Uw mening

Wet- en Regelgeving

Regeling Onderwijsraad

Publicatienummer: P.B. 2019, no. 66
Categorie: Ministeriële regeling met algemene werking
Ministerie: Onderwijs, Wetenschap, Cultuur & Sport
Datum ondertekening: 29-10-2019
Datum inwerktreding: 31-10-2019
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK XIII Volksontwikkeling en opvoeding. erediensten)


MINISTERIËLE REGELING MET ALGEMENE WERKING, van de 29ste oktober 2019 ter uitvoering van artikel 7, tweede lid, van de Landsverordening funderend onderwijs (Regeling Onderwijsraad)

Artikel 1

Begripsbepalingen

Op deze ministeriële regeling met algemene werking zijn de begripsbepalingen van artikel 1 van de Landsverordening funderend onderwijs van toepassing.

Artikel 2

Samenstelling Onderwijsraad

  1. De Onderwijsraad bestaat uit elf leden.
  2. De leden worden bij ministeriële beschikking benoemd en ontslagen.
  3. De Onderwijsraad bestaat uit:
    –   een vertegenwoordiger op de voordracht van elk van de door de overheid gesubsidieerde bevoegde gezagsorganen, zijnde 7 of meer vertegenwoordigers;
    –   twee vertegenwoordigers op de voordracht van de vakbond van het personeel of een vertegenwoordiging van het personeel van de scholen op Curaçao;
    –    twee vertegenwoordigers op de voordracht van de ouders dan wel het overkoepelend orgaan van kinderen die op Curaçao funderend onderwijs volgen.
  1. Als postadres geldt het adres van de organisatie belast met het beheer van de openbare scholen.

Artikel 3

Ambtelijke ondersteuning

  1. De Onderwijsraad wordt bij zijn werkzaamheden bijgestaan door een secretaris.
  2. De secretaris wordt door de Minister beschikbaar gesteld.
  3. De secretaris heeft een adviserende stem in de Onderwijsraad.

Artikel 4

Coördinatie van de werkzaamheden

  1. De Onderwijsraad kiest uit zijn midden een voorzitter.
  2. De Onderwijsraad regelt zijn werkwijze, de orde van zijn vergaderingen en de wijze van besluitvorming in een door de Onderwijsraad vast te stellen reglement met inachtneming van het bepaalde in deze regeling.
  1. De voorzitter roept de Raad in ieder geval bijeen telkens wanneer hem dat nodig of gewenst voorkomt, dan wel de Minister zulks verzoekt, onder mededeling van de aangelegenheden welke behandeld zullen worden.
  2. Wanneer tenminste één derde deel van het aantal leden van de Raad een gemotiveerd verlangen daartoe aan de voorzitter heeft kenbaar gemaakt, roept de voorzitter binnen twee weken nadien de Onderwijsraad in een vergadering bijeen, onder mededeling van het gemotiveerde verlangen van de desbetreffende leden.
  3. Een vergadering van de Onderwijsraad vindt geen doorgang indien blijkens de presentielijst niet tenminste de helft van het aantal leden van de Onderwijsraad aanwezig is.
  4. Nadat de Onderwijsraad tweemaal voor een vergadering is bijeengeroepen, zonder dat aan het vereiste in het vijfde lid blijkt te zijn voldaan, wordt de daarna bijeengeroepen vergadering gehouden, ongeacht het aantal aanwezige leden.
  5. De Onderwijsraad kan de Minister verzoeken aanwezig te zijn in een vergadering van de Onderwijsraad teneinde het beleid met betrekking tot een bepaald adviesverzoek en het beleid in het algemeen toe te lichten.
  6. De Minister kan zich door één of meer door hem aan te wijzen personen doen bijstaan, dan wel zich door één of meer zodanige personen doen vertegenwoordigen.
  7. De voorzitter kan op verzoek van de Onderwijsraad deskundige personen buiten de Onderwijsraad toelaten tot de vergaderingen, teneinde de Onderwijsraad in de gelegenheid te stellen de visie van die personen ten aanzien van een bepaald onderwerp te vernemen.

Artikel 5

Besluitvorming binnen de Onderwijsraad

  1. De leden van de Onderwijsraad nemen aan de beraadslagingen en de stemmingen van de Onderwijsraad deel zonder last of ruggespraak.
  2. De adviezen van de Onderwijsraad worden opgesteld in overeenstemming met de gevoelens van de meerderheid van de vergadering.
  3. In de adviezen wordt van afwijkende gevoelens van de minderheid desverlangd melding gemaakt.

Artikel 6

Wijze van adviseren

  1. De Onderwijsraad adviseert de Minister over de aangelegenheden die zijn genoemd in artikel 7, aanhef eerste lid, van de Landsverordening funderend onderwijs.
  2. De Onderwijsraad is bevoegd, al dan niet op verzoek van de Minister, om advies uit te brengen over andere onderwijsaangelegenheden dan bedoeld in het eerste lid.
  3. Een advies dient binnen twee maanden nadat het verzoek om advies is gedagtekend te worden verstrekt, tenzij de Minister een andere termijn heeft gesteld.
  4. Een zodanig advies wordt uitgebracht aan de Minister, met afschrift hiervan aan de beleidsdirecteur van het Ministerie van OWCS.
  5. De Minister kan beslissen dat nader juridisch, financieel of organisatorisch advies zal worden ingewonnen, waarbij het eerste lid van overeenkomstige toepassing is.
  6. De Minister geeft gemotiveerd aan of gevolg wordt gegeven aan het advies en stelt de Onderwijsraad daarvan schriftelijk in kennis.

Artikel 7

Maatregelen in geval van taakverwaarlozing

In geval van ernstige taakverwaarlozing van de Onderwijsraad ontbindt de Minister de Onderwijsraad en worden door de in artikel 2 genoemde organisaties nieuwe leden aangedragen ter benoeming door de Minister.

Artikel 8

Citeertitel

Deze ministeriële regeling met algemene werking wordt aangehaald als: Regeling Onderwijsraad.

Artikel 9

Inwerkingtreding

Deze ministeriële regeling met algemene werking treedt in werking met ingang van de dag na de datum van bekendmaking.

Naar boven