| Publicatienummer: | P.B. 2026, no. 106 (Geconsolideerde Tekst) |
| Categorie: | Geconsolideerde Tekst Landsverordening |
| Ministerie: | Financiën |
| Datum ondertekening: | 07-05-2026 |
| Datum inwerktreding: | 01-01-1943 |
| Geregistreerd in: |
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK IV Belastingen)
|
LANDSBESLUIT van de 7de mei 2026, no. 26/1273, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Landsverordening van de 31ste december 1942 houdende regeling van de invordering van belastingen, bijdragen en vergoedingen door middel van dwangschriften alsmede van de rechtspleging inzake van belastingen, bijdragen en vergoedingen (P.B. 1942, no. 246)
| Datum inwerkingtreding | Terugwerkende kracht tot en met | Datum ingetrokken | Betreft | Vindplaats | Zittingsjaar |
| 01-01-1943 | n.v.t. | n.v.t. | Geconsolideerde tekst | P.B. 2026, no. 106 (GT) | n.v.t. |
HOOFDSTUK I
Invordering door middel van dwangschriften
1. De dwangschriften bevatten, volgens een bij landsbesluit vastgesteld formulier:
a. wanneer het een kohierbelasting geldt, een volledig uittreksel uit het kohier;
b. in andere gevallen een zo volledig mogelijke aanduiding van degene tegen wie de vordering gericht wordt; de aard, de grondslag en het bedrag van de vordering; de titel van de vordering of de artikelen van de wettelijke regeling, waarop de vordering wordt gegrond;
c. in alle gevallen de last tot betaling.
2. Zij worden uitgevaardigd door de Ontvanger en zijn vrij van zegel.
3. (vervallen)
Misslagen in namen, kohieren, lijsten, aanslagbiljetten, kennisgevingen, aanmaningen of vervolgingsstukken voorkomende, brengen niet van rechtswege nietigheid van die stukken teweeg. In dergelijke gevallen blijft het oordeel over de nietigheid aan het oordeel van de rechter overgelaten, met dien verstande dat geen nietigheid wordt aangenomen, wanneer geen verschil kan bestaan over de persoon, die bedoeld is.
Wanneer de schuldenaar Curaçao metterwoon wil verlaten of gerechtvaardigde vrees bestaat voor verduistering van zijn goederen, alsmede in geval van inbeslagneming van die goederen vanwege het Land Curaçao of van verkoop daarvan ten gevolge van een beslagneming namens derden kan:
a. het dwangschrift zonder voorafgaande aanmaning of, indien reeds een aanmaning is uitgereikt, zonder verder verwijl worden uitgevaardigd;
b. het dwangschrift onmiddellijk na het bevel tot betaling, of, indien zodanig bevel reeds mocht zijn gedaan, zonder verder verwijl worden ten uitvoer gelegd.
Indien een dwangschrift, uitgevaardigd voor een gedeelte van het in te vorderen bedrag, ten uitvoer wordt gelegd door beslag, kan bij datzelfde dwangschrift het volle openstaande bedrag worden ingevorderd, mits dit bedrag in het dwangschrift is vermeld.
Behoudens in het geval dat een recht van terugvordering bestaat jegens degene die een zaak onrechtmatig of van een onbevoegde heeft verkregen, kunnen derden echter nimmer verzet in rechte doen tegen de inbeslagneming ter zake van belastingen, bijdragen, vergoedingen, verhogingen en boeten, van roerende zaken, tot stoffering van een huis of ten gebruike van een plantage dienende, alsmede van ingeoogste vruchten, wanneer die zaken of vruchten zich tijdens de inbeslagneming bevinden in het bezit van de schuldenaar of in het huis, op de plantage of het erf, door hem bewoond of bij hem in gebruik.
De kosten van vervolging, interest en boeten zijn ten laste van de nalatige.
HOOFDSTUK II
Rechtspleging
Alle rechtsvorderingen tot betaling van belastingen, bijdragen of vergoedingen of teruggaven van te dier zake onverschuldigd betaalde bedragen, alsmede alle strafvervolgingen wegens misdrijven in belastingzaken behoren tot de kennisneming van de rechter in eerste aanleg en in hoger beroep tot de kennisneming van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Behoudens de bepalingen van deze landsverordening worden burgerlijke rechtsvorderingen behandeld overeenkomstig het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, strafvervolgingen overeenkomstig het Wetboek van Strafvordering.
Wanneer een strafvervolging gepaard gaat met vordering van belasting, bijdrage, vergoeding of kosten, behoort de kennisneming daarvan mede tot bevoegdheid van de strafrechter.
Waar in wettelijke regelingen ten aanzien van belastingen, bijdragen en vergoedingen op de overtreding een geldboete tot een bepaald bedrag als straf is gesteld, geldt dit bedrag voor de toepassing van artikel 1:149 van het Wetboek van Strafrecht als het daarbedoelde maximum.
(vervallen)