Verordening betreffende het tegengaan van rookverspreiding en roetblazen in het eerste of stadsdistrict en de haven op het eiland Curaçao - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Verordening betreffende het tegengaan van rookverspreiding en roetblazen in het eerste of stadsdistrict en de haven op het eiland Curaçao

Publicatienummer: P.B. 2026, no. 75 (Geconsolideerde Tekst)
Categorie: Geconsolideerde Tekst Landsverordening
Ministerie: Gezondheid, Milieu & Natuur
Datum ondertekening: 13-11-2025
Datum inwerktreding: 16-11-1932
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK VII Openbare gezondheid )


LANDSBESLUIT van de 13de november 2025, no. 25/2786, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Verordening van den 7den October 1932, betreffende het tegengaan van rookverspreiding en roetblazen in het eerste of stadsdistrict en de haven op het eiland Curaçao

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats Zittingsjaar
16-11-1932 n.v.t. n.v.t. Geconsolideerde tekst P.B. 2026 75 (GT) n.v.t.

Artikel 1

Het is de bewoner/gebruiker van een gebouw, opstal of werktuig, zomede de schipper van een vaartuig verboden op Curaçao binnen het eerste of stadsdistrict, zomede in de haven, uit zijn gebouw, opstal, werktuig of het door hem gevoerd vaartuig dichte rook te verspreiden en/of roet te blazen.

Artikel 2

  1. In deze landsverordening wordt verstaan onder:

dichte rook      :           rook waar men niet doorheen kan zien op het ogenblik, dat hij de, schoorsteen of de pijp verlaat;

eigenaar          :           ook de beheerder en de gebruiker, en voorts ieder, die krachtens enig zakelijk recht, bezit daaronder begrepen, beschikking over enig goed heeft;

haven              :           de Sint Annabaai, het Waaigat, het Rifwater en Saquito;

roetblazen       :           het door middel van stoom of lucht losblazen en naar de buitenlucht afvoeren van roetdeeltjes of verbrandingsresten, vastgehecht in of aan de omtrek van pijpen of enig ander door verbrandingsgassen bestreken gedeelte van een stoom- of ander toestel, door hetwelk verbrandingsgassen worden gevoerd.

  1. Indien een rechtspersoon als eigenaar in de zin van deze landsverordening moet worden beschouwd, wordt een verplichting of een verbod in deze landsverordening ten aanzien van eigenaars voorkomende, geacht opgelegd of gesteld te zijn aan de leden van het bestuur van die rechtspersoon.

Artikel 3

Overtreding van artikel 1 van deze landsverordening wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie. Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen jaar is verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden of de geldboete vrijwillig is betaald, wordt de op het feit gestelde boete verhoogd naar de tweede categorie. De feiten in dit artikel bedoeld, worden aangemerkt als overtreding.

Artikel 4

Onverminderd het bepaalde bij artikel 3 kan de Havenmeester bij overtreding van artikel 1 een vaartuig een andere ligplaats, desnoods buiten de Sint Annabaai, aanwijzen.

Artikel 5

  1. Met het toezicht op de naleving van de bepalingen van- en met het opsporen van overtredingen van deze landsverordening, zijn belast de technisch ambtenaar bij het Stoomwezen, de technisch ambtenaar, chef van de Gouvernementswerkplaats, de machinist bij de Landswatervoorzieningsdienst op Curaçao en andere door de Gouverneur aan te wijzen personen.
  2. De ambtenaren in het voorgaande lid bedoeld, hebben in de uitoefening van het hun opgedragen toezicht, met de hen vergezellende personen, te allen tijden vrije toegang tot alle plaatsen en vaartuigen, waar redelijkerwijze vermoed kan worden, dat in strijd met deze landsverordening wordt gehandeld.
  3. Wordt hun de toegang geweigerd, dan verschaffen zij zich die desnoods met inroeping van de sterke arm.
  4. Is de plaats tevens een woning of is de plaats of het vaartuig alleen door een woning toegankelijk, dan treden zij deze tegen de wil van de bewoner niet binnen dan op algemene of bijzondere schriftelijke last van de betrokken ambtenaar van het openbaar ministerie bij het Gerecht in eerste aanleg of op een bijzondere schriftelijke last van een hulp-officier van Justitie, en niet dan in tegenwoordigheid van die ambtenaar of van een hulp-officier van Justitie.
  5. Van binnentreden wordt door hen proces-verbaal opgemaakt, dat binnen tweemaal 24 uren aan degene, wiens woning is binnengetreden, in afschrift wordt medegedeeld.

Artikel 6

Deze landsverordening zal in de Engelse en in de Spaanse talen vertaald en tegen betaling algemeen verkrijgbaar gesteld worden.

Naar boven