| Publicatienummer: | P.B. 2026, no. 94 (Geconsolideerde Tekst) |
| Categorie: | Geconsolideerde Tekst Landsverordening |
| Ministerie: | Verkeer, Vervoer & Ruimtelijke Planning |
| Datum ondertekening: | 26-03-2026 |
| Datum inwerktreding: | 15-12-1969 |
| Geregistreerd in: |
Klapper Afkondigingsblad ( HOOFDSTUK IX Verkeer en vervoer )
|
LANDSBESLUIT van de 26ste maart 2026, no. 26/809, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Loodsdienst- en loodsgeldenverordening Curaçao
| Datum inwerkingtreding | Terugwerkende kracht tot en met | Datum ingetrokken | Betreft | Vindplaats | Zittingsjaar |
| 15-12-1969 | n.v.t. | n.v.t. | Geconsolideerde tekst | P.B. 2026, no. 94 (GT) | n.v.t. |
§ 1. Algemene bepalingen
Voor de toepassing van deze landsverordening wordt verstaan onder:
a. vaartuigen : alle drijvende voorwerpen gebruikt of in staat te worden gebruikt als middel van vervoer;
b. schepen : alle vaartuigen, hoe ook genaamd en van welke aard ook die bestemd zijn om zichzelf voort te bewegen;
c. lichters : lichters, dokken of andere dergelijke vaartuigen, welke niet dan met behulp van andere vaartuigen over het water plegen te worden verplaatst;
d. stoom- en motorschepen : schepen, welke uitsluitend of hoofdzakelijk door machines plegen te worden voortbewogen;
e. zeilschepen : schepen, welke als zodanig getuigd, uitsluitend of hoofdzakelijk met behulp van zeilen plegen te worden voortbewogen;
f. havens : havens, baaien of reden van Curaçao;
g. ton : een inhoudsmaat van 2.83 kubieke meter;
h. kapitein : gezagvoerder of schipper;
i. lengte : de lengte van het vaartuig over alles;
j. sleepboot : stoom- en motorschepen waarmee sleepwerkzaamheden plegen te worden verricht;
k. lengte : de lengte van het vaartuig over alles.
§ 2. Bepalingen betreffende de loodsdienst
Van de verplichting, bij het eerste lid van artikel 4 voorgeschreven, zijn uitgezonderd:
a. Nederlandse oorlogsschepen;
b. vaartuigen met een behoud van 50 tonnen of minder mits deze vaartuigen geen ander vaartuig op sleeptouw hebben.
§ 3. Bepalingen betreffende loodsgelden
Voor het zich bedienen van een loods is een loodsgeld verschuldigd overeenkomstig de volgende bepalingen.
Het loodsgeld bedraagt:
Voor het loodsen in de havens, met inbegrip van de wendingen tot het meren of ankeren totdat het schip of vaartuig aan zijn opgegeven ligplaats definitief is gemeerd of geankerd, of voor het loodsen uit de havens naar zee:
| a. | voor stoom- en motorschepen of gesleepte lichters met een bruto-inhoud of lengte: | |
| beneden 400 ton of beneden 180 voet | Cg 87,- | |
| van 400 tot 800 ton of van 180 tot 220 voet | Cg 145,- | |
| van 800 tot 1800 ton of van 220 tot 280 voet | Cg 167,- | |
| van 1800 tot 6000 ton of van 280 tot 380 voet | Cg 218,- | |
| van 6000 tot 10000 ton of van 380 tot 500 voet | Cg 247,- | |
| van 10000 tot 13000 ton of van 500 tot 580 voet | Cg 290,- | |
| van 13000 tot 16000 ton of van 580 tot 660 voet | Cg 363,- | |
| te vermeerderen met Cg 37,- voor elke 1000 ton of gedeelte daarvan boven 15.999 ton of Cg 5,- voor elke voet of gedeelte daarvan boven 659 voet. | ||
| Het loodsgeld is het hoogste bedrag, berekend naar tonnen of lengte. | ||
| b. | voor zeilschepen met een bruto-inhoud: | |
| beneden 25 ton | Cg 15,- | |
| van 25 tot 50 ton | Cg 29,- | |
| van 50 tot 75 ton | Cg 44,- | |
| van 75 tot 150 ton | Cg 58,- | |
| van 150 tot 300 ton | Cg 73,- | |
| boven 299 ton | Cg 87,-. | |
(vervallen)
Een derde van de bij artikel 8 vastgestelde bedragen naar de daarbij gemaakte onderscheidingen, geldt als tarief voor het in- en uitloodsen van toeristenschepen.
De helft van de bij de artikelen 8 en 10 vastgestelde bedragen, naar de daarbij gemaakte onderscheidingen, geldt als tarief voor:
a. het verhalen van schepen van de ene ligplaats naar de andere in dezelfde haven met gebruikmaking van een loods;
b. het achtereenvolgens uitloodsen uit de ene haven en binnenloodsen in een andere haven, met dien verstande, dat het zich verplaatsen van de ene haven naar de andere haven rechtstreeks en met geen ander doel geschiedt;
c. iedere handeling waarbij een schip zich verplaatst in een haven.
Indien een of meer schepen met een of meer vaartuigen op sleeptouw een haven binnenkomen of uitvaren, dan wel zich binnen die haven verplaatsen, gelden de bij de artikelen 8, 10 en 11 vastgestelde tarieven, naar de daarbij gemaakte onderscheidingen, voor alle, zowel slepende als gesleepte vaartuigen.
Wegens het bestellen van een loods aan boord van een stoom- of motorschip, dat tot na verloop van een half uur na aankomst van de loods niet gereed is om de reis te aanvaarden, is boven het loodsgeld verschuldigd een bedrag van 20% van het loodsgeld voor ieder half uur of gedeelte daarvan met een minimum van Cg 28,— per half uur zowel bij dag als bij nacht.
Voor de toepassing van de tarieven worden onderdelen van de gulden naar boven afgerond op een hele gulden.
Het loodsgeld is verschuldigd zo dikwijls de hulp van een loods verplicht is, met dien verstande dat indien in het geval bedoeld in artikel 11, onder b, tweemaal de hulp van een loods verplicht is, slechts eenmaal het volgens dat artikel verschuldigde loodsgeld in rekening wordt gebracht.
De bij de artikelen 8, 10, 11 en 12 vastgestelde tarieven zijn niet van kracht voor het in- en uitloodsen van:
a. schepen, welke eigendom zijn van het Land Curaçao;
b. schepen in dienst van het Land Curaçao;
c. oorlogsschepen;
d. schepen, geen oorlogsschepen zijnde, welke uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van manschappen en goederen voor de Nederlandse strijdmacht of eigen strijdmacht voor de strijdmacht van bevriende mogendheden;
e. schepen in en uit een haven, welke aldaar komen uitsluitend met het doel om explosiestoffen tijdelijk in een lichter op te slaan, teneinde een andere haven te kunnen binnenlopen;
f. schepen in en uit een haven, welke aldaar komen uitsluitend met het doel om de onder e van dit artikel bedoelde explosiestoffen weder aan boord te nemen;
g. lichters en daarbij behorende sleepboten in en uit een haven, indien de lichters uitsluitend bestemd zijn voor tijdelijke opslag van explosiestoffen van de onder e van dit artikel bedoelde schepen;
h. schepen in en uit een haven, welke van een andere haven naar eerstbedoelde haven gaan uitsluitend om van een aldaar liggend schip met explosiestoffen lading over te nemen om deze zonder een andere haven aan te doen, verder te vervoeren;
i. schepen en lichters uit en in een haven en in en uit een andere haven, welke de reis tussen die havens maken uitsluitend om van een ter zake van het aan boord hebben van explosiestoffen in een haven liggend schip, andere lading dan explosiestoffen over te nemen, om deze direct naar een andere haven te vervoeren.
De bij de artikelen 8, 10, 11 en 12 vastgestelde tarieven zijn evenmin van kracht:
a. voor het in- en uitloodsen van in Curaçao thuisbehorende jachten en pleziervaartuigen en zodanige vreemde schepen, welke tot erkende jachtclubs behoren, behalve indien koopmansgoederen of tegen betaling passagiers worden vervoerd;
b. voor schepen met een bruto-inhoud van 50 ton of minder, mits deze vaartuigen geen ander vaartuig op sleeptouw hebben;
c. voor sleepboten, welke buiten de havens assistentie verlenen aan toeristenschepen voor zover bedoelde schepen rechtsreeks deze havens binnenvaren.
De Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning kan in bijzondere gevallen van dwaling of van verschoonbaar verzuim in de nakoming van de bepalingen van deze landsverordening gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van het verschuldigde of restitutie van het betaalde loodsgeld verlenen.
De Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning kan voor elk bijzonder geval gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van het verschuldigde of restitutie van het betaalde loodsgeld verlenen, wanneer en naarmate door daden of verzuimen van ambtenaren van de loodsdienst schade aan of door een geloodst vaartuig is veroorzaakt.
De kapitein die nalaat zich te bedienen van een loods in de gevallen, waarin dit bij deze landsverordening is voorgeschreven, alsmede degene, die enige handeling verricht met de bedoeling het loodsgeld geheel of gedeeltelijk te ontduiken, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van ten hoogste vijfduizend gulden.
Voor zover daarin bij deze landsverordening niet is voorzien, kunnen bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, voorschriften worden gegeven, die ter uitvoering nodig worden geacht.