| Publicatienummer: | P.B. 2026, no. 132 (Geconsolideerde Tekst) |
| Categorie: | Geconsolideerde Tekst Landsverordening |
| Ministerie: | Justitie |
| Datum ondertekening: | 07-05-2026 |
| Datum inwerktreding: | 08-06-1907 |
| Geregistreerd in: |
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK V Openbare orde )
|
Landsbesluit van de 7de mei 2025, no. 26/237, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Verordening houdende bepalingen volgens welke de Gezagvoerders van schepen, die op de eilanden der kolonie Curaçao op particuliere gronden stranden, het recht erlangen om daar de aan boord aanwezige goederen aan wal te brengen en over die gronden te vervoeren
| Datum inwerkingtreding | Terugwerkende kracht tot en met | Datum ingetrokken | Betreft | Vindplaats | Zittingsjaar |
| 08-06-1907 | n.v.t. | n.v.t. | Geconsolideerde tekst | P.B. 2026, no. 132 (GT) | n.v.t. |
De eigenaar, huurder, houder of gebruiker van aan de kusten gelegen gronden is verplicht, om aan de gezagvoerders van op de kusten gestrande vaartuigen, aan de agenten en consignatarissen van schip en lading of aan de andere rechthebbenden daarop, die wensen de aan boord aanwezige goederen aan land te brengen of over land te vervoeren, of tot het lossen, het vlotmaken of herstellen van die vaartuigen, werklieden, voer- en werktuigen naar het strand te brengen, over hun gronden een uitweg te verlenen, en wel zo mogelijk in de richting waarheen de goederen vervoerd moeten worden.
Wanneer hij weigert zulks te doen, of indien hij ten wiens behoeve de uitweg moet worden verleend beweert, dat er, zonder nadeel, een kortere kan worden aangewezen, zal de minister van Justitie of een door hem aan te wijzen ambtenaar een weg kunnen aanwijzen en desnoods met geweld de toegang daartoe verschaffen; alles onverminderd de verplichting van de eigenaar, huurder, houder of gebruiker van de gronden om aan de gezagvoerders van op de kusten gestrande vaartuigen, aan de agenten en consignatarissen van schip en lading of aan de andere rechthebbenden daarop te vergoeden de schade, welke door de vertraging, uit zijn weigering voortspruitende, mocht zijn ontstaan.
De gezagvoerders van de vaartuigen, de agenten en consignatarissen van schip en lading of andere rechthebbenden daarop, die van het recht hun in artikel 1 toegekend gebruik maken, zijn verplicht om aan de eigenaar, huurder, houder of gebruiker van de gronden te vergoeden alle schade, die door hen of door de personen die zij in hun dienst hebben genomen is toegebracht aan de wegen waarlangs zij de goederen vervoerden, aan de op de gronden aanwezige gebouwen, beplantingen, bezaaiingen of wat ook; alles onverminderd hun gehoudenheid tot het voldoen van hulploon overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Koophandel.
De eigenaar, huurder, houder of gebruiker van de gronden is bovendien gerechtigd om, voor het gebruik van de weg, van hen te wier behoeve zij dat hebben afgestaan, een vergoeding te eisen.
Wanneer de partijen het daaromtrent niet kunnen eens worden, zullen zij zich kunnen wenden met een verzoekschrift tot het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, om het bedrag van die vergoeding te bepalen.
Bij het bepalen van het bedrag zal worden gelet op de last, welke het gebruik van de weg aan de eigenaar, huurder, houder of gebruiker van de gronden heeft bezorgd, alsmede op het voordeel, dat zij, die er gebruik van hebben gemaakt, er van hebben getrokken.
(vervallen)