies

§1 Aspirant- en hulpcommies en onbezoldigd hulpcommies

Artikel 13

Aspirant- en hulpcommies

  1. Diegene die de opleiding tot commies volgt, wordt voor de duur van die opleiding in tijdelijke dienst aangesteld als aspirant-commies.
  2. In het belang van de dienst kan eveneens een aanstelling in tijdelijke dienst plaatsvinden als hulpcommies op basis van een overeenkomst naar burgerlijk recht zonder dat wordt deelgenomen aan de opleiding tot commies. Deze aanstelling geschiedt voor een periode van één jaar, welke periode ten hoogste tweemaal kan worden verlengd met één jaar.
  3. De bezoldiging van de aspirant- en hulpcommies wordt vastgesteld aan de hand van bezoldigingsschaal 4A.
  4. In het belang van de dienst kan eenieder door het Hoofd als onbezoldigd hulpcommies worden aangesteld. De aanstelling van de hulpcommies in onbezoldigde dienst geschiedt steeds voor één periode van één jaar.
  5. De onbezoldigd hulpcommies dient voor de uitoefening van zijn bevoegdheden in het kader van de douanewetgeving alle regels en instructies te volgen die van toepassing zijn op een hulpcommies die een bezoldiging ontvangt.

§ 2 Groepsfunctie

Artikel 14

Groepsfunctie

1. Bij de Douane gelden de volgende groepsfuncties;
a. commies;
b. hoofdcommies;
c. verificateur.
2. Aan de functies genoemd in het eerste lid zijn de volgende bezoldigingsschalen verbonden:
a. commies: bezoldigingsschaal 6;
b. hoofdcommies: bezoldigingsschaal 8;
c. verificateur: bezoldigingsschaal 10.

Artikel 15

Commies

  1. Degene die de opleiding tot commies met goed gevolg heeft afgerond, wordt ingaande de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij de opleiding met goed gevolg heeft afgerond in vaste dienst in de groepsfunctie van commies aangesteld. Zonder die afgeronde opleiding is een aanstelling in de groepsfunctie van commies niet mogelijk.
  2. De bezoldigingsschaal van de commies, wordt in afwijking van artikel 3, eerste lid, van het Bezoldigingslandsbesluit 1998 met ingang van diens aanstelling tot aan het moment waarop het bevoegd gezag voor de derde keer jaarlijks in het kader van een formele beoordeling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Landsverordening oordeelt dat hij zijn functie naar behoren dan wel zeer goed of uitstekend heeft vervuld, bepaald op één volgnummer beneden de aan de functie van commies verbonden bezoldigingsschaal. Artikel 3, tweede lid, van het Bezoldigingslandsbesluit 1998 is niet van toepassing.
  3. De commies die de aan deze functie verbonden bezoldigingsschaal ontvangt, kan door zijn teamleider in aanmerking worden gebracht voor de bij de functie van commies behorende taakverzwaring, nadat het bevoegd gezag voor de vijfde keer jaarlijks in het kader van een formele beoordeling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Landsverordening oordeelt dat hij zijn functie naar behoren dan wel zeer goed of uitstekend heeft vervuld.
  4. De bezoldigingsschaal van de commies die de taakverzwaring vervult, wordt in afwijking van artikel 3, eerste lid, van het Bezoldigingslandsbesluit 1998 met één volgnummer verhoogd.

Artikel 16

Hoofdcommies

  1. Degene die de opleiding tot hoofdcommies met goed gevolg heeft afgerond, wordt ingaande de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij de opleiding met goed gevolg heeft afgerond, aangesteld in de groepsfunctie van hoofdcommies. Zonder die afgeronde opleiding is een aanstelling in de groepsfunctie van hoofdcommies niet mogelijk.
  2. De bezoldigingsschaal van de hoofdcommies, wordt in afwijking van artikel 3, eerste lid, van het Bezoldigingslandsbesluit 1998 met ingang van diens aanstelling tot aan het moment waarop het bevoegde gezag voor de derde keer jaarlijks in het kader van een formele beoordeling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Landsverordening oordeelt dat hij zijn functie naar behoren dan wel zeer goed of uitstekend heeft vervuld, bepaald op één volgnummer beneden de aan de functie van hoofdcommies verbonden bezoldigingsschaal. Artikel 3, tweede lid, van het Bezoldigingslandsbesluit 1998 is niet van toepassing.
  3. De hoofdcommies die de aan deze functie verbonden bezoldigingsschaal ontvangt, kan door zijn teamleider in aanmerking worden gebracht voor de bij de functie van hoofdcommies behorende taakverzwaring, nadat het bevoegd gezag voor de vijfde keer jaarlijks in het kader van een formele beoordeling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Landsverordening oordeelt dat hij zijn functie naar behoren dan wel zeer goed of uitstekend heeft vervuld.
  4. De bezoldigingsschaal van de hoofdcommies die de taakverzwaring vervult, wordt in afwijking van artikel 3, eerste lid, van het Bezoldigingslandsbesluit 1998 met één volgnummer verhoogd.
  5. Indien een commies met een bezoldigingsschaal van één volgnummer hoger dan de aan de functie van commies verbonden bezoldigingsschaal wordt aangesteld in de functie van hoofdcommies worden bij de toepassing van het tweede lid de jaarlijkse beoordelingen in de functie van commies met een bezoldigingsschaal van één volgnummer hoger dan de aan de functie van commies verbonden bezoldigingsschaal meegenomen.

Artikel 17

Verificateur

  1. Degene die de opleiding tot verificateur met goed gevolg heeft afgerond, wordt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij de opleiding met goed gevolg heeft afgerond, aangesteld in de groepsfunctie van verificateur. Zonder die afgeronde opleiding is een aanstelling in de groepsfunctie van verificateur niet mogelijk.
  2. De bezoldigingsschaal van de verificateur, wordt in afwijking van artikel 3, eerste lid, van het Bezoldigingslandsbesluit 1998 met ingang van diens aanstelling tot aan het moment waarop het bevoegd gezag voor de derde keer jaarlijks in het kader van een formele beoordeling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Landsverordening, oordeelt dat hij zijn functie naar behoren dan wel zeer goed of uitstekend heeft vervuld, bepaald op één volgnummer beneden de aan de functie van commies verbonden bezoldigingsschaal. Artikel 3, tweede lid, van het Bezoldigingslandsbesluit 1998 is niet van toepassing.
  3. De verificateur die de aan deze functie verbonden bezoldigingsschaal ontvangt, kan door zijn teamleider in aanmerking worden gebracht voor de bij de functie van verificateur behorende taakverzwaring, nadat het bevoegd gezag voor de vijfde keer jaarlijks in het kader van een formele beoordeling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Landsverordening oordeelt dat hij zijn functie naar behoren dan wel zeer goed of uitstekend heeft vervuld.
  4. De bezoldigingsschaal van de verificateur die de taakverzwaring vervult, wordt in afwijking van artikel 3, eerste lid, van het Bezoldigingslandsbesluit 1998 met één volgnummer verhoogd.
  5. Indien een hoofdcommies met een bezoldigingsschaal van één volgnummer hoger dan de aan de functie van hoofdcommies verbonden bezoldigingsschaal wordt aangesteld als verificateur, worden voor de toepassing van het tweede lid de jaarlijkse beoordelingen in de functie van hoofdcommies met een bezoldigingsschaal van één volgnummer hoger dan die aan de functie van hoofdcommies verbonden bezoldigingsschaal meegenomen.

Artikel 18

Opleidingseisen tot hoofdcommies

1. Tot de opleiding van hoofdcommies wordt uitsluitend toegelaten degene die:
a. zich hiervoor tijdig heeft aangemeld,
b. is aangesteld in de groepsfunctie van commies en van wie de bezoldigingsschaal ten minste drie jaar is bepaald op de aan de functie van commies verbonden bezoldigingsschaal,
c. heeft deelgenomen aan een toelatingstest en
d. aantoonbaar een MBO werk- en denkniveau heeft.
2. Indien het aantal kandidaten dat aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid, voldoet groter is dan het aantal plaatsen op de opleiding zal op basis van de resultaten van de beoordelingen van de afgelopen 5 jaar alsmede de uitslag van de toelatingstest voorrang worden verleend aan degenen met de beste resultaten.
3. Indien het aantal plaatsen op de opleiding groter is dan het aantal kandidaten dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid, vervalt het bepaalde in het eerste lid, onder b.

Artikel 19

Opleidingseisen tot verificateur

1. Tot de opleiding tot verificateur wordt uitsluitend toegelaten degene die:
a. zich hiervoor tijdig heeft aangemeld,
b. ambtenaar is,
c. heeft deelgenomen aan een psychologische test en
d. aantoonbaar een HBO werk- en denkniveau heeft.
2. Indien het aantal kandidaten dat aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid, voldoet groter is dan het aantal plaatsen op de opleiding zal op basis van de resultaten van de beoordelingen van de afgelopen vijf jaar alsmede de uitslag van de psychologische test voorrang worden verleend aan degenen met de beste resultaten.
3. Indien het aantal plaatsen op de opleiding groter is dan het aantal kandidaten dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid, vervalt het bepaalde in het eerste lid, onder b.

§ 3 Individueel niet leidinggevende functie

Artikel 20

1. De aanstelling van een ambtenaar in een individueel niet leidinggevende functie kan plaatsvinden in tijdelijke dienst:
a. voor een proeftijd van één jaar, zo nodig te verlengen met de tijd, gedurende welke de
ambtenaar de proeftijd niet in werkelijke dienst heeft doorgebracht;
b. ter vervanging van een wegens ziekte of uit anderen hoofde afwezige ambtenaar;
c. ter uitvoering van werkzaamheden van kennelijk tijdelijk karakter;
d. Indien het een ambtenaar betreft die in dienst wordt genomen als leerling tot opleiding voor een functie voor de duur van die opleiding.

Artikel 21

  1. De ambtenaar in een individueel niet leidinggevende functie wordt aangesteld in vaste dienst ingaande de eerste dag van de maand volgend op die waarin de opleiding met goed gevolg is afgerond, onderscheidenlijk de eerste dag van de maand na afloop van zijn proeftijd in het kader van een formele beoordeling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Landsverordening naar het oordeel van het bevoegde gezag zijn functie naar behoren dan wel zeer goed of uitstekend heeft vervuld.
  2. Zodra de werkzaamheden bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdelen b en c, geen tijdelijk karakter meer hebben, wordt de betreffende ambtenaar aangesteld in vaste dienst voor zover de formatie dit toelaat. In het geval dat de betreffende ambtenaar sinds twee jaar zonder onderbreking van langer dan één maand, waarvan laatstelijk gedurende tenminste één jaar in zijn huidige functie, in dienst is, hebben de werkzaamheden geen tijdelijk karakter meer en wordt die ambtenaar in vaste dienst aangesteld. Dit geldt echter niet in die gevallen waarin vaststaat dat zijn werkzaamheden in de door hem vervulde functie binnen het jaar zullen worden beëindigd of dat er geen formatieplaats beschikbaar is.

Artikel 22

  1. Indien een ambtenaar wordt aangesteld in een individueel niet leidinggevende functie met een proeftijd of als leerling ter opleiding tot een functie wordt zijn bezoldigingsschaal voor de duur van de proeftijd onderscheidenlijk de opleiding bepaald op één volgnummer beneden de aan de functie verbonden bezoldigingsschaal.
  2. Indien een individueel niet leidinggevende een functie gaat verrichten waarvoor een bezoldigingsschaal is bepaald met een volgnummer hoger dan de aan zijn eerdere functie verbonden bezoldigingsschaal wordt zijn bezoldigingsschaal voor de duur van één jaar bepaald op één volgnummer beneden de aan de functie verbonden bezoldigingsschaal. Indien de individueel niet leidinggevende voor de functie met een hoger volgnummer een opleiding moet volgen, wordt zijn bezoldigingsschaal voor de duur van de opleiding bepaald op één volgnummer beneden de aan de functie verbonden bezoldigingsschaal.
  3. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt de bezoldigingsschaal van de ambtenaar die een opleiding anders dan in Curaçao moet volgen, voor de duur van de opleiding bepaald op twee volgnummers beneden de aan de functie verbonden bezoldigingsschaal.

Artikel 23

Inspecteur

  1. Degene die de opleiding tot inspecteur met goed gevolg heeft afgerond, wordt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de opleiding met goed gevolg is afgerond, in vaste dienst in de functie van inspecteur aangesteld. Zonder die afgeronde opleiding is een aanstelling in de functie van inspecteur niet mogelijk.
  2. De bezoldiging van de inspecteur is bepaald op bezoldigingsschaal 12.
  3. De bezoldigingsschaal van de inspecteur, bedoeld in het eerste lid, wordt in afwijking van artikel 3, eerste lid, van het Bezoldigingslandsbesluit 1998, met ingang van diens aanstelling tot aan het moment waarop het bevoegde gezag na één jaarlijkse beoordeling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Landsverordening, oordeelt dat hij zijn functie naar behoren dan wel zeer goed of uitstekend heeft vervuld, bepaald op één volgnummer beneden de aan de functie van inspecteur verbonden schaal. Artikel 3, tweede lid, van het Bezoldigingslandsbesluit 1998 is niet van toepassing.
  4. De inspecteur die de aan deze functie verbonden bezoldigingsschaal ontvangt, kan door zijn teamleider in aanmerking worden gebracht voor de bij de functie van inspecteur behorende taakverzwaring, nadat het bevoegd gezag voor de derde keer jaarlijks in het kader van een formele beoordeling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Landsverordening oordeelt dat hij zijn functie naar behoren dan wel zeer goed of uitstekend heeft vervuld.
  5. De bezoldigingsschaal van de inspecteur die de taakverzwaring vervult, wordt in afwijking van artikel 3, eerste lid, van het Bezoldigingslandsbesluit 1998 met één volgnummer verhoogd.

§ 4 Individuele leidinggevende functie

Artikel 24

  1. Voor de aanstelling van een ambtenaar in een individueel leidinggevende functie, wordt een interne selectie procedure gehouden.
  2. Indien bij deze interne selectie procedure geen geschikte kandidaten worden gevonden, wordt de vacature voor de individueel leidinggevende functie opengesteld voor andere ambtenaren die werkzaam zijn bij de openbare rechtspersoon het Land Curaçao.
  3. Indien bij de ambtenaren, bedoeld in het tweede lid, geen geschikte kandidaat wordt gevonden, wordt de functie voor de individueel leidinggevende functie opengesteld voor een ieder.
  4. Teneinde vast te stellen of de persoon, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid in voldoende mate geschikt en bekwaam is voor de vervulling van de individueel leidinggevende functie, kan het bevoegde gezag de gegevens die door deze persoon desgevraagd zijn verstrekt, verifiëren en zo nodig aanvullende informatie vragen.
  5. Een assessment kan onderdeel uitmaken van de sollicitatieprocedure.
  6. De aanstelling van een ambtenaar in een individueel leidinggevende functie vindt plaats voor een proeftijd van één jaar, zo nodig te verlengen met de tijd, gedurende welke de ambtenaar de proeftijd niet in werkelijke dienst heeft doorgebracht.
  7. Na afronding van de proeftijd bedoeld in het zesde lid, wordt de ambtenaar aangesteld in vaste dienst indien hij in die proeftijd in het kader van een formele beoordeling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Landsverordening zijn functie naar behoren dan wel zeer goed of uitstekend heeft vervuld.
  8. Indien de ambtenaar in een individueel leidinggevende functie deze functie in zijn proeftijd naar het oordeel van het bevoegde gezag niet naar behoren vervult, dan zal hij, indien hij direct voorafgaande aan deze proeftijd reeds was aangesteld in een functie bij de Douane, in deze functie en de daarbij behorende bezoldigingsschaal worden teruggeplaatst.
  9. De bezoldigingsschaal van de individueel leidinggevende die de taakverzwaring vervult, wordt in afwijking van artikel 3, eerste lid, van het Bezoldigingslandsbesluit 1998 met één volgnummer verhoogd.

Hoofdstuk V
Kledingvoorschriften

Artikel 25

De in dit landsbesluit omschreven dienstkleding, onderscheidingstekens en uitrustingstukken moeten zijn vervaardigd of zijn uitgevoerd overeenkomstig de door de Minister naar voorschriften van dit landsbesluit vastgestelde modellen, met daarbij vast te stellen afmetingen en, waar nodig, met aanduiding van de kleuren.

Artikel 26

1. Voor de ambtenaren gelden de volgende tenues:
a. het dagelijkse tenue;
b. het werktenue;
c. het geklede tenue.
2. Het dagelijkse tenue wordt door alle ambtenaren gedragen tijdens de normale dienst, tenzij door het Hoofd anders is bepaald.
3. Het werktenue wordt gedragen door ambtenaren die het aangaat tijdens de door het Hoofd te bepalen werkzaamheden of oefeningen.
4. Het geklede tenue wordt gedragen in de door het Hoofd te bepalen gevallen.

Artikel 27

Het Hoofd kan aan ambtenaren ontheffing verlenen van de verplichting tot het dragen van dienstkleding.

Artikel 28

Dagelijks tenue

Het dagelijkse tenue bestaat uit de pet, het overhemd of de blouse, de das, de dasklem, de signaalfluit met fluitkoord, de broek of de rok, het schoeisel, de sokken of de kousen, de broekriem, de epauletten met (rang-) onderscheidingstekens en het borstembleem zoals beschreven in dit landsbesluit.

Artikel 29

Pet

  1. De platte pet heeft een opstaande rand. Om de opstaande rand is een band van glanzende, plastische stof aangebracht, waarin een flexibele ring is aangebracht. De kleur van de overtrek van de pet is bruin (“tan”).
    Aan de voorzijde van de pet is een rondgebogen naar beneden hellende klep van leer of kunststof aangebracht; de rand is omboord met donkerbruin verlakt leer of plastic.
    De bovenzijde van de petklep is voor de ambtenaren die zijn aangesteld in een individueel leidinggevende functie bekleed met een bruine stof, waarop twee eikentakken met bladeren en eikels in goudkleurig draad zijn geborduurd en voor de overige ambtenaren bruin verlakt.
  2. De pet is voorzien van een donkerbruin verlakte leren of plastic stormband welke is bevestigd aan weerszijde van de pet met goudkleurige knopen. Voor de ambtenaren die zijn aangesteld in een individueel leidinggevende functie is deze stormband vervaardigd van verguld metaal.
  3. Aan de voorzijde van de pet, onmiddellijk boven de stormband met of zonder schuifpassant, is een embleem bevestigd, bestaande uit het wapen van Curaçao met aan weerszijden lauwertakken met in het midden onderaan het woord “DOUANE” Het geheel is vervaardigd van verguld metaal.

Artikel 30

Overhemd of blouse

Het overhemd of de blouse is vervaardigd van effen niet doorzichtige stof, voorzien van een stijf of halfstijf boord met niet-afgeronde benedenwaarts gerichte punten, twee borstzakken met stolpplooi en driepuntige klep gesloten met een kleine knoop, enkele aan de schoudernaden bevestigde en met knopen gesloten schouderpassanten, lange mouwen met enkele knoopsluiting of korte mouw. Het overhemd of de blouse heeft de kleur licht beige.

Artikel 31

Das en dasklem

  1. De stropdas is effen donkerbruin. De stropdas is verkrijgbaar in de uitvoering die in een klip wordt gesloten en als zelfbinder. De dasklem van goudkleurig metaal is in het midden voorzien van het wapen van Curaçao.
  2. De stropdas wordt gedragen bij het overhemd met lange mouwen.
  3. De korte das wordt gedragen bij de blouse met lange mouwen.

Artikel 32

Broek of rok

  1. De broek heeft lange pijpen in de kleur bruin (“tan”) en heeft rond gesneden pijpen zonder omslagen. De broek is voorzien van een brede halfstijve boord met zeven vaste passanten voor doorlating van de broekriem, in de buitennaad een 3 millimeter brede donkerbruin gegalonneerde bies, twee ingenaaide zijzakken en twee ingenaaide achterzakken met knoopsluiting. De knopen zijn van donkerbeige materiaal. De damesbroek heeft geen achterzakken.
  2. De rok heeft een lichtgerend model en heeft de kleur bruin (“tan”), gelijk aan de kleur van de broek en de jas. De lengte van de rok is zodanig, dat deze op of net boven de knie valt. De rok is voorzien van een brede halfstijve boord met vier passanten voor doorlating van de rokriem, in de buitennaad een 3 millimeter brede donkerbruin gegalonneerde bies, aan de voorzijde van twee schuine steekzakken en aan de achterzijde van een split van circa 18 centimeter. De rok sluit aan de achterzijde met een rits.

Artikel 33

schoeisel, sokken en kousen

De schoenen zijn van donkerbruin leer en worden door de mannen gedragen met effen donkerbruine sokken.
Dames dragen effen kousen (zogenoemde “nylons”) in een kleur die nagenoeg overeenkomt met de huidskleur.

Artikel 34

broekriem

De donkerbruine lederen riem is voorzien van een koperkleurige gesp.

Artikel 35

epauletten

  1. De epauletten zijn van donkerbruine stof genaaid, indien noodzakelijk voorzien van een enigszins buigbare plastic vorm voor de nodige stevigheid.
  2. De epauletten zijn aan de halszijde voorzien van een epaulettenembleem dat overeenkomt met het wapen van Curaçao.
  3. De (rang)onderscheidingstekens worden op de voorgeschreven wijze op de epauletten bevestigd.
  4. De epauletten worden op het overhemd, de blouse of de jas gedragen.

Artikel 36

onderscheidingstekens

  1. De onderscheidingstekens zijn goudkleurig en zijn onderscheidenlijk voor:
    het Hoofd 4 sterren met lauwertak;
    lid managementteam 4 sterren;
    het hoofd van de post/afdeling 3 sterren met een lauwertak;
    de teamleider 2 sterren met een lauwertak;
    de inspecteur 3 sterren;
    de verificateur 2 sterren;
    de hoofdcommies 1 ster;
    de groepsfunctie commies 2 balken;
    de aspirant geen;
    de hulpcommies geen.
  2. Voor ambtenaren niet in de functies zoals hierboven genoemd zijn er onderscheidingstekens naar gelang de bezoldigingsschaal. Deze onderscheidingstekens zijn ook goudkleurig en zijn voor:
    bezoldigingsschalen 12 en hoger 3 sterren;
    bezoldigingsschalen 10 en 11 2 sterren;
    bezoldigingsschalen 8 en 9 1 ster;
    bezoldigingsschalen 6 en 7 2 balken;
    bezoldigingsschalen 4 en 5 1 balk.

    Indien op grond van het eerste of tweede lid voor een ambtenaar twee onderscheidingstekens gelden, heeft de hoogste onderscheiding voorrang.

Artikel 37

borstembleem

Op het geëmailleerde metalen borstembleem staat tegen een bruine achtergrond het wapen van Curaçao afgebeeld, met aan weerszijden lauwertakken en in het midden onderaan het woord “DOUANE”.

Artikel 38

werktenue

1. Het werktenue komt in drie uitvoeringen:
a. een uitvoering bestaat uit een donkerbeige polo shirt met op de borst het logo van de douane en op de rug in zwarte letters “DOUANE” of “CUSTOMS” aangebracht en een donkerbruine broek. Bij deze uitvoering van het werktenue hoort tevens een donkerbruine pet met daarop het woord “DOUANE” of “CUSTOMS” in goudkleurige letters geborduurd.
b. een andere uitvoering bestaat uit een donker bruin polo shirt met op de rug in goudkleurige letters “DOUANE” of “CUSTOMS” aangebracht en een donkerbruine broek. Bij deze uitvoering van het werktenue hoort tevens een donker bruine pet met daarop het woord “DOUANE” of “CUSTOMS” in goudkleurige letters geborduurd.
c. voor de hondengeleiders worden in dit lid onder a en b genoemde polo shirts vervangen door een donkerbeige of een donker bruin polo shirt voorzien van een geborduurde of anderszins aangebrachte afbeelding van een hond op de borst, met op de rug in zwarte of goudkleurige letters “DOUANE” of “CUSTOMS” geborduurd.
2. Het schoeisel behorende bij het werktenue is in alle gevallen uitgevoerd in het zwart of donkerbruin en reikt tot boven de enkels.
3. Bij het werktenue behoren tevens effen donkerbruine sokken en een donkerbruine lederen riem voorzien van een koperkleurige gesp.

Artikel 39

geklede tenue

Het geklede tenue is gelijk aan het dagelijkse tenue met dien verstande dat het overhemd respectievelijk de blouse lange mouwen heeft. Individueel leidinggevenden en de procesmanagers dragen als onderdeel van het geklede tenue ook de jas beschreven in artikel 40 van dit landsbesluit. Het Hoofd draagt hierbij in plaats van het fluitkoord een goudkleurig armkoord op zijn jas.

Artikel 40

de jas

De jas (“service-dress” model) heeft de kleur bruin (“tan”). De jas is aan de binnenkant gevoerd met zijde van de kleur donkerbeige en is uitgevoerd met:
a. liggende kraag en revers;
b. sluiting met vier grote goudkleurige knopen;
c. twee opgezette borstzakken met stolpplooi en driepuntige klep gesloten met een kleine goudkleurige knoop;
d. twee ingezette heupzakken met driepuntige klep, gesloten met een kleine goudkleurige knoop;
e. lange mouwen met drie kleine goudkleurige knopen aan de onderzijde daarvan;
f. een aan beide schoudernaden bevestigde passant, gesloten met een kleine goudkleurige knoop.

Artikel 41

Uitrustingstukken

  1. Tot de uitrustingstukken behoren:
    aantekenboekje;
    gilet;
    vuurwapen en toebehoren;
    handboeien;
    handschoenen;
    identiteitskaart;
    ketelpak;
    kogelvrij vest;
    regenjas met petovertrek;
    armkoord;
    veiligheidschoenen;
    werkjas;
    zakmes.
  2. Het Hoofd kan ook andere dan de hierboven genoemde uitrustingstukken vaststellen.
  3. Het Hoofd bepaalt, aan welke ambtenaren vorenstaande uitrustingstukken worden verstrekt en wanneer deze zullen (mogen) worden gedragen dan wel gebruikt.
  4. Het Hoofd kan aan de verstrekking van de uitrustingstukken nadere voorwaarden stellen.

Artikel 42

  1. De in dit landsbesluit voorgeschreven dienstkleding wordt uitsluitend gedragen binnen het grondgebied van Curaçao.
  2. De Minister kan op voorstel van het Hoofd ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid, voor zover zulks verband houdt met de dienst of zulks uit representatieve overwegingen wordt verlangd.

Artikel 43

  1. De ambtenaren zijn verplicht steeds de voorgeschreven dienstkleding te dragen. De oorspronkelijke structuur van de dienstkleding wordt niet gewijzigd zonder voorafgaande toestemming van de Minister.
  2. De dienstkleding dient zich in goede staat te bevinden. Dienstkleding die afwijkt van hetgeen oorspronkelijk werd geleverd, wordt geacht zich niet in goede staat te bevinden. Gewijzigde dienstkleding wordt door of op kosten van de betrokken ambtenaar in de oorspronkelijke staat hersteld of zo nodig vernieuwd.

Artikel 44

1. De onderdelen van de dienstkleding die normaal gesloten dienen te zijn worden in het openbaar of in gezelschap steeds geheel gesloten gedragen, met uitzondering van de gevallen waarvoor zulks door het Hoofd anders is bepaald.
2. De pet wordt recht op het hoofd gedragen; zodanig dat het embleem zich midden boven het voorhoofd bevindt. De stormband wordt onder de ronding van de kin gedragen:
a. indien bij buitendienst de wind dat noodzakelijk maakt;
b. na bekomen opdracht.
3. De stropdas wordt met de knoop tegen de boordsluiting gedragen, de punt van het brede einde even boven de broekriemsluiting, het smalle einde onzichtbaar, het geheel glad hangend en onmiddellijk boven de vierde knoop van boven met de dasklem aan het overhemd bevestigd.
4. Bij de blouse met lange mouwen lopen de uiteinden van de korte das kruislings onder langs de kraagpunten.
5. De broek of rok met broekriem wordt zodanig gedragen, dat de bovenrand even boven de heupen glad om het lichaam sluit.
6. Het borstembleem wordt gedragen op de jas respectievelijk het overhemd of de blouse, 1 centimeter boven de klep van de linkerborstzak.
7. Voor wat betreft epauletten, schoenen, sokken of kousen, is de draagwijze overeenkomstig normaal gebruik.
8. Het is ambtenaren verboden om naast dienstkleding zichtbaar andere kleding te dragen behoudens het dragen van een zonnebril van niet opvallend model en formaat, zonder versierselen.

Artikel 45

De Minister kan nadere regelen geven met betrekking tot de dienstkleding, uitrustingstukken en onderscheidingstekens.

Artikel 46

1. De aanschaf en verstrekking van de dienstkleding, toebehorende uitrustingstukken en onderscheidingstekens omschreven in dit landsbesluit geschiedt voor rekening van de openbare rechtspersoon Curaçao en behoort tot de zorg van het Hoofd.
2. Aan de ambtenaren zullen de volgende kledingstukken worden verstrekt:
Bij de eerste verstrekking:

één compleet dagelijks en werktenue met dien verstande dat bij de eerste verstrekking twee paar schoenen worden verstrekt.

Ieder jaar:

vijf overhemden waarvan ten minste één met lange mouwen;
drie broeken;
vijf paar sokken of tweeënvijftig paar kousen;
één paar schoenen.

Om de drie jaar:

één borst embleem;
één broekriem;
één das;
één dasklem;
één petembleem;
één paar epauletten met onderscheidingsteken;
één pet.

Om de vier jaar:

één jas.

3. De Minister kan, na het Hoofd te hebben gehoord, ingeval een kledingvergoeding als bedoeld in artikel 8 wordt toegekend, nadere regelen stellen omtrent de te verstrekken dienstkleding, onderscheidingstekens en uitrustingstukken.

Artikel 47

Het Hoofd of een door deze aangewezen ambtenaar zal ten minste éénmaal per kalenderjaar inspectie houden van de dienstkleding, onderscheidingstekens en uitrustingstukken. De wijze waarop deze inspectie geschiedt, wordt nader bepaald door het Hoofd.

Artikel 48

De ambtenaar door wiens toedoen of nalaten de dienstkleding of overige ter beschikking gestelde uitrustingstukken en onderscheidingstekens beschadigd worden of verloren gaan, is verplicht die schade te vergoeden.

Hoofdstuk VI

Overgangs- en slotbepalingen

Artikelen 49 tot en met 55

(vervallen)

Artikel 56

Dit landsbesluit, houdende algemene maatregeling, wordt aangehaald als: Landsbesluit Douane.

Naar boven