| Publicatienummer: | P.B. 2026, no. 45 (Geconsolideerde Tekst) |
| Categorie: | Geconsolideerde Tekst Landsbesluit, houdende algemene maatregelen |
| Ministerie: | Financiën |
| Datum ondertekening: | 10-11-2025 |
| Datum inwerktreding: | 28-09-2010 |
| Geregistreerd in: |
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK IV Belastingen)
|
LANDSBESLUIT van de 10de november 2025, no. 25/2732, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van het Landsbesluit Douane Nederlandse Antillen
| Datum inwerkingtreding | Terugwerkende kracht tot en met | Datum ingetrokken | Betreft | Vindplaats | Zittingsjaar |
| 28 september 2010 | 1 januari 2006
m.u.v. hfdst III, V en artt 18, 19, 50 en 54 |
n.v.t. | Geconsolideerde tekst | P.B. 2026, no. 45 (GT) | n.v.t. |
Hoofdstuk I
Algemene Bepalingen
In dit landsbesluit wordt verstaan onder:
| a. | Minister | : | de Minister van Financiën; |
| b. | Ambtenaar | : | de ambtenaar aangesteld in een functie bij de Douane; |
| c. | Douane | : | Inspectie der Invoerrechten en Accijnzen; |
| d. | Groepsfunctie | : | de functie genoemd in artikel 14; |
| e. | bevoegd gezag | : | de Gouverneur; |
| f. | Landsverordening | : | de Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht; |
| g. | het Hoofd | : | het hoofd van de Douane; |
| h. | individueel leidinggevende | : | het Hoofd, een hoofd van de post, een hoofdleidinggevende van een afdeling, een teamleider; |
| i. | individueel niet leidinggevende | : | ambtenaar, niet zijnde aspirant-commies, individueel leidinggevende of ambtenaar in een groepsfunctie; |
| j. | aspirant-commies | : | de ambtenaar genoemd in artikel 13, eerste lid; |
| k. | hulpcommies | : | de ambtenaar genoemd in artikel 13, tweede lid; |
| l. | dienstkleding | : | het geheel van de tot één van de tenues, genoemd in artikel 26 eerste lid, behorende kledingstukken; |
| m. | onderscheidingstekens | : | de in artikel 36 genoemde tekens; |
| n. | uitrustingstukken | : | de in artikel 41 genoemde stukken. |
Hoofdstuk II
Bezoldiging algemeen
Hoofdstuk III
Toelagen en onkostenvergoedingen
Beschikbaarheidstoelage
(Semi-)continudiensttoelage
1. Een ambtenaar is voor de toepassing van dit besluit in continudienst werkzaam, indien de ambtenaar ingevolge het voor hem geldende werkrooster regelmatig werkzaamheden verricht in de dag, avond- en nachtdienst.
2. Een ambtenaar is voor de toepassing van dit besluit in semi-continudienst werkzaam, indien de ambtenaar ingevolge het voor hem geldende werkrooster regelmatig werkzaamheden verricht in de dag- en avonddienst.
3. Een ambtenaar die in continudienst onderscheidenlijk in semi-continudienst werkzaam is, ontvangt de volgende toelage:
a. Cg 200,00 per maand bij continu dienst;
b. Cg 150,00 per maand bij semi-continudienst.
4. De toelage als bedoeld in het derde lid, wordt aan het einde van de maand tegelijk met de bezoldiging betaalbaar gesteld.
5. Indien en voor zolang de ambtenaar, bedoeld in het derde lid, verlof buiten bezwaar heeft of vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden, zonder behoud van zijn volledige bezoldiging dan wel geschorst is of in strijd met zijn verplichtingen nalaat zijn dienst te verrichten, ontvangt hij de in het derde lid genoemde toelage niet.
6. Op het moment dat een ambtenaar als bedoeld in het derde lid, langer dan 12 weken arbeidsongeschikt is, vervalt het recht op de in het derde lid bedoelde toelage.
Vergoeding kasfunctie
Vergoeding hondenbegeleiding
1. De ambtenaar die is aangesteld als hondengeleider ontvangt de volgende vergoedingen:
a. Cg 350,00 per maand als onkostenvergoeding voor het houden van de diensthond;
b. Cg 10,00 per dag voor voeding en verzorging van de diensthond.
2. De ambtenaar krijgt een hondenkennel ter beschikking die uitsluitend bestemd is voor de
diensthond.
3. De ambtenaar krijgt een voertuig ter beschikking dat uitsluitend mag worden gebruikt voor het vervoer van de diensthond.
Vergoeding teerkosten en “dark hours” toelage
1. De ambtenaar aan wie een dienstverrichting wordt opgedragen, zonder dat hij van tevoren in de gelegenheid was om voor die dienstverrichting de benodigde voeding mee te nemen, heeft recht op teerkosten, tenzij gedurende die dienstverrichting kosteloos een maaltijd wordt verstrekt of hij in de gelegenheid wordt gesteld om de maaltijd thuis te nuttigen.
2. De teerkosten bedoeld in het eerste lid, bedragen:
a. indien de ambtenaar na zijn normale dienst, tussen 22:00 en 6:00, dient over te werken en niet kosteloos een maaltijd wordt verstrekt dan wel in de gelegenheid wordt gesteld om thuis zijn maaltijd te nuttigen: Cg 10,35;
b. indien de ambtenaar na zijn normale dienst, tussen 6:00 en 22:00, dient over te werken en niet kosteloos een maaltijd wordt verstrekt dan wel niet in de gelegenheid wordt gesteld om thuis zijn maaltijd te nuttigen: Cg 20,75.
3. De ambtenaar die, anders dan bij wijze van overwerk als bedoeld in artikel 27 van de Landsverordening, dienst verricht tussen 18.00 uur en 06.00 uur ontvangt voor elk door hem binnen de genoemde tijd gewerkt vol uur een toelage van Cg 0,40. Het bedrag van deze toelage kan door de Minister van Algemene Zaken bij regeling worden gewijzigd, indien een voor ambtenaren algemeen geldende wijziging in de bezoldiging daartoe aanleiding geeft.
4. Een gewerkte tijd van vijftien minuten of meer, doch korter dan één uur, wordt voor de toepassing van het voorgaande lid als een vol uur aangemerkt.
5. In afwijking van het derde lid ontvangt de ambtenaar, die ingevolge het voor hen geldende werkrooster avond- of nachtdienst, dienst op zon- en feestdagen of een combinatie van deze vormen van dienst moet verrichten en die niet in het genot is van enige andere ingevolge een wettelijke regeling aan hem toegekende compensatie daarvoor, de in dat lid bedoelde toelage ook in geval van overwerk, verricht tussen 18.00 uur en 6.00 uur.
Kledingvergoeding
Aan de ambtenaar kan, indien het voor de dienst noodzakelijk is dat eigen kleding wordt gebruikt, door de Minister een kledingvergoeding worden toegekend van Cg 45,00 per maand.
Hoofdstuk IV
Aanstelling, opleiding, bevordering en bezoldigingsschalen
Afdeling 1
Algemeen
1. Voor de aanstelling als ambtenaar komt in aanmerking degene die:
a. van goed zedelijk gedrag is, hetgeen dient te blijken uit een verklaring, afgegeven door de daartoe bevoegde instantie;
b. Nederlander is;
c. tenminste de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt;
d. voldoet aan de door de Minister gestelde eisen met betrekking tot het opleidingsniveau en de overigens gestelde eisen die specifiek gerelateerd zijn aan een functie bij de Douane;
e. op grond van de uitslag van een geneeskundig onderzoek, ingesteld door één of meer door het bevoegde gezag aangewezen geneeskundigen, geschikt is verklaard voor de vervulling van de functie;
f. op grond van een veiligheids- of antecedentenonderzoek niet ongeschikt is verklaard voor de vervulling van de functie.
2. Teneinde vast te stellen of de persoon, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, in voldoende mate geschikt en bekwaam is voor de vervulling van de functie, kan het bevoegde gezag de gegevens die door deze persoon desgevraagd zijn verstrekt, verifiëren en zo nodig aanvullende informatie opvragen.
3. De ambtenaar kan bij zijn eerste aanstelling dan wel bij de aanstelling in een andere functie een test worden afgenomen waarmee wordt onderzocht of hij verdovende middelen, als bedoeld in de ter zake geldende wettelijke regelingen, gebruikt.
4. De Minister kan op verzoek van het Hoofd bij alle ambtenaren periodiek een test, zoals bedoeld in het derde lid, laten afnemen.
5. Indien er bijzondere aanwijzingen zijn dat een ambtenaar verdovende middelen, als bedoeld in de ter zake geldende wettelijke regelingen, gebruikt, kan de Minister op verzoek van het Hoofd bij hem een test, als bedoelde in het derde lid, laten afnemen.
6. Ter bescherming van de privacy van de ambtenaren, worden ter zake de test, bedoeld in het derde, vierde en vijfde lid, bij ministeriële regeling met algemene werking regels gesteld met betrekking tot:
a. degene die de test afneemt;
b. de wijze waarop de test wordt afgenomen;
c. de verkregen resultaten.
1. Een veiligheids- of antecedentenonderzoek als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder f, wordt eerst ingesteld nadat aan de overige vereisten voor een aanstelling als ambtenaar is voldaan.
2. Indien naar het oordeel van de Minister de aard van de functie of van de werkzaamheden hiertoe aanleiding geeft, kan ten aanzien van de ambtenaar in de volgende gevallen opnieuw een veiligheids- of antecedentenonderzoek worden uitgevoerd:
a. bij wijziging van werkzaamheden,
b. bij aanstelling in een andere functie, of
c. bij een redelijk vermoeden van ernstig plichtsverzuim dat de integriteit of de verantwoordelijkheid van de betrokkene raakt.
3. Een veiligheids- of antecedentenonderzoek als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder f, behoeft niet te worden verricht, indien het bevoegde gezag heeft bepaald dat voor de functie of werkzaamheden slechts een verklaring als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, is vereist.
De Minister kan nadere regels vaststellen ter uitvoering van het veiligheids- of antecedentenonderzoek. Deze nadere regels bevatten in ieder geval waarborgen omtrent een voldoende bescherming van de persoonlijke levenssfeer van betrokkene.
Afdeling 2
De functies
§1 Aspirant- en hulpcommies en onbezoldigd hulpcommies
Aspirant- en hulpcommies
§ 2 Groepsfunctie
Groepsfunctie
1. Bij de Douane gelden de volgende groepsfuncties;
a. commies;
b. hoofdcommies;
c. verificateur.
2. Aan de functies genoemd in het eerste lid zijn de volgende bezoldigingsschalen verbonden:
a. commies: bezoldigingsschaal 6;
b. hoofdcommies: bezoldigingsschaal 8;
c. verificateur: bezoldigingsschaal 10.
Commies
Hoofdcommies
Verificateur
Opleidingseisen tot hoofdcommies
1. Tot de opleiding van hoofdcommies wordt uitsluitend toegelaten degene die:
a. zich hiervoor tijdig heeft aangemeld,
b. is aangesteld in de groepsfunctie van commies en van wie de bezoldigingsschaal ten minste drie jaar is bepaald op de aan de functie van commies verbonden bezoldigingsschaal,
c. heeft deelgenomen aan een toelatingstest en
d. aantoonbaar een MBO werk- en denkniveau heeft.
2. Indien het aantal kandidaten dat aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid, voldoet groter is dan het aantal plaatsen op de opleiding zal op basis van de resultaten van de beoordelingen van de afgelopen 5 jaar alsmede de uitslag van de toelatingstest voorrang worden verleend aan degenen met de beste resultaten.
3. Indien het aantal plaatsen op de opleiding groter is dan het aantal kandidaten dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid, vervalt het bepaalde in het eerste lid, onder b.
Opleidingseisen tot verificateur
1. Tot de opleiding tot verificateur wordt uitsluitend toegelaten degene die:
a. zich hiervoor tijdig heeft aangemeld,
b. ambtenaar is,
c. heeft deelgenomen aan een psychologische test en
d. aantoonbaar een HBO werk- en denkniveau heeft.
2. Indien het aantal kandidaten dat aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid, voldoet groter is dan het aantal plaatsen op de opleiding zal op basis van de resultaten van de beoordelingen van de afgelopen vijf jaar alsmede de uitslag van de psychologische test voorrang worden verleend aan degenen met de beste resultaten.
3. Indien het aantal plaatsen op de opleiding groter is dan het aantal kandidaten dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid, vervalt het bepaalde in het eerste lid, onder b.
§ 3 Individueel niet leidinggevende functie
1. De aanstelling van een ambtenaar in een individueel niet leidinggevende functie kan plaatsvinden in tijdelijke dienst:
a. voor een proeftijd van één jaar, zo nodig te verlengen met de tijd, gedurende welke de
ambtenaar de proeftijd niet in werkelijke dienst heeft doorgebracht;
b. ter vervanging van een wegens ziekte of uit anderen hoofde afwezige ambtenaar;
c. ter uitvoering van werkzaamheden van kennelijk tijdelijk karakter;
d. Indien het een ambtenaar betreft die in dienst wordt genomen als leerling tot opleiding voor een functie voor de duur van die opleiding.
Inspecteur
§ 4 Individuele leidinggevende functie
Hoofdstuk V
Kledingvoorschriften
De in dit landsbesluit omschreven dienstkleding, onderscheidingstekens en uitrustingstukken moeten zijn vervaardigd of zijn uitgevoerd overeenkomstig de door de Minister naar voorschriften van dit landsbesluit vastgestelde modellen, met daarbij vast te stellen afmetingen en, waar nodig, met aanduiding van de kleuren.
1. Voor de ambtenaren gelden de volgende tenues:
a. het dagelijkse tenue;
b. het werktenue;
c. het geklede tenue.
2. Het dagelijkse tenue wordt door alle ambtenaren gedragen tijdens de normale dienst, tenzij door het Hoofd anders is bepaald.
3. Het werktenue wordt gedragen door ambtenaren die het aangaat tijdens de door het Hoofd te bepalen werkzaamheden of oefeningen.
4. Het geklede tenue wordt gedragen in de door het Hoofd te bepalen gevallen.
Het Hoofd kan aan ambtenaren ontheffing verlenen van de verplichting tot het dragen van dienstkleding.
Dagelijks tenue
Het dagelijkse tenue bestaat uit de pet, het overhemd of de blouse, de das, de dasklem, de signaalfluit met fluitkoord, de broek of de rok, het schoeisel, de sokken of de kousen, de broekriem, de epauletten met (rang-) onderscheidingstekens en het borstembleem zoals beschreven in dit landsbesluit.
Pet
Overhemd of blouse
Het overhemd of de blouse is vervaardigd van effen niet doorzichtige stof, voorzien van een stijf of halfstijf boord met niet-afgeronde benedenwaarts gerichte punten, twee borstzakken met stolpplooi en driepuntige klep gesloten met een kleine knoop, enkele aan de schoudernaden bevestigde en met knopen gesloten schouderpassanten, lange mouwen met enkele knoopsluiting of korte mouw. Het overhemd of de blouse heeft de kleur licht beige.
Das en dasklem
Broek of rok
schoeisel, sokken en kousen
De schoenen zijn van donkerbruin leer en worden door de mannen gedragen met effen donkerbruine sokken.
Dames dragen effen kousen (zogenoemde “nylons”) in een kleur die nagenoeg overeenkomt met de huidskleur.
broekriem
De donkerbruine lederen riem is voorzien van een koperkleurige gesp.
epauletten
onderscheidingstekens
| het Hoofd | 4 sterren met lauwertak; |
| lid managementteam | 4 sterren; |
| het hoofd van de post/afdeling | 3 sterren met een lauwertak; |
| de teamleider | 2 sterren met een lauwertak; |
| de inspecteur | 3 sterren; |
| de verificateur | 2 sterren; |
| de hoofdcommies | 1 ster; |
| de groepsfunctie commies | 2 balken; |
| de aspirant | geen; |
| de hulpcommies | geen. |
| bezoldigingsschalen 12 en hoger | 3 sterren; |
| bezoldigingsschalen 10 en 11 | 2 sterren; |
| bezoldigingsschalen 8 en 9 | 1 ster; |
| bezoldigingsschalen 6 en 7 | 2 balken; |
| bezoldigingsschalen 4 en 5 | 1 balk. |
Indien op grond van het eerste of tweede lid voor een ambtenaar twee onderscheidingstekens gelden, heeft de hoogste onderscheiding voorrang.
borstembleem
Op het geëmailleerde metalen borstembleem staat tegen een bruine achtergrond het wapen van Curaçao afgebeeld, met aan weerszijden lauwertakken en in het midden onderaan het woord “DOUANE”.
werktenue
1. Het werktenue komt in drie uitvoeringen:
a. een uitvoering bestaat uit een donkerbeige polo shirt met op de borst het logo van de douane en op de rug in zwarte letters “DOUANE” of “CUSTOMS” aangebracht en een donkerbruine broek. Bij deze uitvoering van het werktenue hoort tevens een donkerbruine pet met daarop het woord “DOUANE” of “CUSTOMS” in goudkleurige letters geborduurd.
b. een andere uitvoering bestaat uit een donker bruin polo shirt met op de rug in goudkleurige letters “DOUANE” of “CUSTOMS” aangebracht en een donkerbruine broek. Bij deze uitvoering van het werktenue hoort tevens een donker bruine pet met daarop het woord “DOUANE” of “CUSTOMS” in goudkleurige letters geborduurd.
c. voor de hondengeleiders worden in dit lid onder a en b genoemde polo shirts vervangen door een donkerbeige of een donker bruin polo shirt voorzien van een geborduurde of anderszins aangebrachte afbeelding van een hond op de borst, met op de rug in zwarte of goudkleurige letters “DOUANE” of “CUSTOMS” geborduurd.
2. Het schoeisel behorende bij het werktenue is in alle gevallen uitgevoerd in het zwart of donkerbruin en reikt tot boven de enkels.
3. Bij het werktenue behoren tevens effen donkerbruine sokken en een donkerbruine lederen riem voorzien van een koperkleurige gesp.
geklede tenue
Het geklede tenue is gelijk aan het dagelijkse tenue met dien verstande dat het overhemd respectievelijk de blouse lange mouwen heeft. Individueel leidinggevenden en de procesmanagers dragen als onderdeel van het geklede tenue ook de jas beschreven in artikel 40 van dit landsbesluit. Het Hoofd draagt hierbij in plaats van het fluitkoord een goudkleurig armkoord op zijn jas.
de jas
De jas (“service-dress” model) heeft de kleur bruin (“tan”). De jas is aan de binnenkant gevoerd met zijde van de kleur donkerbeige en is uitgevoerd met:
a. liggende kraag en revers;
b. sluiting met vier grote goudkleurige knopen;
c. twee opgezette borstzakken met stolpplooi en driepuntige klep gesloten met een kleine goudkleurige knoop;
d. twee ingezette heupzakken met driepuntige klep, gesloten met een kleine goudkleurige knoop;
e. lange mouwen met drie kleine goudkleurige knopen aan de onderzijde daarvan;
f. een aan beide schoudernaden bevestigde passant, gesloten met een kleine goudkleurige knoop.
Uitrustingstukken
1. De onderdelen van de dienstkleding die normaal gesloten dienen te zijn worden in het openbaar of in gezelschap steeds geheel gesloten gedragen, met uitzondering van de gevallen waarvoor zulks door het Hoofd anders is bepaald.
2. De pet wordt recht op het hoofd gedragen; zodanig dat het embleem zich midden boven het voorhoofd bevindt. De stormband wordt onder de ronding van de kin gedragen:
a. indien bij buitendienst de wind dat noodzakelijk maakt;
b. na bekomen opdracht.
3. De stropdas wordt met de knoop tegen de boordsluiting gedragen, de punt van het brede einde even boven de broekriemsluiting, het smalle einde onzichtbaar, het geheel glad hangend en onmiddellijk boven de vierde knoop van boven met de dasklem aan het overhemd bevestigd.
4. Bij de blouse met lange mouwen lopen de uiteinden van de korte das kruislings onder langs de kraagpunten.
5. De broek of rok met broekriem wordt zodanig gedragen, dat de bovenrand even boven de heupen glad om het lichaam sluit.
6. Het borstembleem wordt gedragen op de jas respectievelijk het overhemd of de blouse, 1 centimeter boven de klep van de linkerborstzak.
7. Voor wat betreft epauletten, schoenen, sokken of kousen, is de draagwijze overeenkomstig normaal gebruik.
8. Het is ambtenaren verboden om naast dienstkleding zichtbaar andere kleding te dragen behoudens het dragen van een zonnebril van niet opvallend model en formaat, zonder versierselen.
De Minister kan nadere regelen geven met betrekking tot de dienstkleding, uitrustingstukken en onderscheidingstekens.
1. De aanschaf en verstrekking van de dienstkleding, toebehorende uitrustingstukken en onderscheidingstekens omschreven in dit landsbesluit geschiedt voor rekening van de openbare rechtspersoon Curaçao en behoort tot de zorg van het Hoofd.
2. Aan de ambtenaren zullen de volgende kledingstukken worden verstrekt:
Bij de eerste verstrekking:
één compleet dagelijks en werktenue met dien verstande dat bij de eerste verstrekking twee paar schoenen worden verstrekt.
Ieder jaar:
vijf overhemden waarvan ten minste één met lange mouwen;
drie broeken;
vijf paar sokken of tweeënvijftig paar kousen;
één paar schoenen.
Om de drie jaar:
één borst embleem;
één broekriem;
één das;
één dasklem;
één petembleem;
één paar epauletten met onderscheidingsteken;
één pet.
Om de vier jaar:
één jas.
3. De Minister kan, na het Hoofd te hebben gehoord, ingeval een kledingvergoeding als bedoeld in artikel 8 wordt toegekend, nadere regelen stellen omtrent de te verstrekken dienstkleding, onderscheidingstekens en uitrustingstukken.
Het Hoofd of een door deze aangewezen ambtenaar zal ten minste éénmaal per kalenderjaar inspectie houden van de dienstkleding, onderscheidingstekens en uitrustingstukken. De wijze waarop deze inspectie geschiedt, wordt nader bepaald door het Hoofd.
De ambtenaar door wiens toedoen of nalaten de dienstkleding of overige ter beschikking gestelde uitrustingstukken en onderscheidingstekens beschadigd worden of verloren gaan, is verplicht die schade te vergoeden.
Hoofdstuk VI
Overgangs- en slotbepalingen
(vervallen)
Dit landsbesluit, houdende algemene maatregeling, wordt aangehaald als: Landsbesluit Douane.