Merkenlandsbesluit - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Merkenlandsbesluit

Publicatienummer: P.B. 2022, no. 56
Categorie: Geconsolideerde Tekst
Ministerie: Economische Ontwikkeling
Datum ondertekening: 02-06-2022
Datum inwerktreding: Nog niet bekend
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK X Economische aangelegenheden )


LANDSBESLUIT van de 2de juni 2022, no. 22/836, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Merkenlandsbesluit

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats Zittingsjaar
n.v.t. n.v.t. n.v.t. Geconsolideerde tekst P.B. 2022, no. 56 (GT) n.v.t.

Hoofdstuk 1

Begripsbepalingen

Artikel 1

1. In dit landsbesluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. de landsverordening: de Merkenlandsverordening 1995 ;
b. de ingetrokken landsverordening: de Merkenlandsverordening , die op het tijdstip van inwerkingtreding van de landsverordening is ingetrokken.
c. de Minister: de Minister van Justitie;
d. het Bureau: Het Bureau voor de Intellectuele Eigendom, genoemd in artikel 1 van de Merkenlandsverordening 1995 ;
e. de Directeur: de Directeur van het Bureau voor de Intellectuele Eigendom;
f. het register: het register, bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de landsverordening;
g. de Overeenkomst van Nice: Overeenkomst van Nice betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken van 15 juni 1957 , laatstelijk herzien te Genève op 13 mei 1977 ;
h. voorrang: voorrang overeenkomstig het in het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom van 20 maart 1883 vastgestelde recht van voorrang, of het recht van voorrang voortvloeiend uit het Verdrag tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie van 15 april 1994 ;
i. adres: de straat of soortgelijke adresaanduiding, voorzien van het huisnummer voor zover aanwezig, alsmede de woonplaats, in voorkomend geval zo mogelijk voorzien van de postcode, alsmede voor personen van buiten Curaçao, en voor ingezetenen van Curaçao buiten Curaçao; een postbusnummer kan worden vermeld, doch kan, behoudens in geval van het adres van gemachtigden, de straat of soortgelijke adresaanduiding, voorzien van het huisnummer niet vervangen;
j. Inlichting: schriftelijke berichtgeving over een specifieke vraag met betrekking tot gegevens in de registers van het Bureau;
k. Protocol: Protocol van 27 juni 1989 bij de Overeenkomst van Madrid.
2. Tenzij het tegendeel blijkt, hebben de in dit landsbesluit gebruikte begrippen die tevens voorkomen in de landsverordening, dezelfde betekenis als in de landsverordening.

Hoofdstuk 2

Depot

Artikel 2

1. Het depot van een merk geschiedt in hetzij het Papiaments, hetzij het Nederlands, hetzij het Engels, hetzij het Spaans door de indiening bij het Bureau van een document, waarop voorkomen:
a. naam en adres van de deposant;
b. de afbeelding van het merk;
c. de vermelding van de kleur of kleuren, indien de deposant deze als onderscheidend kenmerk van het merk verlangt;
d. in voorkomend geval, de vermelding dat het merk of een deel van het merk driedimensionaal is, onder andere dat het bestaat uit de vorm van de waar of de verpakking;
e. de opgave van de waren en diensten, waarvoor het merk is bestemd;
f. in voorkomend geval, de vermelding dat het een collectief merk betreft;
g. de handtekening van de deposant of zijn gemachtigde.
2. De deposant gebruikt een formulier waarvan het model en het benodigde aantal exemplaren worden vastgesteld door de Directeur.
3. Op het formulier worden in voorkomend geval de naam en het adres van de gemachtigde, bedoeld in artikel 15 van de landsverordening vermeld.
4. De afbeelding van het merk voldoet aan de door de Directeur te stellen eisen.
5. De waren en diensten worden nauwkeurig omschreven en zo veel mogelijk met gebruikmaking van de bewoordingen van de alfabetische lijst van de internationale classificatie van waren en diensten, bedoeld in de Overeenkomst van Nice. In ieder geval worden de waren en diensten overeenkomstig de klassen en in de volgorde van deze klassen in genoemde classificatie gerangschikt.
6. De deposant kan, indien gewenst, op het formulier een beschrijving van het merk geven in niet meer dan 50 woorden.
7. Indien de deposant kleuren als onderscheidend kenmerk van het merk verlangt, kunnen in ten hoogste 50 woorden de onderdelen van het merk waarop de kleuren betrekking hebben, vermeld worden.

Artikel 3

Het depot gaat vergezeld van:
a. indien het een collectief merk betreft, een reglement op het gebruik en het toezicht in een door de Directeur vast te stellen aantal exemplaren;
b. een volmacht, indien het depot door een gemachtigde is verricht;
c. betaling van de toepasselijke in artikel 22 bedoelde rechten of vergoedingen;
d. een door de Directeur vast te stellen aantal afbeeldingen van het merk; deze afbeeldingen dienen in kleur te zijn indien de deposant de kleur of kleuren als onderscheidend kenmerk verlangt.

 

Artikel 4

  1.  De in artikel 10, eerste lid, van de landsverordening bedoelde vereisten voor het vaststellen van een datum van depot, zijn die vermeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a, b, e en f, en in artikel 3, onderdeel a en, voor wat betreft de basisrechten of vergoedingen, onderdeel c.
  2.  De termijn, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de landsverordening, om te voldoen aan de overige gestelde vereisten, bedraagt drie maanden. Deze termijn kan op verzoek of ambtshalve worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden.
  3. Indien het depot krachtens artikel 10, derde lid, van de landsverordening vervalt, worden de ontvangen rechten en vergoedingen, verminderd met de helft, terugbetaald.

Artikel 5

  1. De termijn, bedoeld in artikel 11, derde lid, van de landsverordening om te antwoorden op de voorlopige weigering, bedraagt drie maanden; deze termijn kan op verzoek of ambtshalve worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van de eerste kennisgeving wordt overschreden.
  2. Indien ingevolge het bepaalde in artikel 11, vijfde lid, van de landsverordening, de nietigheid van het depot is ingetreden, worden de ontvangen stukken verder buiten behandeling gelaten en worden de ontvangen rechten en vergoedingen, verminderd met de helft, terugbetaald met uitzondering van, in voorkomend geval, die bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel c. Indien de weigering een beperking in de opgave van waren en diensten tot gevolg heeft, worden de te veel betaalde supplementen, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, terugbetaald, indien deze beperking daartoe aanleiding geeft.

 

 

Artikel 6

  1. Indien bij het depot een beroep wordt gedaan op een recht van voorrang, worden het land, de dagtekening, het nummer en de houder van het depot, waarop het recht van voorrang steunt, vermeld. Indien de deposant van het merk in het land van oorsprong niet degene is, die het depot hier te lande verricht, dan voegt de laatstgenoemde aan zijn depot een document toe, waaruit zijn rechten blijken.
  2. Indien bij een bijzondere verklaring als bedoeld in artikel 10, zevende lid, van de landsverordening, een beroep wordt gedaan op een recht van voorrang, bevat deze verklaring: de naam en het adres van de deposant, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde, in voorkomend geval naam en adres van de gemachtigde, een aanduiding van het merk, alsmede de in het eerste lid bedoelde gegevens. Een bewijs van betaling van het in artikel 22, eerste lid, onderdeel e, bedoelde recht wordt bijgevoegd.
  3. De deposant die zich op een recht van voorrang beroept, legt een gewaarmerkt afschrift over van de documenten die dit recht van voorrang staven.
  4. Indien niet is voldaan aan het bepaalde in het eerste en derde lid en de artikelen 13 en 15 onderscheidenlijk het tweede en derde lid en de artikelen 13 en 15, stelt het Bureau de betrokkene onverwijld daarvan in kennis en geeft hem een termijn van drie maanden om hieraan alsnog te voldoen. Deze termijn kan op verzoek of ambtshalve worden verlengd tot zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving. Indien binnen deze termijn niet is voldaan aan het bepaalde in het eerste en derde lid en de artikelen 13 en 15 onderscheidenlijk het tweede en derde lid en de artikelen 13 en 15, vervalt het recht van voorrang.

Hoofdstuk 3

Inschrijving

Artikel 7

  1. Het Bureau schrijft het depot in het register in door vermelding van:
    a. het volgnummer van de inschrijving;
    b. de dagtekening en het nummer van het depot;
    c. de in artikel 2 bedoelde gegevens en, in voorkomend geval, het beroep op het recht van voorrang en de gegevens vermeld in artikel 6, eerste lid;
    d. de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt;
    e. de nummers van de klassen van de internationale classificatie van waren en diensten bedoeld in de Overeenkomst van Nice, waarin de waren en diensten, voorkomend in de opgave van de waren en diensten van het gedeponeerde merk, worden gerangschikt.
  2. Inschrijving heeft plaats in de taal waarin het depot is gesteld.

Artikel 8

Indien een beroep op het recht van voorrang is gedaan, wordt dit feit door het Bureau in het register aangetekend onder vermelding van het land, de dagtekening, het nummer en de houder van het depot waarop het ingeroepen recht van voorrang steunt.

Artikel 9

  1. Ieder verzoek tot wijziging van de inschrijving in het register wordt aan het Bureau gericht en bevat het nummer van de inschrijving, de naam en het adres van de houder van het merk, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde en, in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde.
  2. Wijzigingen in de inschrijving als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de landsverordening, hebben plaats in dezelfde taal als de inschrijving, tenzij de Directeur op het desbetreffende verzoek anders heeft beslist.
  3. Het uittreksel van de akte waaruit overdracht, andere overgang, licentie, pandrecht of beslag als bedoeld in artikel 21, vierde lid, van de landsverordening blijkt, wordt genoegzaam voor eensluidend gewaarmerkt, in voorkomend geval door de partijen bij de overeenkomst.
  4. De doorhaling van de inschrijving van een overdracht, andere overgang, licentie, pandrecht of beslag wordt verricht op basis van een bewijsstuk.

Hoofdstuk 4

Vernieuwing

Artikel 10

  1. Het verzoek tot vernieuwing van de inschrijving van een depot geschiedt door indiening bij het Bureau van een door de houder of zijn gemachtigde ondertekend formulier, dat de volgende gegevens bevat:
    a. de naam van de houder van het merk;
    b. zijn adres en in voorkomend geval, de naam en het adres van de gemachtigde;
    c. indien de opgave van de waren en diensten is beperkt sedert de laatste publicatie, de opgave van de waren en diensten, waarin deze nauwkeurig omschreven zijn, zoveel mogelijk met gebruikmaking van de bewoordingen van de alfabetische lijst van de internationale classificatie van waren en diensten, bedoeld in de Overeenkomst van Nice; in ieder geval worden de waren en diensten overeenkomstig de klassen en in de volgorde van deze klassen in genoemde classificatie gerangschikt;
    d. het nummer van de laatste inschrijving.
  2. Het model en het aantal exemplaren van het formulier, bedoeld in het eerste lid, worden door de Directeur vastgesteld.
  3. Het verzoek gaat vergezeld van:
    a. betaling van de toepasselijke in artikel 22 bedoelde rechten;
    b. een volmacht, indien de vernieuwing door een gemachtigde wordt aangevraagd;
    c. een aantal afbeeldingen van het merk, indien de Directeur dit noodzakelijk acht, in voorkomend geval in kleur, indien de houder de kleur of kleuren als onderscheidend kenmerk van het merk heeft verlangd.

Artikel 11

  1. Indien bij het verzoek tot vernieuwing niet is voldaan aan het bepaalde in de artikelen 10 en 13, of indien het Bureau een legalisatie als bedoeld in artikel 13, vijfde lid, verlangt, stelt het Bureau de verzoeker onverwijld daarvan in kennis en geeft hem de gelegenheid alsnog aan deze vereisten te voldoen, uiterlijk binnen zes maanden na de datum van indiening van het verzoek. Indien de betaling geheel of ten dele plaatsvindt na de vervaldatum van de inschrijving, is een extra‑recht verschuldigd waarvan het bedrag is vastgesteld in artikel 22, tweede lid, onderdeel c.
  2. Indien binnen de in het eerste lid genoemde termijn niet aan de vereisten is voldaan, wordt de verzoeker medegedeeld, dat de inschrijving niet vernieuwd wordt en worden de ontvangen rechten, verminderd met de helft, aan hem terugbetaald.

 

Artikel 12

  1. Het Bureau schrijft de vernieuwingen in het register in door vermelding van:
    a. het volgnummer van de inschrijving;
    b. de dagtekening van de vernieuwing en het nummer van het depot;
    c. de in artikel 2 bedoelde gegevens, met inachtneming van de in artikel 10, eerste lid, bedoelde gegevens;
    d. de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt;
    e. de nummers van de klassen van de internationale classificatie van waren en diensten, bedoeld in de Overeenkomst van Nice, waarin de waren en diensten, voorkomend in de opgave van de waren en diensten van het gedeponeerde merk, worden gerangschikt.
  2. De houder wordt door het Bureau onverwijld een bewijs van vernieuwing van de inschrijving toegezonden, dat de in het register opgenomen gegevens bevat.
  3. De vernieuwing van de inschrijving heeft plaats in dezelfde taal als de eerdere inschrijving, tenzij de Directeur op het desbetreffende verzoek anders heeft beslist.

Hoofdstuk 5

Administratieve bepalingen

Artikel 13

  1.  Alle tot het Bureau te richten en aan het Bureau over te leggen stukken zijn in de Papiamentse, Nederlandse, Engelse of Spaanse taal gesteld en zijn duidelijk leesbaar. Uit het buitenland afkomstige brieven en bewijzen mogen in een andere taal gesteld zijn. Van bewijzen, in een andere taal gesteld, wordt een gewaarmerkte vertaling in het Papiaments, Nederlands, Engels of Spaans overgelegd. Onvoldoende gefrankeerde stukken worden geweigerd.
  2. Het reglement op het gebruik en het toezicht behorend bij een collectief merk wordt steeds in de Papiamentse, Nederlandse, Engelse of Spaanse taal gesteld.
  3. De aan het Bureau over te leggen stukken kunnen ook via elektronische middelen worden verzonden. Een aldus verzonden stuk wordt geacht te zijn ingediend in de door dit landsbesluit vereiste vorm op de dag waarop het werd meegedeeld via het boven genoemde middel, met inachtneming van artikel 14, vierde lid. Het niet of niet volledig ontvangen door het Bureau van elektronisch verzonden stukken geeft geen beroep op het niet nakomen van de in de landsverordening of dit landsbesluit gestelde termijnen; op het niet of niet volledig ontvangen kan ten opzichte van het Bureau geen beroep worden gedaan. Het Bureau stelt aanvullende informatie van praktische aard beschikbaar voor het elektronisch indienen van stukken.
  4. Indien enig stuk, overgelegd ter inschrijving in het register, is ondertekend namens een rechtspersoon, wordt daarbij de hoedanigheid van de ondertekenaar vermeld.
  5. Legalisatie van de ondertekening van stukken waarvan inschrijving wordt gevraagd, is niet vereist, tenzij het Bureau dit noodzakelijk oordeelt.
  6. Stukken die elektronisch aan het Bureau worden verzonden, dienen niet alsnog schriftelijk te worden ingediend, tenzij het Bureau dit noodzakelijk oordeelt.

Artikel 14

  1. Ter bepaling van het tijdstip, waarop een stuk bij het Bureau is ontvangen, wordt het onmiddellijk na ontvangst voorzien van een stempel, houdende uur, dag, maand en jaar van die ontvangst.
  2. Bij indiening van een stuk wordt door het Bureau de ontvangst bevestigd door het aanbieden van een ontvangstbewijs, dat duidelijk en volledig de aard van het stuk vermeldt.
  3. Stukken, welke na de sluiting van het Bureau worden bezorgd, hetzij in de brievenbus, hetzij in de postbus van het Bureau, worden behoudens tegenbewijs, geacht te zijn bezorgd om 7:30 uur van de eerstvolgende werkdag. Bij meerdere van zodanige indieningen beslist de Directeur omtrent de volgorde van behandeling.
  4. Stukken die elektronisch worden overgebracht, worden geacht te zijn ontvangen op het moment van elektronisch ontvangst. Bij meerdere van zodanige indieningen beslist de Directeur, zo veel mogelijk overeenkomstig de door de apparatuur van het Bureau aangegeven gegevens, omtrent de onderlinge volgorde respectievelijk de volgorde van behandeling.

Artikel 15

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 15 van de landsverordening, kan iedere handeling bij het Bureau geschieden door tussenkomst van een gemachtigde. Deze heeft een woonplaats of zetel in Curaçao en legt een volmacht over. Een algemene volmacht kan worden neergelegd bij het Bureau; indien dat is geschied, kan met een verwijzing daarnaar worden volstaan.
  2. In de gevallen waarin een gemachtigde is aangewezen, wordt elke mededeling ten aanzien van handelingen waartoe de volmacht strekt, aan hem gericht.

Artikel 16

  1.  Een verzoek als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de landsverordening bevat:
    a. de naam en het adres van de verzoeker en in voorkomend geval van diens gemachtigde;
    b. de afbeelding van het merk en, in voorkomend geval, de vermelding van de kleur of kleuren en de vermelding dat het merk of een deel van het merk driedimensionaal is, onder andere, dat het bestaat uit de vorm van de waar of de verpakking;
    c. een nauwkeurige opgave van de waren en diensten;
    d. in voorkomend geval, de mededeling dat het een collectief merk betreft.
  2. Indien een dergelijk verzoek betrekking heeft op een reeds ingeschreven merk, bevat het verzoek de naam en het adres van de verzoeker en het nummer van de inschrijving.
  3. Het verzoek gaat vergezeld van betaling van de in artikel 22, eerste lid, onderdeel c, bedoelde rechten.
  4. De verzoeker kan vragen om een versnelde behandeling van het in het eerste lid bedoelde onderzoek naar eerdere inschrijvingen. In dit geval gaat het verzoek, naast de in het derde lid bedoelde rechten, tevens vergezeld van betaling van het extra recht, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel d.
  5. De verzoeker kan vragen om een versnelde behandeling van het depot. In dit geval gaat het verzoek vergezeld van betaling van het depot van een merk, als bedoeld in artikel 22, eerste lid onderdeel a., en betaling van het extra-recht, bedoeld in artikel 22, eerste lid onderdeel d.
  6.  Op verzoek kan het Bureau tegen betaling van de vergoeding, bedoeld in artikel 22, tweede lid, onderdeel b, een lijst van woordmerken verstrekken, overeenkomstig door de Directeur vastgestelde criteria.

Artikel 17

  1. Indien bij een verzoek tot aantekening van een wijziging in het register, of bij aanvragen of verzoeken als bedoeld in artikel 16, niet is voldaan aan het in dit landsbesluit bepaalde of indien de verschuldigde rechten of vergoedingen niet of niet volledig zijn betaald, stelt het Bureau de betrokkene hiervan onverwijld in kennis en geeft hem een termijn van drie maanden om de gebreken alsnog op te heffen.
  2. Indien binnen de gestelde termijn niet is voldaan aan het bepaalde in het eerste lid, worden de ontvangen stukken verder buiten behandeling gelaten en worden de ontvangen rechten en vergoedingen, verminderd met de helft, terugbetaald.

Artikel 18

Tegen betaling van de in artikel 22, tweede lid, onderdelen d, e en f, vastgestelde vergoedingen verschaft het Bureau aan belanghebbenden op grondslag van het register inlichtingen en afschriften.

Artikel 19

De documenten betreffende voorrang worden door het Bureau aan belanghebbenden verschaft tegen betaling van de in artikel 22, tweede lid, onderdeel g, vastgestelde vergoeding. Een dergelijk document kan slechts worden afgegeven, indien het depot voldoet aan de in dit landsbesluit gestelde vereisten.

Artikel 20

  1. De formulieren, bedoeld in dit landsbesluit zijn bij het Bureau tegen betaling van een door de Directeur te bepalen prijs verkrijgbaar.
  2. Formulieren die, in afwijking van het eerste lid en in afwijking van artikel 2, niet afkomstig zijn van het Bureau, zullen niettemin aanvaard worden, mits daarop de overeenkomstige opschriften en de referentienummers voorkomend op de formulieren van het Bureau zijn overgenomen.

Artikel 21

  1. Het blad, bedoeld in artikel 29 van de landsverordening, draagt de naam “Merkenblad”.
  2. Dit blad bevat, in de taal waarin de inschrijving plaatsgevonden heeft, alle gegevens betreffende depots, bedoeld in de artikelen 7, 8, 9 en 12, de door het Bureau geselecteerde jurisprudentie en mededelingen van het Bureau.
  3. Dit blad verschijnt op de 16e dag van iedere maand en wordt algemeen verkrijgbaar gesteld.

Hoofdstuk 6

Rechten en vergoedingen

Artikel 22

  1. Het bedrag van de rechten of vergoedingen wordt ten aanzien van de verschillende hierna vermelde handelingen betreffende depots als volgt vastgesteld:
a. het depot van een merk:
1°. voor een individueel merk een basisbedrag van: NAf 750,00;
2°. voor een collectief merk een basisbedrag van: NAf 1500,00;
3°. voor iedere klasse van waren en diensten boven de derde klasse van de internationale classificatie, waarin de waren en diensten worden gerangschikt voor een individueel merk, een supplement van: NAf 75,00;
b. de vernieuwing van de inschrijving van het depot:
1°. voor een individueel merk een basisbedrag van: NAf 750,00;
2°. voor een collectief merk een basisbedrag van: NAf 1500,00;
3°. voor iedere klasse van waren en diensten boven de derde klasse van de internationale classificatie, waarin de waren en diensten woerden gerangschikt, een supplement van: NAf 75,00;
c. een onderzoek als bedoeld in artikel 16:
1°. voor ieder onderzoek een basisbedrag van: NAf 375,00;
2°. voor iedere klasse van waren en diensten boven de derde klasse van de internationale classificatie, waarin de waren en diensten worden gerangschikt, een supplement van: NAf 37,50;
3°. indien het een collectief merk betreft, een supplement van: NAf 75,00;
d. het extra‑recht, bedoeld in artikel 16, vierde en vijfde lid: NAf 150,00;
e. de inschrijving van de in artikel 10, zevende lid, van de landsverordening bedoelde bijzondere verklaring betreffende het recht van voorrang, per merk: NAf 75,00;
f. de inschrijving van een overdracht of overgang: NAf 150,00;
indien deze inschrijving wordt verzocht voor verscheidene merken, voor elk volgend merk: NAf 75,00;
g. de inschrijving van een licentie, een pandrecht of een beslag of de doorhaling van zo’n inschrijving:  

NAf

 

150,00;

indien de inschrijving of de doorhaling wordt verzocht voor verscheidene merken waarvan aan dezelfde persoon licentie of pand is verleend of waarop door dezelfde persoon beslag is gelegd, voor elk volgend merk:  

 

 

NAf

 

 

 

75,00;

h. de inschrijving van naams‑ of adreswijziging van de houder, licentiehouder, pandhouder of beslaglegger: NAf 150,00;
indien de inschrijving wordt verzocht voor verscheidene merken die aan dezelfde houder behoren, aan dezelfde licentiehouder in licentie zijn gegeven, aan dezelfde pandhouder in pand zijn gegeven of waarop dezelfde persoon beslag heeft gelegd, voor elk volgend merk: NAf 37,50;
i. de inschrijving van een beperking van de opgave van de waren en diensten, behalve bij gelegenheid van de vernieuwing van de inschrijving: NAf 75,00;
j. voor de publicatie van de beschrijving, bedoeld in artikel 2, zesde respectievelijk zevende lid, een supplement van telkens: NAf 75,00;
k. de inschrijving van naams‑ of adreswijziging van de gemachtigde, voor alle merken waarvoor de betrokken gemachtigde bij het Bureau als gemachtigde geldt: NAf 150,00.
  1. Voor de hierna vermelde handelingen wordt een recht of een vergoeding betaald, waarvan het bedrag als volgt wordt vastgesteld:
a. herstel na de inschrijving op verzoek van de houder van het depot van aan hemzelf te wijten schrijffouten: NAf 37,50;
b. lijst van merken, bedoeld in artikel 16, zesde lid, per onderzoekscriterium: NAf 75,00;
voor iedere klasse van waren en diensten boven de derde klasse van de internationale classificatie, waarin waren en diensten worden gerangschikt, wordt dit bedrag verhoogd met: NAf 15,00;
c. het extra‑recht, verschuldigd ingevolge artikel 11, eerste lid: NAf 150,00;
d. de inlichtingen, bedoeld in artikel 18: NAf 75,00;
voor ieder uur dat het bijeenzoeken en het op schrift stellen van de gevraagde gegevens de duur van één uur te boven gaat wordt dit bedrag vermeerderd met: NAf 112,50;
e. de afschriften van een inschrijving, bedoeld in artikel 18, per inschrijving: NAf 15,00;
f. voor alle overige afschriften, per bladzijde: NAf 22,50;
g. gewaarmerkte afschriften van een inschrijving, bedoeld in artikel 18, per inschrijving: NAf 52,50;
voor alle overige gewaarmerkte afschriften, per bladzijde: NAf 60,00;
h. de documenten betreffende voorrang, bedoeld in artikel 19: NAf 52,50.
  1. De Minister stelt de hoogte vast van de rechten of vergoedingen voor handelingen die niet voorzien zijn in dit landsbesluit.

Artikel 23

De prijs van het Merkenblad bedraagt:
per losse aflevering: NAf 75,00;
voor een jaarabonnement: NAf 525,00;
per losse aflevering buiten Curaçao: NAf 85,00;
voor een jaarabonnement buiten Curaçao: NAf 600,00.

Artikel 24

  1. Betaling van rechten en vergoedingen, verschuldigd voor door het Bureau verrichte handelingen, kan in de in de desbetreffende artikelen aangegeven munteenheid of het equivalent daarvan in Amerikaanse dollar op één van de hierna volgende manieren plaatsvinden:
    a. in contanten;
    b. door overschrijving of storting op de bankrekening van het Bureau;
    c. door overhandiging van een cheque ten gunste van het Bureau;
    d. door middel van een schriftelijk verzoek tot afschrijving van een door belanghebbende of zijn gemachtigde bij het Bureau geopende lopende rekening. In dit geval ontvangt de rekeninghouder ten minste ieder kwartaal een samenvattende lijst van de betalingen en een mededeling betreffende het saldo van zijn rekening;
    e. door elektronische betaling.
  2.  Bij elke betaling wordt duidelijk en volledig aangegeven waarvoor deze plaatsvindt.
  3. Het bewijs van betaling wordt bij elke handeling overgelegd. Als bewijs van betaling wordt beschouwd:
    a. het document uitgaande van een bank, of een afschrift daarvan, waaruit blijkt dat de overschrijving of storting daadwerkelijk heeft plaatsgevonden;
    b. het door het Bureau verstrekte bewijs van betaling.

Hoofdstuk 7

Bepalingen verband houdende met de toepassing

van de overgangsbepalingen van de landsverordening

Artikel 25

  1.  Het bevestigende depot als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de landsverordening, geschiedt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 2 en 3. Voorts worden de volgende gegevens vermeld:
    a. de aard en het tijdstip van de feiten, die het verkregen recht of de verkregen rechten hebben doen ontstaan;
    b. indien eerdere verzoeken tot inschrijving of inschrijvingen zijn verricht: dagtekening en nummer daarvan.
  2. Het depot is ontvankelijk, indien het Bureau binnen de in artikel 43, eerste lid, van de landsverordening gestelde termijn in het bezit is gekomen van:
    a. het document, bedoeld in artikel 2, eerste lid, voorzien van de vermelding van de aard en het tijdstip van de feiten, die het verkregen recht of de verkregen rechten hebben doen ontstaan;
    b. de betaling, bedoeld in artikel 27, eerste lid, mits aan de overige vereisten, bedoeld in het eerste lid en in de artikelen 2 en 3, binnen de in het derde lid gestelde termijn is voldaan.
  3. Indien bij het depot niet is voldaan aan het bepaalde in het eerste lid en de artikelen 2 en 3, stelt het Bureau de betrokkene hiervan onverwijld in kennis en geeft hem een termijn van drie maanden om hieraan alsnog te voldoen. Ambtshalve of op verzoek kan een nieuwe termijn van ten hoogste drie maanden worden verleend.
  4. Indien binnen de termijn, bedoeld in het derde lid, niet is voldaan aan het in dit artikel bepaalde, worden de ontvangen stukken verder buiten beschouwing gelaten. De betrokkene wordt hiervan in kennis gesteld.
  5. Het bepaalde in de artikelen 7 en 8 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat bij de inschrijving mede worden vermeld de in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde gegevens en de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt.
  6. De in dit artikel bedoelde depots worden in de taal waarin de inschrijving heeft plaatsgevonden, bekendgemaakt in het Merkenblad. Deze bekendmaking bevat ten aanzien van ieder merk de gegevens, bedoeld in het vijfde lid.
  7. De houders van depots, bedoeld in dit artikel, kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, verbeteren of aanvullen en desgewenst bewijsstukken toevoegen. Deze gegevens laten de reeds vastgestelde datum van verval van de inschrijving onverlet.

Artikel 26

Indien op het tijdstip van het inroepen van het verkregen recht, de deposant tegelijkertijd de eerste vernieuwing van de inschrijving verzoekt overeenkomstig artikel 43, vierde lid, van de landsverordening, maakt hij daarvan bij het depot melding en betaalt daarvoor overeenkomstig artikel 27, eerste lid. Het bepaalde in artikel 25, derde tot en met zesde lid, is van toepassing.

Artikel 27

  1. Met betrekking tot bevestigende depots als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de landsverordening en in voorkomend geval artikel 45 van de landsverordening, alsmede met betrekking tot de eerste vernieuwingen van deze depots die worden gevraagd overeenkomstig artikel 43, vierde lid, van de landsverordening en in voorkomend geval artikel 45, laatste volzin, van de landsverordening op het tijdstip van het bevestigende depot, gelden de volgende tarieven:
a. voor een individueel merk voor het bevestigende depot ten aanzien van een onder de gelding van de ingetrokken landsverordening reeds ingeschreven merk: NAf 60,00;
b. voor een individueel merk voor de eerste vernieuwing die gelijktijdig met het bevestigende depot wordt gevraagd ten aanzien van een onder de gelding van de ingetrokken landsverordening reeds ingeschreven merk: NAf 300,00;
c. voor een individueel merk voor het bevestigende depot ten aanzien van een onder de gelding van de ingetrokken landsverordening gebruikt doch niet ingeschreven merk: NAf 300,00;
d. voor een individueel merk voor de eerste vernieuwing die gelijktijdig met het bevestigende depot wordt gevraagd ten aanzien van een onder de gelding van de ingetrokken landsverordening gebruikt doch niet ingeschreven merk:  

 

 

NAf

 

 

 

540,00;

e. voor een collectief merk voor het bevestigende depot ten aanzien van een onder de gelding van de ingetrokken landsverordening gebruikt merk: NAf 600,00;
f. voor een collectief merk voor de eerste vernieuwing die gelijktijdig met het bevestigende depot wordt gevraagd ten aanzien van een onder de gelding van de ingetrokken landsverordening gebruikt merk: NAf 900,00.
  1. Indien het eerste lid van toepassing is, zijn bij bevestigende depots en bij de eerste vernieuwingen die gelijktijdig met de bevestigende depots worden gevraagd, aan het vermelden van klassen van waren of diensten boven de derde klasse van de internationale classificatie, waarin waren en diensten worden gerangschikt, alsmede aan het beroep op het recht van voorrang, geen kosten verbonden.

Hoofdstuk 8

Internationaal Depot

Artikel 28

Het formulier voor internationale registratie moet in de Engelse taal worden ingevuld.

Artikel 29

Ingevolge het bepaalde in artikel 19, tweede lid, van de landsverordening heeft de deposant een termijn van drie maanden na de datum van de eerste kennisgeving om te antwoorden op de voorlopige weigering; deze termijn kan op verzoek of ambtshalve worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van de eerste kennisgeving wordt overschreden.

Artikel 30

  1. Het bedrag van de rechten of vergoedingen zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het Protocol, is als volgt vastgesteld:
a. de indiening van een internationaal merk:
1°. voor een individueel merk een basisbedrag van: NAf 450,00;
2°. voor een collectief merk een basisbedrag van: NAf 450,00;
b. de vernieuwing van een internationale inschrijving:
1°. voor een individueel merk een basisbedrag van: NAf 450,00;
2°. voor een collectief merk een basisbedrag van: NAf 450,00;
  1. Het bedrag van de individuele rechten zoals bedoeld in artikel 8, zevende lid, onderdeel a, van het Protocol, is als volgt vastgesteld:
a. de Internationale inschrijving:
1°. voor een individueel merk een basisbedrag van: NAf 583,50;
2°. voor een collectief merk een basisbedrag van: NAf 1159,50;
3°. voor iedere klasse van waren en diensten boven de derde klasse van de internationale classificatie, waarin de waren en diensten worden gerangschikt voor een individueel merk, een supplement van:  

 

 

NAf

 

 

 

60,00;

4°. voor iedere klasse van waren en diensten boven de derde klasse van de internationale classificatie, waarin de waren en diensten worden gerangschikt voor een collectief merk, een supplement van: NAf 118,50;
b. de vernieuwing van de inschrijving van het depot:
1°. voor een individueel merk een basisbedrag van: NAf 583,50;
2°. voor een collectief merk een basisbedrag van: NAf 1159,50;
3°. voor iedere klasse van waren en diensten boven de derde klasse van de internationale classificatie, waarin de waren en diensten worden gerangschikt, een supplement van: NAf 60,00;
4°. voor iedere klasse van waren en diensten boven de derde klasse van de internationale classificatie, waarin de waren en diensten woerden gerangschikt voor een collectief merk, een supplement van: NAf 118,50.

Hoofdstuk 9

Slotbepalingen

Artikel 31

  1. (vervallen)
  2. Artikel 24, eerste lid, onderdeel d, treedt in werking op een bij landsbesluit nader te bepalen tijdstip.

Artikel 32

Dit landsbesluit wordt aangehaald als: Merkenlandsbesluit.

Naar boven