Landsbesluit houdende voorschriften op het inhouden van de inkomstenbelasting op de inkomsten, door ambtenaren en pensioengenietenden als zodanig genoten - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Landsbesluit houdende voorschriften op het inhouden van de inkomstenbelasting op de inkomsten, door ambtenaren en pensioengenietenden als zodanig genoten

Publicatienummer: P.B. 2026, no. 17 (Geconsolideerde Tekst)
Categorie: Geconsolideerde Tekst Landsbesluit, houdende algemene maatregelen
Ministerie: Financiën
Datum ondertekening: 30-10-2025
Datum inwerktreding: 28-10-1956
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK IV. Belastingen)


LANDSBESLUIT van de 30ste oktober 2025, no. 25/2591, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van het Landsbesluit houdende algemene maatregelen van de 13de oktober 1956 houdende voorschriften op het inhouden van de inkomstenbelasting op de inkomsten, door ambtenaren en pensioengenietenden als zodanig genoten

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats Zittingsjaar
28-10-1956 01-01-1956     n.v.t. Geconsolideerde tekst P.B. 2026, no. 17 (GT) n.v.t.

Artikel 1

Overeenkomstig het bepaalde in de leden 1 en 2 van artikel 11 van de Landsverordening van de 31ste December 1942 op de invordering van directe belastingen 1943, zullen van de inkomsten door ambtenaren en pensioengenietenden, wier pensioenen door de Directeur van het Algemeen Pensioenfonds van Curaçao betaalbaar worden gesteld, als zodanig genoten, de bedragen van de hen opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting bij de uitbetaling daarvan worden ingehouden.

Artikel 2

  1. De inhouding omvat zowel de voorlopige aanslag in het belastingjaar opgelegd als de definitieve aanslag over het vorige belastingjaar en wordt voor wat betreft de voorlopige aanslag in ten minste negen en voor wat betreft de definitieve aanslag in ten minste vijf termijnen bewerkstelligd, met dien verstande, dat de inhoudingen op het einde van het belastingjaar waarin het aanslagbiljet is verschenen, moeten zijn beëindigd.
  2. In afwijking van het in het vorige lid bepaalde zullen, indien het aanslagbiljet na de in het eerste lid van artikel 3 genoemde data verschijnt, de inhoudingen als in het eerste lid van dit artikel bedoeld in negen respectievelijk vijf termijnen plaats vinden.

Artikel 3

  1. De voorlopige aanslagen in de inkomstenbelasting over het lopende belastingjaar en de definitieve aanslagen over het vorige belastingjaar van de in artikel 1 bedoelde belastingplichtigen moeten behoudens zeer bijzondere omstandigheden vóór 20 maart respectievelijk vóór 20 juni van het belastingjaar zijn vastgesteld en op kohier gebracht.
  2. Aan de belastingschuldigen worden overeenkomstig artikel 2 van de Landsverordening van de 31ste December 1942 op de invordering van directe belastingen 1943 aanslagbiljetten verstrekt.
  3. De Inspecteur der Belastingen draagt er zorg voor, dat de in het eerste lid van dit artikel bedoelde aanslagen vóór eind maart respectievelijk vóór eind juni van het belastingjaar aan de betrokken administraties worden doorgezonden op lijsten, opgemaakt per dienstonderdeel, overeenkomende met de gebruikelijke indeling van de uitbetalingsstaten.

Artikel 4

  1. Bij het opmaken van de uitbetalingsstaten bij de betreffende administraties wordt in een separate kolom voor iedere op die staten voorkomende belastingschuldige het ingehouden bedrag vermeld.
  2. Van de inhoudingen wordt aantekening gehouden op de kohieren en de in het derde lid van artikel 3 bedoelde lijsten.
  3. Ten behoeve van de aantekening op de kohieren zenden de betreffende administraties aan het einde van elke maand aan de kohierhouders een staat van de in die maand bewerkstelligde inhoudingen.

Artikel 5

Op de aanslagbiljetten komt de mededeling voor, dat het bedrag van de aanslag in maandelijkse termijnen van de aan betrokkene komende inkomsten zal worden ingehouden.

Artikel 6

  1. De Ontvanger mag, tenzij de betrokkene de hem opgelegde aanslag binnen één maand na dagtekening van het betrokken aanslagbiljet in zijn geheel wenst te betalen, generlei kwijting verlenen op de aan de ambtenaren c.g. pensioengenietenden voor de inkomstenbelasting uitgereikte aanslagbiljetten voor zover betrekking hebbende op aanslagen die middels inhoudingen worden voldaan. Van elke betaling zoals bedoeld in de aanhef van dit artikel, geeft de Ontvanger onverwijld kennis aan de autoriteit belast met het betaalbaarstellen van de uitbetalingsstaten.
  2. In afwijking van het in het eerste lid van dit artikel bepaalde kan de Ontvanger op verzoek van betrokkene, nadat de belasting middels inhouding geheel is aangezuiverd, op het betreffende aanslagbiljet een ondertekende aantekening stellen dat de aanslag is voldaan.

Artikel 7

De Ontvanger kan, indien de strikte toepassing der bepalingen omtrent de inhoudingstermijnen voor betrokkene tot grote bezwaren zou leiden, op diens schriftelijk verzoek daarvan afwijken. De beslissing op het verzoek geschiedt schriftelijk en is met redenen omkleed.

Artikel 8
(vervallen)

Naar boven