Ministeriële regeling omzetbelasting - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou Uw mening

Wet- en Regelgeving

Ministeriële regeling omzetbelasting

Publicatienummer: P.B. 2013, no. 62, zoals laatstelijik gewijzigd bij   P.B. 2020, no. 113
Categorie: Ministeriële regeling met algemene werking
Onderwerp(en): Omzetbelasting
Ministerie: Financiën
Datum ondertekening: 28-05-2013
Datum inwerktreding: 31-05-2013
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK IV Belastingen )


MINISTERIËLE REGELING MET ALGEMENE WERKING van de 28ste mei 2013 ter uitvoering van de artikelen 4, derde lid, 7, tweede en derde lid, 10, tweede lid en 14d, tweede lid, van de Landsverordening omzetbelasting 1999

Artikel 1

  1. Als diensten, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Landsverordening omzetbelasting 1999 worden aangewezen:
    a. diensten bestaande uit het afsluiten van leningen, hypothecaire leningen of verzekeringen;
    b. diensten op het gebied van reclame en marketing;
    c. diensten verricht door raadgevende personen, ingenieurs, adviesbureaus, advocaten, accountants en andere soortgelijke diensten;
    d. administratieve- en boekhoudkundige diensten;
    e. diensten op het gebied van telecommunicatie, informatica, automatisering en organisatie;
    f. het ter beschikking stellen van personeel;
    g. de overdracht en het verlenen van auteursrechten, octrooirechten, licentierechten, rechten op fabrieks- en handelsmerken en soortgelijke rechten;
    h. diensten in het kader van actief veredelingsverkeer;
    i. diensten welke gewoonlijk worden verleend door deviezenbanken, bedoeld in de Regeling Deviezenverkeer Curaçao en Sint Maarten;
    j. diensten verricht aan een ondernemer gevestigd in een economische zone als bedoeld in de Landsverordening economische zones 2000 en aan een buitengaatse onderneming als bedoeld in artikel 6, vierde lid;
    k. diensten verricht door vertaalbureaus;
    l. reparatiediensten van elektronische apparatuur;
    m. onderwijsdiensten.
  2. Van actief veredelingsverkeer is sprake indien goederen, welke tijdelijk binnen het heffingsgebied zijn gebracht en onder een douaneregeling zijn geplaatst, werkzaamheden ondergaan en na afloop van deze werkzaamheden het heffingsgebied weer verlaten.
  3. Het eerste lid is van toepassing, indien de afnemer buiten het heffingsgebied woont of is gevestigd of aldaar een vaste inrichting heeft en de dienst ook feitelijk buiten het heffingsgebied wordt genoten.

Artikel 2

Voor het gebruik van een onroerende zaak in het kader van timeshare zijn de vergoedingen, bedoeld in artikel 5, achtste lid, van de Landsverordening omzetbelasting 1999 als volgt vastgesteld:
a. NAf 1.000 per week voor een studio;
b. NAf 1.143 per week voor een unit met een slaapkamer;
c. NAf 1.286 per week voor een unit met twee of meer slaapkamers.

Artikel 3

  1. De vrijstelling van artikel 7, eerste lid, onderdeel e, van de Landsverordening omzetbelasting 1999 is slechts van toepassing op de aldaar bedoelde personen die gediplomeerd zijn en ingeschreven staan bij de Inspectie Gezondheid, Milieu en Natuur.
  2. De vrijstelling van artikel 7, eerste lid, onderdeel p, van de Landsverordening omzetbelasting 1999 is slechts van toepassing indien de ondernemer in zijn administratie de volgende documenten opneemt:
    a. een kopie van de uitgereikte factuur;
    b. een betalingsbewijs; en
    c. de vervoersdocumenten waaruit blijkt dat de goederen het heffingsgebied hebben verlaten
  3. De vrijstellingen van artikel 7, eerste lid, onderdelen q, r, s en t, van de Landsverordening omzetbelasting 1999 zijn slechts van toepassing indien de ondernemer in zijn administratie over een schriftelijke verklaring van de opdrachtgever beschikt, waaruit het recht op de vrijstelling blijkt;
  4. De vrijstelling van artikel 7, eerste lid, onderdeel u, van de Landsverordening omzetbelasting 1999 is slechts van toepassing indien de ondernemer in zijn administratie de volgende documenten opneemt:
    a. een verklaring van het consulaat, voorzien van een stempel en dagtekening, waaruit de aanspraak op de vrijstelling blijkt; en
    b. een kopie van het legitimatiebewijs van de persoon die de opdracht geeft of de aankoop doet.
  5. De vrijstelling van artikel 7, eerste lid, onderdeel v, van de Landsverordening omzetbelasting 1999 is slechts van toepassing indien de ondernemer over een schriftelijke verklaring van de commandant van de Amerikaanse strijdkrachten beschikt, waaruit het recht op de vrijstelling blijkt.

Artikel 4

  1. De vrijstelling van artikel 7, eerste lid, onderdeel i, van de Landsverordening omzetbelasting 1999 is slechts van toepassing indien de organisatie geen winststreven heeft en er geen sprake is van een ernstige verstoring van de concurrentieverhoudingen.
  2. Er is geen sprake van een winststreven, indien uit de statuten blijkt dat er geen winst beoogd wordt en er feitelijk structureel ook geen winst behaald wordt. Voor zover er incidenteel winst wordt gemaakt, mag deze niet worden uitgekeerd, maar dient die winst te worden aangewend voor de instandhouding of verbetering van de organisatie.
  3. Van ernstige verstoring van concurrentieverhoudingen is in ieder geval sprake, indien de leveringen of diensten van de organisatie bestaan uit:
    a. het verstrekken van spijzen en dranken;
    b. het verlenen van toegang tot wedstrijden, tentoonstellingen, uitvoeringen en soortgelijke voorstellingen;
    c. het ter beschikking stellen van personeel;
    d. het verrichten van onderzoek;
    e. het verzorgen van loon- en salarisadministraties, financiële administraties en grootboekadministraties.
  4. Met betrekking tot de in het vorige lid onder a en b genoemde leveringen en diensten is geen sprake van ernstige verstoring van concurrentieverhoudingen indien deze leveringen en diensten, al dan niet gezamenlijk, een bedrag van NAf 30.000,– op jaarbasis niet te boven gaan.

Artikel 5

  1. De vrijstelling van artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Landsverordening omzetbelasting 1999 is slechts van toepassing indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
    a. in de administratie van de ondernemer is een overzicht opgenomen van de met toepassing van de vrijstelling verkochte handelsgoederen, waarbij per transactie is opgenomen de datum van de levering, de aard en hoeveelheid van de handelsgoederen, het bedrag van de levering en de naam, het adres en het Crib-nummer van de afnemende ondernemer; en
    b. in de administratie van de ondernemer is een verklaring van de afnemende ondernemer opgenomen, waaruit blijkt dat de goederen als handelsgoederen worden afgenomen.
  2. De vrijstelling van artikel 7, tweede lid, onderdeel b, van de Landsverordening omzetbelasting 1999 is slechts van toepassing voor de volgende goederen:
    a. materialen en benodigdheden,die naar aard en bestemming uitsluitend in ziekenhuizen worden gebruikt;
    b. lokaal geproduceerde verpakkingsmiddelen, welke worden gebruikt voor de verpakking van uit te voeren goederen;
    c. lokaal geproduceerde verpakkingsmiddelen, welke worden gebruikt voor de verpakking van in het binnenland gewonnen, vervaardigde bewerkte of verwerkte goederen.
  3. Ten aanzien van de in het tweede lid, onderdelen b en c genoemde goederen, dient in de administratie van de ondernemer in ieder geval een verklaring van de afnemende ondernemer te zijn opgenomen, waaruit blijkt dat de verpakkingsmiddelen voor de genoemde bestemming worden gebruikt.

Artikel 6

  1. Onder niet-ingezetenen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel z, van de Landsverordening omzetbelasting 1999, wordt verstaan natuurlijke personen, rechtspersonen, vennootschappen, filialen, bijkantoren, bedrijven en agentschappen, niet vallende onder de in het tweede lid gegeven omschrijving van ingezetenen.
  2. Onder ingezetenen als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan:
    a. natuurlijke personen die hun woonplaats in Curaçao hebben en in het bevolkingsregister zijn opgenomen dan wel vanaf de datum van hun aankomst in Curaçao langer dan een jaar daar daadwerkelijk verblijven, zodra dat jaar is verstreken;
    b. rechtspersonen, vennootschappen als bedoeld in titel 13 van Boek 7, van het Burgerlijk Wetboek, die in Curaçao zijn gevestigd;
    c. in Curaçao gevestigde filialen, bijkantoren, bedrijven en agentschappen voor zover niet vallende onder b.
  3. Onder lichamen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel z, van de Landsverordening omzetbelasting 1999, wordt verstaan buitengaatse ondernemingen.
  4. Onder een buitengaatse onderneming wordt verstaan een in Curaçao gevestigde naamloze vennootschap of besloten vennootschap, waarvan het statutaire doel in opdracht en ten behoeve van niet-ingezetenen of de vennootschap zelf wordt nagestreefd met middelen toebehorende aan niet-ingezetenen of de vennootschap zelf en waarvan de geplaatste aandelen eigendom zijn van niet-ingezetenen dan wel als zodanig bij deze regeling als niet-ingezetene aangemerkte naamloze vennootschap of besloten vennootschap.

Artikel 7

  1. De Inspecteur verleent de toestemming, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Landsverordening omzetbelasting 1999 onder de volgende voorwaarden:
    a. de ondernemer dient uiterlijk binnen 15 dagen na het moment waarop de belasting op grond van artikel 10, eerste lid, van de Landsverordening omzetbelasting 1999 verschuldigd is een schriftelijk verzoek bij de Inspecteur in te dienen;
    b. de verschuldigdheid moet blijken uit een bij het verzoek gevoegde factuur;
    c. het totaal door de afnemer te betalen bedrag voor de levering of de dienst bedraagt NAf 10.000,– of meer; en
    d. de levering of dienst is verricht ten aanzien van een in het tweede lid aangewezen afnemer.
  2. Als afnemer bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, worden aangewezen publiekrechtelijke lichamen en stichtingen van het Land Curaçao.
  3. In het verzoek, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, geeft de ondernemer gemotiveerd de reden van zijn verzoek aan, waarbij tevens een indicatie wordt gegeven van het tijdstip of de tijdstippen waarop betaling is voorzien.
  4. De toestemming, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Landsverordening omzetbelasting 1999 geldt uitsluitend voor de levering of dienst waarvoor de ondernemer op grond van het eerste lid een factuur heeft overgelegd.

Artikel 8

  1. Ondernemers die in het heffingsgebied wonen of zijn gevestigd of aldaar een vaste inrichting hebben, kunnen de douaneautoriteiten schriftelijk verzoeken aangewezen te worden voor de toepassing van de vrijstellingsregeling van artikel 14d, tweede lid, van de Landsverordening omzetbelasting 1999.
  2. De aanwijzing gaat in op de dag die de douaneautoriteiten vaststellen in de beschikking en is geldig voor ten hoogste 12 maanden.
  3. Het verzoek om aanwijzing wordt ingewilligd indien de ondernemer de volgende bescheiden overlegt, respectievelijk aan de volgende voorwaarden voldoet:
    a. een recent bewijs van inschrijving van de Kamer van Koophandel;
    b. een vestigingsvergunning van het Ministerie van Economische Ontwikkeling, waaruit blijkt dat hij als importeur is aangewezen;
    c. een Crib-nummer;
    d. een verklaring van de Inspecteur waaruit blijkt dat een bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de benodigde gegevens overzichtelijk zijn opgenomen; en
    e. een door hem ondertekende verklaring, waarin hij aangeeft dat de met de vrijstelling in te voeren goederen uitsluitend handelsgoederen zullen betreffen;
    f. een bewijs afgegeven door de Ontvanger waaruit blijkt dat de ondernemer geen direct invorderbare schulden aan belastingen of sociale premies heeft, dan wel dat de ondernemer met de Ontvanger een betalingsregeling heeft getroffen en deze betalingsregeling nakomt;
    g. de ondernemer de afgelopen drie jaren alle formele en materiele douaneverplichtingen is nagekomen en er te zijne aanzien door de Douane-Inspecteur geen navordering aan rechten en belastingen bij invoer heeft plaatsgevonden.
  4. Om de aanspraak op de vrijstellingsregeling te effectueren, dient de ondernemer bij de invoer facturen, vracht- en ladingspapieren en dergelijke bescheiden over te leggen, waaruit blijkt dat er sprake is van handelsgoederen en dat deze goederen voor hem bestemd zijn. De ondernemer is verplicht op deze bescheiden de datum en het nummer van de beschikking van de douaneautoriteiten waarbij hij is aangewezen en het Crib-nummer te vermelden.
  5. Indien de aangewezen ondernemer in strijd met het vierde lid handelt, invorderbare schulden aan belastingen of sociale premies heeft, een getroffen betalingsregeling of een douaneverplichting niet nakomt dan wel indien te zijne aanzien door de Douane-Inspecteur een navordering aan rechten en belastingen bij invoer heeft plaatsgevonden, kan de Douane-Inspecteur de aanwijzing per direct intrekken en kan hij een nieuwe aanwijzing ten aanzien van deze ondernemer weigeren.

Artikel 9

 

De Ministeriële beschikking met algemene werking van de 21ste juni 1999 ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Landsverordening omzetbelasting 1999, de Beschikking vrijstelling omzetbelasting interinsulaire leveringen, de Beschikking vrijstelling omzetbelasting donorprojecten, de Beschikking vrijstelling omzetbelasting medische en paramedische diensten, de Beschikking exportvrijstelling omzetbelasting, de Ministeriële beschiking met algemene werking van de 1ste september 1999 ter uitvoering van artikel 65, onderdeel a, van de Landsverordening omzetbelasting 1999, de Beschikking voorwaarden vrijstelling omzetbelasting inzake invoer door ondernemers en de Beschikking vrijstelling omzdetbelasting UUP worden ingetrokken.

Artikel 10

Deze ministeriële regeling treedt in werking met ingang van de datum van bekendmaking en werkt terug tot en met 1 mei 2013.

Artikel 11

Deze ministeriële regeling wordt aangehaald als Ministeriële regeling omzetbelasting.

Naar boven