Landsbesluit voorkoming zeeverontreiniging door olie
Landsbesluit voorkoming zeeverontreiniging door olie
LANDSBESLUIT van de 28ste november 2025, no. 25/2923, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van het Landsbesluit voorkoming zeeverontreiniging door olie
| Datum inwerkingtreding |
Terugwerkende kracht tot en met |
Datum ingetrokken |
Betreft |
Vindplaats |
Zittingsjaar |
| 20-01-1978 |
n.v.t. |
n.v.t. |
Geconsolideerde tekst |
P.B. 2026, no. 76 (GT) |
n.v.t. |
Hoofdstuk I
Inleidende bepalingen
Artikel 1
Voor de toepassing van dit landsbesluit wordt verstaan onder:
Minister : de Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning;
Verdrag : het op 12 mei 1954 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging van de zee door olie 1954;
schepen : alle schepen van welk type ook ‒ waaronder begrepen drijvende voorwerpen, hetzij uitgerust met een eigen voortstuwingsinstallatie, hetzij gesleept, door een ander schip ‒welke een zeereis maken;
tankschepen : schepen waarin het grootste gedeelte van de ladingruimte is gebouwd voor of aangepast aan het vervoer van vloeibare lading in bulk en welke gedurende de tijd dat zij voor dat vervoer worden gebruikt in dat gedeelte van de ladingruimte geen andere lading dan olie vervoeren;
bestaande schepen : schepen van welke de kiel is gelegd vóór 26 juli 1958;
mijl : een zeemijl van 6080 voeten of 1852 meters;
uitpompen : met betrekking tot olie of een oliehoudend mengsel: elk uitpompen of wegvloeien hoe ook veroorzaakt;
olie : ruwe olie, stookolie, zware dieselolie en smeerolie;
oliehoudend : wordt dienovereenkomstig uitgelegd;
oliehoudend mengsel : een mengsel dat olie bevat, in elk gehalte;
zware dieselolie : dieselolie waarvan het volumepercentage, dat overdestilleert tot een temperatuur van ten hoogste 340° C., minder dan 50 bedraagt, gemeten volgens de American Society for Testing Materials (A.S.T.M.) Standard Methode D. 86/59.
Hoofdstuk II
Voorschriften ter voorkoming van het wegvloeien van olie naar vullings, waarvan
de inhoud in zee wordt uitgepompt zonder door een olieafscheider
van een goedgekeurd type te zijn geleid
Artikel 2
Toepassing
De voorschriften van dit hoofdstuk zijn van toepassing op schepen, aan boord waarvan voor de voortstuwing olie wordt gebezigd.
Artikel 3
Lekgoten en lekbakken voor vast ingebouwde tanks
- Onder langs geklonken verticale schotten van brandstofbunkers, bezinktanks tanks en dergelijken in ruimten voor werktuiglijke voortstuwing moeten oliedichte lekgoten met voldoend hoge randen aanwezig zijn, welke voorkomen dat lekolie van deze schotten of van de daarop bevestigde afsluiters en kranen zich over de vloer, de tanktop en de gehele vulling van deze ruimten verspreidt. Aftappen moeten in deze goten ontlasten. De goten moeten aflopen naar een afzonderlijke vullingsectie of een lekolietank, dan wel moet hun inhoud gemakkelijk in een lekolie-emmer kunnen worden overgebracht.
- Onder afsluiters, kranen, aftappen e.d. op geheel gelaste verticale schotten van de in het eerste lid bedoelde tanks moeten, waar nodig, lekbakken worden aangebracht, welke gemakkelijk kunnen worden afgenomen voor ledigen in een afzonderlijk sectie van de vulling of in een lekolietank.
Artikel 4
Lekbakken
- Onder brandstofoliepompen, brandstofoliecentrifuges met toebehoren, brandstofolievoorwarmers, brandstofoliefilters, oliebranders van ketels en van verwarmingstoestellen e.d., alsmede onder alle afzonderlijk opgestelde, geen deel van de scheepsconstructie uitmakende brandstofolievoorraadtanks, -dagtanks, bezinktanks en soortgelijke tanks moeten oliedichte lekbakken zijn aangebracht.
- Lekbakken moeten van voldoende grootte zijn met een voldoend hoge ononderbroken oliedichte rand. Als lekbakken worden eveneens aangemerkt lekbakken, waarvan de bodem tevens de bodem is van een in het eerste lid van dit artikel genoemde tank. De aldus gevormde oliedichte lekgoot moet eveneens van voldoend hoge opstaande rand zijn voorzien en een voldoende inhoud hebben. De bodem van de lekbakken mag ook worden gevormd door een oliedicht gedeelte van een dek, platform of tanktop, waarop een ononderbroken oliedichte opstaande rand van voldoende hoogte is aangebracht.
- Indien op een bestaand schip het aanbrengen van de voorgeschreven lekbakken door de inrichting, de opstelling enz. tot zeer omvangrijke en kostbare werkzaamheden zou leiden, kunnen in overleg met en ten genoegen van de betrokken ambtenaren van de Scheepvaartinspectie andere minder ingrijpende en kostbare maatregelen worden genomen om het verspreiden van lekolie en het afvloeien daarvan naar de vullings te voorkomen.
- De uit ontlastkleppen en aftappen van de in het eerste lid van dit artikel genoemde tanks, werktuigen en apparaten uittredende olie mag zich niet in de vullings kunnen verspreiden.
Artikel 5
Middelen tot ledigen van lekbakken
- De inhoud van de in artikel 4 genoemde lekbakken met uitzondering van die onder de oliebranders, moet door middel van daarop aangesloten afloopleidingen afvloeien in een in artikel 6 omschreven lekolietank — voor zover deze geen deel van de dubbele bodem vormt — of in een afzonderlijke sectie van de vulling. Deze afloopleidingen moeten zijn voorzien van roosters om verstopping van de leidingen te voorkomen. In afloopleidingen van lekbakken waarin of waarboven een (hulp)ketel is opgesteld, moet een zelf sluitende kraan worden aangebracht. Bij lekbakken met een groot oppervlak dient de aflooppijp zo nodig een aansluiting aan stuurboord en aan bakboord te hebben, terwijl zij bij voorkeur op een lensput met rooster moet zijn aangesloten.
- Indien de viscositeit van de zich in een lekbak verzamelende olie hiertoe aanleiding geeft, dan wel uit anderen hoofde het aanbrengen van aflooppijpen van weinig praktische waarde wordt geoordeeld of de voorziening als in het eerste lid van dit artikel bedoeld in verband met de inrichting, opstelling of constructie tot onevenredig omvangrijke en kostbare werkzaamheden zou leiden — een en ander ter beoordeling van de Inspecteur voor de Scheepvaart — kan van het in het eerste lid vervatte voorschrift door de Inspecteur voornoemd vrijstelling worden verleend.
- Indien geen afloopleidingen worden aangebracht, moeten de lekbakken worden voorzien van gemakkelijk bereikbare aftapkranen, zodat de lekolie kan worden opgevangen in speciaal daarvoor bestemde lekolie-emmers waarvan er dan enkele in elke machinekamer en in elk ketelruim aanwezig moeten zijn. Lekolie-emmers moeten van handig formaat zijn en voorzien van hengsel en schenktuit.
- Indien uit een oogpunt van de viscositeit van de lekolie dan wel uit anderen hoofde het aanbrengen van aftapkranen niet doelmatig zou zijn, moeten de lekbakken zo nodig en mogelijk worden voorzien van één of meer lensputten, waarin een handpomp kan worden geplaatst, waarmede de inhoud van de lekbak in een lekolie-emmer kan worden overgepompt. Een voor dit doel geschikte handpomp moet dan in elke machinekamer en in elk ketelruim aanwezig zijn.
Artikel 6
Lekolietanks, afzonderlijke vullingsectie
- In elke machinekamer en in elk afzonderlijk ketelruim moeten voor het opvangen en bewaren van lekolie en oliehoudend water één of meer lekolietanks één of meer secties van de vulling, dan wel een combinatie van beide aanwezig zijn.
- De gezamenlijke inhoud van de in het eerste lid bedoelde tank(s) en/of sectie(s) moet voldoende zijn voor het bevatten van de hoeveelheid opgevangen lekolie en oliehoudend water gedurende drie etmalen. Deze gezamenlijke inhoud zal tenminste 0.5 m3 moeten bedragen, doch behoeft niet groter te zijn dan 2 m3.
- Een lekolietank mag zijn een afzonderlijk opgestelde tank of deel uitmaken van de scheepsconstructie, tenzij tegen dit laatste uit anderen hoofde bezwaar mocht bestaan. Afzonderlijk opgestelde lekolietanks moeten geheel gesloten zijn, voorzien van een luchtpijp en een gemakkelijk te controleren peilinrichting. Wordt voor het opvangen van lekolie gebruik gemaakt van lekolie-emmers, dan moet de lekolietank voorzien zijn van een voldoende wijde vulpijp met trechter en rooster, zodat een lekolie-emmer daarin gemakkelijk kan worden geledigd.
- Lekolietanks, deel uitmakend van de dubbele bodem, mogen uitsluitend door lekolie-emmers worden gevuld, tenzij zulks geschiedt door een gesloten leidingsysteem. De luchtpijp hierop dient naar dek te worden geleid, terwijl in peil- en vulpijp zelfsluitende kranen moeten worden aangebracht.
- Een (open) afzonderlijke vullingsectie moet geheel oliedicht zijn afgescheiden van het overige gedeelte van de vulling en zo nodig van een ononderbroken oliedichte verhoogde rand zijn voorzien, zodat bij slingerend schip de olie zich niet gemakkelijk over de tanktop of in het overige gedeelte van de vullings kan verspreiden. In de onmiddellijke nabijheid van de sectie moet een lichtpunt zijn aangebracht, zodat de inhoud gemakkelijk kan worden geobserveerd.
- In elke lekolietank en in elke afzonderlijke vullingsectie moet een zuigleiding uitkomen, waardoor de tank of sectie door een hiervoor geschikte pomp kan worden leeggepompt. De betrokken lekolie moet, indien deze niet weer in het brandstofsysteem aan boord wordt opgenomen, rechtstreeks overboord of voor afgifte aan de wal naar dek kunnen worden gepompt. Indien blijkt dat een vullingsectie de daarin gedurende drie etmalen ontlaste lekolie of oliehoudend water niet kan bevatten, dan moet de inhoud daarvan kunnen worden overgepompt in een vullingsectie of lekolietank welke daartoe wel voldoende ruimte biedt.
Artikel 7
Spoelbak
In elke machinekamer en in elk ketelruim moet een vastopgestelde spoelbak worden aangebracht van voldoende inhoud om daarin filterkorven van brandstof-oliefilters, verstuivers, branders e.d. te kunnen schoonmaken. Deze bak moet voorzien zijn van een aftap voor het opvangen van de inhoud in een lekemmer, dan wel van een afloopleiding (met kraan of afsluiter) als bedoeld in artikel 5, eerste lid.
Artikel 8
Olieafscheider
- Indien inrichtingen, als in de voorgaande artikelen omschreven, niet zijn aangebracht, dan moet een doelmatige lenswaterolieafscheider aanwezig zijn van voldoende capaciteit, door welke oliehoudend lenswater, na zo nodig door een filter te zijn geleid, overboord kan worden gepompt.
- De in de olieafscheider afgescheiden olie moet, voor zover deze niet opnieuw voor het machinekamer- of ketelbedrijf wordt gebruikt, kunnen worden opgeslagen in een olietank.
Artikel 9
Kennisgevingen in de machinekamer en het ketelruim, zomede op de brug
In de machinekamer en in het ketelruim moet op een daarvoor geschikte plaats een kennisgeving zijn aangebracht, vermeldende dat de inhoud van een afzonderlijke sectie van de vullings of van een lekolietank alléén dan overboord mag worden gepompt, nadat daartoe toestemming van de chef van de zeewacht aan dek is verkregen.
Hoofdstuk III
Inrichtingen voor het in ontvangst nemen van olierestanten
Artikel 10
Inrichtingen in havens
- In een aantal havens behoren inrichtingen aanwezig te zijn voor het — zonder aan de schepen overmatig oponthoud te veroorzaken — in ontvangst nemen van zodanige olierestanten uit oliehoudend ballastwater en tankspoelingen, als voor afgifte door schepen, geen tankschepen zijnde, die deze havens aanlopen, zouden overblijven, wanneer het door middel van een olieafscheider, een bezinktank of op andere wijze gereinigde water zou zijn afgevoerd.
- Als havens, bedoeld in het eerste lid, zijn aangewezen: Willemstad, Caracasbaai, Bullenbaai.
Artikel 11
Verplichting beheerders
- De beheerders van de in artikel 10, tweede lid, genoemde havens zijn verplicht voor de aanwezigheid en de instandhouding van bedoelde inrichtingen zorg te dragen. Zij dienen erop toe te zien, dat deze te allen tijde aan hun doel beantwoorden.
- Indien in een haven, genoemd in artikel 10, tweede lid, dan wel in een daaraan grenzende haven, reeds een dergelijke inrichting aanwezig is en in stand wordt gehouden, behoeven door de beheerder van de betrokken haven geen maatregelen te worden getroffen, zolang bedoelde inrichting aan het doel beantwoordt.
Hoofdstuk IV
Oliejournalen
Artikel 12
Modellen
Het aan boord van de in artikel 6, eerste lid, van de Landsverordening voorkoming zeeverontreiniging door olie aangewezen schepen te houden oliejournaal, hetzij als onderdeel van het scheepsdagboek hetzij op een andere wijze, moet zijn ingericht overeenkomstig de modellen, welke als bijlagen bij dit landsbesluit zijn gevoegd. Voor het oliejournaal voor tankschepen geldt model bijlage I; voor het oliejournaal voor schepen, geen tankschepen zijnde, geldt model bijlage II.
Hoofdstuk V
Slotbepalingen
Artikel 13
Vrijstelling en aanvullende voorzieningen
- Door de Minister kan geheel, gedeeltelijk of voorwaardelijk vrijstelling worden verleend van de naleving van één of meer bepalingen van dit landsbesluit.
- In naam van de Minister kan de Inspecteur voor de Scheepvaart geheel, gedeeltelijk of voorwaardelijk vrijstelling verlenen van één of meer bepalingen van dit landsbesluit, indien bijzondere omstandigheden daartoe zijns inziens aanleiding geven.
- Bij het verlenen van vrijstellingen, als bedoeld in het eerste en tweede lid, mag nimmer in strijd worden gehandeld met de voorschriften van de ter zake van kracht zijnde internationale verdragen.
- Door de Inspecteur voor de Scheepvaart kunnen, indien bijzondere omstandigheden hiertoe zijns inziens aanleiding geven, aanvullende voorschriften voor het voorkomen van de verontreiniging van de zee door olie worden gegeven.
Artikel 14
- Dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt aangehaald als: Landsbesluit voorkoming zeeverontreiniging door olie.
- (vervallen)
- (vervallen)