Landsverordening ambtelijk bestuurlijke organisatie (bijlage k)
Landsverordening ambtelijk bestuurlijke organisatie (bijlage k)
| Publicatienummer: |
A.B. 2010, no. 87, bijlage k, zoals laatstelijk gewijzigd bij P.B. 2026, no. 39
|
| Categorie: |
Landsverordening
|
| Onderwerp(en): |
Ambtelijk bestuurlijke organisatie
|
| Ministerie: |
Bestuur, Planning & Dienstverlening |
| Datum ondertekening: |
04-09-2010 |
| Datum inwerktreding: |
10-10-2010
|
| Geregistreerd in: |
|
LANDSVERORDENING van de houdende vaststelling van de ambtelijke organisatie van het Land Curaçao op hoofdlijnen en de bijbehorende formatieplaatsen
Artikel 1
Inrichting van de Landsoverheid algemeen
- Ingesteld worden de volgende Ministeries:
a. het Ministerie van Algemene Zaken;
b. het Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening;
c. het Ministerie van Justitie;
d. het Ministerie van Financiën;
e. het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport;
f. het Ministerie van Gezondheid, Milieu en Natuur;
g. het Ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn;
h. het Ministerie van Economische Ontwikkeling;
i. het Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning.
- Een ministerie is samengesteld uit maximaal :
a. een beleidsorganisatie;
b. een ondersteuningsstaf;
c. in voorkomend geval één of meer uitvoerende diensten; de uitvoerende diensten bestaan maximaal uit 4 afdelingen onderverdeeld in maximaal 4 teams.
Artikel 2
Aansturing ministerie
- De Secretaris-generaal is belast met de operationele bedrijfsvoering van het gehele ministerie. De Secretaris-generaal draagt zorg voor de coördinatie van de hoofdlijnen van de beleidsvoorbereiding en de beleidsuitvoering binnen het ministerie.
- De Secretaris-generaal is ambtelijk eindverantwoordelijk voor de leiding van een ministerie.
- De Sector-directeur is verantwoordelijk voor de leiding van een sector en de invulling en uitvoering van het vastgestelde beleid binnen de sector.
- De Beleidsdirecteur stuurt de beleidsorganisatie aan.
- De Secretaris-generaal van een ministerie is voorzitter van een managementteam dat, naast hem zelf, bestaat uit de Sector-directeuren van het ministerie en de Beleidsdirecteur. Het managementteam draagt zorg voor de aangelegenheden het desbetreffende ministerie rakende, waaronder:
a. personeel;
b. financiën;
c. operationele zaken;
d. integrale projecten en
e. de beleidsorganisatie.
- De taken, bevoegdheden en de positie van de Secretaris-generaal worden nader vastgelegd bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen.
- De minister en de Secretaris-generaal maken afspraken ten aanzien van de invulling van de managementtaken van het ministerie. Deze afspraken worden vastgelegd in een taakstellende overeenkomst, waarbij de afspraken worden vastgelegd op basis waarvan de Secretaris-generaal het ministerie zal leiden.
- Jaarlijks vóór 1 april zendt de Secretaris-generaal, met inachtneming van het door de regering vastgestelde jaarplan voor het volgende begrotingsjaar, een beleidsplan van het ministerie voor dat begrotingsjaar aan de minister ter goedkeuring. De minister neemt uiterlijk binnen een maand na ontvangst van het beleidsplan een beslissing over de goedkeuring.
- Jaarlijks vóór 1 april brengt de Secretaris-generaal de minister schriftelijk verslag uit van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van de werkzaamheden en werkwijze van het ministerie in het bijzonder, gedurende het afgelopen begrotingsjaar.
- Bij of krachtens landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden regels gesteld met betrekking tot de inrichting van het beleidsplan en het verslag.
Artikel 3
Taken ministeries algemeen
Ieder ministerie heeft ten minste de volgende algemene taken:
a. de voorbereiding van beleid en de voorbereiding van concept wet- en regelgeving met betrekking tot aangelegenheden het desbetreffende ministerie rakende;
b. de coördinatie en uitvoering van hetgeen bij of krachtens wettelijke regeling aan het desbetreffende ministerie in het bijzonder is opgedragen of geacht wordt daartoe te behoren;
c. de coördinatie en uitvoering van hetgeen krachtens medeondertekening valt onder de verantwoordelijkheid van de minister die verantwoordelijk is voor het desbetreffende ministerie.
Artikel 4
Taken Ministerie van Algemene Zaken
Het Ministerie van Algemene Zaken heeft ten minste de volgende taken, voor zover niet behorende tot de specifieke zorg van een ander ministerie:
a. de zorg voor het algemene regeringsbeleid;
b. de coördinatie van aangelegenheden die meer dan één ministerie raken;
c. de zorg voor internationale en regionale zaken;
d. de zorg voor de buitenlandse posten en het visumbeleid;
e. de zorg voor constitutionele zaken;
f. de zorg voor Koninkrijkszaken;
g. de zorg voor de nationale veiligheid en verdediging, alsmede de weerkorpsen;
h. de woordvoering en externe communicatie op nationaal niveau van de rampenbestrijding;
i. de zorg voor de internationale, regionale en bilaterale samenwerking;
j. de zorg voor andere zaken waarvan de behartiging niet bepaaldelijk aan één der andere ministeries is opgedragen;
k. de algemene zorg voor wet- en regelgeving en juridische zaken;
l. de algemene zorg voor de interne en externe communicatie en voorlichting.
Artikel 5
Taken Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening
Het Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening heeft ten minste de volgende taken, voor zover niet behorende tot de specifieke zorg van een ander ministerie:
1. de zorg voor het binnenlands bestuur en de democratische rechtsstaat;
2. de zorg voor het vreemdelingenbeleid;
3. de zorg voor een overkoepelende visie en planmatige aanpak van de algehele ontwikkeling van het Land waaronder de bevordering van de implementatie van technologie in de maatschappij alsook de zorg voor strategisch informatiebeleid en -vergaring;
4. de zorg voor het beleid ten aanzien van technologische ontwikkeling;
5. de zorg voor strategisch ondersteunende processen betreffende personeelsbeleid en -advies, en verandermanagement voor het gehele overheidsapparaat;
6. de uitvoering van de financiële, informatie- en communicatietechnologie, personele, secretariële, faciliterende, documentaire, materiële en andere ondersteunende taken voor de ministeries;
7. de coördinatie en facilitering van de uitgifte van vergunningen voor het gehele overheidsapparaat;
8. de zorg voor het documentmanagement voor het gehele overheidsapparaat;
9. de zorg voor het archiefwezen.
Artikel 6
Taken Ministerie van Justitie
Het Ministerie van Justitie heeft ten minste de volgende taken, voor zover niet behorende tot de specifieke zorg van een ander ministerie:
a. de ontwikkeling, codificatie en wijziging van het burgerlijk recht, strafrecht, bestuursrecht en handelsrecht;
b. de zorg voor het justitiële apparaat;
c. de zorg voor de openbare orde, -rust en –veiligheid en de bescherming van personen en goederen;
d. het voeren van de operationele leiding bij en het zorgdragen voor de coördinatie bij rampenbestrijding;
e. de zorg voor de opsporing, vervolging en rechtshandhaving;
f. de zorg voor het beleid inzake de detentiezorg en resocialisatie, het gevangeniswezen, de vrijheidsbeneming en invrijheidstelling, waaronder gratie en generaal pardon;
g. de uitvoering van het visum- en vreemdelingenbeleid;
h. de zorg voor de justitiële jeugdbescherming;
i. de zorg voor de grenscontrole van personen.
Artikel 7
Taken Ministerie van Financiën
Het Ministerie van Financiën heeft ten minste de volgende taken, voor zover niet behorende tot de specifieke zorg van een ander ministerie:
a. de zorg voor de financiën van het Land en de monetaire zaken;.
b. de zorg voor nationale en internationale fiscale zaken;
c. de zorg voor het geld-, krediet- en bankwezen.
Artikel 8
Taken Ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport
Het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport heeft ten minste de volgende taken, voor zover niet behorende tot de specifieke zorg van een ander ministerie:
a. de zorg voor het onderwijs en de wetenschap alsmede het toezicht op de uitvoering en de kwaliteit van het onderwijs;
b. de zorg voor de jeugd- en jongereneducatie en het toezicht op de uitvoering van die kaders en op de kwaliteit van de jeugd- en jongereneducatie;
c. de behartiging van culturele, sport- en overige jeugd- en jongerenaangelegenheden;
d. de voorbereiding en coördinatie van het mediabeleid.
Artikel 9
Taken Ministerie van Gezondheid, Milieu en Natuur
Het Ministerie van Gezondheid, Milieu en Natuur heeft ten minste de volgende taken, voor zover niet behorende tot de specifieke zorg van een ander ministerie:
a. de zorg voor de volksgezondheid en gezondheidszorg in ruimste zin;
b. de zorg voor de gezondheid van dieren en het toezicht op de uitvoering van die kaders en op de kwaliteit van de gezondheid van dieren;
c. de zorg voor epidemiologisch onderzoek en onderzoek betreffende gezondheidssystemen en -voorzieningen, alsmede het monitoren van de gezondheidstoestand, het bewaken van geselecteerde aandoeningen en het bijhouden van mortaliteitsgegevens;
d. de zorg voor het milieu;
e. het toezicht op de volksgezondheid, gezondheidszorg, milieu en de dierengezondheidszorg.
Artikel 10
Taken Ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn
Het Ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn heeft ten minste de volgende taken, voor zover niet behorende tot de specifieke zorg van een ander ministerie:
a. de zorg voor het sociaal ontwikkelingsbeleid waaronder onder meer het bevorderen van sociale cohesie, armoedebestrijding, het stimuleren van sociale rechtvaardigheid en het bevorderen van de werkgelegenheid en arbeidsrelaties;
b. de zorg voor de sociale verzekeringen.
Artikel 11
Taken Ministerie van Economische Ontwikkeling
Het Ministerie van Economische Ontwikkeling heeft ten minste tot taak, voor zover niet behorende tot de specifieke zorg van een ander ministerie, de zorg voor een evenwichtige ontwikkeling van de nationale economie in de ruimste zin, waaronder de zorg voor de internationale en regionale economische betrekkingen, het bevorderen van de marktwerking, economische innovatie en een gunstig ondernemingsklimaat.
Artikel 12
Taken Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning
Het Ministerie van Verkeer en Vervoer heeft ten minste de volgende taken, voor zover niet behorende tot de specifieke zorg van een ander Ministerie:
a. de zorg voor en toezicht op alle aangelegenheden betreffende het verkeer te land, ter zee en in de lucht;
b. de zorg voor de vergaring en verspreiding van informatie en gegevens betreffende meteorologische, klimatologische en andere geofysische aangelegenheden;
c. de zorg voor de zorgvuldige en optimale benutting van de ruimte binnen het Land;
d. de zorg voor domeingronden, onroerende goederen van het Land en het grondbeleid.
Artikel 13
Nadere regeling taken en samenwerking ministeries
- De taken waarmee een ministerie is of wordt belast, worden nader geregeld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen.
- Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld betreffende de samenwerking tussen de ministeries.
Artikel 14
Formatieplaatsen ministeries
- Het maximum aantal formatieplaatsen per ministerie, omvattende de sectoren, bedoeld in artikel 15, de beleidsorganisatie, bedoeld in artikel 16, de ondersteuningsstaf bedoeld in artikel 17 en de uitvoerende diensten en toezichthoudende organisaties, bedraagt voor:
a. het Ministerie van Algemene Zaken 105,5 fte’s;
b. het Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening 640,5 fte’s;
c. het Ministerie van Justitie 1.739 fte’s;
d. het Ministerie van Financiën 530,5 fte’s;
e. het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport 132,5 fte’s;
f. het Ministerie van Gezondheid, Milieu en Natuur 325,5 fte’s;
g. het Ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn 199,5 fte’s;
h. het Ministerie van Economische Ontwikkeling 74,5 fte’s;
i. het Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning 297,5 fte’s.
- Het bevoegde gezag kan voor het bezetten van de in het eerste lid bedoelde formatieplaatsen een dienstverband aangaan met een arbeidskracht met inachtneming van de toepasselijke wettelijke arbeidsvoorwaardenregelingen.
- In geval van een volledige bezetting van de in het eerste lid genoemde formatieplaatsen, kan het bevoegde gezag overgaan tot het inschakelen van uitzendkrachten dan wel een tijdelijk dienstverband aangaan met een arbeidskracht. Het in de eerste volzin bedoelde tijdelijk dienstverband heeft een duur van maximaal zes maanden en kan éénmaal met een zelfde maximumduur worden verlengd. Het aantal uitzendkrachten en tijdelijke dienstverbanden, bedoeld in de eerste volzin, kan tezamen op enig tijdstip maximaal 5 % van het in het eerste lid genoemde aantal formatieplaatsen bedragen.
Artikel 15
De sectoren, organisatie en verantwoordelijkheden
- De ministeries bestaan uit de volgende sectoren:
a. het Ministerie van Algemene Zaken:
1º. Algemene Zaken
2º. Buitenlandse Betrekkingen;
b. het Ministerie van Bestuur Planning en Dienstverlening:
1º. Planning en Informatie Technologie;
2º. Publieke Dienstverlening;
c. het Ministerie van Justitie:
1º. Rechtshandhaving, Openbare Orde en Veiligheid;
2º. Justitiële Zorg, Executie en Resocialisatie;
d. het Ministerie van Financiën:
1º. Financieel beleid en Begrotingsbeheer;
2º. Fiscale Zaken;
e. het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport:
1º. Onderwijs en Wetenschap;
2º. Cultuur en Sport;
f. het Ministerie van Gezondheid, Milieu en Natuur:
1º. Gezondheid;
2º. Landbouw, Milieu en Natuur;
g. het Ministerie van Sociale Ontwikkeling,Arbeid en Welzijn:
1º. Sociale Ontwikkeling;
2º. Familie en Jeugd;
3º. Arbeid;
h. het Ministerie van Economische Ontwikkeling:
1º. Ondernemen;
2º. Economische Ontwikkeling en Innovatie;
3º. Buitenlandse Economische Samenwerking;
i. het Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning:
1º. Verkeer en Vervoer;
2º. Infrastructuur en Ruimtelijke Planning.
- Aan het hoofd van een sector staat een Sector-directeur.
- De taken waarmee een sector is belast, de organisatiestructuur van de sector op hoofdlijnen en het maximum aantal formatieplaatsen per sectoronderdeel en uitvoerende organisaties binnen de sectoren, wordt met inachtneming van het overigens bij deze landsverordening bepaalde, vastgelegd bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen. Artikel 14, derde, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat bepalend is het maximum aantal aan de sector toegewezen formatieplaatsen.
- Jaarlijks vóór 1 maart zendt de Sector-directeur, met in achtneming van het door de regering vastgestelde jaarplan voor het volgende begrotingsjaar, een beleidsplan van de sector voor dat begrotingsjaar aan de Secretaris-generaal ter goedkeuring. De Secretaris-generaal beslist uiterlijk binnen een maand na ontvangst van het beleidsplan.
- Jaarlijks vóór 1 maart brengt de Sector-directeur schriftelijk verslag uit aan de Secretaris-generaal van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid daarvan over het afgelopen begrotingsjaar.
- Bij of krachtens landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden regels gesteld met betrekking tot de inrichting van het beleidsplan en het verslag.
Artikel 16
Beleidsorganisatie
- Er is één beleidsorganisatie in elk ministerie. De beleidsorganisatie is belast met de beleidswerkzaamheden voor het ministerie. Onder deze beleidswerkzaamheden vallen in ieder geval het vertalen van meerjarenbeleid naar ministerieel beleid, het leveren van expertise bij het maken van overkoepelend beleid alsmede het concipiëren van beleid binnen de beleidsorganisaties.
- De beleidsorganisatie staat onder leiding van de Beleidsdirecteur.
- De precieze taken, organisatiestructuur en het maximum aantal formatieplaatsen van de beleidsorganisatie worden, met inachtneming van het overigens bij of krachtens deze landsverordening bepaalde, vastgelegd bij of krachtens landsbesluit, houdende algemene maatregelen. Artikel 14, derde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat bepalend is het maximum aantal aan de ondersteunende organisatie toegewezen formatieplaatsen.
Artikel 17
Ondersteuningsstaf
Er is een ondersteuningstaf in elk ministerie. De ondersteuningstaf is belast met operationele ondersteuningswerkzaamheden voor het ministerie op het gebied van secretarie, personeelszaken, informatietechnologie en financieel boekhoudkundig management.
Artikel 18
Overleg Secretarissen-generaal
- 1. Er is een Secretarissen-generaaloverleg.
- Het Secretarissen-generaaloverleg vindt ten minste één maal per twee maanden plaats of zoveel eerder op verzoek van een der Secretarissengeneraal.
- Het Secretarissen-overleg vergadert in beginsel in ieder geval over aangelegenheden:
a. die voor alle ministeries op soortgelijke wijze van belang zijn;
b. die ministerie overschrijdend zijn;
c. die door ten minste drie Secretarissen-generaal tezamen naar voren zijn gebracht.
- De Secretaris-generaal van het Ministerie van Algemene Zaken treedt op als voorzitter van het overleg.
- De Minister-President vergadert ten minste éénmaal per half jaar met de Secretarissen-generaal. De Minister-President is voorzitter van het overleg. Het bepaalde in het derde lid is van overeenkomstige toepassing.
- Een minister kan, voor zover het zijn beleidsterrein betreft, het Secretarissen-generaaloverleg bijeenroepen. De minister die het overleg bijeenroept, treedt op als voorzitter van het overleg. Het bepaalde in het derde lid is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 19
Ondersteunende organisatie
- a. De ondersteunende organisatie, ressorterend onder de Minister van Bestuur, Planning en Dienstverlening, heeft ten minste de volgende taken, voor zover niet behorende tot de specifieke zorg van de ondersteuningsstaf:
1º .de zorg voor de uitvoering van financiële taken voor de ministeries;
2º. de zorg voor de uitvoering van de taak van voorlichting voor de ministeries;
3º. de zorg voor de uitvoering van communicatietechnologische taken voor de ministeries;
4º. de zorg voor de uitvoering van personele taken voor de ministeries;
5º. de zorg voor de uitvoering van secretariële taken voor de ministeries;
6º, de zorg voor de uitvoering van faciliterende taken voor de ministeries;
7º. de zorg voor de uitvoering van documentaire taken voor de ministeries;
8º. de zorg voor de uitvoering van materiële en andere ondersteunende taken voor de ministeries.
b. De ondersteunende organisatie draagt zorg voor de operationele, administratief repeterende werkzaamheden, die vanwege de doelmatigheid optimaler op centraal niveau kunnen worden uitgevoerd.
- Aan het hoofd van de ondersteunende organisatie staat een directeur. Deze legt wat betreft de afhandeling van een aangelegenheid als bedoeld in het eerste lid, integraal verantwoording af aan de Secretaris- generaal van het Ministerie Bestuur, Planning en Dienstverlening.
- De ondersteunende organisatie wordt onderverdeeld in afdelingen inhoudende de in het eerste lid genoemde gebieden.
- De organisatie bestaat uit afdelingen. Aan het hoofd van een afdeling staat een afdelingshoofd, die voor de taakuitvoering van de afdeling integraal verantwoording schuldig is aan de directeur.
- De precieze taken, organisatiestructuur en het maximum aantal formatieplaatsen van de ondersteunende organisatie worden, met inachtneming van het overigens bij of krachtens deze landsverordening bepaalde, vastgelegd bij of krachtens landsbesluit, houdende algemene maatregelen. Artikel 14, derde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat bepalend is het maximum aantal aan de ondersteunende organisatie toegewezen formatieplaatsen.
Artikel 20
De in deze landsverordening genoemde onderwerpen betreffende de ministeries kunnen nader worden geregeld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen.
Artikel 21
Inwerkingtreding
Deze landsverordening treedt in werking op een bij landsbesluit te bepalen tijdstip.
Artikel 22
Citeertitel
Deze landsverordening wordt aangehaald als: Landsverordening ambtelijk bestuurlijke organisatie.