Landsbesluit voorwaarden eigendomsverkrijging volkswoningen Curaçao - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Landsbesluit voorwaarden eigendomsverkrijging volkswoningen Curaçao

Publicatienummer: P.B. 2026, no. 195 (Geconsolideerde Tekst)
Categorie: Geconsolideerde Tekst Landsbesluit, houdende algemene maatregelen
Ministerie: Sociale Ontwikkeling, Arbeid & Welzijn
Datum ondertekening: 07-05-2026
Datum inwerktreding: 08-05-1962
Geregistreerd in:
Klapper Afkondigingsblad ( HOOFDSTUK VII Openbare gezondheid)


LANDSBESLUIT van de 7de mei 2026, no. 26/1251, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van het Eilandsbesluit voorwaarden eigendomsverkrijging volkswoningen Curaçao

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats Zittingsjaar
8-5-1962 n.v.t. n.v.t. Geconsolideerde tekst P.B. 2026, no. 195 (GT) n.v.t.

Artikel 1

Onverminderd de in de Landsverordening eigendomsverkrijging volkswoningen Curaçao gestelde of ter nadere uitvoering daarvan nog te stellen bepalingen, worden geldleningen onder hypothecair verband, uitsluitend dienende ter verkrijging in eigendom van een volkswoning, slechts verstrekt onder de navolgende voorwaarden:

  1. De geldlening alsmede de daarop vallende rente en verdere kosten, ingevolge de geldleningsovereenkomst verschuldigd, moeten geheel zijn terugbetaald, respectievelijk voldaan, in uiterlijk 20 jaar, doch in ieder geval in het jaar waarin betrokkene de 65-jarige leeftijd bereikt.
    In bijzondere gevallen, als de te verwachten financiële mogelijkheden van verzoeker zulks wettigen, kan de Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn bij een met redenen omkleed besluit van de gestelde maximumleeftijd afwijken.
  2. Over de geldlening is een interest verschuldigd, berekend naar 4½ % per jaar.
  3. De aflossings- en rentebedragen dienen te worden voldaan in maandelijkse termijnen op basis van een jaarlijkse 4½ % annuïteit, waarvan de eerste termijn vervalt:
    – op de eerste van de maand volgende op die waarin de geldleningsovereenkomst werd gesloten, indien de datum van de overeenkomst ligt vóór de 11de van een maand;
    – op de 16de van de maand volgende op die waarin de geldleningsovereenkomst werd gesloten, indien de datum van de overeenkomst ligt tussen de 10de en de 21ste van een maand;
    – op de eerste van de tweede maand volgende op die waarin de geldleningsovereenkomst werd gesloten, indien de datum van de overeenkomst ligt na de 20ste van een maand.
  4. Gehele of gedeeltelijke aflossing van de geldlening is te allen tijde mogelijk, mits op de eerste of zestiende van een maand een gedeeltelijke aflossing geschiedt in ronde sommen van vijfentwintig gulden (Cg 25,-).
  5. Alle betalingen geschieden zonder enige korting of vergelijking van schuld hoegenaamd ook tegen onmiddellijke kwijting in wettig betaalmiddel ten kantore van de Ontvanger of op de wijze en ter plaatse als per geval nader wordt overeengekomen.
  6. Het gehele bedrag van de geldlening of het restant daarvan is terstond opeisbaar zonder dat enig ingebrekestelling nodig zal zijn en de hoofdsom zal onmiddellijk kunnen worden teruggevorderd, vermeerderd met de vervallen rente en verdere kosten ingevolge de geldleningsovereenkomst verschuldigd, ingeval van:
    a. wanbetaling of verzuim in de stipte betaling van de aflossingen, renten en kosten, alsmede van de premies, bedoeld in artikel 9 van de Landsverordening eigendomsverkrijging volkswoningen Curaçao;
    b. nalatigheid in de nakoming of bij overtreding van een of meer van de in de geldleningsovereenkomst gemaakte bepalingen en bedingen;
    c. overlijden, faillissement, onder curatele stelling van of boedelafstand door de geldnemer, aanvrage om surséance van betaling, onbewoonbaarverklaring, teniet gaan of beschadiging, anders dan door brand, inbeslagneming, onteigening, hetzij geheel hetzij gedeeltelijk;
    d. brandschade aan het pand overkomen, geheel of gedeeltelijk;
    e. wanbetaling of verzuim in de stipte betaling van de verschuldigde erfpachtcanon of beëindiging van het recht van erfpacht;
    f. het voor of bij het aangaan van de geldlening door de geldnemer afleggen van verklaringen welke niet geheel in overeenstemming zijn met de werkelijkheid, ter beoordeling van de Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn.
  7. De volkswoning moet door de geldnemer voortdurend in goede staat worden onderhouden en tegen te voorziene gevaren zoveel mogelijk worden beveiligd.
  8. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn mag:
    a. geldnemer geen nieuwe schuldenaar in zijn plaats stellen;
    b. bij willige verkoping van het goed geen zuivering plaats hebben van het krachtens de hypotheekakte te vestigen hypothecair verband;
    c. de volkswoning of een gedeelte daarvan niet van aard of bestemming worden veranderd, noch de volkswoning, de verdere opstallen of het betrekkelijke erfpachtrecht geheel of gedeeltelijk met enig ander zakelijk recht worden bezwaard dan het recht van eerste hypotheek ten behoeve van het Land, dan wel worden vervreemd;
    d. de volkswoning geheel noch gedeeltelijk of beneden de werkelijke waarde worden verhuurd of onder welke naam ook in gebruik gegeven, geen vooruitbetaling van huur over langer dan één maand dan wel enige bezwarende voorwaarde tegen derden worden bedongen, noch cessie, verpanding, afstand van of beschikking over nog niet verschenen huurpenningen.
  9. De volkswoning dient door geldnemer bij een door de Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn goed te keuren verzekeringsmaatschappij tegen brandschade te worden verzekerd, zullende in de betrekkelijke polis tenminste worden opgenomen dat:
    a. de geldnemer aan het Land cedeert en in eigendom overdraagt alle vorderingen en rechten, onder welke naam ook, die geldnemer krachtens de gesloten verzekeringsovereenkomsten verkrijgt, kan of zal verkrijgen;
    b. het Land in de verzekeringsovereenkomst wordt aangewezen als de eerst begunstigde voor eventuele schade-uitkeringen tot het beloop van hetgeen krachtens de geldleningsovereenkomst door geldnemer nog zal zijn verschuldigd;
    c. de verzekeringsmaatschappij is gemachtigd om ter zake de tijdige betaling van de premies aan het Land de nodige inlichtingen te verstrekken;
    d. de polis in het bezit wordt gesteld van het Land en bij het Land blijft berusten zolang ter zake de gesloten overeenkomsten nog enig recht of enige vordering resteert;
    e. het Land van de hiervoor onder a tot en met d vermelde rechten afstand kan doen bij aangetekend schrijven en dit eerst zal doen nadat van geldnemer ter zake de gesloten overeenkomsten niets meer te vorderen overblijft.
  10. Geldnemer is verplicht om tot meerdere zekerheid en waarborg voor de betaling van hetgeen hij ingevolge de met hem gesloten geldleningsovereenkomst aan het Land is verschuldigd, met een door de Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn goed te keuren verzekeringsmaatschappij een tijdelijke verzekering van kapitaal bij overlijden te sluiten, op grond waarvan bij overlijden van geldnemer aan het Land een som zal worden uitgekeerd, gelijk aan het bedrag dat hij op het moment van zijn overlijden uit hoofde van de hem verstrekte geldlening nog aan het Land is verschuldigd, welke verzekering mitsdien een kapitaal dekt aanvankelijk tenminste gelijk aan het bedrag van de verstrekte geldlening en gedurende de looptijd van de geldlening tenminste het bedrag van het, op het moment van overlijden, nog onafgelost gedeelte daarvan, vermeerderd met de verschuldigde rente tot de dag van overlijden. In de betrekkelijke polis worden tenminste de voorwaarden opgenomen vermeld onder punt 9, sub a tot en met e.
  11.  Geldnemer verplicht zich om op eerste verzoek door of vanwege de Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn van de geregelde voldoening van de verschuldigde verzekeringspremies te doen blijken en, ingeval de Minister mocht besluiten de premiebetalingen van de onder 9 en 10 bedoelde verzekeringen over te nemen, de desbetreffende bedragen, alsmede eventueel andere daaruit voortvloeiende kosten, te voldoen in maandelijkse termijnen, tegelijk met de termijnen, bedoeld onder 3.
  12. Geldnemer is verplicht alle belastingen en andere verplichtingen op de volkswoning met ondergrond en verdere opstallen drukkend, prompt te voldoen en daarvan aan de Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn op eerste aanmaning te doen blijken.
  13. Het Land heeft het recht en geldnemer machtigt bij deze het Land onherroepelijk om, zolang het Land ter zake de gesloten geldleningsovereenkomst nog iets te vorderen heeft, na betekening aan geldnemer van het voornemen daartoe, namens en voor rekening van geldnemer alle rechten uit te oefenen welke geldnemer mocht verkrijgen tegen derden ter zake de hem in eigendom overgedragen volkswoning met verdere opstallen, zullende de daaruit voortvloeiende vorderingen of uitkeringen worden aangewend tot delging van hetgeen krachtens de geldleningsovereenkomst door geldnemer nog aan het Land is verschuldigd.
  14. Gelijktijdig met de geldleningsovereenkomst dient door geldnemer een machtiging te worden getekend, waarbij zijn werkgever, welke deze ook zij, onherroepelijk wordt gemachtigd om ten behoeve van het Land op zijn inkomen in maandelijkse termijnen in te houden en periodiek aan de Ontvanger af te dragen al hetgeen het Land ingevolge de geldleningsovereenkomst van geldnemer te vorderen heeft wegens aflossings­ en rentebedragen, verzekeringspremies en kosten.
  15. Geldnemer machtigt de Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn onherroepelijk om, ingeval hij in gebreke blijft om de hoofdsom van de geldlening, de verschuldigde renten, premies of andere kosten behoorlijk te voldoen of bij enig ander verzuim van geldnemer, het verbondene in het openbaar volgens plaatselijk gebruik te doen verkopen, teneinde uit de opbrengst te verhalen zowel de hoofdsom als de renten, premies en kosten en al hetgeen het Land verder op grond van de geldleningsovereenkomst te vorderen heeft.
    In deze machtiging is begrepen het regelen van de verkoopsbedingen, het ontvangen van de koopprijs en het geven van kwitantie daarvoor, het doen van levering en opdracht en alles wat de aard van de zaak verder met zich mee brengt.
  16. Geldnemer is verplicht om na een betreffende voorafgaande waarschuwing een door of vanwege de Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn noodzakelijk geacht onderzoek ter plaatse naar de naleving van de in de geldleningsovereenkomst gemaakte bedingen toe te laten en naar vermogen te bevorderen.
  17. Alle kosten verbonden aan het sluiten van de geldleningsovereenkomst, alsmede alle kosten daaruit voortvloeiende (waaronder begrepen alle kosten waartoe niet naleving van de verplichtingen van geldnemer aanleiding mochten geven, alsmede de rechten en belastingen welke te eniger tijd over het bedrag van de schuldvordering of de verschuldigde renten mochten worden geheven) komen ten laste van geldnemer.

Artikel 2

De voorwaarden vermeld in artikel 1 worden opgenomen in de akte waarbij ingevolge artikel 7 van de Landsverordening eigendomsverkrijging volkswoningen Curaçao ten behoeve van het Land eerste hypotheek wordt verleend op de volkswoning en alle andere opstallen met inbegrip van alles wat volgens de wet door bestemming daartoe behoort, alsmede op het recht van erfpacht op de bijbehorende grond.

Artikel 3

Dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt aangehaald als: Landsbesluit voorwaarden eigendomsverkrijging volkswoningen Curaçao.

Naar boven