Slacht- en keuringsverordening - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Slacht- en keuringsverordening

Publicatienummer: P.B. 2022, no. 26
Categorie: Geconsolideerde Tekst
Ministerie: Gezondheid, Milieu & Natuur
Datum ondertekening: 26-01-2022
Datum inwerktreding: Nog niet bekend
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK VII Openbare gezondheid )


LANDSBESLUIT van de 26ste januari 2022, no. 22/072, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Slacht- en keuringsverordening 1933

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats Zittingsjaar
n.v.t. n.v.t. n.v.t. Geconsolideerde tekst P.B. 2022, no. 26 (GT) n.v.t.

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:
I. vee: herkauwende dieren, eenhoevige dieren en varkens; hiermee worden voor de toepassing dezer verordening schildpadden gelijkgesteld.
II. vlees: gestorven of gedood vee of delen daarvan.
IIa. vers vlees: vlees dat niet kennelijk op de plaats van herkomst is ingevroren of vlees dat geen, of geen conservering als door koude heeft ondergaan.
IIb. bevroren vlees: vlees, dat in bevroren toestand verkeert of erin verkeerd heeft en kennelijk op de plaats van herkomst in deze toestand is gebracht.
III. noodslachting: het doden van vee, dat:
a) door een ernstig ongeval is getroffen;
b) door ziekte in onmiddellijk levensgevaar verkeert;
c) onmiddellijk gevaar oplevert voor de volksgezondheid, voor de veiligheid van personen of goederen; dan wel voor besmetting van mensen of dieren.
IV. slachthuis: het gebouw c.q. de gebouwen vanwege het Land Curaçao als openbare slachtsplaats ingericht, alsmede het terrein, behorende bij de gebouwen.
V. directeur: de door de Minister van Volksgezondheid, Milieu en Natuur aangewezen veearts.
VI. keuringsambtenaar: de door de directeur met de keuring van vee en vlees belaste ambtenaar.
VII. vleeshouwer: hij, die zijn beroep maakt van veeslachten, van vleesbewerking of vleesverkoop.
VIII. vleeshouwerij: alle open of besloten ruimten, waar de vleeshouwer zijn beroep uitoefent.
IX. kring: het stadsdistrict, benevens bij het stadsdistrict aansluitende gedeelten van het 2de district en eventueel ook gedeelten van het 3de district, volgens bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, aan te wijzen.

Artikel 2

Bij oprichting van een vleeshouwerij, in de kring gelegen, moet het voornemen daartoe ten minste een maand tevoren aan de directeur worden kenbaar gemaakt. Overneming van een dergelijk bedrijf mag niet zonder voorafgaande, schriftelijke kennisgeving aan de directeur geschieden.

Artikel 3

De keuring van vee en vlees is opgedragen aan de directeur, bijgestaan door de keuringsambtenaren.

Artikel 4

  1. Het is verboden vee in te voeren tenzij de door de directeur of degene die als zijn vervanger door de Minister van Volksgezondheid, Milieu en Natuur wordt aangewezen, gebleken is, dat het gedekt is door een verklaring van herkomst.
  2. De verklaring van herkomst moet, wat betreft het vee dat is ingevoerd, door de verkoper of de eigenaar van het vee in duplo worden afgegeven en aangeven, dat het bij hem gekocht is of dat het zijn eigendom is.
  3. De verklaring van herkomst moet door of namens de Minister van Volksgezondheid, Milieu en Natuur voor gezien worden getekend.
  4. Voor wat betreft het vee, uit den vreemde ingevoerd, zal bij de verklaring van herkomst moeten overgelegd worden een verklaring van de betrokken Nederlandse consulair ambtenaar, inhoudende aantal en soort der dieren, plaats van inscheping en zo mogelijk plaats van herkomst.
  5. Indien ter plaatse geen Nederlands consulair ambtenaar aanwezig is, kan worden volstaan met een verklaring van de douane van de plaats van inscheping.

Artikel 5

  1. Het is verboden vee in te voeren alvorens het door een keuringsambtenaar is goedgekeurd. Door de directeur wordt bepaald, van welk merkteken het voor de invoer goedgekeurde vee voorzien moet zijn.
  2. Ten aanzien van vee, lijdende aan of verdacht van te lijden aan enige besmettelijke ziekte, worden zo nodig door de Inspecteur quarantaine-maatregelen getroffen, volgens bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, vast te stellen regels.
  3. Ten aanzien van gewond, gekneusd of anderszins niet in goeden toestand verkerend vee kunnen door de directeur maatregelen getroffen worden, volgens bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, vast te stellen regels.

Artikel 5A

Onverminderd het bepaalde in artikel 97, letter C van de Algemene Verordening I.U. en D. 1908 en in de Landsverordening invoer kleine dieren 1952, en onverminderd het bepaalde in de artikelen 4 en 5, eerste lid kan bij ministeriële regeling met algemene werking van de Minister van Volksgezondheid, Milieu en Natuur tot wering van enige besmettelijke veeziekte de in- en doorvoer worden verboden of niet dan onder bepaalde voorwaarden worden toegestaan van:
a. vee, vlees, eieren, melk en melkproducten, huiden en aanhangsels van huiden en andere van vee afkomstig producten, mest en veevoeder;
b. andere voorwerpen of dieren welke dragers van smetstof kunnen zijn.

Artikel 6

  1. Het slachten van vee moet geschieden, overeenkomstig bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, vast te stellen regels.
  2. In de kring geschiedt het slachten van vee, behoudens het bepaalde in de artikelen 8 en 9, uitsluitend in het slachthuis.
  3. Het slacht- en keurloon wordt bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, vastgesteld.

Artikel 7

  1. De directeur stelt voorschriften vast voor de toegang tot en het gebruik van het slachthuis, alsmede voor het slachten en voor de handelingen, die bij de verdere bewerking van de geslachte dieren en de keuring daarvan nodig zijn.
  2. Hij is bevoegd bij overtreding van deze voorschriften de betrokkene de toegang tot of het gebruik van het slachthuis te ontzeggen, mits bij een met redenen omklede, schriftelijk aanzegging.
  3. Voor de eerste keer dat een overtreding wordt begaan, kan de ontzegging plaats vinden voor ten hoogste 14 dagen en bij herhaling voor ten hoogste 6 maanden.
  4. (vervallen)
  5. De directeur is bevoegd om vee, dat in het slachthuis ziek of verwond is, indien hij zulks nodig acht, onmiddellijk te doen slachten, indien mogelijk, met voorafgaande kennisgeving aan de eigenaar.

Artikel 8

Tot het slachten voor eigen gebruik van een of meer varkens, schapen of geiten op een andere plaats in de kring dan in deze landsverordening bepaald, kan bij wijze van uitzondering de directeur een schriftelijke vergunning, onder door hem te stellen voorwaarden, afgeven. Deze vergunning moet, alvorens daarvan kan worden gebruik gemaakt, in de kring aan de keuringsambtenaar worden vertoond.

Artikel 9

  1. Noodslachting in de kring mag, mits hiervan tevoren of onmiddellijk daarna kennis wordt gegeven aan de directeur, plaats hebben buiten het slachthuis. Onmiddellijk na de noodslachting moet het geslachte dier door of van wege de eigenaar of rechthebbende in ongedeelde toestand naar het slachthuis worden gebracht. Slechts de ingewanden mogen tevoren worden uitgenomen, doch deze organen moeten, gelijktijdig met het geslachte dier, in ongeschonden staat in het slachthuis worden gebracht.
  2. Degene, die buiten de kring uit nood vee slacht, dat door ziekte gevaar oplevert voor de volksgezondheid, dan wel voor besmetting van mensen of dieren, is verplicht hiervan onmiddellijk kennis te geven aan de directeur ter wiens beschikking het vlees gehouden moet worden, totdat de keuring zal zijn geschied. De keuring van dit vee geschiedt zo spoedig mogelijk, door of van wege de directeur.

Artikel 9a

  1. Met uitzondering van partijen vlees, kennelijk bestemd als provisie van het schip dat ze invoert, is de invoer van vlees alleen toegestaan, indien:
    a. daarvan opgave wordt gedaan bij de keuringsambtenaar;
    b. voor zoveel betreft vers vlees, overgelegd wordt een verklaring van een in het land van herkomst wettig erkend deskundige, houdende dat het vlees afkomstig is van gezonde dieren en goedgekeurd is als voedsel voor de mens, behoudens het geval dat het vlees wordt ingevoerd met de bijbehorende organen indien deze zich in verse toestand bevinden;
    c. voor zoveel betreft vers alsmede bevroren vlees, afkomstig uit het buitenland, dit vlees voor zover mogelijk voorzien is van duidelijke merktekens ten bewijze dat het slachtdier waarvan het vlees afkomstig is, door een wettig erkend deskundige in het land van herkomst is onderzocht en goedgekeurd voor menselijk gebruik.
  2. Alle ingevoerd vers vlees is aan keuring door de keuringsambtenaar onderworpen, die het bij goedkeuring van het voorgeschreven goedkeuringsmerk voorziet.
  3. Keuring van bevroren vlees kan vanwege genoemde keuringsambtenaar worden geëist.
  4. Bij afkeuring van alle ingevoerd vlees blijft het gedurende 24 uur ter beschikking van de eigenaar, waarna het wordt vernietigd.

Artikel 10

  1. Geen vlees mag tot het verbruik in de kring in het verkeer worden gebracht, worden uitgestald, bewerkt, verkocht of voor de verkoop in voorraad gehouden, dan na goedgekeurd en van de door de directeur vastgestelde goedkeuringsstempel voorzien te zijn.
  2. Het is, voorzover het Wetboek van Strafrecht er niet in voorziet, verboden, zonder schriftelijke toestemming van de directeur, een goedkeuringsstempel als in het eerste lid bedoeld, of een al dan niet met een geringe afwijking daarop gelijkend stempel te hebben.
  3. (vervallen)
  4. (vervallen)

Artikel 11

Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen voorschriften worden gesteld voor het vervoer van vlees langs de openbare weg in hoeveelheden van meer dan 10 kilogram.

Artikel 12

  1. Voor wat betreft de verkoop of de bewerking van vlees in de kring, oefent de vleeshouwer zijn beroep uit op daartoe bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, ingerichte plaatsen. Tot het in de kring verkopen van vlees op andere dan deze plaatsen wordt een schriftelijke vergunning van de Minister van Volksgezondheid, Milieu en Natuur vereist.
  2. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden de eisen vastgesteld, waaraan elke vleeshouwerij in de kring moet voldoen.
  3. Voor de uitoefening van het beroep van vleeshouwer buiten de kring is de vergunning vereist van de Minister van Volksgezondheid, Milieu en Natuur. Het verzoek daartoe behoort bij de Minister van Volksgezondheid, Milieu en Natuur te worden ingediend.
  4. Aan de vergunningen, in het eerste en derde lid van dit artikel bedoeld, kunnen door de Minister van Volksgezondheid, Milieu en Natuur voorwaarden worden gesteld.
  5. (vervallen)

Artikel 13

  1. De vergunningen, bedoeld bij de artikelen 8 en 12, kunnen door de Minister van Volksgezondheid, Milieu en Natuur worden ingetrokken, wanneer niet wordt voldaan aan de bepalingen van deze artikelen en aan de voorwaarden, in de vergunning opgenomen, onverminderd de straffen in deze landsverordening op de overtreding gesteld.
  2. (vervallen)

Artikel 14

  1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze landsverordening bepaalde zijn belast de daartoe bij landsbesluit aangewezen personen. Een zodanige aanwijzing wordt bekendgemaakt in de Landscourant.
  2. De krachtens het eerste lid aangewezen personen zijn, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze noodzakelijk is, bevoegd:
    a. alle inlichtingen te vragen;
    b. inzage te verlangen van alle boeken, bescheiden en andere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen;
    c. goederen aan opneming en onderzoek te onderwerpen, deze daartoe tijdelijk mee te nemen en daarvan monsters te nemen;
    d. alle plaatsen, met uitzondering van woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, te betreden, vergezeld van door hen aangewezen personen;
    e. vaartuigen, stilstaande voertuigen en de lading daarvan te onderzoeken.
  3. Zo nodig, wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, verschaft met behulp van de sterke arm.
  4. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld betreffende de wijze van taakuitoefening van de in het eerste lid bedoelde personen.
  5. Een ieder is verplicht aan de krachtens het eerste lid aangewezen personen alle medewerking te verlenen die op grond van het tweede lid wordt gevorderd.

Artikel 14a

De krachtens artikel 14, eerste lid aangewezen personen kunnen, in afwachting van de door hen onverwijld in te roepen beslissing van de directeur, de verdere bewerking, de verkoop, het vervoer of de uitstalling van vlees verbieden, dat ondeugdelijk of ongeschikt voor verbruik is.

Artikel 14b

  1. De krachtens artikel 14, eerste lid, aangewezen personen zijn bevoegd tot voorlopige inbeslagneming van afgekeurd vlees dat in het verkeer wordt gebracht, wordt uitgestald, bewerkt, verkocht of voor de verkoop in voorraad gehouden.
  2. Op grond van het eerste lid in beslag genomen, voor menselijk gebruik ongeschikt vlees, wordt ter beschikking gesteld van de directeur, die daarmee handelt op de wijze, bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, te bepalen.

Artikel 14c

  1. De directeur kan het verbod, krachtens artikel 14a opgelegd, bekrachtigen, alsmede de vernietiging bevelen van voorlopig in beslag genomen vlees.
  2. Een beslissing als bedoeld in het eerste lid, wordt schriftelijk aan de belanghebbende meegedeeld.

Artikel 15

  1. Overtreding van een van de voorschriften bij of krachtens deze landsverordening gegeven, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.
  2. Indien tijdens het plegen van het feit nog geen jaar is verlopen sedert een vroegere veroordeling van de beschuldigde wegens gelijke of andere overtreding van het bij of krachtens deze landsverordening bepaalde onherroepelijk is geworden, wordt de geldboete verhoogd naar de tweede categorie. Met een vroegere veroordeling wordt gelijkgesteld de vrijwillige voldoening aan de voorwaarde door de bevoegde ambtenaar van het openbaar ministerie krachtens artikel 1:149 van het Wetboek van Strafrecht gesteld.

Artikel 16

  1. De personen belast met het toezicht op de naleving der bepalingen en het opsporen van overtredingen van deze verordening of van enig voorschrift krachtens deze verordening vastgesteld, zijn te allen tijde bevoegd om in beslag te nemen zomede om ter inbeslagneming het nodige onderzoek in te stellen naar en de uitlevering te vorderen van alle voorwerpen, welke tot de ontdekking der waarheid kunnen dienen of van welke verbeurdverklaring, vernietiging of onbruikbaarmaking bij vonnis kan worden bevolen.
  2. Indien het betreft vlees, hetwelk voor menselijk gebruik geschikt is, zal het, overeenkomstig het vorige lid in beslag genomen, ter beschikking worden gesteld van de directeur, die daarmede handelt op de wijze, volgens bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, vast te stellen regels.

Artikel 17

(vervallen)

Artikel 18

  1. Deze verordening wordt aangehaald als: Slacht- en keuringsverordening.
  2. (vervallen)
  3. (vervallen)

 

 

 

Naar boven