Uitvoeringsbesluit aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen 1983
Uitvoeringsbesluit aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen 1983
LANDSBESLUIT van de 26ste maart 2026, no. 26/811, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van het Uitvoeringsbesluit aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen 1983
| Datum inwerkingtreding |
Terugwerkende kracht tot en met |
Datum ingetrokken |
Betreft |
Vindplaats |
Zittingsjaar |
| 03-09-1983
(art. 1 t/m 5 en 25 t/m 30) |
n.v.t |
n.v.t. |
Geconsolideerde tekst |
P.B. 2026, no. 114 (GT) |
n.v.t. |
§ 1. Algemene Bepalingen
Artikel 1
- Voor de toepassing van dit landsbesluit wordt verstaan onder:
| de landsverordening |
: |
de Landsverordening aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen; |
| de minister |
: |
de Minister van Financiën; |
| het fonds |
: |
het Waarborgfonds Motorverkeer; |
| verzekeringsmakelaar |
: |
de natuurlijke of rechtspersoon, die bedrijfsmatig bemiddeling verleent bij de totstandkoming van overeenkomsten van verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid; |
| geboekt bruto premie-inkomen |
: |
het geboekte premie-inkomen dat betrekking heeft op de verzekering van motorrijtuigen tegen wettelijke aansprakelijkheid. |
- Waar in dit landsbesluit melding wordt gemaakt van motorrijtuigen, verzekerden, benadeelden of verzekeraars, wordt aan deze woorden dezelfde betekenis gehecht als in de landsverordening.
§ 2. Verzekerde som
Artikel 2
De som waarvoor de in de landsverordening bedoelde verzekering voor een motorrijtuig ten minste moet zijn gesloten bedraagt Cg 90.000,— per gebeurtenis.
Artikel 3
In afwijking van het in artikel 2 bepaalde moet voor een motorrijtuig dat is bestemd voor of ingericht tot het vervoer van een groter aantal personen dan zes, de bestuurder daaronder niet begrepen, de verzekerde som per gebeurtenis evenzovele malen Cg 15.000,— bedragen als het betreffende aantal bedraagt, met een maximum van Cg 300.000,— per gebeurtenis.
§ 3. Eigen risico
Artikel 4
Het bedrag bedoeld in artikel 5, tweede lid, en artikel 18, derde lid, van de landsverordening wordt vastgesteld op Cg 150,—.
§ 4. Verzekeringsbewijs
Artikel 5
- Het bewijs van verzekering, zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de landsverordening, bestaat uit de kwitantie die door een krachtens artikel 20 van de landsverordening toegelaten verzekeringsonderneming aan de verzekerde verstrekt wordt. Deze kwitantie moet tenminste bevatten het kenteken van het motorrijtuig, de naam van de verzekeraar en van de verzekeringnemer, het polisnummer, de dagtekening en het jaar van ingang van de dekking, alsmede de periode waarvoor de dekking geldt.
- Bij landsbesluit worden nadere regelen gesteld met betrekking tot de controle op de nakoming van de verplichtingen voortvloeiend uit de landsverordening of uit dit landsbesluit voor degenen op wie de verplichting tot verzekering rust.
§ 5. Inrichting en werking van het Waarborgfonds Motorverkeer
Artikelen 6 tot en met 18
(nog niet in werking getreden)
§ 6. Storting in het Waarborgfonds Motorverkeer
Artikelen 19 tot en met 24
(nog niet in werking getreden)
§ 7. Toelating van verzekeringsondernemingen
Artikel 25
Het in artikel 20 van de landsverordening bedoelde schriftelijk in te dienen verzoek tot toelating dient te worden vergezeld van een door de verzekeringsonderneming ondertekende verklaring, dat haar voorwaarden van verzekering in de zin van de landsverordening voldoen aan de door de landsverordening gestelde eisen.
Artikel 26
- De zekerheid, bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de landsverordening, bedraagt 10% van het door de verzekeringsonderneming geboekte bruto premie-inkomen in de zin van artikel 19 van dit landsbesluit, met dien verstande, dat het minimaal als zekerheid te stellen bedrag Cg 150.000,— bedraagt en het maximaal als zekerheid te stellen bedrag Cg 500.000,—.
- De vaststelling van het bedrag van de zekerheid gebeurt jaarlijks vóór de eerste april op grond van het in artikel 19, eerste lid, bedoelde gegeven.
Artikel 27
- De zekerheid, bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de landsverordening, kan worden gesteld door deponering in open bewaargeving bij de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten, zodat daarover door de verzekeraar niet kan worden beschikt anders dan met voorafgaande schriftelijke toestemming van de minister, van schuldbrieven en schatkistpapier ten laste van of rechtstreeks en onvoorwaardelijk voor rente en aflossing gewaarborgd door de rechtspersoon het Land Curaçao. Indien niet overeengekomen is dat de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten voor de verzilvering van de coupons zorg zal dragen, worden deze, mits niet vroeger dan 14 dagen vóór de daarop vermelde vervaldatum, onderscheidenlijk vóór de datum van de betaalstelling, zonder machtiging van de minister aan de verzekeraar afgegeven. Ter verkrijging van nieuwe couponbladen worden de talons of de mantels niet aan de verzekeraar afgegeven; deze draagt die verkrijging op aan de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten. Indien de minister aan de verzekeraar en aan de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten meedeelt dat de verzekeraar niet mag beschikken over coupons, worden deze niet aan deze laatste afgegeven en worden ten aanzien daarvan geen rechtshandelingen zonder schriftelijke machtiging van de minister verricht.
- Indien en voor zover de mogelijkheid tot het stellen van de zekerheid, genoemd in het vorige lid, niet aanwezig is, kan door de minister worden bepaald dat de zekerheid wordt gesteld door storting à deposito in de schatkist van het Land Curaçao. Over het aldus gestorte bedrag wordt door de rechtspersoon het Land Curaçao een rente vergoed op jaarbasis van 1% boven het disconto van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten. Het aldus gestorte bedrag wordt niet teruggegeven dan voor zover de gestelde zekerheid het overeenkomstig artikel 27 vereiste beloop van de zekerheid te boven gaat.
Artikel 27A
(nog niet in werking getreden)
Artikel 28
Een verzekeraar die overgaat tot het liquideren van het geheel of een deel van zijn bedrijf, is verplicht dit onmiddellijk schriftelijk aan de minister mede te delen.
§ 8. Slotbepalingen
Artikel 29
Dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen 1983.
Artikel 30
- Dit landsbesluit treedt voor wat betreft de artikelen 1 tot en met 5 en 25 tot en met 30, met uitzondering van artikel 27A, met ingang van de dag volgend op die van zijn afkondiging in werking. De artikelen 6 tot en met 24 treden in werking met ingang van dezelfde dag als de artikelen 15 tot en met 19 van de landsverordening.
- (vervallen)