Landsverordening toezicht virtuele activa dienstverleners - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Landsverordening toezicht virtuele activa dienstverleners

Publicatienummer: P.B. 2025, no. 18
Categorie: Landsverordening
Ministerie: Financiën
Datum ondertekening: 13-03-2025
Datum inwerktreding: 01-07-2025
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK X Economische aangelegenheden)


LANDSVERORDENING van de 13de maart 2025 houdende regels inzake het toezicht op virtuele activa dienstverleners (Landsverordening toezicht virtuele activa dienstverleners)

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats Zittingsjaar
zie inwerkingtreding landsverordening     n.v.t.     n.v.t. uitvoering van art. 135 Lvo. toezicht virtuele activa dienstverleners P.B. 2025, no. 91 n.v.t.
01-07-2025

m.u.v. artt. 15 lid 1, onderdelen c en d, en 37, lid 2, onderdeel b.

n.vt. n.v.t. Nieuwe regeling P.B. 2025, no. 18 2024-2025-232

 

Hoofdstuk I
Algemene bepalingen

Artikel 1

Begripsbepaling

  1. In deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
    a. Bank: Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten;
    b. cliënt: gebruiker of toekomstige gebruiker van diensten, verleend door een virtuele activa dienstverlener;
    c. emittent: een rechtspersoon die enigerlei type virtuele activa uitgeeft;
    d. externe deskundige: een externe deskundige als bedoeld in artikel 121, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
    e. fiduciaire valuta: chartaal, giraal en digitaal geld dat door een centrale bank of een overheid wordt uitgegeven of gegarandeerd;
    f. gekwalificeerde deelneming: een rechtstreeks of middellijk belang van ten minste 10% van het nominaal kapitaal van een onderneming of instelling, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van ten minste 10% van de stemrechten in een onderneming of instelling, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van een daarmee vergelijkbare zeggenschap in een onderneming of instelling;
    g. Minister: Minister van Financiën;
    h. stablecoin: virtuele activa waarvan de emittent beoogt de waarde te stabiliseren door de waarde ervan te koppelen aan de waarde van een of meer andere activa;
    i. toegangsmiddelen: instrumenten met de mogelijkheid om zeggenschap over virtuele activa uit te oefenen;
    j. toestemming: toestemming als bedoeld in artikel 47, eerste lid, tenzij uit het zinsverband duidelijk anders blijkt;
    k. toezichthoudende instantie: een overheidsinstantie respectievelijk een van overheidswege aangewezen instantie die belast is met het toezicht op financiële markten of op rechtspersonen, vennootschappen of natuurlijke personen die op die markten werkzaam zijn, alsmede een overheidsinstantie, respectievelijk een van overheidswege aangewezen instantie die belast is met het toezicht op de naleving van wettelijke regelingen ter zake van de bestrijding van witwassen en de financiering van terrorisme;
    l.virtuele activa: een digitale weergave van waarde of van rechten die digitaal kan worden verhandeld of overgedragen, en die:
    1º kan worden gebruikt voor betalingsdoeleinden;
    2º kan worden gebruikt voor beleggings- of investeringsdoeleinden; of,
    3º de houder het recht geeft op dan wel toegang tot een bestaand of toekomstig product, applicatie of dienst.
    Uitgezonderd zijn digitale weergaven van fiduciaire valuta, effecten en andere
    financiële activa waaromtrent het toezicht in een andere landsverordening is geregeld;
    m.virtuele activa dienstverlener: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een of meer van de volgende activiteiten uitvoert of handelingen verricht voor of namens een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon:
    1º uitwisselen tussen virtuele activa en fiduciaire valuta;
    2º uitwisselen tussen één of meer vormen van virtuele activa;
    3º overdragen van virtuele activa;
    4º bewaren of beheren van virtuele activa of van toegangsmiddelen; of
    5º deelnemen aan en verlenen van financiële diensten in verband met de uitgifte,    aankoop of verkoop van virtuele activa;
    n. white paper: document dat objectief alle relevante informatie bevat welke nuttig is voor het nemen van een weloverwogen beslissing met betrekking tot de aankoop of omwisseling van virtuele activa;
    o.  zetel: plaats waar een virtuele activa dienstverlener volgens zijn statuten of reglementen is gevestigd dan wel, indien hij geen rechtspersoon is, de plaats waar de virtuele activa dienstverlener zijn hoofdvestiging heeft.
  2. Waar in deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt gesproken over ‘dienstverlener’ wordt daarmee een virtuele activa dienstverlener bedoeld.
  3. Waar in deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt gesproken over ‘algemeen verbindend voorschrift’ wordt daarmee een regeling met algemene werking als bedoeld in artikel 2, onderdeel i, van de Staatsregeling bedoeld.

Artikel 2

Wijziging van de definitiebepaling

  1. Indien de definitie van virtuele activa of virtuele activa dienstverlener in Aanbeveling 15 van de International Standards on Combating Money Laundering and the Financing of Terrorism & Proliferation van de Financial Action Task Force te Parijs wordt gewijzigd kan artikel 1, onderdeel l of m, door de Minister, gehoord de Bank, bij ministeriële regeling met algemene werking dienovereenkomstig worden gewijzigd.
  2. Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de Financial Action Task Force te Parijs in de toelichting op Aanbeveling 15 of enig ander document de betekenis van virtuele activa of virtuele activa dienstverlener wijzigt.

Hoofdstuk II
Algemene bepalingen

Artikel 3

Taken en bevoegdheden van de Bank

De Bank is ten aanzien van virtuele activa dienstverleners belast met:
a. het beslissen omtrent een vergunning, vrijstelling, ontheffing of toestemming;
b. het bijhouden van het register, bedoeld in artikel 18;
c. het uitoefenen van toezicht op bedoelde dienstverleners;
d. het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften, bevattende regels of nadere regels op de in deze landsverordening genoemde terreinen;
e. het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften, bevattende regels of nadere regels van technische of organisatorische aard ter uitvoering van aanbevelingen en regelingen van internationale of intergouvernementele organisaties; en,
f. het handhaven van deze landsverordening.

Artikel 4

Algemeen verbindende voorschriften

  1. Algemeen verbindende voorschriften als bedoeld in artikel 3, onderdelen d en e, worden in de Engelse of in de Nederlandse taal gesteld.
  2. Algemeen verbindende voorschriften stellen regels of nadere regels betreffende:
    a. bestuur, inrichting en zeggenschapsstructuur als bedoeld in paragraaf 2 van hoofdstuk V;
    b. financiële waarborgen als bedoeld in paragraaf 3 van hoofdstuk V;
    c. integere en beheerste bedrijfsvoering als bedoeld in paragraaf 4 van hoofdstuk V;
    d. interoperabiliteit, efficiency en de beveiliging van systemen;
    e. informatieverstrekking aan de Bank en aan het publiek;
    f. klachtenbehandeling als bedoeld in artikel 45;
    g. cliëntenbescherming als bedoeld in artikel 46;
    h. waarborgen van de goede werking van het betalingsverkeer;
    i. verplichtingen voor het verlenen van specifieke diensten als bedoeld in hoofdstuk VI; en,
    j. uitgifte en terugbetaling door emittenten.
  3. Een virtuele activa dienstverlener in het bezit van een vergunning, vrijstelling of ontheffing, is verplicht zich te houden, alsmede zich te blijven houden aan de door de Bank vastgestelde algemeen verbindende voorschriften.

Artikel 5

Aanwijzing en overleg representatieve organisatie

  1. De Minister kan, gehoord de Bank, een of meer organisaties van virtuele activa dienstverleners aanwijzen als representatieve organisatie.
  2. De Bank pleegt zo vaak als zij dit nodig acht, doch ten minste éénmaal per jaar, overleg met de krachtens het eerste lid aangewezen representatieve organisatie omtrent het beleid inzake het toezicht op de dienstverleners.
  3. Alvorens de Bank algemeen verbindende voorschriften vaststelt of wijzigt, pleegt de Bank, ingeval uitvoering is gegeven aan het eerste lid, overleg met de door de Minister ingevolge dat lid aangewezen representatieve organisaties.
  4. Ingeval dringende omstandigheden een spoedige inwerkingtreding van een algemeen verbindend voorschrift noodzakelijk maken, blijft het bepaalde in het derde lid buiten toepassing.
  5. Onder dringende omstandigheden als bedoeld in het vierde lid worden in ieder geval verstaan een onverwachte onderbreking van de dienstverlening, of een onverwacht besluit van een ander land met ernstige negatieve gevolgen voor veel consumenten in Curaçao.
  6. Een algemeen verbindend voorschrift dat met toepassing van het vierde lid is vastgesteld, vervalt met ingang van de eerste dag van de tiende kalendermaand na de datum van vaststelling.

Artikel 6

Goedkeuring en schorsing van algemeen verbindende voorschriften 

  1. De Bank legt de algemeen verbindende voorschriften, bedoeld in deze landsverordening, ter goedkeuring voor aan de Minister.
  2. De Minister kan in het geval dat de algemeen verbindende voorschriften in strijd zijn met de wet, een verdrag of een bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie of met het algemeen belang en de Bank de geconstateerde onvolkomenheid na overleg niet heeft weggenomen, weigeren de goedkeuring te verlenen.
  3. De goedkeuring wordt geacht te zijn gegeven indien de Minister binnen vier weken na het overleggen van de algemeen verbindende voorschriften, niet heeft gereageerd.
  4. De algemeen verbindende voorschriften, bedoeld in deze landsverordening, treden in werking op een in die voorschriften te bepalen tijdstip doch niet eerder dan de bekendmaking ervan in het Publicatieblad. De Bank plaatst de voorschriften digitaal op de website van de Bank.
  5. De opdracht tot publicatie van algemeen verbindende voorschriften wordt door de Bank niet eerder gedaan dan nadat deze zijn goedgekeurd door de Minister.
  6. Algemeen verbindende voorschriften van de Bank, die in strijd zijn met het recht of het algemeen belang, kunnen bij landsbesluit worden geschorst en vernietigd. De voordracht tot vernietiging geschiedt, gehoord de Raad van Advies, in overeenstemming met het gevoelen van de Raad van Ministers. Een schorsing bedraagt maximaal vier weken, tenzij binnen die vier weken de Raad van Advies wordt gehoord. Indien de Raad van Advies wordt gehoord, bedraagt een schorsing maximaal vier weken na de dag waarop het advies van die raad is uitgebracht.

Artikel 7

Algemene bepalingen over vrijstellingen en ontheffingen

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 15, eerste lid, kan bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, gehoord de Bank, aan categorieën virtuele activa dienstverleners vrijstelling worden verleend van bij of krachtens deze landsverordening gestelde regels, mits de belangen die deze landsverordening beoogt te beschermen, zich daartegen niet verzetten. De Bank besluit of een dienstverlener in aanmerking komt voor een vrijstelling.
  2. De Bank kan aan een dienstverlener ontheffing verlenen van de bij of krachtens deze landsverordening gestelde regels, mits de belangen die deze landsverordening beoogt te beschermen, zich daartegen niet verzetten.

Artikel 8

Beperkingen en voorschriften

Aan een vergunning, vrijstelling, ontheffing of toestemming kunnen door de Bank te allen tijde beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden in het belang van de ontwikkeling en instandhouding van een gezonde financiële sector, gezond betalingsverkeer, het te voeren monetaire beleid en het deviezenverkeer, alsmede ter bescherming van de belangen van de cliënten.

Artikel 9

Procedurele bepalingen

  1. Tenzij in deze landsverordening anders is bepaald wordt een bericht, aanvraag, verzoek of besluit aan de geadresseerde uitgereikt of toegezonden:
    a. door uitreiking in persoon;
    b. per post; of,
    c. langs elektronische weg.
  2. Indien bij of krachtens deze landsverordening wordt voorgeschreven dat een bericht, aanvraag, verzoek of besluit aangetekend wordt verzonden, wordt het bericht, de aanvraag, het verzoek of het besluit aan de geadresseerde uitgereikt of toegezonden:
    a. door uitreiking in persoon met een bewijs dat de uitreiking heeft plaats gehad;
    b. per post met bewijs van ontvangst; of,
    c. langs elektronische weg met een automatisch vervaardigde leesbevestiging.
  3. Een besluit tot verlening, wijziging of intrekking van een vergunning, vrijstelling, ontheffing of toestemming wordt aangetekend verzonden.
  4. De aanvrager verschaft aan de Bank alle gegevens en bescheiden die verband houden met een aanvraag of de aard van het uit te oefenen bedrijf van de aanvrager, en alle door de Bank verzochte nadere gegevens en bescheiden ter uitvoering van deze landsverordening.
  5. De Bank beslist binnen 60 dagen na de datum van ontvangst van een volledige aanvraag op die aanvraag en ontvangst van het bedrag, bedoeld in artikel 72, eerste lid, en deelt haar besluit aangetekend mee aan de aanvrager.
  6. Indien de aanvraag onvolledig is, kan de Bank de aanvrager verzoeken de aanvraag binnen 30 dagen aan te vullen met de benodigde gegevens en bescheiden. De Bank beslist binnen 60 dagen na ontvangst van alle voor het nemen van de beslissing benodigde aanvullende gegevens.
  7. Een besluit tot verlening van een vergunning, vrijstelling of ontheffing wordt binnen zeven dagen na de dagtekening ervan digitaal bekendgemaakt op de website van de Bank.
  8. Een vergunning, vrijstelling of ontheffing, verleend op grond van deze landsverordening, is niet overdraagbaar en kan niet van rechtswege overgaan op een natuurlijke persoon of op een andere rechtspersoon.
  9. Een toestemming, verleend op grond van deze landsverordening, is niet overdraagbaar en kan niet van rechtswege overgaan op een andere natuurlijke- of rechtspersoon.
  10. Een virtuele activa dienstverlener die een aanvraag van een vergunning, vrijstelling of ontheffing heeft ingediend, stelt, zolang de Bank niet over die aanvraag heeft beslist, de Bank onverwijld in kennis van elke verandering in zijn situatie die relevant is voor die beslissing.

Artikel 10

Weigeren van een aanvraag 

De Bank kan de aanvraag van een vergunning, vrijstelling, ontheffing of toestemming weigeren, indien:
a. zij gronden heeft om aan te nemen dat de virtuele activa dienstverlener deze heeft aangevraagd om zich te onttrekken aan de regelgeving inzake het toezicht op die dienstverlener in een ander land;
b. de structuur van de groep waarvan de virtuele activa dienstverlener deel uitmaakt zodanig is dat de Bank of de instantie van het land van herkomst die met het toezicht op die dienstverlener is belast, onvoldoende adequaat en effectief toezicht, onderscheidenlijk geconsolideerd toezicht kan uitoefenen op de aanvrager van de vergunning, vrijstelling, ontheffing of toestemming;
c. zij van oordeel is dat het verlenen van de vergunning, vrijstelling, ontheffing of toestemming in strijd is of zou kunnen zijn met een gezonde financiële sector, gezond betalingsverkeer, het te voeren monetaire beleid en het deviezenverkeer alsmede ter bescherming van de belangen van cliënten, met het oog op de belangen die deze landsverordening beoogt te beschermen;
d. de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens en bescheiden heeft verstrekt, dan wel omstandigheden of feiten heeft verzwegen die van belang zijn voor een zorgvuldige beoordeling van de aanvraag;
e. de virtuele activa dienstverlener met personen of rechtspersonen is verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur die in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op die dienstverlener; of,
f. zij van oordeel is dat de Bank of de instantie van het land van herkomst van de betrokken virtuele activa dienstverlener, die met het toezicht op die dienstverlener is belast, onvoldoende adequaat en effectief toezicht, onderscheidenlijk toezicht op geconsolideerde basis kan uitoefenen.

Artikel 11

Wijzigen, intrekken, beperkingen stellen, of nadere voorschriften geven

  1.  De Bank kan een door haar verleende vergunning, vrijstelling, ontheffing of toestemming geheel of gedeeltelijk wijzigen, intrekken, dan wel daaraan beperkingen stellen of nadere voorschriften verbinden, indien:
    a. de houder ervan zulks verzoekt. Binnen 60 dagen na ontvangst van een zodanig verzoek wordt daarop door de Bank beslist;
    b. bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens en bescheiden zijn verstrekt, en kennis omtrent de juiste en volledige gegevens en bescheiden tot een andere beslissing zou hebben geleid;
    c. bij de aanvraag omstandigheden of feiten zijn verzwegen op grond waarvan, indien zij voor het tijdstip waarop de vergunning, vrijstelling, ontheffing of toestemming werd verleend zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest, de vergunning, vrijstelling, ontheffing of toestemming zou zijn geweigerd;
    d. de Bank dit noodzakelijk acht in het belang van de ontwikkeling en instandhouding van een gezonde financiële sector, gezond betalingsverkeer, het te voeren monetaire beleid en het deviezenverkeer alsmede ter bescherming van de belangen van de cliënten, met het oog op de belangen die deze landsverordening beoogt te beschermen;
    e. de houder ervan niet meer voldoet aan de bij of krachtens deze landsverordening gestelde regels dan wel niet meer voldoet aan de aan de vergunning, vrijstelling, ontheffing of toestemming gestelde beperkingen of verbonden voorschriften;
    f. de houder ervan niet is aangevangen met zijn bedrijf, binnen een door de Bank gestelde termijn na het verlenen van de vergunning, vrijstelling, ontheffing of toestemming;
    g. de houder kennelijk niet langer gebruik maakt van de hem verleende vergunning, vrijstelling, ontheffing of toestemming;
    h. de rechtspersoon wordt ontbonden;
    i. uit een door een externe deskundige afgegeven verklaring omtrent de getrouwheid van een bij de Bank ingediende jaarrekening niet blijkt dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de grootte en samenstelling van het vermogen van de virtuele activa dienstverlener en van het resultaat over het desbetreffende boekjaar;
    j. de houder ervan in staat van faillissement is komen te verkeren;
    k. de houder ervan niet voldoet aan een aanwijzing van de Bank;
    l. de houder ervan de bij of krachtens de Landsverordening identificatie bij dienstverlening , de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties , de Sanctielandsverordening , de Rijkssanctiewet  of een andere wettelijke regeling ter zake van de voorkoming en bestrijding van witwassen en van financiering van terrorisme of van de proliferatie van massavernietigingswapens gestelde regels, naar het oordeel van de Bank, niet of onvoldoende naleeft;
    m. de houder ervan kennelijk niet meer voldoet aan de definitie van een virtuele activa dienstverlener;
    n. de houder misbruik of oneigenlijk gebruik maakt van de hem verleende vergunning, vrijstelling, ontheffing of toestemming;
    o. de structuur van de groep waarvan de virtuele activa dienstverleners deel uitmaakt zodanig wordt gewijzigd dat de Bank of de instantie van het land van herkomst die met het toezicht op de dienstverlener is belast, onvoldoende adequaat en effectief toezicht, onderscheidenlijk geconsolideerd toezicht kan uitoefenen op de houder van de vergunning, vrijstelling, ontheffing of toestemming; of,
    p. indien andere feiten en omstandigheden die betrekking hebben op degene voor wie de vergunning, vrijstelling, ontheffing of toestemming geldt, dit vereisen.
  2. Het besluit tot wijziging of intrekking van, respectievelijk het besluit om beperkingen te stellen of voorschriften te verbinden aan een verleende vergunning, vrijstelling, ontheffing of toestemming, of de weigering ervan, is met redenen omkleed. In het geval de Bank besluit om alsnog beperkingen te stellen of voorschriften te verbinden als bedoeld in de eerste volzin, wordt het tijdstip aangegeven waarop de beperking of het voorschrift van kracht wordt.
  3. Het besluit tot wijziging of intrekking van een verleende vergunning, vrijstelling of ontheffing wordt zo spoedig mogelijk nadat het besluit onherroepelijk is geworden, digitaal bekendgemaakt op de website van de Bank.
  4. Indien de Bank zulks noodzakelijk acht in het belang van de ontwikkeling en instandhouding van een gezonde financiële sector, gezond betalingsverkeer, het te voeren monetaire beleid en het deviezenverkeer dan wel de belangen van de cliënten, maakt de Bank de redenen voor de intrekking bekend bij de bekendmaking, bedoeld in het derde of vijfde lid.
  5. De Bank kan, indien zij dit in het belang van de klanten van de virtuele activa dienstverlener nodig acht, het besluit en de redenen voor de intrekking eveneens op een andere door haar te bepalen wijze bekendmaken. De kosten van de bekendmaking komen ten laste van de betrokken dienstverlener.
  6. De Bank kan de bekendmaking, bedoeld in het derde of vijfde lid, tot een nader door haar te bepalen tijdstip aanhouden, indien openbaarmaking ernstige schade aan de belangen van de klanten van de virtuele activa dienstverlener zou kunnen toebrengen.
  7. Indien de Bank een vergunning, vrijstelling of ontheffing intrekt, kan zij bij haar beslissing tot intrekking bepalen dat de houder ervan zijn bedrijf of activiteiten als virtuele activa dienstverlener binnen een door de Bank te bepalen termijn geheel beëindigt, met inachtneming van door de Bank gegeven aanwijzingen. De Bank kan daarbij de uitoefening van de bevoegdheid van de virtuele activa dienstverlener om over zijn waarden te beschikken beperken of hem verbieden om – anders dan met voorafgaande machtiging van de Bank – over deze waarden te beschikken.
  8. Indien de Bank een vergunning, vrijstelling of ontheffing intrekt, kan zij bij haar beslissing tot intrekking bepalen dat de houder ervan zijn bedrijf of activiteiten als virtuele activa dienstverlener voortzet totdat de intrekking onherroepelijk is geworden, met inachtneming van de bij of krachtens deze landsverordening gestelde regels, alsmede de voorschriften verbonden aan en de beperkingen gesteld bij de vergunning, vrijstelling of ontheffing.
  9. De Bank kan de virtuele activa dienstverlener waarvan de vergunning, vrijstelling of ontheffing is ingetrokken, per aangetekende brief een aanwijzing geven, dat vanaf het tijdstip van intrekking van de vergunning, vrijstelling of ontheffing alle of bepaalde organen van de dienstverlener hun bevoegdheden slechts mogen uitoefenen na goedkeuring door één of meer door de Bank daartoe benoemde personen en met inachtneming van de opdrachten van deze personen, welke aanwijzing terstond van kracht wordt. De Bank kan in de aanwijzing bepalen dat het bepaalde in de artikelen 78 en 79 van overeenkomstige toepassing is.
  10. Het is de virtuele activa dienstverlener verboden te handelen in strijd met:
    a. een aanwijzing van de Bank als bedoeld in dit artikel of in de artikelen 59, derde lid, 60, vierde lid, of 77, of een aanwijzing als bedoeld in artikel 70, vijfde lid;
    b. een beperking of voorschrift als bedoeld in artikel 8;
    c. een verplichting als bedoeld in artikel 20; of,
    d. een voorwaarde als bedoeld in artikel 60, derde lid.
  11. Tot aan het tijdstip van beëindiging van het bedrijf of de activiteiten wordt de houder van een ingetrokken vergunning, vrijstelling of ontheffing aangemerkt als houder van een geldige vergunning, vrijstelling, respectievelijk ontheffing.

Artikel 12

Aanvang van het bedrijf of de activiteiten 

Indien de Bank een vergunning, vrijstelling of ontheffing heeft verleend tot het uitoefenen van een bedrijf of activiteiten als virtuele activa dienstverlener, meldt de houder ervan de daadwerkelijke aanvang van het bedrijf of de activiteiten binnen uiterlijk een maand aan de Bank.

Hoofdstuk III
Het vergunningstelsel

Artikel 13

Vergunning

  1. Het is verboden in of vanuit Curaçao als virtuele activa dienstverlener beroeps- of bedrijfsmatig actief te zijn zonder voorafgaande vergunning van de Bank.
  2. Een vergunning, vrijstelling of ontheffing wordt niet verleend aan een natuurlijke persoon.

Artikel 14

Ontheffing dienstverlener met zetel buiten Curaçao

  1. De Bank kan aan een virtuele activa dienstverlener met zetel buiten Curaçao ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in artikel 13, indien:
    a. de aanvrager zetel heeft in een door de Bank aan te wijzen land waar toezicht op het uitoefenen van het bedrijf van de dienstverlener wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze landsverordening beoogt te beschermen;
    b. de aanvrager een verklaring van ondertoezichtstelling overlegt, afgegeven door de toezichthoudende instantie van het onder a bedoelde land;
    c. de aanvrager een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap is of een andere door de Bank geaccepteerde met deze rechtspersonen vergelijkbare rechtsvorm heeft; en,
    d. het verlenen van een ontheffing naar het oordeel van de Bank niet strijdig is met de belangen die deze landsverordening beoogt te beschermen.
  2. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt niet verleend voor zover het betreft het aanbieden van diensten waaraan in het desbetreffende land of door de desbetreffende toezichthoudende instantie beperkingen zijn gesteld met betrekking tot de personen aan wie diensten mogen worden aangeboden. Aan een ontheffing als bedoeld in het eerste lid kan de Bank de voorwaarde verbinden dat de aanvrager een bijkantoor in Curaçao heeft.
  3. Bij een ontheffing als bedoeld in het eerste lid kan tevens een ontheffing van andere artikelen in deze landsverordening worden verleend.

Artikel 15

Voorwaarden voor een vrijstelling

  1. Van het verbod, bedoeld in artikel 13, is vrijgesteld:
    a. een kredietinstelling die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Landsverordening toezicht bank- en kredietwezen ;
    b. een effectenbemiddelaar of vermogensbeheerder die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 7 van de Landsverordening toezicht effectenbemiddelaars en vermogensbeheerders ;
    c. een beheerder van een FMI-systeem die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 17 van de Landsverordening toezicht beheerders FMI-systemen; of,
    d. een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 80 van de Landsverordening toezicht betaaldienstverleners;
    e. een effectenbeurs die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Landsverordening toezicht effectenbeurzen.
  2. De Bank besluit of een instelling in aanmerking komt voor een vrijstelling.
  3. Een dienstverlener als bedoeld in het eerste lid dient zijn aanvraag om in aanmerking te komen voor de vrijstelling in ten minste drie maanden voordat hij aanvangt met activiteiten als virtuele activa dienstverlener.
  4. Het verbod, bedoeld in artikel 13, is niet van toepassing op de Bank.

Artikel 16

Bij een aanvraag te verstrekken gegevens en bescheiden

  1. De aanvraag om afgifte van een vergunning als bedoeld in artikel 13 wordt niet als zodanig beschouwd en door de Bank niet in behandeling genomen, indien zij niet de volgende gegevens en bescheiden bevat:
    a. een opgave van de naam, het adres en de rechtsvorm van de aanvrager, en een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
    b. indien de aanvrager is ingeschreven in het handelsregister: een uittreksel van de Kamer van Koophandel en Nijverheid;
    c. de akte van oprichting, statuten en reglementen van de aanvrager;
    d. het aantal en de identiteit van de bestuurders, de leden van de raad van commissarissen en andere personen die het beleid van de aanvrager bepalen of medebepalen;
    e. de ingevulde persoonlijke vragenlijsten van de bestuurders, de leden van de raad van commissarissen, en andere personen die het beleid van de aanvrager bepalen of medebepalen, en van de houders van gekwalificeerde deelneming;
    f. indien de houder van een gekwalificeerde deelneming een rechtspersoon is, de ingevulde persoonlijke vragenlijsten van de personen die het dagelijks beleid van deze rechtspersoon bepalen of medebepalen, alsmede de bescheiden waaruit de omvang van de gekwalificeerde deelneming blijkt en waaruit de financiële positie en de juridische groepsstructuur van de houder van een gekwalificeerde deelneming blijkt;
    g. de ingevulde persoonlijke vragenlijsten van de personen die bij de aanvrager functies bekleden ter voorkoming en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering;
    h. een jaarrekening of openingsbalans van de aanvrager, die moet zijn voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid van de gegevens daarin, ondertekend door een externe deskundige;
    i. een uiteenzetting van de werkzaamheden die de aanvrager voornemens is te verrichten alsmede het bedrijfsplan waarin minimaal is opgenomen een schematisch overzicht van de activiteiten, de geldstroom, de strategie, financiële prognose, een herstelplan en een afwikkelplan;
    j. een beschrijving van het voorgenomen beleid en de procedures en maatregelen voor een integere en beheerste uitoefening van het bedrijf;
    k. een beschrijving van de formele en feitelijke zeggenschapsstructuur en, indien de aanvrager deel uitmaakt van een groep, de groepsstructuur, de identiteiten van degenen die het beleid van de groep bepalen of mede bepalen;
    l. indien de aanvrager voornemens is werkzaamheden op structurele basis uit te besteden aan een derde, de overeenkomst waarin deze uitbesteding is geregeld;
    m. een beschrijving van het voorgenomen beleid ter zake van het voorkomen van belangenconflicten tussen de aanvrager en zijn cliënten en zijn cliënten onderling overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3, onderdelen d of e, of 35, derde lid, onderdeel b;
    n. een beschrijving van de werkzaamheden van de aanvrager in een ander land dan Curaçao;
    o. een beschrijving van de netwerk-infrastructuur, van de geautomatiseerde systemen, van de software die de primaire processen van de aanvrager ondersteunt, en van de organisatorische maatregelen ter bevordering van de beveiliging, integriteit en continuïteit van het betalingsproces;
    p. gegevens op basis waarvan de Bank kan beoordelen dat is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3, onderdelen d of e, of 28 met betrekking tot het minimum eigen vermogen alsmede het volgestort aanvangskapitaal;
    q. gegevens op basis waarvan de Bank kan beoordelen dat is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3, onderdelen d of e, of 29 met betrekking tot de solvabiliteit;
    r. een beschrijving van de procedures voor de behandeling van klachten;
    s. een beschrijving van de interne regels en procedures bij het uitwisselen, het uitvoeren van orders en van het bewaringsbeleid van de virtuele activa;
    t. gegevens specifiek voor emittenten, zoals het protocol voor het valideren en terugbetalen van virtuele valuta, mechanismen voor het creëren, uitgeven en vernietigen van virtuele valuta, en distributie door derden; en,
    u. overige gegevens en bescheiden waarvan de Bank heeft bepaald dat zij nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
  2. De aanvraag om in aanmerking te komen voor een vrijstelling als bedoeld in artikel 15 wordt niet als zodanig beschouwd en door de Bank niet in behandeling genomen, indien zij niet de gegevens en bescheiden, bedoeld in het eerste lid en in artikel 17, bevat.
  3. De aanvraag om afgifte van een ontheffing als bedoeld in artikel 14 wordt niet als zodanig beschouwd en door de Bank niet in behandeling genomen, indien zij niet de gegevens en bescheiden bevat, welke de Bank nodig acht voor een deugdelijke beoordeling van de aanvraag.
  4. Een melding als bedoeld in artikel 134 wordt niet als zodanig beschouwd en door de Bank niet in behandeling genomen, indien zij niet de gegevens en bescheiden bevat, welke de Bank nodig acht voor een deugdelijke beoordeling van de aanvraag.
  5. De Bank kan besluiten dat een aanvrager één of meer van de gegevens of bescheiden als bedoeld in de bovengenoemde leden van dit artikel niet behoeft over te leggen, indien deze aanvrager aantoont dat de doeleinden die deze landsverordening beoogt te bereiken anderszins voldoende zijn bereikt.
  6. Het model van de persoonlijke vragenlijsten als bedoeld in het eerste lid, onderdelen e, f en g, wordt door de Bank vastgesteld.

Artikel 17

Voorwaarden vergunning of vrijstelling

De Bank verleent op aanvraag aan een rechtspersoon een vergunning of een vrijstelling als bedoeld in de artikelen 7 of 15 indien:
a. de aanvrager aantoont dat zal worden voldaan aan de regels, gesteld bij of krachtens deze landsverordening, die op de aanvrager van toepassing zullen zijn;
b. de statutaire doelomschrijving van de aanvrager overeenkomt met de voorgenomen activiteiten;
c. de Bank geen reden heeft om aan te nemen dat de aanvrager activiteiten kan ontplooien op terreinen die buiten de statutaire doelomschrijving liggen, dan wel een gevaar voor een gezonde financiële sector, betalingsverkeer, het te voeren monetaire beleid, of het deviezenverkeer kunnen inhouden; en,
de aanvrager aantoont in staat te zijn om zijn voornemens ten uitvoer te brengen en om te voldoen aan de van toepassing zijnde regels, gesteld bij of krachtens deze landsverordening, de Landsverordening identificatie bij dienstverlening, de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties, de Sanctielandsverordening, de Rijkssanctiewet of een andere wettelijke regeling ter zake van de voorkoming en bestrijding van witwassen en van financiering van terrorisme of van de proliferatie van massavernietigingswapens.

Hoofdstuk IV
Het register

Artikel 18

Openbaar register

  1. Er is een openbaar register van virtuele activa dienstverleners.
  2. De Bank draagt zorg voor de inschrijving in het register van virtuele activa dienstverleners en maakt daarbij onderscheid tussen dienstverleners die actief zijn op grond van een vergunning, vrijstelling of ontheffing.
  3. De Bank draagt zorg voor de doorhaling in het register van een dienstverlener:
    a. waarvan de vergunning, vrijstelling of ontheffing is ingetrokken;
    b. die een melding als bedoeld in artikel 19, eerste lid, heeft gedaan; of,
    c. die om andere redenen zijn werkzaamheden als virtuele activa dienstverlener heeft beëindigd.
  4. Het register wordt ingericht op een door de Bank te bepalen wijze en wordt gepubliceerd op de website van de Bank.

Artikel 19

Inschrijving of doorhaling in het register

  1. Indien een virtuele activa dienstverlener die in het register is opgenomen, het voornemen heeft om zijn werkzaamheden als virtuele activa dienstverlener te beëindigen, meldt hij dit voornemen zo spoedig mogelijk doch uiterlijk twee maanden tevoren aan de Bank. Binnen een maand na de beëindiging van zijn werkzaamheden bericht de dienstverlener de Bank dat hij zijn werkzaamheden als virtuele activa dienstverlener heeft beëindigd.
  2. Van de inschrijving of doorhaling in het register wordt door de zorg van de Bank binnen twee weken na de dag waarop zij heeft plaatsgehad, mededeling gedaan op de website van de Bank en in de Landscourant. Indien van toepassing wordt bij doorhaling vermeld dat het desbetreffende besluit nog niet onherroepelijk is.
  3. In de maand januari van elk jaar draagt de Bank zorg voor de bekendmaking van een afschrift van het register voor zover het betreft de gegevens, bedoeld in artikel 18, naar de stand van 31 december van het voorgaande jaar in de Landscourant.

Hoofdstuk V
Algemene bepalingen betreffende virtuele activa dienstverleners

§ 1 Verrichten van andere werkzaamheden in een andere rechtspersoon

Artikel 20

Indien een virtuele activa dienstverlener tevens werkzaamheden verricht die geen verband houden met werkzaamheden als virtuele activa dienstverlener, kan de Bank de dienstverlener verplichten die werkzaamheden te doen verrichten in een aparte rechtspersoon, indien het verrichten van die werkzaamheden afbreuk doet of dreigt te doen aan:
a. de financiële waarborgen, bedoeld in paragraaf 3 van hoofdstuk V, van de dienstverlener; of,
b. het toezicht op de naleving van deze landsverordening.

§ 2 Bestuur, inrichting en zeggenschapsstructuur

Artikel 21

Minimaal twee dagelijks beleidsbepalers 

  1. Ten minste twee natuurlijke personen bepalen het dagelijks beleid van een virtuele activa dienstverlener.
  2. Ten minste één natuurlijke persoon die het dagelijks beleid van een virtuele activa dienstverlener bepaalt, heeft zijn woonplaats in Curaçao en is in de basisadministratie, bedoeld in artikel 2 van de Landsverordening basisadministratie persoonsgegevens , opgenomen.

Artikel 22

Raad van Commissarissen

  1. De Bank kan algemeen verbindende voorschriften vaststellen met betrekking tot het aantal leden van de raad van commissarissen of dat van een ander orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken binnen de virtuele activa dienstverlener.
  2. De Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het bepaalde bij of krachtens het eerste lid indien de aanvrager naar genoegen van de Bank aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die die regels beogen te bereiken anderszins worden bereikt.

Artikel 23

Geschiktheid beleidsbepalers, medebeleidsbepalers, en leden van de raad van commissarissen 

  1. Het dagelijks beleid van een virtuele activa dienstverlener wordt bepaald of mede bepaald door personen die, naar het oordeel van de Bank, zowel individueel als collectief, geschikt zijn in verband met de uitoefening van het bedrijf van de dienstverlener en de uitoefening van hun functie. Indien er een raad van commissarissen is, bestaat deze uit personen die, zowel individueel als collectief, geschikt zijn in verband met de uitoefening van hun functie.
  2. Het overige personeel van een virtuele activa dienstverlener beschikt over de nodige vakbekwaamheid, kennis en deskundigheid.
  3. Een virtuele activa dienstverlener besteedt werkzaamheden slechts uit aan een derde indien deze over de nodige vakbekwaamheid, kennis en deskundigheid beschikt.

Artikel 24

Eed of belofte 

  1. De Bank kan in een algemeen verbindend voorschrift, bedoeld in artikel 3, onderdeel d, bepalen dat beleidsbepalers, medebeleidsbepalers en leden van de raad van commissarissen in handen van de Voorzitter of een ander lid van de Raad van bestuur van de Bank een eed of belofte afleggen alvorens zij hun functie aanvaarden.
  2. De eed of belofte, bedoeld in het eerste lid, luidt:
    “Ik zweer (verklaar) binnen de grenzen van mijn functie die ik op enig moment in de financiële sector vervul:
    dat ik mijn functie integer en zorgvuldig zal uitoefenen;
    dat ik een zorgvuldige afweging maak tussen de belangen van alle partijen die bij de instelling zijn betrokken, te weten die van de klanten, de aandeelhouders, de werknemers en de samenleving waarin de instelling opereert;
    dat ik in die afweging het belang van de klant centraal zal stellen;
    dat ik mij zal gedragen naar de wetten, de reglementen en de gedragscodes die op mij van toepassing zijn;
    dat ik geheim zal houden wat mij is toevertrouwd;
    dat ik geen misbruik zal maken van mijn kennis;
    dat ik mij open en toetsbaar zal opstellen en mijn verantwoordelijkheid voor de samenleving ken;
    dat ik mij zal inspannen om het vertrouwen in de financiële sector te behouden en te bevorderen.
    Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!” (Dat verklaar en beloof ik!”).

Artikel 25

Betrouwbaarheid beleidsbepalers, medebeleidsbepalers, en leden van de raad van commissarissen 

  1. Het beleid van een virtuele activa dienstverlener wordt bepaald of mede bepaald door personen van wie, naar het oordeel van de Bank, de betrouwbaarheid buiten twijfel staat. Indien binnen de instelling een raad van commissarissen is, bestaat deze uit personen van wie, naar het oordeel van de Bank, de betrouwbaarheid buiten twijfel staat.
  2. De betrouwbaarheid van een persoon staat buiten twijfel, wanneer die betrouwbaarheid eenmaal door de Bank voor de toepassing van deze landsverordening is vastgesteld, zolang niet een wijziging in de relevante feiten en omstandigheden bekend wordt die een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling.

Artikel 26

Deugdelijk ondernemingsbestuur 

  1. Een virtuele activa dienstverlener voert een adequaat beleid voor een deugdelijk ondernemingsbestuur, en richt zijn corporate governance structuur zodanig in dat een deugdelijk ondernemingsbestuur is gewaarborgd.
  2. Het beleid en de structuur, bedoeld in het eerste lid, gaan in ieder geval in op:
    a. de vastlegging en invulling van de taken, verantwoordelijkheden en werkwijze van het bestuur en de raad van commissarissen;
    b. de geschiktheid, zowel individueel als collectief, van de bestuurders en commissarissen;
    c. de vaststelling en uitvoering van een duidelijke strategie en doelstellingen;
    d. de vaststelling, uitvoering, monitoring en waar nodig bijstelling van het algehele risicobeleid;
    e. de systematische controle op de beheersing van de risico’s die met de bedrijfsactiviteiten samenhangen;
    f. de adequate informatievoorziening aan het bestuur en de raad van commissarissen;
    g. een zorgvuldige en integere besluitvorming;
    h. de bezoldiging van de bestuurders en commissarissen;
    i. de onafhankelijkheid van de commissarissen; en,
    j. de rol en verantwoordelijkheden van de aandeelhouders van de vennootschap.

Artikel 27

Belemmering toezicht in verband met ondoorzichtigheid of buitenlands recht 

  1. Een virtuele activa dienstverlener is niet met personen of rechtspersonen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur:
    a. die in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de dienstverlener; of,
    b. indien op die personen of rechtspersonen buitenlands recht van toepassing is en dat buitenlandse recht een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op die dienstverlener.
  2. Een virtuele activa dienstverlener meldt de Bank ten minste twee maanden tevoren elk nieuw voornemen inzake werkzaamheden van de dienstverlener, al dan niet door middel van een agent of uitsluitend langs elektronische weg, in een ander land dan Curaçao.
  3. De virtuele activa dienstverlener begint de voorgenomen werkzaamheden niet voordat de Bank hem heeft bericht dat zij daar geen bezwaren tegen heeft.

§ 3 Financiële waarborgen

Artikel 28

Eigen vermogen

Een virtuele activa dienstverlener beschikt over een minimumbedrag aan eigen vermogen.

Artikel 29

Solvabiliteit

Een virtuele activa dienstverlener beschikt over voldoende solvabiliteit.

Artikel 30

Veiligstelling van de fiduciaire valuta

  1. Een virtuele activa dienstverlener stelt, voor zover deze niet zijn omgezet in virtuele activa, de fiduciaire valuta die hij ontvangt van, of namens zijn cliënt voor het uitvoeren van een van de activiteiten, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel m, onverwijld doch uiterlijk aan het einde van de eerste werkdag, volgend op de dag waarop zij zijn ontvangen, veilig.
  2. De virtuele activa dienstverlener stelt de in het eerste lid bedoelde fiduciaire valuta op een van de volgende wijzen veilig:
    a. de fiduciaire valuta worden niet vermengd met de fiduciaire valuta van andere schuldeisers van de dienstverlener door storting op een rekening welke wordt beheerd door een stichting derdengelden, of door storting op een bewaarrekening; of,
    b. de fiduciaire valuta worden gedekt door een verzekeringspolis of een vergelijkbare garantie van een verzekeraar of een kredietinstelling die niet tot dezelfde groep behoort als de dienstverlener, tegen het risico dat de dienstverlener niet in staat is zijn verplichtingen met betrekking tot de fiduciaire valuta na te komen, voor een bedrag dat gelijk is aan het bedrag dat afgescheiden zou zijn bij het ontbreken van de vergelijkbare garantie.
  3. Een virtuele activa dienstverlener die uitwisselt tussen fiduciaire valuta en stablecoins stelt de ontvangen fiduciaire valuta veilig overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid tot het moment waarop de cliënt de stablecoins weer terug wisselt in fiduciaire valuta en de dienstverlener de cliënt de waarde van die stablecoins op het moment van de terug wisseling heeft uitbetaald.
  4. Een virtuele activa dienstverlener die uitwisselt tussen fiduciaire valuta en stablecoins kent geen rente of andere voordelen toe die samenhangen met de lengte van de periode die een houder van virtuele activa aanhoudt.
  5. Een virtuele activa dienstverlener die fiduciaire valuta ontvangt in verband met de uitgifte van virtuele activa stelt de ontvangen fiduciaire valuta veilig overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid tot het moment waarop de fiduciaire valuta definitief is omgewisseld in virtuele activa dan wel tot het moment waarop de dienstverlener de fiduciaire valuta overeenkomstig het bepaalde in artikel 67, onderdeel i, heeft teruggegeven.

Artikel 31

Veiligstellen op een bewaarrekening

  1. Indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 30, tweede lid, aanhef en onderdeel a, houdt de virtuele activa dienstverlener bij de Bank of bij een kredietinstelling die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 11 van de Landsverordening toezicht bank- en kredietwezen, een bewaarrekening aan, op zijn naam met vermelding van zijn hoedanigheid, die uitsluitend bestemd is voor fiduciaire valuta als bedoeld in artikel 30, eerste lid. Alle fiduciaire valuta die de dienstverlener in verband met zijn werkzaamheden als zodanig ontvangt, worden op die rekening gestort. Het saldo van de bewaarrekening is gelijk aan het saldo van de rechten van alle rechthebbenden op hun evenredig aandeel op de gestorte fiduciaire valuta, onder aftrek van de direct daarmee verband houdende kosten van de dienstverlener, en met inachtneming van de termijn, bedoeld in artikel 30, eerste lid.
  2. De virtuele activa dienstverlener is bij uitsluiting bevoegd tot het beheer en de beschikking over de bewaarrekening. Hij kan aan een onder zijn verantwoordelijkheid werkzame persoon volmacht verlenen. Ten laste van deze rekening mag hij slechts betalingen doen in opdracht van een rechthebbende op de fiduciaire valuta.
  3. Indien deze fiduciaire valuta gemoeid met het uitvoeren van een van de activiteiten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder m, abusievelijk op een andere rekening van de virtuele activa dienstverlener zijn gestort of indien ten onrechte fiduciaire valuta op de bewaarrekening zijn gestort, stort de dienstverlener deze onverwijld op de juiste rekening. Hetzelfde geldt indien de valuta rechtstreeks in handen van de dienstverlener zijn gesteld.
  4. De Bank of de kredietinstelling voegt de over de gelden op de bewaarrekening gekweekte rente niet toe aan het saldo van de bewaarrekening, maar stort deze op een eigen rekening van de virtuele activa dienstverlener.
  5. Het vorderingsrecht voortvloeiende uit de bewaarrekening behoort toe aan de gezamenlijke rechthebbenden. Het aandeel van iedere rechthebbende wordt berekend naar evenredigheid van het bedrag dat te zijnen behoeve op de bewaarrekening is gestort minus de direct met de dienstverlening verband houdende kosten van de virtuele activa dienstverlener en de namens de rechthebbende verrichte betalingen. De dienstverlener vult een tekort in het saldo van de bewaarrekening terstond aan, en hij is ter zake daarvan aansprakelijk, tenzij hij aannemelijk kan maken dat hem ter zake van het ontstaan van het tekort geen verwijt treft.
  6. Een rechthebbende heeft voor zover uit de aard van zijn recht niet anders voortvloeit, te allen tijde recht op uitkering van zijn aandeel in het saldo van de bewaarrekening. Is het saldo van de bewaarrekening niet toereikend om aan iedere rechthebbende het bedrag van zijn aandeel uit te keren, dan mag de virtuele activa dienstverlener aan de rechthebbende slechts zoveel uitkeren als in verband met de rechten van de andere rechthebbenden mogelijk is. In dat geval wordt het saldo onder de rechthebbenden verdeeld naar evenredigheid van ieders aandeel, met dien verstande dat, indien de dienstverlener zelf rechthebbende is, hem slechts wordt toegedeeld hetgeen overblijft, nadat de andere rechthebbenden het hun toekomende deel hebben ontvangen.
  7. Er kan geen derdenbeslag worden gelegd onder de Bank of de kredietinstelling, bedoeld in het eerste lid, op het aandeel van een rechthebbende in de bewaarrekening. Is onder de virtuele activa dienstverlener derdenbeslag gelegd op het aandeel van een rechthebbende in de bewaarrekening, dan kan de dienstverlener die verklaring heeft gedaan overeenkomstig de artikelen 476a en 477 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering of veroordeeld is overeenkomstig artikel 477a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zonder opdracht van de rechthebbende overeenkomstig de verklaring of veroordeling betalen aan de executant.
  8. Rechtshandelingen verricht in strijd met de bepalingen van dit artikel zijn vernietigbaar. De vernietigingsgrond kan worden ingeroepen door iedere rechtstreeks belanghebbende. Rechten, door derden te goeder trouw anders dan om niet verkregen op gelden die het voorwerp waren van de vernietigde rechtshandeling, worden geëerbiedigd.
  9. Fiduciaire valuta op de bewaarrekening kunnen niet worden gebruikt als onderpand.
  10. Ingeval de dienstverlener tevens een kredietinstelling als bedoeld in het eerste lid is, kan de Bank toestaan dat de bewaarrekening wordt aangehouden bij een kredietinstelling binnen de groep waartoe de dienstverlener behoort.
  11. Indien de fiduciaire valuta worden veiliggesteld door storting op een rekening welke wordt beheerd door een stichting derdengelden draagt de stichting zorg voor ten minste dezelfde bescherming voor de cliënten van de virtuele activa dienstverlener als bedoeld in dit artikel.

Artikel 32

Gescheiden betaalrekeningen

  1. Een virtuele activa dienstverlener houdt voor de middelen, bedoeld in artikel 30, eerste lid, alleen betaalrekeningen aan die uitsluitend voor betalingstransacties in verband met opdrachten van of namens rechthebbenden op virtuele activa transacties worden uitgevoerd.
  2. Fiduciaire valuta die een virtuele activa dienstverlener ontvangt van, of namens zijn cliënt voor het uitvoeren van één van de activiteiten, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel m, zijn geen opvorderbare gelden als bedoeld in artikel 45 van de Landsverordening toezicht bank- en kredietwezen.

Artikel 33

Veiligstelling van de virtuele activa

Een virtuele activa dienstverlener stelt de virtuele activa of de toegangsmiddelen die hij voor een cliënt houdt op een bij algemeen verbindend voorschrift van de Bank bepaalde wijze zeker.

Artikel 34

Kennisgeving zodra niet meer wordt voldaan aan de financiële waarborgen 

Indien een virtuele activa dienstverlener voorziet of redelijkerwijze kan voorzien dat hij niet langer voldoet of niet langer zal voldoen aan de ingevolge de artikelen 28 tot en met 33 op hem van toepassing zijnde eisen, stelt hij de Bank daarvan onverwijld bij aangetekend bericht in kennis.

§ 4 Integere en beheerste bedrijfsvoering

Artikel 35

Integere bedrijfsvoering

  1. Een virtuele activa dienstverlener voert een adequaat beleid voor een integere uitoefening van zijn bedrijf, en richt zijn bedrijfsvoering zodanig in dat de integere uitoefening van zijn bedrijf is gewaarborgd.
  2. Het beleid en de bedrijfsvoering, bedoeld in het eerste lid, zijn gebaseerd op een systematische analyse van integriteitsrisico’s.
  3. Het beleid en de bedrijfsvoering, bedoeld in het eerste lid, zijn in ieder geval gericht op:
    a. het waarborgen van een integriteitbewuste bedrijfscultuur;
    b. het voorkomen en beheersen van belangenconflicten tussen:
    1º de beleidsbepalers en de overige medewerkers van de dienstverlener;
    2º de medewerkers van de dienstverlener onderling;
    3º de virtuele activa dienstverlener en zijn cliënten; en,
    4º zijn cliënten onderling;
    c. het tegengaan van witwassen en van financiering van terrorisme of van de proliferatie van massavernietigingswapens;
    d. de naleving van de bij of krachtens deze landsverordening, de Landsverordening identificatie bij dienstverlening, de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties, de Sanctielandsverordening, de Rijkssanctiewet of een andere wettelijke regeling ter zake van de voorkoming en bestrijding van witwassen en van financiering van terrorisme of van de proliferatie van massavernietigingswapens gestelde regels;
    e. het tegengaan van strafbare feiten of andere wetsovertredingen door de virtuele activa dienstverlener of diens werknemers, die het vertrouwen in de dienstverlener, de financiële markten of het betalingsverkeer kunnen schaden;
    f. het tegengaan van relaties met cliënten of andere derden die het vertrouwen in de virtuele activa dienstverlener, de financiële markten of het betalingsverkeer kunnen schaden;
    g. het tegengaan van andere handelingen door de virtuele activa dienstverlener of zijn werknemers, die zodanig ingaan tegen hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt dat daardoor het vertrouwen in de dienstverlener, de financiële markten of het betalingsverkeer kan worden geschaad;
    h. maatregelen met betrekking tot incidenten die een ernstig risico kunnen vormen voor de integere bedrijfsvoering;
    i. het beoordelen van personen voor integriteitsgevoelige functies;
    j. het tegengaan van marktmisbruik en marktmanipulatie door medewerkers van de dienstverlener; en,
    k. het tegengaan van het handelen met voorwetenschap.

Artikel 36

Beheerste bedrijfsvoering 

  1. Een virtuele activa dienstverlener voert een adequaat beleid voor een beheerste uitoefening van zijn bedrijf, en richt zijn bedrijfsvoering zodanig in dat een beheerste uitoefening van zijn bedrijf is gewaarborgd.
  2. Het beleid en de bedrijfsvoering, bedoeld in het eerste lid, zijn gebaseerd op een systematische analyse van risico’s die de virtuele activa dienstverlener loopt, waaronder in ieder geval begrepen de algemene bedrijfsrisico’s en de financiële risico’s.
  3. Het beleid en de bedrijfsvoering, bedoeld in het eerste lid, zijn in ieder geval gericht op:
    a. het beheersen van bedrijfsprocessen en bedrijfsrisico’s;
    b. het beheersen van financiële risico’s en andere relevante risico’s die de financiële situatie van de dienstverlener kunnen aantasten, alsmede het zorgen voor de instandhouding van de vereiste financiële waarborgen;
    c. het opstellen van herstel- en afwikkelingsplannen;
    d. het waarborgen van de goede werking van het betalingsverkeer;
    e. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering;
    f. het instellen van onafhankelijke organisatie/bedrijfsonderdelen met betrekking tot de compliance- en de risicobeheersfunctie;
    g. de integriteit van informatiesystemen; en,
    h. het waarborgen van de continuïteit van de dienstverlener.

Artikel 37 Bescherming tegen beveiligingsrisico’s
1. Een virtuele activa dienstverlener beschikt over een schriftelijk vastgelegd beveiligingsbeleid om cliënten te beschermen tegen beveiligingsrisico’s, zoals fraude en illegaal gebruik van gevoelige betaalgegevens en persoonsgegevens.
2. Het beveiligingsbeleid omvat ten minste:
a. maatregelen op het gebied van beveiliging en risicobeperking, met inbegrip van een risicoanalyse met betrekking tot de aangeboden diensten;
b. procedures voor het registreren en afhandelen van veiligheidsincidenten en veiligheidsgerelateerde klachten van cliënten en de nabehandeling ervan, met inbegrip van een mechanisme voor het melden van incidenten met inachtneming van de in artikel 13 van de Landsverordening oversight op systemen in het betalings- of effectenverkeer vastgelegde meldingsplicht voor instellingen;
c. procedures voor het opslaan, monitoren, traceren en beperken van de toegang tot gevoelige informatie; en,
d. uitgangspunten en standaarden die worden toegepast bij het verzamelen van statistische gegevens over prestaties, transacties en fraude.

Artikel 38 In kennis stellen agentschap, bijkantoor en uitbesteding
Een virtuele activa dienstverlener draagt er zorg voor dat:
a. agenten die voor zijn rekening handelen, de cliënt daarvan in kennis stellen;
b. zijn bijkantoren de cliënt in kennis stellen van het feit bijkantoor te zijn van de virtuele activa dienstverlener; of
c. derden waaraan hij de aan zijn bedrijf verbonden werkzaamheden uitbesteedt de cliënt in kennis stellen van het feit een derde te zijn waaraan de virtuele activa dienstverlener werkzaamheden heeft uitbesteed.

Artikel 39 Authenticatie
1. Een virtuele activa dienstverlener treft beveiligingsmaatregelen en voorziet in toereikende beveiligingsmaatregelen ter bescherming van de vertrouwelijkheid en integriteit van de persoonlijke beveiligingsgegevens van cliënten.
2. Een virtuele activa dienstverlener voorziet in sterke cliëntauthenticatie indien een cliënt zich toegang tot zijn account verschaft.
3. Sterke cliëntauthenticatie is een vorm van authenticatie die zodanig is opgezet dat de vertrouwelijkheid van de persoonlijke beveiligingsgegevens wordt beschermd en waarbij gebruik wordt gemaakt van twee of meer van de volgende factoren:
a. wetenschap, iets wat alleen de gebruiker weet;
b. bezit, iets waarover alleen de gebruiker beschikt; of,
c. inherente eigenschap, een unieke persoonlijke eigenschap van de gebruiker.
4. De factoren zijn onderling onafhankelijk, in die zin dat schending van de vertrouwelijkheid van één ervan geen afbreuk doet aan de betrouwbaarheid van de andere factoren.

Artikel 40 Uitbestede werkzaamheden
1. Indien een virtuele activa dienstverlener werkzaamheden uitbesteedt aan een derde, draagt hij er zorg voor dat deze derde de bij of krachtens deze landsverordening met betrekking tot die werkzaamheden voor de uitbestedende dienstverlener gestelde regels, naleeft. De uitbestedende dienstverlener blijft verantwoordelijk voor de naleving van de van toepassing zijnde regels.
2. Een virtuele activa dienstverlener legt de overeenkomst met de derde waaraan de werkzaamheden op structurele basis worden uitbesteed schriftelijk vast. In de overeenkomst worden in ieder geval bindende regels gesteld omtrent:
a. de onderlinge informatie-uitwisseling, met inbegrip van afspraken over het beschikbaar stellen van informatie waarom de Bank ter uitvoering van haar wettelijke taak verzoekt;
b. de mogelijkheid voor de uitbestedende dienstverlener om te allen tijde wijzigingen aan te brengen in de wijze waarop de uitvoering van de werkzaamheden door de derde geschiedt;
c. de verplichting voor de derde om de uitbestedende dienstverlener in staat te stellen blijvend te voldoen aan het bij of krachtens deze landsverordening bepaalde;
d. de mogelijkheid voor de Bank om onderzoek ter plaatse te doen of te laten doen bij de derde; en,
e. de wijze waarop de overeenkomst wordt beëindigd, en de wijze waarop wordt gewaarborgd dat de uitbestedende dienstverlener de werkzaamheden na beëindiging van de overeenkomst weer zelf kan uitvoeren of door een andere derde kan laten uitvoeren.
3. Een virtuele activa dienstverlener besteedt geen werkzaamheden uit aan een derde waarvan hij weet of behoort te weten dat het die derde niet is toegestaan bedoelde werkzaamheden te verrichten.
4. Een virtuele activa dienstverlener besteedt geen werkzaamheden uit die samenhangen met het bepalen van het dagelijks beleid, daaronder mede te verstaan het vaststellen van het beleid en het afleggen van verantwoording over het gevoerde beleid.
5. Een virtuele activa dienstverlener gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien die uitbesteding een belemmering kan vormen voor een adequaat toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze landsverordening bepaalde.
6. Een virtuele activa dienstverlener voert een adequaat beleid en beschikt over deskundigheid, schriftelijk vastgelegde procedures en maatregelen met betrekking tot het op structurele basis beoordelen van de kennis en deskundigheid van het personeel van de derde en van de kwaliteit van de uitbestede werkzaamheden.
7. De Bank kan bij algemeen verbindend voorschrift nadere regels stellen ter bevordering van de naleving van het in dit artikel bepaalde. De Bank kan daarbij tevens bepalen dat andere werkzaamheden dan bedoeld in dit artikel niet mogen worden uitbesteed.

Artikel 41 Bewaarplicht van transactiegegevens
Een virtuele activa dienstverlener bewaart alle relevante gegevens over de door hem verrichte transacties gedurende ten minste tien jaar op zodanige wijze dat hij de transacties kan reconstrueren.

Artikel 42 Juiste en niet-misleidende informatie en reclame
1. Een virtuele activa dienstverlener draagt er zorg voor dat de door of namens hem ten behoeve van cliënten en het publiek in de vorm van reclame-uitingen of anderszins over zijn dienstverlening verstrekte of beschikbaar gestelde informatie feitelijk juist, duidelijk en niet misleidend is.
2. De Bank kan algemeen verbindende voorschriften vaststellen met betrekking tot de minimumnormen voor reclame-uitingen en de overige informatie, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 43 Gegevensbescherming
Een virtuele activa dienstverlener verkrijgt alleen met de uitdrukkelijke toestemming van de cliënt toegang tot diens persoonsgegevens, om deze gegevens te verwerken en te bewaren voor zover noodzakelijk voor het verlenen van zijn diensten.

Artikel 44 Toegang tot rekeningen bij kredietinstellingen
1. De voorwaarden welke door kredietinstellingen worden verbonden aan de toegang van virtuele activa dienstverleners tot door de kredietinstelling beheerde rekeningen zijn objectief, niet-discriminerend en evenredig. Deze toegang is voldoende om virtuele activa dienstverlener in staat te stellen op onbelemmerde en efficiënte wijze zijn diensten aan te bieden.
2. Een weigering van toegang wordt door de rekeninghoudende kredietinstelling onder volledige opgave van redenen gemeld bij de Bank.

 

 

 

 

 

 

 

Artikel 45Klachtenbehandeling
1. Een virtuele activa dienstverlener beschikt over schriftelijke procedures voor de zorgvuldige en consistente behandeling van klachten binnen een redelijke termijn.
2. Een virtuele activa dienstverlener beschikt tevens over schriftelijke procedures voor het indienen van klachten bij de Bank, of een door de Minister van Justitie of de Minister van Financiën aangewezen bevoegde autoriteit.
3. Klachten als bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen ingediend worden door cliënten en andere belanghebbenden, met inbegrip van organisaties die de belangen van consumenten behartigen.
4. De Bank kan algemeen verbindende voorschriften vaststellen ter bevordering van een goede klacht behandeling.

Artikel 46 Cliëntenbescherming en informatie aan het publiek
1. Een virtuele activa dienstverlener zet zich bij het verlenen van diensten op eerlijke, billijke en professionele wijze in voor de belangen van zijn cliënten en onthoudt zich van gedragingen die het vertrouwen in de dienstverlener, de financiële markten of het betalingsverkeer kunnen schaden.
2. Een virtuele activa dienstverlener stelt zijn tariefbeleid aan het publiek beschikbaar en maakt dit op een prominente plaats op zijn website bekend.
3. De Bank stelt in een algemeen verbindend voorschrift als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel f, regels met betrekking tot:
a. de inhoud en vorm van het white paper dat door een emittent wordt uitgegeven;
b. informatie die periodiek aan het publiek wordt verstrekt; en,
c. het openbaar maken van informatie met betrekking tot belangenconflicten en de te nemen maatregelen door de virtuele activa dienstverlener.

§ 5 Gekwalificeerde deelnemingen

Artikel 47 Toestemming voor gekwalificeerd deelnemerschap
1. Het is een natuurlijke persoon of rechtspersoon verboden om zonder voorafgaande toestemming van de Bank:
a. in een virtuele activa dienstverlener een gekwalificeerde deelneming te verwerven, te houden of te vergroten;
b. in een virtuele activa dienstverlener enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming uit te oefenen; of,
c. aandelen direct of indirect van een virtuele activa dienstverlener over te dragen of te vervreemden.
2. De Bank verleent een gevraagde toestemming als bedoeld in het eerste lid tenzij de Bank van oordeel is dat:
a. de betrouwbaarheid van de aanvrager en, indien de aanvrager een rechtspersoon is van de natuurlijke personen die het beleid van deze rechtspersoon bepalen of medebepalen, niet buiten twijfel staat;
b. de financiële soliditeit van de aanvrager niet is gewaarborgd;
c. door de uitoefening van de rechten, verbonden aan de deelneming, sprake is of zou kunnen zijn van een ongewenste beïnvloeding van het beleid van de virtuele activa dienstverlener; of,
d. onvoldoende is gewaarborgd dat de virtuele activa dienstverlener zal blijven voldoen aan de regels, bij of krachtens deze landsverordening gesteld.
3. Indien enige zeggenschap als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt uitgeoefend zonder dat voor die handeling toestemming is verkregen, of de bij een verleende toestemming gestelde beperkingen niet in acht zijn genomen, is een mede door de uitgeoefende zeggenschap tot stand gekomen besluit vernietigbaar door het Gerecht in eerste aanleg op vordering van de Bank, indien het besluit, zonder dat de desbetreffende zeggenschap zou zijn uitgeoefend, anders zou hebben geluid, dan wel niet zou zijn genomen, tenzij voor het tijdstip van de uitspraak alsnog een toestemming wordt verleend, dan wel de niet in acht genomen beperkingen worden ingetrokken. Het Gerecht in eerste aanleg regelt, voor zover nodig, de gevolgen van de vernietiging.

Artikel 48 Aanvraag bescheiden bij toestemming
Een aanvraag om de verlening van een toestemming als bedoeld in artikel 47, eerste lid, bevat ten minste gegevens omtrent:
a. de identiteit, antecedenten en een verklaring van goed gedrag en andere door de Bank te bepalen gegevens op grond waarvan de Bank kan beoordelen of de betrouwbaarheid van de aanvrager en, indien de aanvrager een rechtspersoon is, de natuurlijke personen die het dagelijks beleid van de aanvrager bepalen of medebepalen, buiten twijfel staat;
b. de opgave en de omvang van de gekwalificeerde deelnemingen; en,
c. bescheiden waaruit de financiële positie en de juridische groepsstructuur van de aanvrager blijkt.

Artikel 49 Betrouwbaarheid houders gekwalificeerde deelneming
1. De betrouwbaarheid staat buiten twijfel van:
a. de personen die een gekwalificeerde deelneming houden als bedoeld in artikel 47, eerste lid; of,
b. de natuurlijke personen die het dagelijks beleid van deze rechtspersoon bepalen of medebepalen indien de houder van een gekwalificeerde deelneming een rechtspersoon is.
2. De betrouwbaarheid van een persoon staat buiten twijfel, wanneer die betrouwbaarheid eenmaal door de Bank voor de toepassing van deze landsverordening is vastgesteld, zolang niet een wijziging in de relevante feiten en omstandigheden bekend wordt die een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling.

Artikel 50Kennisgeving omvang gekwalificeerde deelneming
1. Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon stelt de Bank vooraf bij aangetekend bericht in kennis van een zodanige wijziging van diens gekwalificeerde deelneming in een virtuele activa dienstverlener waardoor de omvang van deze deelneming:
a. boven de 20, 33 of 50 procent stijgt, dan wel waardoor de dienstverlener een dochtermaatschappij wordt; of,
b. onder de 10, 20, 33 of 50 procent daalt, dan wel waardoor de dienstverlener ophoudt een dochtermaatschappij te zijn.
2. Een virtuele activa dienstverlener geeft, zodra zulks hem bekend wordt, de Bank bij aangetekend bericht kennis van iedere verwerving, wijziging of afstoting van een gekwalificeerde deelneming in deze dienstverlener waardoor de omvang van deze deelneming:
a. boven de 20, 33 of 50 procent stijgt of waardoor de betrokken dienstverlener een dochtermaatschappij wordt; of,
b. onder de 10, 20, 33 of 50 procent daalt of waardoor de betrokken dienstverlener ophoudt een dochtermaatschappij te zijn.
3. Een virtuele activa dienstverlener stelt de Bank in de maand januari van ieder jaar bij aangetekend bericht in kennis van de identiteit van iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, die een gekwalificeerde deelneming in deze dienstverlener houdt.
4. Degene die aan de Bank een kennisgeving verstrekt als bedoeld in het eerste of tweede lid, verstrekt daarbij mede informatie over de grootte van de voorgenomen deelneming alsmede een opgave van door de Bank nader te bepalen gegevens.

Artikel 37

Bescherming tegen beveiligingsrisico’s 

  1. Een virtuele activa dienstverlener beschikt over een schriftelijk vastgelegd beveiligingsbeleid om cliënten te beschermen tegen beveiligingsrisico’s, zoals fraude en illegaal gebruik van gevoelige betaalgegevens en persoonsgegevens.
  2. Het beveiligingsbeleid omvat ten minste:
    a. maatregelen op het gebied van beveiliging en risicobeperking, met inbegrip van een risicoanalyse met betrekking tot de aangeboden diensten;
    b. procedures voor het registreren en afhandelen van veiligheidsincidenten en veiligheidsgerelateerde klachten van cliënten en de nabehandeling ervan, met inbegrip van een mechanisme voor het melden van incidenten met inachtneming van de in artikel 13 van de Landsverordening oversight op systemen in het betalings- of effectenverkeer vastgelegde meldingsplicht voor instellingen;
    c. procedures voor het opslaan, monitoren, traceren en beperken van de toegang tot gevoelige informatie; en,
    d. uitgangspunten en standaarden die worden toegepast bij het verzamelen van statistische gegevens over prestaties, transacties en fraude.

Artikel 38

In kennis stellen agentschap, bijkantoor en uitbesteding 

Een virtuele activa dienstverlener draagt er zorg voor dat:
a. agenten die voor zijn rekening handelen, de cliënt daarvan in kennis stellen;
b. zijn bijkantoren de cliënt in kennis stellen van het feit bijkantoor te zijn van de virtuele activa dienstverlener; of
c. derden waaraan hij de aan zijn bedrijf verbonden werkzaamheden uitbesteedt de cliënt in kennis stellen van het feit een derde te zijn waaraan de virtuele activa dienstverlener werkzaamheden heeft uitbesteed.

Artikel 39

Authenticatie 

  1. Een virtuele activa dienstverlener treft beveiligingsmaatregelen en voorziet in toereikende beveiligingsmaatregelen ter bescherming van de vertrouwelijkheid en integriteit van de persoonlijke beveiligingsgegevens van cliënten.
  2. Een virtuele activa dienstverlener voorziet in sterke cliëntauthenticatie indien een cliënt zich toegang tot zijn account verschaft.
  3. Sterke cliëntauthenticatie is een vorm van authenticatie die zodanig is opgezet dat de vertrouwelijkheid van de persoonlijke beveiligingsgegevens wordt beschermd en waarbij gebruik wordt gemaakt van twee of meer van de volgende factoren:
    a. wetenschap, iets wat alleen de gebruiker weet;
    b. bezit, iets waarover alleen de gebruiker beschikt; of,
    c. inherente eigenschap, een unieke persoonlijke eigenschap van de gebruiker.
  4. De factoren zijn onderling onafhankelijk, in die zin dat schending van de vertrouwelijkheid van één ervan geen afbreuk doet aan de betrouwbaarheid van de andere factoren.

Artikel 40

Uitbestede werkzaamheden 

  1. Indien een virtuele activa dienstverlener werkzaamheden uitbesteedt aan een derde, draagt hij er zorg voor dat deze derde de bij of krachtens deze landsverordening met betrekking tot die werkzaamheden voor de uitbestedende dienstverlener gestelde regels, naleeft. De uitbestedende dienstverlener blijft verantwoordelijk voor de naleving van de van toepassing zijnde regels.
  2. Een virtuele activa dienstverlener legt de overeenkomst met de derde waaraan de werkzaamheden op structurele basis worden uitbesteed schriftelijk vast. In de overeenkomst worden in ieder geval bindende regels gesteld omtrent:
    a. de onderlinge informatie-uitwisseling, met inbegrip van afspraken over het beschikbaar stellen van informatie waarom de Bank ter uitvoering van haar wettelijke taak verzoekt;
    b. de mogelijkheid voor de uitbestedende dienstverlener om te allen tijde wijzigingen aan te brengen in de wijze waarop de uitvoering van de werkzaamheden door de derde geschiedt;
    c. de verplichting voor de derde om de uitbestedende dienstverlener in staat te stellen blijvend te voldoen aan het bij of krachtens deze landsverordening bepaalde;
    d. de mogelijkheid voor de Bank om onderzoek ter plaatse te doen of te laten doen bij de derde; en,
    e. de wijze waarop de overeenkomst wordt beëindigd, en de wijze waarop wordt gewaarborgd dat de uitbestedende dienstverlener de werkzaamheden na beëindiging van de overeenkomst weer zelf kan uitvoeren of door een andere derde kan laten uitvoeren.
  3. Een virtuele activa dienstverlener besteedt geen werkzaamheden uit aan een derde waarvan hij weet of behoort te weten dat het die derde niet is toegestaan bedoelde werkzaamheden te verrichten.
  4. Een virtuele activa dienstverlener besteedt geen werkzaamheden uit die samenhangen met het bepalen van het dagelijks beleid, daaronder mede te verstaan het vaststellen van het beleid en het afleggen van verantwoording over het gevoerde beleid.
  5. Een virtuele activa dienstverlener gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien die uitbesteding een belemmering kan vormen voor een adequaat toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze landsverordening bepaalde.
  6. Een virtuele activa dienstverlener voert een adequaat beleid en beschikt over deskundigheid, schriftelijk vastgelegde procedures en maatregelen met betrekking tot het op structurele basis beoordelen van de kennis en deskundigheid van het personeel van de derde en van de kwaliteit van de uitbestede werkzaamheden.
  7. De Bank kan bij algemeen verbindend voorschrift nadere regels stellen ter bevordering van de naleving van het in dit artikel bepaalde. De Bank kan daarbij tevens bepalen dat andere werkzaamheden dan bedoeld in dit artikel niet mogen worden uitbesteed.

Artikel 41

Bewaarplicht van transactiegegevens 

Een virtuele activa dienstverlener bewaart alle relevante gegevens over de door hem verrichte transacties gedurende ten minste tien jaar op zodanige wijze dat hij de transacties kan reconstrueren.

Artikel 42

Juiste en niet-misleidende informatie en reclame

  1. Een virtuele activa dienstverlener draagt er zorg voor dat de door of namens hem ten behoeve van cliënten en het publiek in de vorm van reclame-uitingen of anderszins over zijn dienstverlening verstrekte of beschikbaar gestelde informatie feitelijk juist, duidelijk en niet misleidend is.
  2. De Bank kan algemeen verbindende voorschriften vaststellen met betrekking tot de minimumnormen voor reclame-uitingen en de overige informatie, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 43

Gegevensbescherming

 Een virtuele activa dienstverlener verkrijgt alleen met de uitdrukkelijke toestemming van de cliënt toegang tot diens persoonsgegevens, om deze gegevens te verwerken en te bewaren voor zover noodzakelijk voor het verlenen van zijn diensten.

Artikel 44

Toegang tot rekeningen bij kredietinstellingen 

  1. De voorwaarden welke door kredietinstellingen worden verbonden aan de toegang van virtuele activa dienstverleners tot door de kredietinstelling beheerde rekeningen zijn objectief, niet-discriminerend en evenredig. Deze toegang is voldoende om virtuele activa dienstverlener in staat te stellen op onbelemmerde en efficiënte wijze zijn diensten aan te bieden.
  2. Een weigering van toegang wordt door de rekeninghoudende kredietinstelling onder volledige opgave van redenen gemeld bij de Bank.

Artikel 45

Klachtenbehandeling

  1. Een virtuele activa dienstverlener beschikt over schriftelijke procedures voor de zorgvuldige en consistente behandeling van klachten binnen een redelijke termijn.
  2. Een virtuele activa dienstverlener beschikt tevens over schriftelijke procedures voor het indienen van klachten bij de Bank, of een door de Minister van Justitie of de Minister van Financiën aangewezen bevoegde autoriteit.
  3. Klachten als bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen ingediend worden door cliënten en andere belanghebbenden, met inbegrip van organisaties die de belangen van consumenten behartigen.
  4. De Bank kan algemeen verbindende voorschriften vaststellen ter bevordering van een goede klacht behandeling.

Artikel 46

Cliëntenbescherming en informatie aan het publiek

  1. Een virtuele activa dienstverlener zet zich bij het verlenen van diensten op eerlijke, billijke en professionele wijze in voor de belangen van zijn cliënten en onthoudt zich van gedragingen die het vertrouwen in de dienstverlener, de financiële markten of het betalingsverkeer kunnen schaden.
  2. Een virtuele activa dienstverlener stelt zijn tariefbeleid aan het publiek beschikbaar en maakt dit op een prominente plaats op zijn website bekend.
  3. De Bank stelt in een algemeen verbindend voorschrift als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel f, regels met betrekking tot:
    a. de inhoud en vorm van het white paper dat door een emittent wordt uitgegeven;
    b. informatie die periodiek aan het publiek wordt verstrekt; en,
    c. het openbaar maken van informatie met betrekking tot belangenconflicten en de te nemen maatregelen door de virtuele activa dienstverlener.

§ 5 Gekwalificeerde deelnemingen

Artikel 47

Toestemming voor gekwalificeerd deelnemerschap

  1. Het is een natuurlijke persoon of rechtspersoon verboden om zonder voorafgaande toestemming van de Bank:
    a. in een virtuele activa dienstverlener een gekwalificeerde deelneming te verwerven, te houden of te vergroten;
    b. in een virtuele activa dienstverlener enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming uit te oefenen; of,
    c. aandelen direct of indirect van een virtuele activa dienstverlener over te dragen of te vervreemden.
  2. De Bank verleent een gevraagde toestemming als bedoeld in het eerste lid tenzij de Bank van oordeel is dat:
    a. de betrouwbaarheid van de aanvrager en, indien de aanvrager een rechtspersoon is van de natuurlijke personen die het beleid van deze rechtspersoon bepalen of medebepalen, niet buiten twijfel staat;
    b. de financiële soliditeit van de aanvrager niet is gewaarborgd;
    c. door de uitoefening van de rechten, verbonden aan de deelneming, sprake is of zou kunnen zijn van een ongewenste beïnvloeding van het beleid van de virtuele activa dienstverlener; of,
    d. onvoldoende is gewaarborgd dat de virtuele activa dienstverlener zal blijven voldoen aan de regels, bij of krachtens deze landsverordening gesteld.
  3. Indien enige zeggenschap als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt uitgeoefend zonder dat voor die handeling toestemming is verkregen, of de bij een verleende toestemming gestelde beperkingen niet in acht zijn genomen, is een mede door de uitgeoefende zeggenschap tot stand gekomen besluit vernietigbaar door het Gerecht in eerste aanleg op vordering van de Bank, indien het besluit, zonder dat de desbetreffende zeggenschap zou zijn uitgeoefend, anders zou hebben geluid, dan wel niet zou zijn genomen, tenzij voor het tijdstip van de uitspraak alsnog een toestemming wordt verleend, dan wel de niet in acht genomen beperkingen worden ingetrokken. Het Gerecht in eerste aanleg regelt, voor zover nodig, de gevolgen van de vernietiging.

Artikel 48

Aanvraag bescheiden bij toestemming

Een aanvraag om de verlening van een toestemming als bedoeld in artikel 47, eerste lid, bevat ten minste gegevens omtrent:
a. de identiteit, antecedenten en een verklaring van goed gedrag en andere door de Bank te bepalen gegevens op grond waarvan de Bank kan beoordelen of de betrouwbaarheid van de aanvrager en, indien de aanvrager een rechtspersoon is, de natuurlijke personen die het dagelijks beleid van de aanvrager bepalen of medebepalen, buiten twijfel staat;
b. de opgave en de omvang van de gekwalificeerde deelnemingen; en,
c. bescheiden waaruit de financiële positie en de juridische groepsstructuur van de aanvrager blijkt.

Artikel 49

Betrouwbaarheid houders gekwalificeerde deelneming 

  1. De betrouwbaarheid staat buiten twijfel van:
    a. de personen die een gekwalificeerde deelneming houden als bedoeld in artikel 47, eerste lid; of,
    b. de natuurlijke personen die het dagelijks beleid van deze rechtspersoon bepalen of medebepalen indien de houder van een gekwalificeerde deelneming een rechtspersoon is.
  2. De betrouwbaarheid van een persoon staat buiten twijfel, wanneer die betrouwbaarheid eenmaal door de Bank voor de toepassing van deze landsverordening is vastgesteld, zolang niet een wijziging in de relevante feiten en omstandigheden bekend wordt die een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling.

Artikel 50

Kennisgeving omvang gekwalificeerde deelneming

  1. Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon stelt de Bank vooraf bij aangetekend bericht in kennis van een zodanige wijziging van diens gekwalificeerde deelneming in een virtuele activa dienstverlener waardoor de omvang van deze deelneming:
    a. boven de 20, 33 of 50 procent stijgt, dan wel waardoor de dienstverlener een dochtermaatschappij wordt; of,
    b. onder de 10, 20, 33 of 50 procent daalt, dan wel waardoor de dienstverlener ophoudt een dochtermaatschappij te zijn.
  2. Een virtuele activa dienstverlener geeft, zodra zulks hem bekend wordt, de Bank bij aangetekend bericht kennis van iedere verwerving, wijziging of afstoting van een gekwalificeerde deelneming in deze dienstverlener waardoor de omvang van deze deelneming:
    a. boven de 20, 33 of 50 procent stijgt of waardoor de betrokken dienstverlener een dochtermaatschappij wordt; of,
    b. onder de 10, 20, 33 of 50 procent daalt of waardoor de betrokken dienstverlener ophoudt een dochtermaatschappij te zijn.
  3. Een virtuele activa dienstverlener stelt de Bank in de maand januari van ieder jaar bij aangetekend bericht in kennis van de identiteit van iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, die een gekwalificeerde deelneming in deze dienstverlener houdt.
  4. Degene die aan de Bank een kennisgeving verstrekt als bedoeld in het eerste of tweede lid, verstrekt daarbij mede informatie over de grootte van de voorgenomen deelneming alsmede een opgave van door de Bank nader te bepalen gegevens.

§ 6 Rapportage aan de Bank

Artikel 51

Jaarrekening

  1. Een virtuele activa dienstverlener dient jaarlijks binnen een door de Bank vast te stellen termijn na afloop van het boekjaar een jaarrekening ten minste bevattend een balans en een verlies- en winstrekening met bijbehorende toelichting over het afgelopen boekjaar bij de Bank in te dienen.
  2. De jaarrekening gaat vergezeld van een door een externe deskundige afgegeven verklaring omtrent de getrouwheid van de jaarrekening en van een managementletter.
  3. Een virtuele activa dienstverlener publiceert de jaarrekening, bedoeld in het eerste lid, op zijn website binnen een maand nadat de jaarrekening ingevolge het bepaalde in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek goedgekeurd moet zijn. De Bank kan een virtuele activa dienstverlener daarnaast verplichten binnen een door de Bank vast te stellen termijn zijn jaarrekening over het afgelopen boekjaar, op een door de Bank vast te stellen andere wijze te publiceren.
  4. De Bank kan algemeen verbindende voorschriften vaststellen met betrekking tot de jaarrekening, en de vorm en de wijze van indiening.

Artikel 52

Overige gegevens

  1. Een virtuele activa dienstverlener verstrekt aan de Bank periodiek gegevens die redelijkerwijs nodig zijn voor de vervulling van de taak van de Bank uit hoofde van deze landsverordening.
  2. Een virtuele activa dienstverlener verstrekt de Bank periodiek gegevens over de activiteiten van de dienstverlener in het buitenland, alsmede over de resultaten van toezicht- en handhavingsactiviteiten jegens de dienstverlener door een toezichthoudende instantie in het buitenland.
  3. De Bank kan algemeen verbindende voorschriften vaststellen met betrekking tot:
    a. de inhoud van de gegevens;
    b. de vorm, de wijze, de periodiciteit en de termijnen van de verstrekking van de gegevens; en,
    c. de certificering van deze gegevens door een externe deskundige.

§ 7 Externe deskundige

Artikel 53

Melding door externe deskundige

  1. Een externe deskundige die een onderzoek uitvoert naar de getrouwheid van de jaarrekening of andere gegevens van een virtuele activa dienstverlener, stelt de Bank onverwijld in kennis van elke omstandigheid waarvan hij bij de uitvoering van het onderzoek kennis heeft gekregen en die:
    a. in strijd is met de eisen die voor het verkrijgen van de vergunning, vrijstelling of ontheffing aan de betrokken dienstverlener zijn gesteld;
    b. in strijd is met de bij of krachtens deze landsverordening aan de dienstverlener opgelegde verplichtingen;
    c. het voortbestaan van de dienstverlener bedreigt of zou kunnen bedreigen; of,
    d. de afgifte van een goedkeurende verklaring omtrent de getrouwheid in gevaar zou kunnen brengen.
  2. Bij een melding als bedoeld in het eerste lid zendt de externe deskundige onverwijld aan de Bank een afschrift van zijn rapport, de managementletters en de correspondentie die rechtstreeks betrekking heeft op de melding, de verklaring bij de jaarrekening, respectievelijk van enig van de periodiek bij de Bank in te dienen gegevens, voor zover de Bank bij die gegevens een verklaring van een externe deskundige nodig heeft geacht.
  3. Op de externe deskundige die naast zijn werkzaamheden voor de virtuele activa dienstverlener ook werkzaamheden uitvoert voor een andere onderneming of instelling, is de meldingsplicht, bedoeld in het tweede lid, van overeenkomstige toepassing indien de dienstverlener een dochtermaatschappij is van die andere onderneming of instelling dan wel indien die andere onderneming of instelling een dochtermaatschappij is van de dienstverlener.

Artikel 54

Mondelinge toelichting door externe deskundige en vrijwaring 

  1. Indien de Bank zulks noodzakelijk acht, geeft de externe deskundige een mondelinge toelichting bij een melding als bedoeld in artikel 53, eerste lid.
  2. De Bank kan de betrokken virtuele activa dienstverlener in de gelegenheid stellen bij de mondelinge toelichting aanwezig te zijn.
  3. De externe deskundige die op grond van het bepaalde in artikel 53, eerste lid, tot een melding is overgegaan, is niet aansprakelijk voor schade die een derde dientengevolge lijdt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat, gelet op alle feiten en omstandigheden, in redelijkheid niet tot melding of het verstrekken van inlichtingen had mogen worden overgegaan.

Artikel 55

Samenwerking met de Bank en bezwaar tegen een externe deskundige 

  1. Een externe deskundige als bedoeld in artikel 53, eerste lid, houdt bij een onderzoek naar de getrouwheid van de jaarrekening of andere gegevens van een virtuele activa dienstverlener rekening met richtlijnen en instructies van de Bank, en met afspraken met de Bank.
  2. Tot het afgeven van een verklaring als bedoeld in artikel 51, tweede lid, is slechts bevoegd een externe deskundige tegen wie de Bank geen bezwaar heeft gemaakt.
  3. Een virtuele activa dienstverlener is verplicht gebruik te maken van de diensten van een externe deskundige, waartegen de Bank geen bezwaar heeft gemaakt.

§ 8 Toestemming voor een benoeming en melding van wijzigingen

Artikel 56

Toestemming voor een benoeming

  1. Een virtuele activa dienstverlener geeft aan de Bank kennis van het voornemen tot benoeming van een bestuurder, lid van de raad van commissarissen en andere persoon die het beleid van de dienstverlener bepaalt of medebepaalt.
  2. De virtuele activa dienstverlener geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, zonder voorafgaande toestemming van de Bank.
  3. Met betrekking tot het voornemen, bedoeld in het eerste lid, legt de virtuele activa dienstverlener de volgende gegevens aan de Bank over:
    a. de identiteit, de antecedenten, een verklaring van goed gedrag en andere door de Bank te bepalen gegevens op basis waarvan de Bank kan beoordelen of de betrouwbaarheid van de te benoemen persoon buiten twijfel staat; en,
    b. gegevens op grond waarvan de Bank kan beoordelen of de te benoemen persoon geschikt is in verband met de uitoefening van het bedrijf van de virtuele activa dienstverlener en de uitoefening van zijn taak.

Artikel 57

Wijziging van antecedenten

  1. Een virtuele activa dienstverlener geeft kennis aan de Bank van een wijziging van de antecedenten van een bestuurder, lid van de raad van commissarissen en andere persoon die het beleid van de virtuele activa dienstverlener bepaalt of medebepaalt.
  2. De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, geschiedt onverwijld nadat de virtuele activa dienstverlener van de wijziging op de hoogte is gekomen.

Artikel 58

Kennisgeving van aanstaande aftreden

  1. Een virtuele activa dienstverlener geeft kennis aan de Bank van het aanstaande aftreden van een bestuurder, lid van de raad van commissarissen en andere persoon die het beleid van de virtuele activa dienstverlener bepaalt of medebepaalt.
  2. De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, geschiedt onverwijld nadat de virtuele activa dienstverlener met dit feit bekend is geworden.

Artikel 59

Wijziging van statuten 

  1. Een virtuele activa dienstverlener geeft kennis aan de Bank van het voornemen tot wijziging van zijn statuten of reglementen.
  2. De virtuele activa dienstverlener geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, zonder voorafgaande toestemming van de Bank.
  3. De Bank kan aan een toestemming als bedoeld in het tweede lid voorwaarden verbinden. Indien blijkt dat een virtuele activa dienstverlener een handeling als omschreven in het eerste lid, heeft verricht zonder toestemming van de Bank, is die dienstverlener gehouden op aanwijzing van de Bank de handeling voor zover mogelijk ongedaan te maken, tenzij de Bank, daartoe verzocht door de betrokken dienstverlener, alsnog toestemming verleent.

Artikel 60

Andere wijzigingen

  1. Een virtuele activa dienstverlener geeft de Bank bij aangetekend bericht kennis van het voornemen tot:
    a. vermindering van zijn eigen vermogen door terugbetaling van kapitaal, uitkering van reserves of van de winst van het lopend boekjaar;
    b. het verwerven, houden dan wel vergroten van een gekwalificeerde deelneming in een onderneming of instelling;
    c. geheel of voor een belangrijk deel overnemen van de activa en passiva van een andere onderneming of instelling;
    d. aangaan van een fusie met een andere onderneming of instelling;
    e. over te gaan tot financiële of vennootschappelijke reorganisatie;
    f. vestigen van een filiaal, bijkantoor of kas onder welke naam dan ook te vestigen;
    g. verlenen of intrekken van een agentschap;
    h. uitbesteding van een belangrijk deel van zijn werkzaamheden;
    i. wijzigen van de naam, het adres of de rechtsvorm van de virtuele activa dienstverlener;
    j. wijzigen van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
    k. wijzigen van de gegevens in het handelsregister;
    l. wijzigen van de zeggenschapsstructuur binnen de virtuele activa dienstverlener; of,
    m. wijzigen van werkzaamheden van de virtuele activa dienstverlener in een ander land dan Curaçao, waaronder begrepen het adres van een in het buitenland gelegen bijkantoor.
  2. De virtuele activa dienstverlener geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, zonder voorafgaande toestemming van de Bank.
  3. De Bank kan aan een toestemming als bedoeld in het tweede lid voorwaarden verbinden.
  4. Indien blijkt dat een virtuele activa dienstverlener een handeling als omschreven in het eerste lid, heeft verricht zonder toestemming van de Bank, is die dienstverlener gehouden op aanwijzing van de Bank de handeling voor zover mogelijk ongedaan te maken, tenzij de Bank, daartoe verzocht door de betrokken dienstverlener, alsnog toestemming verleent.

Hoofdstuk VI
Bijzondere verplichtingen voor het aanbieden van specifieke diensten

Artikel 61

Uitwisselen tussen virtuele activa 

Een virtuele activa dienstverlener die uitwisselt tussen virtuele activa en fiduciaire valuta of tussen een of meer vormen van virtuele activa dient in ieder geval:
a. een niet-discriminerend zakelijk beleid vast te stellen dat vermeldt met welk type cliënten de dienstverlener beoogt te handelen en de voorwaarden waaraan cliënten moeten voldoen;
b. te publiceren tegen welke koers uitwisselingen zullen worden afgehandeld, of de methode om die koers te bepalen;
c. de orders van cliënten uit te voeren tegen de koersen zoals die op het tijdstip van de ontvangst ervan noteren; en,
d. de nadere gegevens van de orders en de door hem afgesloten transacties onverwijld aan de cliënt bekend te maken, met inbegrip van transactievolumes en koersen.

Artikel 62

Bewaren of beheren van virtuele activa of van toegangsmiddelen 

  1. Een virtuele activa dienstverlener die namens derden virtuele activa of toegangsmiddelen bewaart of beheert, dient in ieder geval:
    a. een overeenkomst aan te gaan met zijn cliënten waarin hun taken en hun verantwoordelijkheden wederzijds nader zijn bepaald;
    b. een positieregister bij te houden van de namens elke cliënt geopende posities die overeenstemmen met de rechten van elke cliënt op de virtuele activa;
    c. zo snel als mogelijk in het positieregister alle bewegingen volgens de instructies van zijn cliënten vast te leggen;
    d. de uitoefening van de aan de virtuele activa verbonden rechten te faciliteren, en alle gebeurtenissen die rechten van de cliënt kunnen doen ontstaan of wijzigen, zo spoedig mogelijk in het positieregister van de cliënt vast te leggen;
    e. zijn cliënten, ten minste om de drie maanden en op elk verzoek van de betrokken cliënt, een positieoverzicht van de op naam van die cliënt geboekte virtuele activa op een duurzame drager te verschaffen;
    f. zijn cliënten zo spoedig mogelijk informatie te verschaffen over transacties met virtuele activa die een reactie van die cliënten vereisen;
    g. interne regels en procedures vast te stellen die:
    1º de correcte bewaring van, of de controle over die virtuele activa of de toegangsmiddelen tot die virtuele activa zekerstellen; en,
    2º garanderen dat de dienstverlener de virtuele activa of de aan die activa verbonden rechten niet door fraude, cyberaanvallen of nalatigheid kan verliezen;
    h. de virtuele activa of toegangsmiddelen tot die virtuele activa welke hij namens een cliënt aanhoudt zo spoedig mogelijk aan die cliënt terug te geven indien deze daarom verzoekt of indien de overeenkomst tussen de dienstverlener en de cliënt wordt beëindigd;
    i. namens zijn cliënten aangehouden tegoeden af te zonderen van zijn eigen tegoeden overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 30 tot en met 32, en de virtuele activa van zijn cliënten met een type technologie die de gedistribueerde registratie van versleutelde gegevens ondersteunt op andere adressen aan te houden dan die waarop zijn eigen virtuele activa worden aangehouden overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens artikel 33; en,
    j. tegenover zijn cliënten aansprakelijk te zijn ten aanzien van het verlies van virtuele activa als gevolg van een storing of hacks ten belope van de marktwaarde van de verloren gegane virtuele activa op het tijdstip van het verlies.
  2. Een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bevat ten minste elk van de volgende elementen:
    a. de identiteit van de partijen bij de overeenkomst;
    b. de aard van de aangeboden dienst en een beschrijving van die dienst;
    c. de middelen voor de communicatie tussen de dienstverlener en de cliënt, met inbegrip van het authenticatiesysteem van de cliënt;
    d. een beschrijving van de door de dienstverlener gebruikte beveiligingssystemen;
    e. door de dienstverlener berekende vergoedingen; en,
    f. het op de overeenkomst toepasselijke recht.
  3. De interne procedures van de dienstverlener borgen dat bewegingen die op de registratie van de virtuele activa van invloed zijn, blijken uit een op regelmatige basis in het positieregister van de cliënt geregistreerde transactie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b of c.
  4. Het positieoverzicht, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, vermeldt de betrokken virtuele activa, het saldo ervan, de waarde ervan en de overdracht van virtuele activa die in de betrokken periode heeft plaatsgevonden.

Artikel 63

Adviseren over virtuele activa 

  1. Een virtuele activa dienstverlener die advies uitbrengt dient in ieder geval:
    a.   de verenigbaarheid van die virtuele activa met de behoeften van de cliënt te beoordelen    en deze alleen aan de cliënt aan te bevelen indien dat in het belang van de cliënt is;
    b. erop toe te zien dat natuurlijke personen die namens hem advies of informatie    verstrekken over virtuele activa over de noodzakelijke kennis en ervaring beschikken;
    c. informatie te vragen over de kennis van en ervaring met virtuele activa van de cliënt of potentiële cliënt, over zijn doelstellingen en zijn financiële situatie met inbegrip van zijn vermogen om verliezen te dragen, en over diens basisinzicht in de risico’s die aan de aankoop van virtuele activa verbonden zijn;
    d.  de cliënt te waarschuwen dat de waarde van virtuele activa, door de verhandelbaarheid ervan, kan fluctueren;
    e.te zorgen voor de vaststelling en toepassing van gedragslijnen en procedures om alle informatie te kunnen inwinnen en te beoordelen die noodzakelijk is voor een goede en  betrouwbare beoordeling van de kennis en ervaring van de cliënt of potentiële cliënt;
    f. voor elke cliënt de beoordeling, bedoeld in onderdeel a, telkens om de twee jaar te herhalen; en,
    g.     aan de cliënt op een duurzame drager een verslag te verstrekken met een samenvatting van het advies dat aan die cliënt is verstrekt, waarin ten minste de vragen en behoeften van de cliënt en een samenvatting van het verstrekte advies worden aangegeven.
  2. Indien de cliënt niet de informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, verstrekt of indien de dienstverlener van oordeel is dat de cliënt of potentiële cliënt onvoldoende kennis en ervaring heeft, stelt de dienstverlener de cliënt of potentiële cliënt ervan in kennis dat de virtuele activa of virtuele activadiensten voor hem ongeschikt kunnen zijn en waarschuwt hij hem voor de aan de virtuele activa verbonden risico’s, waarbij hij duidelijk het risico van volledig verlies van het belegde of in virtuele activa omgewisselde fiduciaire valuta vermeldt.
  3. De dienstverlener verricht geen diensten ten behoeve van de cliënt voordat de cliënt uitdrukkelijk heeft bevestigd dat hij de waarschuwing heeft ontvangen en begrepen.

Artikel 64

Uitvoering van orders voor virtuele activa namens derden

Een virtuele activa dienstverlener die orders voor virtuele activa namens derden uitvoert dient in ieder geval:
a. alle noodzakelijke maatregelen te nemen om, bij het uitvoeren van orders, het best mogelijke resultaat voor zijn cliënten te behalen, rekening houdende met de factoren voor een optimale uitvoering inzake koers, kosten, snelheid, waarschijnlijkheid van uitvoering en afwikkeling, omvang, aard of alle overige voor de uitvoering van de order relevante aspecten, tenzij de betrokken dienstverlener orders voor virtuele activa volgens specifieke instructies van zijn cliënten uitvoert;
b. een beleid en doeltreffende regelingen inzake de uitvoering van orders vast te stellen en toe te passen waarmee hij voor de orders van zijn cliënten het best mogelijke resultaat kan behalen, de onmiddellijke, billijke en vlotte uitvoering van orders van cliënten kan realiseren, en kan voorkomen dat personeelsleden van de dienstverlener informatie over orders van cliënten misbruiken; en,
c. zijn cliënten passende en heldere informatie te verstrekken over het beleid inzake orderuitvoering en significante aanpassingen daarvan.

Artikel 65

Ontvangst en doorgifte van orders voor virtuele activa namens derden

Een virtuele activa dienstverlener die orders voor virtuele activa namens derden ontvangt en doorgeeft dient in ieder geval:
a. te zorgen voor de vaststelling en toepassing van procedures en regelingen die voorzien in een onmiddellijke en correcte doorgifte van orders van cliënten voor uitvoering op een handelsplatform voor virtuele activa of aan een andere virtuele activa dienstverlener;
b. geen beloning, korting of niet-geldelijk voordeel te ontvangen voor de doorgifte van orders van cliënten naar een bepaald handelsplatform voor virtuele activa of naar een  andere virtuele activa dienstverlener; en,
c. geen misbruik te maken van informatie over lopende orders van cliënten en alle redelijke maatregelen te nemen om misbruik van dergelijke informatie door zijn personeelsleden te voorkomen.

Artikel 66

Plaatsing van virtuele activa

  1. Een virtuele activa dienstverlener die virtuele activa plaatst dient in ieder geval:
    a. de volgende informatie aan de emittent of aan de namens hem handelende derde mee te delen voordat hij met hem een contract afsluit:
    1º het type plaatsing dat wordt overwogen, met inbegrip van de vraag of een minimumbedrag aan aankopen is gegarandeerd of niet;
    2º een vermelding van het bedrag aan transactievergoedingen voor de dienstverlening bij de voorgenomen plaatsing;
    3º de timing, procedure en koers waarmee voor de voorgenomen plaatsing wordt  gerekend; en,
    4º informatie over de beoogde kopers;
    b. voorafgaand aan de plaatsing van de betrokken virtuele activa de instemming te verkrijgen van de emittent of van de namens hem handelende derde ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld in onderdeel a.
  2. De in artikel 35 bedoelde regels inzake belangenconflicten bevatten specifieke en adequate procedures om belangenconflicten te voorkomen, te identificeren, te beheren en openbaar te maken ingeval:
    a. de dienstverlener de virtuele activa bij zijn eigen cliënten plaatst; of,
    b. de voorgestelde koers voor de plaatsing van virtuele activa is over- of onderschat.

Artikel 67

Uitgifte van virtuele activa

 Een emittent dient in ieder geval:
a. eerlijk, billijk en professioneel te handelen;
b. eerlijk, duidelijk en niet misleidend te communiceren met zijn cliënten en potentiële cliënten;
c. belangenconflicten die kunnen ontstaan te voorkomen, identificeren en beheersen, en deze openbaar te maken;
d. voorafgaand aan de uitgifte een white paper over de uit te geven virtuele activa vast te stellen nadat dit door de Bank is goedgekeurd;
e. ervoor te zorgen dat zijn systemen en protocollen voor toegangsbeveiliging aan de betreffende door de Bank vastgestelde normen voldoen;
f. in het belang van zijn cliënten te handelen, en hen gelijk te behandelen tenzij preferente behandelingen in het white paper duidelijk zijn voorbehouden en, in voorkomend geval, in de reclame-uitingen openbaar zijn gemaakt;
g. te zorgen voor de vaststelling en toepassing van een beloningsbeleid dat een gedegen en effectief risicobeheer van de dienstverlener aanmoedigt en geen prikkels creëert om de risiconormen niet te handhaven;
h. ervoor te zorgen dat de virtuele activa op niet-discriminerende, billijke en transparante wijze in bewaring kunnen worden gehouden door verschillende virtuele activa dienstverleners met een daartoe strekkende vergunning, ontheffing of vrijstelling;
i. ervoor te zorgen dat fiduciaire valuta die bij kopers of kandidaat-kopers zijn opgehaald, zo spoedig mogelijk correct worden teruggegeven indien een aanbieding aan het publiek van virtuele activa, om welke reden dan ook wordt geannuleerd; en,
j. zijn liquiditeitspositie te beoordelen en te monitoren om aan de in onderdeel i of in artikel 30, derde en vierde lid, bedoelde terugbetalingen, of uitoefening van rechten door cliënten te allen tijde te kunnen voldoen.

Hoofdstuk VII
Geheimhouding en uitwisseling van informatie

Artikel 68
1. Gegevens of inlichtingen die ingevolge het bij of krachtens deze landsverordening bepaalde omtrent afzonderlijke instellingen zijn verstrekt of zijn verkregen en gegevens of inlichtingen die van een instantie als bedoeld in artikel 69 zijn ontvangen, worden niet gepubliceerd en zijn geheim.
2. Het is aan een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze landsverordening of van krachtens deze landsverordening genomen besluiten enige taak vervult of heeft vervuld, verboden van gegevens of inlichtingen, die ingevolge deze landsverordening zijn verstrekt of ontvangen, of van gegevens of inlichtingen bij het onderzoek van boeken, bescheiden of andere informatiedragers verkregen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of door deze landsverordening wordt geëist.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid, is de Bank bevoegd met gebruikmaking van gegevens of inlichtingen, verkregen bij de uitvoering van haar taak op grond van deze landsverordening, mededelingen te doen, mits deze niet kunnen worden herleid tot afzonderlijke personen of ondernemingen of instellingen.
4. Het eerste lid laat onverlet de verplichting om overeenkomstig het Wetboek van Strafvordering als getuige in strafzaken een verklaring af te leggen omtrent gegevens of inlichtingen, verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze landsverordening opgedragen taak. Het laat evenzo onverlet de verplichting om overeenkomstig het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering als getuige, dan wel partij in een comparitie van partijen in burgerlijke zaken een verklaring af te leggen omtrent gegevens of inlichtingen, verkregen bij de vervulling van zijn in gevolge deze landsverordening opgedragen taak, zulks met dien verstande dat zodanige verplichting slechts geldt, voor zover het betreft een onder het toezicht van de Bank staande onderneming of instelling die in staat van faillissement is verklaard of op grond van een rechterlijke uitspraak is ontbonden, en dat zij niet geldt voor gegevens of inlichtingen, die betrekking hebben op ondernemingen of instellingen, die betrokken zijn of zijn geweest bij een poging de desbetreffende onderneming of instelling in staat te stellen haar bedrijf voort te zetten.

Artikel 69
1. In afwijking van artikel 68 kan de Bank gegevens of inlichtingen, verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze landsverordening opgedragen taken, verstrekken aan buitenlandse of in Curaçao gevestigde toezichthoudende instanties.
2. Van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, wordt geen gebruik gemaakt, indien:
a. het doel waarvoor de gegevens of inlichtingen zullen worden gebruikt, onvoldoende bepaald is;
b. het beoogde gebruik van de gegevens of inlichtingen niet past in het kader van het toezicht op financiële markten of op die markten werkzame rechtspersonen, vennootschappen of natuurlijke personen;
c. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen zich niet zou verdragen met de geldende wettelijke regelingen of openbare orde;
d. de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen niet in voldoende mate is gewaarborgd;
e. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze landsverordening beoogt te beschermen; of,
f. onvoldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt.
3. Voor zover de gegevens of inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, zijn verkregen van een buitenlandse of een in Curaçao gevestigde toezichthoudende instantie, verstrekt de Bank deze niet aan een andere buitenlandse of een in Curaçao gevestigde toezichthoudende instantie, tenzij de buitenlandse of in Curaçao gevestigde toezichthoudende instantie waarvan de gegevens of inlichtingen zijn verkregen, uitdrukkelijk heeft ingestemd met de verstrekking van de gegevens of inlichtingen en in voorkomend geval heeft ingestemd met het gebruik voor een ander doel dan waarvoor de gegevens of inlichtingen zijn verstrekt.
4. Indien een buitenlandse of een in Curaçao gevestigde toezichthoudende instantie aan de Bank verzoekt om gegevens of inlichtingen, die de Bank op grond van het eerste, tweede of het derde lid heeft verstrekt, te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor zij zijn verstrekt, willigt de Bank dat verzoek slechts in, indien:
a. het beoogde gebruik niet in strijd is met het eerste, tweede of derde lid;
b. de toezichthoudende instantie in kwestie op een andere wijze dan in deze landsverordening voorzien vanuit Curaçao met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke procedures voor dat andere doel de beschikking over die gegevens of inlichtingen zou kunnen verkrijgen; of,
c. na overleg met de Minister van Justitie indien het in de aanhef bedoelde verzoek betrekking heeft op een onderzoek naar strafbare feiten.
5. De Bank kan, in afwijking van artikel 68, eerste en tweede lid, gegevens of inlichtingen verstrekken aan het openbaar ministerie, de Financiële Inlichtingen Eenheid Curaçao, bedoeld in artikel 2 van de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties, of andere autoriteiten belast met opsporing en vervolging die zij heeft verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze landsverordening opgedragen taak, voor zover de gegevens of inlichtingen naar het oordeel van de Bank van belang zijn of zouden kunnen zijn voor onderzoeken, dan wel de nog in te stellen onderzoeken van het openbaar ministerie, de Financiële Inlichtingen Eenheid Curaçao, bedoeld in artikel 2 van de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties, of andere autoriteiten belast met opsporing en vervolging.
6. De Bank verstrekt tevens, in afwijking van artikel 68, eerste en tweede lid, gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de hem ingevolge deze landsverordening opgedragen taak, aan de Algemene Rekenkamer, voor zover de gegevens of inlichtingen naar het oordeel van de Algemene Rekenkamer noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar wettelijke taak op grond van de artikelen 25 en 41 van de Landsverordening Algemene Rekenkamer Curaçao. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.
7. De Algemene Rekenkamer is verplicht tot geheimhouding van de op grond van het vijfde lid ontvangen gegevens of inlichtingen en kan die slechts openbaar maken indien deze niet herleid kunnen worden tot afzonderlijke personen.
8. Het bepaalde in het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing op een virtuele activa dienstverlener voor wat betreft gegevens of inlichtingen waarover hij in de uitoefening van zijn bedrijf beschikt.

Artikel 70
1. De Bank kan ten behoeve van de uitvoering van haar taak op grond van dit hoofdstuk van eenieder gegevens of inlichtingen vorderen, indien dat voor de vervulling van de taak van een in artikel 69 bedoelde buitenlandse toezichthoudende instantie nodig is. Artikel 69, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. Op verzoek van een buitenlandse toezichthoudende instantie als bedoeld in het eerste lid kan de Bank gegevens en inlichtingen vragen aan of een onderzoek instellen of doen instellen bij eenieder die ingevolge deze landsverordening onder haar toezicht valt of behoort te vallen en waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij over gegevens of inlichtingen beschikt, die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor de verzoekende instantie.
3. Degene aan wie gegevens of inlichtingen als bedoeld in het tweede lid zijn gevraagd, verstrekt deze binnen een door de Bank te stellen redelijke termijn.
4. Degene bij wie een onderzoek als bedoeld in het tweede lid wordt ingesteld, verleent alle medewerking die nodig is voor een goede uitvoering van dat onderzoek, met dien verstande dat degene bij wie het onderzoek wordt ingesteld en die niet ingevolge deze landsverordening onder toezicht staat, slechts is gehouden tot het verlenen van inzage in zakelijke gegevens en bescheiden.
5. De Bank kan toestaan dat een functionaris van een buitenlandse toezichthoudende instantie als bedoeld in het eerste lid deelneemt aan de uitvoering van een verzoek als bedoeld in het tweede lid. De functionaris, bedoeld in de eerste volzin, volgt de aanwijzingen op van de persoon die met de uitvoering van het verzoek is belast en staat onder leiding van deze persoon.

Artikel 71
1. In afwijking van artikel 68 is de Bank bevoegd om gegevens en inlichtingen, verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze landsverordening opgedragen taken, te verstrekken aan een op grond van het Faillissementsbesluit 1931 of overeenkomstig artikel 11, negende lid, of artikel 78, eerste lid, benoemde curator, voor zover die gegevens of inlichtingen dienstig zijn voor de uitoefening van diens taken.
2. De Bank verstrekt geen vertrouwelijke gegevens of inlichtingen als bedoeld in het eerste lid indien verstrekking van die gegevens redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze landsverordening beoogt te beschermen. Voorts verstrekt zij geen vertrouwelijke gegevens of inlichtingen verkregen van een andere toezichthoudende instantie, indien de andere toezichthoudende instantie niet instemt met het verstrekken van die gegevens of inlichtingen.
3. Een curator die is aangesteld in het faillissement van een onderneming of instelling die valt onder de reikwijdte van deze landsverordening, is in afwijking van artikel 68 bevoegd vertrouwelijke gegevens of inlichtingen als bedoeld in het eerste lid te verstrekken aan het Gerecht, voor zover dat voor de afwikkeling van het faillissement nodig is.

Hoofdstuk VII
Geheimhouding en uitwisseling van informatie

Artikel 68

  1. Gegevens of inlichtingen die ingevolge het bij of krachtens deze landsverordening bepaalde omtrent afzonderlijke instellingen zijn verstrekt of zijn verkregen en gegevens of inlichtingen die van een instantie als bedoeld in artikel 69 zijn ontvangen, worden niet gepubliceerd en zijn geheim.
  2. Het is aan een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze landsverordening of van krachtens deze landsverordening genomen besluiten enige taak vervult of heeft vervuld, verboden van gegevens of inlichtingen, die ingevolge deze landsverordening zijn verstrekt of ontvangen, of van gegevens of inlichtingen bij het onderzoek van boeken, bescheiden of andere informatiedragers verkregen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of door deze landsverordening wordt geëist.
  3. In afwijking van het eerste en tweede lid, is de Bank bevoegd met gebruikmaking van gegevens of inlichtingen, verkregen bij de uitvoering van haar taak op grond van deze landsverordening, mededelingen te doen, mits deze niet kunnen worden herleid tot afzonderlijke personen of ondernemingen of instellingen.
  4. Het eerste lid laat onverlet de verplichting om overeenkomstig het Wetboek van Strafvordering als getuige in strafzaken een verklaring af te leggen omtrent gegevens of inlichtingen, verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze landsverordening opgedragen taak. Het laat evenzo onverlet de verplichting om overeenkomstig het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering als getuige, dan wel partij in een comparitie van partijen in burgerlijke zaken een verklaring af te leggen omtrent gegevens of inlichtingen, verkregen bij de vervulling van zijn in gevolge deze landsverordening opgedragen taak, zulks met dien verstande dat zodanige verplichting slechts geldt, voor zover het betreft een onder het toezicht van de Bank staande onderneming of instelling die in staat van faillissement is verklaard of op grond van een rechterlijke uitspraak is ontbonden, en dat zij niet geldt voor gegevens of inlichtingen, die betrekking hebben op ondernemingen of instellingen, die betrokken zijn of zijn geweest bij een poging de desbetreffende onderneming of instelling in staat te stellen haar bedrijf voort te zetten.

Artikel 69

  1. In afwijking van artikel 68 kan de Bank gegevens of inlichtingen, verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze landsverordening opgedragen taken, verstrekken aan buitenlandse of in Curaçao gevestigde toezichthoudende instanties.
  2. Van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, wordt geen gebruik gemaakt, indien:
    a. het doel waarvoor de gegevens of inlichtingen zullen worden gebruikt, onvoldoende bepaald is;
    b. het beoogde gebruik van de gegevens of inlichtingen niet past in het kader van het toezicht op financiële markten of op die markten werkzame rechtspersonen, vennootschappen of natuurlijke personen;
    c. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen zich niet zou verdragen met de geldende wettelijke regelingen of openbare orde;
    d. de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen niet in voldoende mate is gewaarborgd;
    e. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze landsverordening beoogt te beschermen; of,
    f. onvoldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt.
  3. Voor zover de gegevens of inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, zijn verkregen van een buitenlandse of een in Curaçao gevestigde toezichthoudende instantie, verstrekt de Bank deze niet aan een andere buitenlandse of een in Curaçao gevestigde toezichthoudende instantie, tenzij de buitenlandse of in Curaçao gevestigde toezichthoudende instantie waarvan de gegevens of inlichtingen zijn verkregen, uitdrukkelijk heeft ingestemd met de verstrekking van de gegevens of inlichtingen en in voorkomend geval heeft ingestemd met het gebruik voor een ander doel dan waarvoor de gegevens of inlichtingen zijn verstrekt.
  4. Indien een buitenlandse of een in Curaçao gevestigde toezichthoudende instantie aan de Bank verzoekt om gegevens of inlichtingen, die de Bank op grond van het eerste, tweede of het derde lid heeft verstrekt, te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor zij zijn verstrekt, willigt de Bank dat verzoek slechts in, indien:
    a. het beoogde gebruik niet in strijd is met het eerste, tweede of derde lid;
    b. de toezichthoudende instantie in kwestie op een andere wijze dan in deze landsverordening voorzien vanuit Curaçao met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke procedures voor dat andere doel de beschikking over die gegevens of inlichtingen zou kunnen verkrijgen; of,
    c. na overleg met de Minister van Justitie indien het in de aanhef bedoelde verzoek betrekking heeft op een onderzoek naar strafbare feiten.
  5. De Bank kan, in afwijking van artikel 68, eerste en tweede lid, gegevens of inlichtingen verstrekken aan het openbaar ministerie, de Financiële Inlichtingen Eenheid Curaçao, bedoeld in artikel 2 van de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties, of andere autoriteiten belast met opsporing en vervolging die zij heeft verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze landsverordening opgedragen taak, voor zover de gegevens of inlichtingen naar het oordeel van de Bank van belang zijn of zouden kunnen zijn voor onderzoeken, dan wel de nog in te stellen onderzoeken van het openbaar ministerie, de Financiële Inlichtingen Eenheid Curaçao, bedoeld in artikel 2 van de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties, of andere autoriteiten belast met opsporing en vervolging.
  6. De Bank verstrekt tevens, in afwijking van artikel 68, eerste en tweede lid, gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de hem ingevolge deze landsverordening opgedragen taak, aan de Algemene Rekenkamer, voor zover de gegevens of inlichtingen naar het oordeel van de Algemene Rekenkamer noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar wettelijke taak op grond van de artikelen 25 en 41 van de Landsverordening Algemene Rekenkamer Curaçao. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.
  7. De Algemene Rekenkamer is verplicht tot geheimhouding van de op grond van het vijfde lid ontvangen gegevens of inlichtingen en kan die slechts openbaar maken indien deze niet herleid kunnen worden tot afzonderlijke personen.
  8. Het bepaalde in het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing op een virtuele activa dienstverlener voor wat betreft gegevens of inlichtingen waarover hij in de uitoefening van zijn bedrijf beschikt.

Artikel 70

  1. De Bank kan ten behoeve van de uitvoering van haar taak op grond van dit hoofdstuk van eenieder gegevens of inlichtingen vorderen, indien dat voor de vervulling van de taak van een in artikel 69 bedoelde buitenlandse toezichthoudende instantie nodig is. Artikel 69, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
  2. Op verzoek van een buitenlandse toezichthoudende instantie als bedoeld in het eerste lid kan de Bank gegevens en inlichtingen vragen aan of een onderzoek instellen of doen instellen bij eenieder die ingevolge deze landsverordening onder haar toezicht valt of behoort te vallen en waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij over gegevens of inlichtingen beschikt, die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor de verzoekende instantie.
  3. Degene aan wie gegevens of inlichtingen als bedoeld in het tweede lid zijn gevraagd, verstrekt deze binnen een door de Bank te stellen redelijke termijn.
  4. Degene bij wie een onderzoek als bedoeld in het tweede lid wordt ingesteld, verleent alle medewerking die nodig is voor een goede uitvoering van dat onderzoek, met dien verstande dat degene bij wie het onderzoek wordt ingesteld en die niet ingevolge deze landsverordening onder toezicht staat, slechts is gehouden tot het verlenen van inzage in zakelijke gegevens en bescheiden.
  5. De Bank kan toestaan dat een functionaris van een buitenlandse toezichthoudende instantie als bedoeld in het eerste lid deelneemt aan de uitvoering van een verzoek als bedoeld in het tweede lid. De functionaris, bedoeld in de eerste volzin, volgt de aanwijzingen op van de persoon die met de uitvoering van het verzoek is belast en staat onder leiding van deze persoon.

Artikel 71

  1. In afwijking van artikel 68 is de Bank bevoegd om gegevens en inlichtingen, verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze landsverordening opgedragen taken, te verstrekken aan een op grond van het Faillissementsbesluit 1931 of overeenkomstig artikel 11, negende lid, of artikel 78, eerste lid, benoemde curator, voor zover die gegevens of inlichtingen dienstig zijn voor de uitoefening van diens taken.
  2. De Bank verstrekt geen vertrouwelijke gegevens of inlichtingen als bedoeld in het eerste lid indien verstrekking van die gegevens redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze landsverordening beoogt te beschermen. Voorts verstrekt zij geen vertrouwelijke gegevens of inlichtingen verkregen van een andere toezichthoudende instantie, indien de andere toezichthoudende instantie niet instemt met het verstrekken van die gegevens of inlichtingen.
  3. Een curator die is aangesteld in het faillissement van een onderneming of instelling die valt onder de reikwijdte van deze landsverordening, is in afwijking van artikel 68 bevoegd vertrouwelijke gegevens of inlichtingen als bedoeld in het eerste lid te verstrekken aan het Gerecht, voor zover dat voor de afwikkeling van het faillissement nodig is.

Hoofdstuk VIII
Dekking kosten behandeling aanvragen en toezicht

Artikel 72

  1. De aanvrager van een vergunning, vrijstelling, ontheffing of toestemming, en de virtuele activa dienstverlener die een melding doet als bedoeld in artikel 134 zijn ter zake van de aanvraag onderscheidenlijk melding aan de Bank een bedrag verschuldigd. De Bank brengt het bedrag, voor zover mogelijk direct na ontvangst van de aanvraag, bij beschikking in rekening.
  2. Degenen die in het bezit zijn van een vergunning, vrijstelling of ontheffing zijn jaarlijks aan de Bank een bedrag verschuldigd. De Bank stelt elk jaar de hoogte van het bedrag vast, en legt de verplichting tot betaling bij beschikking op aan iedere betrokkene.
  3. De hoogte van de bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt zodanig vastgesteld dat de totale jaarlijkse opbrengst van het in rekening te brengen bedrag ten hoogste gelijk is aan de kosten die de Bank in dat jaar maakt ter zake van de behandeling van de aanvragen onderscheidenlijk het toezicht dat de Bank uitoefent ingevolge deze landsverordening.
  4. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden, gehoord de Bank en de representatieve organisatie, bedoeld in artikel 5, nadere regels gesteld omtrent de kostendoorberekening en de grondslagen waarop die is gebaseerd en wordt de hoogte van de in het eerste lid bedoelde bedragen vastgesteld. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt naar directe en indirecte kosten.
  5. Bedragen, genoemd in het landsbesluit, houdende algemene maatregelen, bedoeld in het vierde lid, kunnen bij ministeriële regeling met algemene werking worden gewijzigd overeenkomstig de ontwikkeling van de prijsindexcijfers van de gezinsconsumptie. Wijziging heeft plaats met ingang van de eerste dag van enig kalenderjaar op basis van de stijging die het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie voor het derde kwartaal of de maand september in het daaraan voorafgaande jaar aangeeft ten opzichte van het prijsindexcijfer voor het derde kwartaal in het daaraan voorafgaande jaar.
  6. Het in het eerste onderscheidenlijk tweede lid bedoelde bedrag wordt betaald binnen zes weken na dagtekening van de beschikking waarbij de betalingsverplichting is opgelegd.
  7. Voor zover het bedrag, bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, niet binnen de in het zesde lid bedoelde termijn wordt betaald, stuurt de Bank aan betrokkene een schriftelijke aanmaning om binnen twee weken na dagtekening van de aanmaning dit bedrag, verhoogd met de rente en de kosten van de aanmaning, alsnog te betalen. De aanmaning bevat de aanzegging, dat het bedrag, voor zover dat niet binnen de in de aanmaning gestelde termijn wordt betaald, overeenkomstig het achtste lid wordt ingevorderd.
  8. Bij gebreke van betaling binnen de in de aanmaning gestelde termijn vordert de Bank het bedrag van de aanmaning, verhoogd met de kosten van de invordering, bij dwangbevel in.
  9. Het dwangbevel wordt op kosten van de betrokkene bij deurwaardersexploot betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
  10. Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de Bank. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Op verzoek van de Bank kan de rechter de schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen.

Hoofdstuk IX
Toezicht en handhaving

§ 1 Toezicht op de naleving

Artikel 73

  1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze landsverordening bepaalde zijn belast de daartoe door de President van de Bank aangewezen functionarissen, werkzaam bij de Bank. Een zodanige aanwijzing wordt bekendgemaakt in de Landscourant.
  2. De krachtens het eerste lid aangewezen personen kunnen het toezicht op een risicogeoriënteerde wijze uitoefenen.
  3. De krachtens het eerste lid aangewezen functionarissen van de Bank zijn uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs noodzakelijk is, bevoegd:
    a. alle inlichtingen te vragen;
    b. inzage te verlangen van alle boeken, bescheiden en andere informatiedragers en daarvan kopieën te maken of deze daartoe voor dat doel voor korte termijn mee te nemen tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs;
    c. zaken aan opneming en onderzoek te onderwerpen, deze daartoe tijdelijk mee te nemen tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs, en daarvan monsters te nemen; en,
    d. alle plaatsen te betreden, eventueel vergezeld van door hen aangewezen personen, met uitzondering van woningen of tot bewoning bestemde gedeelten van vaartuigen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner.
  4. Eenieder is verplicht aan de krachtens het eerste lid aangewezen functionarissen alle medewerking te verlenen die op grond van het derde lid wordt gevorderd.
  5. Zo nodig, wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het derde lid, onderdeel d, verschaft met behulp van de sterke arm.

Artikel 74

  1. De Bank kan zich bij het uitoefenen van het toezicht, bedoeld in artikel 73, eerste lid, doen bijstaan, dan wel een zodanig toezicht geheel doen uitvoeren door een door de Bank aan te wijzen externe deskundige of andere deskundigen. De Bank kan de kosten die hiermee verband houden geheel of gedeeltelijk doorberekenen aan de betrokken virtuele activa dienstverlener. Artikel 73 is van overeenkomstige toepassing.
  2. Indien het uitoefenen van het toezicht, bedoeld in artikel 73, eerste lid, dan wel bepaalde werkzaamheden in het kader van een zodanig toezicht door de Bank aan een externe deskundige of aan een andere deskundige worden opgedragen, is deze verplicht zijn bevindingen rechtstreeks en schriftelijk aan de Bank te rapporteren en na verkregen toestemming van de Bank een afschrift daarvan aan de betrokken virtuele activa dienstverlener te zenden.
  3. Een virtuele activa dienstverlener is op verzoek van de Bank verplicht een erkende deskundige aan te wijzen die rechtstreeks aan de Bank rapporteert over de interne organisatie van de virtuele activa dienstverlener.

Artikel 75

  1. De Bank is, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van haar taak redelijkerwijze noodzakelijk is, bevoegd om alle registers te raadplegen en alle inlichtingen te vragen bij overheidsinstanties, alsmede van andere bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, aan te wijzen instanties.
  2. De in het eerste lid bedoelde instanties verlenen aan de Bank binnen de door haar gestelde redelijke termijn kosteloos alle medewerking die op grond van het eerste lid wordt gevraagd.

Artikel 76

De bij of krachtens deze landsverordening gegeven regels die het verstrekken van gegevens of inlichtingen verbieden of anderszins tot geheimhouding verplichten, gelden niet bij de toepassing van de bij of krachtens hoofdstuk III van de Landsverordening internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen gegeven regels op een administratieplichtige als bedoeld in artikel 22 van de laatstgenoemde landsverordening, of op de Bank voor zover het die administratieplichtige betreft.

§ 2 Handhaving

Artikel 77

  1. Bij niet naleving van hetgeen bij of krachtens deze landsverordening is gesteld kan de Bank bij aangetekende brief een aanwijzing geven om binnen een door haar te bepalen termijn ten aanzien van met name genoemde punten een bepaalde gedragslijn te volgen.
  2. Indien de Bank tekenen ontwaart, die naar het oordeel van de Bank de financiële situatie, het deugdelijk ondernemingsbestuur of de integere of beheerste bedrijfsvoering van een virtuele activa dienstverlener in gevaar brengen of kunnen brengen, kan de Bank deze virtuele activa dienstverlener per aangetekende brief een aanwijzing geven om binnen een door de Bank te bepalen termijn ten aanzien van met name genoemde punten een bepaalde gedragslijn te volgen.
  3. Indien de Bank tekenen ontwaart van een zodanige ontwikkeling dat er naar het oordeel van de Bank ten gevolge van de gekwalificeerde deelneming in een virtuele activa dienstverlener sprake is van een invloed op die virtuele activa dienstverlener die in strijd is of zou kunnen zijn met een gezond beleid voor virtuele activa dienstverleners, kan zij deze houder van een gekwalificeerde deelneming een aanwijzing geven om binnen een door haar te bepalen termijn ten aanzien van met name genoemde punten een bepaalde gedragslijn te volgen.

Artikel 78

  1. Indien de Bank niet binnen de door haar vastgestelde termijn na dagtekening van een aanwijzing als bedoeld in artikel 77, een voor haar bevredigend antwoord van de virtuele activa dienstverlener heeft ontvangen, of indien naar het oordeel van de Bank niet of onvoldoende aan de aanwijzing gevolg is gegeven, kan zij één of meer personen benoemen als curator ten aanzien van alle of bepaalde organen van die virtuele activa dienstverlener.
  2. Indien de in artikel 77, eerste of tweede lid, genoemde gevallen onverwijld ingrijpen noodzakelijk maken, kan de Bank zonder toepassing van artikel 77, eerste of tweede lid, onmiddellijk uitvoering geven aan het eerste lid, nadat de virtuele activa dienstverlener voorafgaand in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen over het voorgenomen besluit.

Artikel 79

  1. De beslissing om een curator te benoemen bevat een beschrijving van de belangen en instructies waardoor de curator zich dient te laten leiden.
  2. De Bank benoemt de curator voor ten hoogste twee jaren, met de mogelijkheid deze termijn telkens voor ten hoogste een jaar te verlengen. Een verlenging wordt terstond van kracht. Van een zodanige verlenging doet de Bank de virtuele activa dienstverlener mededeling per aangetekende brief.
  3. Met ingang van het tijdstip waarop de beslissing tot benoeming van de curator aan de virtuele activa dienstverlener is bekendgemaakt, mogen de betrokken organen hun bevoegdheden slechts uitoefenen na goedkeuring door de curator en met inachtneming van de opdrachten van de curator.
  4. Na de benoeming van een curator:
    a. verlenen de organen van de virtuele activa dienstverlener de curator alle medewerking;
    b. is voor schade ten gevolge van handelingen, verricht in strijd met het derde lid, elke persoon die deel uitmaakt van het orgaan van de onderneming of instelling dat deze handelingen verrichtte, hoofdelijk aansprakelijk tegenover de onderneming of instelling, tenzij het verrichten van deze handelingen hem niet te verwijten valt en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden; en,
    c. zijn de handelingen, bedoeld in onderdeel b, voor zover het rechtshandelingen betreft, vernietigbaar, indien de wederpartij wist of behoorde te weten dat de ingevolge het derde lid vereiste goedkeuring voor die handelingen ontbrak.
  5. De kosten en beloning van een op grond van artikel 78 benoemde curator komen ten laste van de betrokken virtuele activa dienstverlener.
  6. De Bank kan de organen ten aanzien waarvan een curator is benoemd, toestaan bepaalde rechtshandelingen zonder goedkeuring van de curator te verrichten.
  7. De curator informeert de Bank periodiek over zijn vorderingen en verstrekt de Bank alle gegevens en inlichtingen die voor de uitvoering van haar taak uit hoofde van deze landsverordening nodig zijn.
  8. De Bank kan de curator te allen tijde nadere instructies geven.
  9. De Bank kan de door haar aangewezen curator te allen tijde vervangen.
  10. Zodra de omstandigheid die tot de benoeming van de curator heeft geleid niet langer aanwezig is, trekt de Bank de benoeming van de curator in. De beslissing tot intrekking wordt onverwijld per aangetekende brief bekendgemaakt aan de betrokken onderneming of instelling.

Artikel 80

  1. Indien een externe deskundige niet of niet langer de nodige waarborgen biedt dat hij zijn taak met betrekking tot het afgeven van een verklaring met betrekking tot een virtuele activa dienstverlener naar behoren zal kunnen vervullen, kan de Bank ten aanzien van de externe deskundige bepalen dat deze niet langer bevoegd is de in deze landsverordening bedoelde verklaringen met betrekking tot die onderneming of instelling af te leggen.
  2. De Bank maakt een besluit als bedoeld in het eerste lid terstond bekend aan de desbetreffende onderneming of instelling en aan de externe deskundige, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 81

In dit hoofdstuk wordt onder last onder dwangsom verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:
a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding; en,
b. de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.

Artikel 82

  1. De Bank kan bij overtreding van de voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 4, derde lid, 9, tiende lid, 11, tiende lid, 13, eerste lid, 19, eerste lid, 21, 23, 25, 26, eerste lid, 27, 28, 29, 30, 31, eerste, tweede en derde lid, 31, vijfde lid, laatste volzin, 32, eerste lid, 33, 34, 35, eerste lid, 36, eerste lid, 37, eerste lid, 38, 39, eerste en tweede lid, 40 eerste tot en met zesde lid, 41, 42, eerste lid, 43, 44, 45, eerste en tweede lid, 46, eerste en tweede lid, 47, eerste lid, 49, eerste lid, 50, 51, eerste, tweede en derde lid, 52, eerste en tweede lid, 53, eerste, tweede en derde lid, 54, eerste lid, 55, eerste en derde lid, 56, 57, 58, 59, 60, eerste en tweede lid, 61, 62, eerste en derde lid, 63, 64, 65, 66, eerste lid, 67, 68, eerste en tweede lid, 70, derde en vierde lid, 73, vierde lid, 74, tweede en derde lid, en 79, derde en vierde lid, een last onder dwangsom opleggen. Artikel 1:127 van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing.
  2. De last onder dwangsom kan worden opgelegd zodra het gevaar voor de overtreding klaarblijkelijk dreigt.
  3. De last onder dwangsom omschrijft de te nemen herstelmaatregelen.
  4. Bij de last onder dwangsom die strekt tot het ongedaan maken van een overtreding of het voorkomen van verdere overtreding wordt een termijn gesteld gedurende welke de overtreder de last kan uitvoeren zonder dat een dwangsom wordt verbeurd.
  5. Een beslissing tot oplegging van een last onder dwangsom wordt op schrift gesteld en is een beschikking.
  6. De Bank stelt de dwangsom vast hetzij op een bedrag ineens, hetzij op een bedrag per tijdseenheid waarin de last niet is uitgevoerd, dan wel per overtreding van de last. De bedragen staan in redelijke verhouding tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom.
  7. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt het bedrag waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd, bepaald.

Artikel 83

Een verbeurde dwangsom wordt betaald binnen zes weken nadat zij van rechtswege is verbeurd.

Artikel 84

  1. Indien een last onder dwangsom is opgelegd kan de Bank op verzoek van de overtreder de last opheffen, de looptijd ervan opschorten voor een bepaalde termijn, of de dwangsom verminderen in geval van blijvende of tijdelijke gehele of gedeeltelijk onmogelijkheid voor die overtreder om aan zijn verplichtingen te voldoen.
  2. Indien een last onder dwangsom is opgelegd kan de Bank op verzoek van de overtreder de last opheffen, indien de beschikking één jaar van kracht is geweest zonder dat de dwangsom is verbeurd.

Artikel 85

In afwijking van artikel 113, eerste lid, verjaart de bevoegdheid tot invordering van een verbeurde dwangsom door verloop van één jaar na de dag waarop zij is verbeurd.

Artikel 86

Geen last onder dwangsom kan worden opgelegd voor zover voor de overtreding een rechtvaardigingsgrond bestond.

Artikel 87

  1. Alvorens aan te manen tot betaling van de dwangsom beslist de Bank bij beschikking omtrent de invordering van de dwangsom.
  2. De Bank geeft voorts een beschikking omtrent de invordering van de dwangsom, indien een belanghebbende daarom verzoekt.
  3. De Bank beslist binnen zes weken op het verzoek.

Artikel 88

  1. Indien uit een beschikking tot intrekking of wijziging van de last onder dwangsom voortvloeit dat een reeds gegeven beschikking tot invordering van die dwangsom niet in stand kan blijven, vervalt die reeds eerder gegeven beschikking.
  2. De Bank kan een nieuwe beschikking tot invordering geven die in overeenstemming is met de gewijzigde last onder dwangsom.

Artikel 89

  1. Een bezwaar, beroep, hoger beroep of een verzoek om schorsing, dan wel voorlopige voorziening gericht tegen de last onder dwangsom heeft mede betrekking op een beschikking die strekt tot invordering van de dwangsom, voor zover de belanghebbende deze beschikking betwist.
  2. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba kan beslissen het beroepschrift toe te zenden naar de Bank, overeenkomstig artikel 54 van de Landsverordening administratieve rechtspraak, indien behandeling door de Bank gewenst is.
  3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een verzoek om schorsing dan wel op een verzoek om een voorlopige voorziening.

Artikel 90

Onder bestuurlijke boete wordt verstaan: de bestraffende sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom.

Artikel 91

  1. De Bank kan bij overtreding van de voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 4, derde lid, 9, tiende lid, 11, tiende lid, 13, eerste lid, 19, eerste lid, 21, 23, 25, eerste en tweede lid, 26, eerste lid, 27, 28, 29, 30, 31, eerste, tweede en derde lid, 31, vijfde lid, laatste volzin, 32, eerste lid, 33, 34, 35, eerste lid, 36, eerste lid, 37, eerste lid, 38, 39, eerste en tweede lid, 40 eerste tot en met zesde lid, 41, 42, eerste lid, 43, 44, 45, eerste en tweede lid, 46, eerste en tweede lid, 47, eerste lid, 49, eerste lid, 50, 51, eerste, tweede en derde lid, 52, eerste en tweede lid, 53, eerste, tweede lid en derde lid, 54, eerste lid, 55, eerste en derde lid, 56, 57, 58, 59, 60, eerste en tweede lid, 61, 62, eerste en derde lid, 63, 64, 65, 66, eerste lid, 67, 68, eerste en tweede lid, 70, derde en vierde lid, 73, vierde lid, 74, tweede en derde lid, en 79, derde en vierde lid, een bestuurlijke boete opleggen. Artikel 1:127 van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing.
  2. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt de hoogte en de wijze van bepaling van de bestuurlijke boete voor de verschillende overtredingen bepaald. Een op grond van het eerste lid op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de vierde categorie, bedoeld in artikel 1:54, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht of, indien dat meer is, ten hoogste 10% van de jaaromzet van de virtuele activa dienstverlener in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking waarin de bestuurlijke boete wordt opgelegd.
  3. De jaaromzet, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 119, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
  4. Alvorens over te gaan tot oplegging van een boete, stelt de Bank de betrokkene schriftelijk op de hoogte van het voornemen een boete op te leggen onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust.
  5. De Bank houdt aantekeningen van de handelingen die in het kader van een onderzoek, voorafgaand aan het opleggen van een bestuurlijke boete, hebben plaatsgevonden onder vermelding van de personen die bedoelde handelingen hebben verricht.

Artikel 92

Geen bestuurlijke boete wordt opgelegd, indien:
a. de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten;
b. de overtreder is overleden;
c. aan de overtreder wegens dezelfde overtreding reeds eerder een bestuurlijke boete is
opgelegd, dan wel een kennisgeving als bedoeld in artikel 98, derde lid, onderdeel a, is
bekendgemaakt; of,
d. een rechtvaardigingsgrond voor de overtreding bestaat.

Artikel 93

  1. Geen bestuurlijke boete wordt opgelegd, indien tegen de overtreder wegens dezelfde gedraging een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting is begonnen, of het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolge artikel 1:149 van het Wetboek van Strafrecht.
  2. Indien de gedraging tevens een strafbaar feit is, wordt zij aan de officier van justitie voorgelegd, tenzij bij wettelijk voorschrift is bepaald, dan wel met het openbaar ministerie is overeengekomen, dat daarvan kan worden afgezien.
  3. Voor een gedraging die aan de officier van justitie moet worden voorgelegd, legt de Bank slechts een bestuurlijke boete op indien:
    a. de officier van justitie aan de Bank heeft medegedeeld ten aanzien van de overtreder van strafvervolging af te zien; of,
    b. de Bank niet binnen dertien weken een reactie van de officier van justitie heeft ontvangen.

Artikel 94

  1. Een bestuurlijke boete vervalt, indien zij op het tijdstip van het overlijden van de overtreder niet onherroepelijk is. Een onherroepelijke bestuurlijke boete vervalt voor zover zij op dat tijdstip nog niet is betaald.
  2. Een reeds opgelegde bestuurlijke boete vervalt, indien het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba met toepassing van artikel 25 van het Wetboek van Strafvordering de vervolging van de overtreder voor dat feit beveelt.
  3. De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt vijf jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden.
  4. Indien tegen de bestuurlijke boete bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld, wordt de vervaltermijn, bedoeld in het derde lid, opgeschort tot onherroepelijk op het bezwaar of beroep is beslist.

Artikel 95

  1. Degene die wordt verhoord met het oog op het aan hem opleggen van een bestuurlijke boete, is niet verplicht ten behoeve daarvan verklaringen omtrent de overtreding af te leggen. Voor het verhoor wordt aan de betrokkene medegedeeld dat hij niet verplicht is tot antwoorden.
  2. Indien beroep is ingesteld tegen een bestuurlijke boete is de partij aan wie de boete is opgelegd niet verplicht omtrent de overtreding verklaringen af te leggen. Het eerste lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 96

  1. De Bank of de personen, bedoeld in artikel 73, eerste lid, kunnen van de overtreding een rapport opmaken.
  2. Het rapport is gedagtekend en vermeldt in ieder geval:
    a. de naam van de overtreder;
    b. de overtreding, alsmede het overtreden voorschrift; en,
    c. zo nodig een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip of de periode waarop de overtreding is geconstateerd.
  3. Een afschrift van het rapport wordt uiterlijk bij de bekendmaking van de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete aan de overtreder toegezonden of uitgereikt.
  4. Indien van de overtreding een proces-verbaal als bedoeld in artikel 186 van het Wetboek van Strafvordering is opgemaakt, treedt dit voor de toepassing van dit hoofdstuk in de plaats van het rapport.

Artikel 97

  1. De Bank stelt de overtreder desgevraagd in de gelegenheid de gegevens waarop het opleggen van de bestuurlijke boete, dan wel het voornemen daartoe, berust, in te zien en daarvan afschriften te vervaardigen. De Bank kan beslissen om bepaalde stukken van kennisneming uit te zonderen in het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, of op zwaarwichtige gronden aan het algemeen belang ontleend.
  2. Voor zover blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt, draagt de Bank er zoveel mogelijk zorg voor dat deze gegevens aan de overtreder worden medegedeeld in een voor deze begrijpelijke taal.

Artikel 98

  1. De Bank kan de overtreder in de gelegenheid stellen over het voornemen tot opleggen van een bestuurlijke boete zijn zienswijze naar voren te brengen.
  2. Op het moment dat de overtreder in de gelegenheid wordt gesteld over het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete zijn zienswijze naar voren te brengen:
    a. wordt het rapport reeds bij de uitnodiging daartoe aan de overtreder toegezonden of uitgereikt; en,
    b. zorgt de Bank voor bijstand door een tolk, indien blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt.
    3. Indien de Bank nadat de overtreder zijn zienswijze naar voren heeft gebracht, beslist dat:
    a. voor de overtreding geen bestuurlijke boete zal worden opgelegd, of
    b. de overtreding alsnog aan de officier van justitie zal worden voorgelegd,
    wordt dit schriftelijk aan de overtreder medegedeeld.

Artikel 99

  1. Een beschikking tot oplegging van een bestuurlijke boete vermeldt in ieder geval:
    a. de naam van de overtreder;
    b. het feit ter zake waarvan de boete wordt opgelegd, alsmede het overtreden voorschrift;
    c. de te betalen geldsom, alsmede een toelichting op de hoogte daarvan; en,
    d. de termijn, bedoeld in artikel 102, waarbinnen de boete moet worden betaald.
  2. Op verzoek van de overtreder die de beschikking wegens zijn gebrekkige kennis van de officiële talen in de zin van de Landsverordening officiële talen onvoldoende begrijpt, draagt de Bank er zoveel mogelijk zorg voor dat de inhoud van de beschikking aan de betrokkene wordt meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.

Artikel 100

De werkzaamheden in verband met het opleggen van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van de overtreding en het daaraan voorafgaande onderzoek.

§ 4 Geldschulden en verjaring

Artikel 101

Deze paragraaf is van toepassing op geldschulden die voortvloeien uit de last onder dwangsom en de bestuurlijke boete.

Artikel 102

Behoudens in het geval dat artikel 83 toepassing vindt, geschiedt de betaling van een geldschuld binnen zes weken nadat de beschikking tot invordering van een dwangsom als bedoeld in artikel 87, onderscheidenlijk de beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 99, op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, tenzij de beschikking een later tijdstip vermeldt.

Artikel 103

  1. De Bank kan uitstel van betaling van een geldschuld verlenen.
  2. Gedurende het uitstel kan de toezichthouder niet aanmanen of invorderen.
  3. De beschikking tot uitstel van betaling vermeldt de termijn waarvoor het uitstel geldt.
  4. De Bank kan aan de beschikking tot uitstel van betaling voorschriften verbinden.

Artikel 104

  1. Betaling van een geldschuld geschiedt aan een door de Bank te bepalen kantoor dan wel door bijschrijving op een daartoe door de Bank bestemde bank¬rekening.
  2. Betaling geschiedt in wettig betaalmiddel, tenzij door de Bank anders is bepaald.
  3. De betaling heeft plaats op het tijdstip waarop de betaling aan het kantoor wordt verricht dan wel in geval van bijschrijving de rekening van de Bank wordt gecrediteerd.
  4. De kosten van betaling komen ten laste van de overtreder.

Artikel 105

  1. De overtreder is in verzuim indien hij niet binnen de voorgeschreven termijn van zes weken heeft betaald.
  2. Het verzuim heeft de verschuldigdheid van wettelijke rente tot gevolg overeenkomstig de artikelen 119, eerste en tweede lid, en 120, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
  3. De Bank stelt het bedrag van verschuldigde wettelijke rente bij beschikking vast.

Artikel 106

  1. De Bank maant de overtreder die in verzuim is schriftelijk aan tot betaling binnen twee weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de aanmaning is toegezonden.
  2. De aanmaning vermeldt dat bij niet tijdige betaling deze kan worden afgedwongen door op kosten van de overtreder uit te voeren invorderingsmaatregelen.
  3. De Bank kan voor de aanmaning een vergoeding in rekening brengen. De vergoeding wordt in de aanmaning vermeld.

Artikel 107

  1. De Bank kan een dwangbevel uitvaardigen.
  2. Een dwangbevel levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, die met toepassing van de voorschriften van het genoemde wetboek kan worden tenuitvoergelegd.
  3. Een dwangbevel wordt slechts uitgevaardigd wanneer binnen de aanmaningstermijn, bedoeld in artikel 106, eerste lid, niet volledig is betaald.

Artikel 108

  1. Bij het dwangbevel kunnen tevens de aanmaningsvergoeding, de wettelijke rente en de kosten van het dwangbevel worden ingevorderd.
  2. Het dwangbevel kan betrekking hebben op verschillende verplichtingen tot betaling van een geldsom door de overtreder aan de Bank.
  3. De betekening en de tenuitvoerlegging van het dwangbevel geschieden op kosten van degene tegen wie het is uitgevaardigd.
  4. De kosten zijn ook verschuldigd indien het dwangbevel door betaling van verschuldigde bedragen niet of niet volledig ten uitvoer is gelegd.

Artikel 109

  1. Het dwangbevel vermeldt in ieder geval:
    a. aan het hoofd het woord: dwangbevel;
    b. het bedrag van de invorderbare hoofdsom;
    c. de beschikking of het wettelijk voorschrift waaruit de geldschuld voortvloeit;
    d. de kosten van het dwangbevel; en,
    e. dat het op kosten van degene tegen wie het dwangbevel is uitgevaardigd ten uitvoer kan worden gelegd.
  2. Het dwangbevel vermeldt, indien van toepassing:
    a. het bedrag van de aanmaningsvergoeding; en,
    b. de ingangsdatum van de wettelijke rente.

Artikel 110

  1. De bekendmaking van een dwangbevel geschiedt door middel van de betekening van een exploot als bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
  2. Het exploot vermeldt in ieder geval de gerechtelijke instantie waarbij tegen het dwangbevel en de tenuitvoerlegging ervan overeenkomstig de artikelen 438 en 438a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan worden opgekomen.

Artikel 111

De Bank beschikt ten aanzien van de invordering ook over de bevoegdheden die een schuldeiser op grond van het privaatrecht heeft.

Artikel 112

  1. Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de Bank.
  2. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Op verzoek van de Bank kan de rechter de schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen.

Artikel 113

  1. De rechtsvordering tot betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 102, behoudens indien deze voortvloeit uit een last onder dwangsom, verjaart vijf jaren nadat de voorgeschreven betalingstermijn is verstreken.
  2. Na voltooiing van de verjaring kan de Bank zijn bevoegdheden tot aanmaning en tot uitvaardiging en tenuitvoerlegging van een dwangbevel niet meer uitoefenen.

Artikel 114

  1. De verjaring wordt gestuit door een daad van rechtsvervolging overeenkomstig artikel 316, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 316, tweede lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing.
  2. Erkenning van het recht op betaling stuit de verjaring van de rechtsvordering tegen hem die het recht erkent.
  3. De Bank kan de verjaring ook stuiten door een aanmaning als bedoeld in artikel 106, eerste lid, of door een daad van tenuitvoerlegging van een dwangbevel.

Artikel 115

  1. Door stuiting van de verjaring begint een nieuwe verjaringstermijn te lopen met de aanvang van de volgende dag.
  2. De nieuwe termijn is gelijk aan de oorspronkelijke termijn, doch niet langer dan vijf jaren.
  3. Wordt de verjaring echter gestuit door het instellen van een eis die door toewijzing wordt gevolgd, dan is artikel 324 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing.

Artikel 116

  1. De verjaringstermijn van de rechtsvordering tot betaling aan de Bank wordt verlengd met de tijd gedurende welke de overtreder na de aanvang van die termijn uitstel van betaling heeft.
  2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien:
    a. de overtreder in surseance van betaling verkeert;
    b. de overtreder in staat van faillissement verkeert; of,
    c. de tenuitvoerlegging van een dwangbevel is geschorst ingevolge een lopend rechtsgeding, met dien verstande dat de termijn waarmee de verjaringstermijn wordt verlengd een aanvang neemt op de dag waarop het rechtsgeding door middel van dagvaarding aanhangig wordt gemaakt.

§ 5 Openbaarmaking van overtredingen en openbare waarschuwing

Artikel 117

  1. De Bank kan, in afwijking van artikel 68, eerste en tweede lid, teneinde de naleving van deze landsverordening te bevorderen ter openbare kennis brengen het feit ter zake waarvan een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete is opgelegd, alsmede het overtreden voorschrift. Indien het doel van het door de Bank uit te oefenen toezicht op de naleving van deze landsverordening zulks bepaaldelijk vordert en zich daartegen geen zwaarwegende belangen verzetten, waaronder die van degene aan wie de last onder dwangsom of de bestuurlijke boete is opgelegd, kan de Bank de naam, het adres en de woonplaats van degene aan wie de last onder dwangsom of de bestuurlijke boete is opgelegd, ter openbare kennis brengen.
  2. De openbaarmaking, bedoeld in het eerste lid, geschiedt digitaal op de website van de Bank dan wel op een andere door de Bank te bepalen wijze.

Artikel 118

Degene jegens wie door de Bank een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat de Bank zijn handelen of nalaten op grond van artikel 117 ter openbare kennis zal brengen, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.

Artikel 119

  1. De Bank geeft, indien zij voornemens is op grond van artikel 117 een feit ter openbare kennis te brengen, de betrokkene daarvan schriftelijk kennis onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust.
  2. De Bank stelt de betrokkene in de gelegenheid om over het voornemen tot openbaarmaking van overtredingen als bedoeld in artikel 117 zijn zienswijze naar voren te brengen.
  3. De Bank is niet gehouden de betrokkene in de gelegenheid te stellen om zijn zienswijze naar voren te brengen, indien van de betrokkene geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen.

Artikel 120

De beschikking om op grond van artikel 117 een feit ter openbare kennis te brengen vermeldt in ieder geval:
a. het feit dat ter openbare kennis wordt gebracht;
b. de wijze waarop het feit ter openbare kennis wordt gebracht; en,
c. de termijn waarna het feit ter openbare kennis wordt gebracht.

Artikel 121

Tenzij de bevordering van de naleving van deze landsverordening geen uitstel toelaat, wordt de werking van de beschikking om op grond van artikel 117 een feit ter openbare kennis te brengen opgeschort totdat de bezwaar- of beroepstermijn is verstreken of, indien bezwaar of beroep is ingesteld, op het bezwaar of beroep is beslist.

Artikel 122

De beschikking om op grond van artikel 117 een feit ter openbare kennis te brengen, treedt in werking op de dag waarop het feit ter openbare kennis is gebracht zonder dat de werking op grond van artikel 189 wordt opgeschort, indien van de betrokkene geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen.

Artikel 123

  1. De bevoegdheid om op grond van artikel 117 een feit ter openbare kennis te brengen vervalt, indien ter zake van het feit een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvordering is vervallen ingevolge artikel 1:149 van het Wetboek van Strafrecht.
  2. Het recht tot strafvervolging met betrekking tot een feit als bedoeld in artikel 117 vervalt, indien de Bank het feit reeds ter openbare kennis heeft gebracht.

Artikel 124

  1. De bevoegdheid om op grond van artikel 117 een feit ter openbare kennis te brengen vervalt één jaar na de dag waarop het feit heeft plaatsgehad.
  2. De termijn, genoemd in het eerste lid, wordt gestuit door bekendmaking van de beschikking waarbij het feit ter openbare kennis wordt gebracht.

Artikel 125

De werkzaamheden in verband met het op grond van artikel 117 ter openbare kennis brengen van een feit worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van het feit en het daaraan voorafgaande onderzoek.

Artikel 126

  1. De Bank kan, met het oog op de belangen die deze landsverordening beoogt te beschermen, bij overtreding van een verbodsbepaling uit deze landsverordening een openbare waarschuwing uitvaardigen, indien nodig onder vermelding van de overwegingen die tot die waarschuwing hebben geleid.
  2. De bevoegdheid om een openbare waarschuwing als bedoeld in het eerste lid, uit te vaardigen laat onverlet de bevoegdheid van de Bank om openbare waarschuwingen van internationale of intergouvernementele organisaties, hier te lande te publiceren.
  3. Indien de Bank besluit een openbare waarschuwing als bedoeld in het eerste lid uit te vaardigen, stelt zij de betrokken persoon of instelling in kennis van het besluit.
  4. Het besluit vermeldt in ieder geval de geconstateerde overtreding, de inhoud van de openbaarmaking, de gronden waarop het besluit berust alsmede de wijze waarop en de termijn waarna de openbare waarschuwing zal worden uitgevaardigd.
  5. Het uitvaardigen van een openbare waarschuwing geschiedt niet eerder dan nadat vijf werkdagen zijn verstreken na de dag waarop de betrokken persoon of instelling overeenkomstig het derde en vierde lid in kennis is gesteld van het besluit.
  6. Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 85, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak wordt de werking van het besluit opgeschort totdat er een uitspraak is van het Gerecht.
  7. Indien bescherming van de belangen die deze landsverordening beoogt te beschermen geen uitstel toelaat, kan de Bank, in afwijking van de voorgaande leden, onverwijld een openbare waarschuwing uitvaardigen.
  8. Artikel 117, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 127

Door de Minister van Financiën en de Minister van Justitie gezamenlijk kunnen bij ministeriële regeling met algemene werking regels worden gesteld ter zake van de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in de Hoofdstukken IX en XI

Hoofdstuk X

Bijzondere bepalingen en verplichtingen van de Bank

Artikel 128

De Bank brengt jaarlijks vóór 1 juli en met inachtneming van artikel 68 verslag uit aan de Minister over de uitvoering van deze landsverordening.

Hoofdstuk XI
Opsporing en strafbepaling

Artikel 129

  1. Met de opsporing van de bij of krachtens deze landsverordening strafbaar gestelde feiten zijn, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren, belast de daartoe bij landsbesluit aangewezen functionarissen van de Bank. Een zodanige aanwijzing wordt bekendgemaakt in de Landscourant.
  2. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld omtrent de vereisten waaraan de krachtens het eerste lid aangewezen functionarissen dienen te voldoen.

Artikel 130

  1. Handelen in strijd met enig voorschrift, gegeven bij of krachtens de artikelen 4, derde lid, 9, tiende lid, 11, tiende lid, 13, eerste lid, 19, eerste lid, 21, 23, 25, 26, eerste lid, 27, 28, 29, 30, 31, eerste, tweede en derde lid, 31, vijfde lid, laatste volzin, 32, eerste lid, 33, 34, 35, eerste lid, 36, eerste lid, 37, eerste lid, 38, 39, eerste en tweede lid, 40 eerste tot en met zesde lid, 41, 42, eerste lid, 43, 44, 45, eerste en tweede lid, 46, eerste en tweede lid, 47, eerste lid, 49, eerste lid, 50, 51, eerste, tweede en derde lid, 52, eerste en tweede lid, 53, eerste, tweede en derde lid, 54, eerste lid, 55, eerste en derde lid, 56, 57, 58, 59, 60, eerste en tweede lid, 61, 62, eerste en derde lid, 63, 64, 65, 66, eerste lid, 67, 68, eerste en tweede lid, 70, derde en vierde lid, 73, vierde lid, 74, tweede en derde lid, en 79, derde en vierde lid, wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste één jaar en geldboete van de vijfde categorie dan wel met een van beide straffen.
  2. Opzettelijk handelen in strijd met de voorschriften, genoemd in het eerste lid, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaar en geldboete van de zesde categorie, of, indien dat meer is, tien procent van de jaaromzet van de virtuele activa dienstverlener in het boekjaar voorafgaande aan de uitspraak van de rechter, dan wel met een van beide straffen.
  3. De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen en de in het tweede lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.
  4. De jaaromzet, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 119, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Hoofdstuk XII
Wijziging van andere landsverordeningen

Artikel 131

De Landsverordening identificatie bij dienstverlening wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 29º wordt “virtuele activa dienstverlener” vervangen door: virtuele activa dienstverlener als bedoeld in de Landsverordening toezicht virtuele activa dienstverleners;

B

In artikel 2e, eerste lid, wordt na “Landsverordening toezicht effectenbemiddelaars en vermogensbeheerders” ingevoegd: ,  of een virtuele activa dienstverlener die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 18 van de Landsverordening toezicht virtuele activa dienstverleners.

Artikel 132

De Landsverordening melding ongebruikelijke transacties wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 29º, wordt “actief zijn als virtuele activa dienstverlener” vervangen door: actief zijn als virtuele activa dienstverlener als bedoeld in de Landsverordening toezicht virtuele activa dienstverleners;

Artikel 133

  1. In artikel 2 van de Kader-vaststellingslandsverordening centrale bank, geldstelsel, deviezenverkeer en wisselkoers  wordt aan het einde van het laatste onderdeel de punt vervangen door een puntkomma en wordt na dat onderdeel een nieuw onderdeel toegevoegd dat als volgt luidt:
    virtuele activa dienstverleners.
  2. De Minister van Algemene Zaken plaatst bij de bekendmaking in het Publicatieblad voorafgaand aan het in het eerste lid bedoelde nieuwe onderdeel de letter die in het alfabet volgt op de letter voorafgaand aan het voorheen laatste onderdeel.

Hoofdstuk XIII
Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 134

Bestaande virtuele activa dienstverleners

  1. Het verbod, bedoeld in artikel 13, is niet van toepassing op een virtuele activa dienstverlener die:
    a. op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 13 reeds als virtuele activa dienstverlener werkzaam is;
    b. zich binnen een maand na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 13 als virtuele activa dienstverlener heeft gemeld bij de Bank;
    c. zich binnen een maand na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 13 als virtuele activa dienstverlener heeft gemeld bij de Financiële Inlichtingen Eenheid Curaçao, bedoeld in artikel 2 van de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties; en,
    d. daarbij de informatie over alle door hem uitgevoerde werkzaamheden als virtuele activa dienstverlener en alle verdere informatie heeft verstrekt welke de Bank nodig acht voor een zorgvuldige beoordeling van het verzoek om een vergunning, vrijstelling of ontheffing.
  2. Een melding als bedoeld in het eerste lid wordt beschouwd als een aanvraag om afgifte van een vergunning als bedoeld in artikel 13 een ontheffing als bedoeld in artikel 14 of van een vrijstelling als bedoeld in artikel 15.
  3. Gedurende de periode tussen de melding en de beslissing van de Bank wordt de virtuele activa dienstverlener geacht in het bezit van een vergunning, ontheffing, respectievelijk vrijstelling te zijn zolang hij voldoet aan alle bij of krachtens deze landsverordening gestelde voorschriften die op hem van toepassing zijn.
  4. Een rechtspersoon wordt geacht als virtuele activa dienstverlener werkzaam te zijn als alle werkzaamheden als virtuele activa dienstverlener worden uitgevoerd:
    a. binnen de rechtspersoon van de virtuele activa dienstverlener; of,
    b. binnen een andere rechtspersoon waarvan de aandelen worden gehouden door de virtuele activa dienstverlener, al dan niet tezamen met andere virtuele activa dienstverleners.
  5. Het derde lid is van toepassing zolang:
    a. geen van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen, dan wel indien binnen de instelling een raad van commissarissen is geen van de commissarissen, dan wel geen van de houders van een gekwalificeerde deelneming, personen zijn met antecedenten, voor zover deze betrekking hebben op het witwassen van geld, terrorismefinanciering, vermogensmisdrijven of in financiële toezichtwetgeving als misdrijf aangemerkte overtredingen; en,
    b. de virtuele activa dienstverlener de systemen welke worden gebruikt voor het verlenen van zijn diensten als virtuele activa dienstverlener in meerderheid in eigendom heeft dan wel daarin een beslissende stem heeft.

Artikel 135

Deze landsverordening, treedt in werking op een bij landsbesluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 136

Deze landsverordening wordt aangehaald als: Landsverordening toezicht virtuele activa dienstverleners.

Naar boven