| Publicatienummer: | P.B. 2026, no. 144 |
| Categorie: | Landsbesluit, houdende algemene maatregelen |
| Ministerie: | Algemene Zaken en Minister President |
| Datum ondertekening: | 20-05-2025 |
| Datum inwerktreding: | 23-05-2025 |
| Geregistreerd in: |
Klapper
Publicatieblad ( HOOFDSTUK XIV Landsverdediging )
|
LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, van de 20ste mei 2025 ter uitvoering van artikel 2 van de Rijkssanctiewet en de artikelen 2 en 5 van de Sanctielandsverordening (Omnibus-Sanctiebesluit Curaçao)
| Datum inwerkingtreding | Terugwerkende kracht tot en met | Datum ingetrokken | Betreft | Vindplaats | Zittingsjaar |
| 23 mei 2025 | n.v.t. | n.v.t. | Uitvoering art. 2 Rijkssanctiewet en artt. 2 en 5 Sanctielandsverordening |
PB 2025 no 52 | n.v.t. |
| Wijzigingen | |||||
| 18 juli 2026 | n.v.t | n.v.t. | Artt 1.5 t/m 1.38 vernummerd tot 1.6 t/m 1.39; Art 1.5 k.t.l.; Art 1.8 k.t.l.; Art 1.19 k.t.l.; Art 1.22; Art 1.35 vervalt; Art 2.1, lid 1 en 2; Art 3.1 vernummerd tot 3; Art 3 (nieuw) k.t.l.; Artt 3.2 t/m 3.16 vervallen; Art 4.1; Art 4.2, lid 2 en 6; Art 4.5 k.t.l.; Art 4.6 k.t.l.. |
PB 2026 no 144 | n.v.t. |
Hoofdstuk I
Verbodsbepalingen
Chemische wapens
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2, eerste en tweede lid, artikel 7, eerste Lid, en artikel 8 van Verordening (EU) nr. 2018/1542 van de Raad van de Europese Unie van 15 oktober 2018 betreffende beperkende maatregelen tegen de proliferatie en het gebruik van chemische wapens (PbEU 2018, L 259).
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 3, artikel 11, en artikel 24, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 2368/2002 van de Raad van de Europese Unie van 20 december 2002 tot uitvoering van de Kimberleyprocescertificering voor de internationale handel in ruwe diamant (PbEG 2002, L 358).
Cyberaanvallen
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 3, eerste en tweede lid, artikel 8, eerste lid, en artikel 9 van Verordening (EU) nr. 2019/796 van de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2019 betreffende beperkende maatregelen tegen cyberaanvallen die de Unie of haar lidstaten bedreigen (PbEU 2019, LI 129).
Mensenrechtenschendingen
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 3, eerste en tweede lid, artikel 9, eerste lid, en artikel 10 van Verordening (EU) nr. 2020/1998 van de Raad van de Europese Unie van 7 december 2020 betreffende beperkende maatregelen tegen ernstige schendingen van de mensenrechten (PbEU 2020, LI 410).
Terrorismebestrijding
Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 2, eerste en tweede lid, 3 en 4 van de Verordening (EG) nr. 2580/2001 van de Raad van de Europese Unie van 27 december 2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme (PbEG L 344).
Afghanistan
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2, artikel 3, eerste, tweede en derde lid, en artikel 8 van Verordening (EU) nr. 753/2011 van de Raad van de Europese Unie van 1 augustus 2011 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, groepen, ondernemingen en entiteiten in verband met de situatie in Afghanistan (PbEU 2011, L 199).
ISIS en Al Qaida
Belarus
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 1 bis, eerste lid, artikel 1 bis bis, eerste en tweede lid, artikel 1 bis ter, eerste lid, artikel 1 ter, eerste lid, artikel 1 ter bis, artikel 1 ter ter, eerste, tweede en derde lid, artikel 1 quater, eerste lid, artikel 1 quinquies, eerste lid, artikel 1 sexies, eerste lid, lid 1 bis, tweede lid en derde lid, tweede alinea, artikel 1 septies, eerste lid, lid 1 bis, lid 1 bis bis, tweede lid en derde lid, tweede alinea, artikel 1 septies bis, eerste lid en lid 1 bis, artikel 1 septies quinquies, eerste en tweede lid, artikel 1 octies, eerste lid, en lid 1 bis, artikel 1 octies bis, eerste, tweede en derde lid, artikel 1 octies ter, eerste lid, artikel 1 octies quater, eerste en tweede lid, artikel 1 octies quinquies, eerste en tweede lid, artikel 1 nonies, eerste lid, tweede en vijfde lid, artikel 1 decies, eerste lid, en lid 1 bis, artikel 1 undecies, artikel 1 undecies bis, eerste lid, artikel 1 undecies ter, artikel 1 undecies quater, eerste tot en met vijfde lid, artikel 1 duodecies, eerste lid, artikel 1 terdecies, eerste lid, artikel 1 quaterdecies, artikel 1 sexdecies, eerste lid, artikel 1 septiesdecies, eerste lid, artikel 1 octiesdecies, eerste lid, artikel 1 noviesdecies, eerste lid, artikel 1 noviesdecies bis, eerste en tweede lid, artikel 1 noviesdecies ter, eerste tot en met vierde lid, artikel 1 noviesdecies quater, eerste tot en met derde lid, artikel 1 vicies, eerste lid, en lid 1 bis, artikel 1 vicies bis, eerste lid, lid 1 bis, tweede tot en met vierde lid, artikel 1 unvicies, eerste lid, artikel 1 duovicies, eerste, tweede en derde lid, artikel 1 quinvicies, eerste lid, artikel 1 sexvicies, eerste lid, artikel 1 septvicies, artikel 1 septvicies bis, eerste lid, artikel 1 septvicies ter, eerste lid, artikel 1 septvicies quater, eerste lid, lid 1 bis, lid 1 ter, lid 1 quater en lid 1 quinquies, artikel 2, eerste, tweede en derde lid, artikel 5, artikel 8 ter, eerste lid, artikel 8 quinquies, eerste lid, artikel 8 octies, eerste lid, vierde lid tot en met zesde lid, artikel 8 octies bis, eerste lid, lid 1 bis, derde lid en lid 3 bis, artikel 8 decies en artikel 8 undecies, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006 van de Raad van de Europese Unie van 18 mei 2006 betreffende beperkende maatregelen met het oog op de situatie in Belarus en de betrokkenheid van Belarus bij de Russische agressie tegen Oekraïne (PbEU, L 134).
Birma/Myanmar
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2, eerste lid, artikel 3, eerste en tweede lid, artikel 3 bis, eerste, derde en vierde lid, artikel 3 ter, eerste lid, artikel 3 quater, eerste lid, artikel 4 bis, eerste en tweede lid, artikel 4 sexies, eerste lid en artikel 4 octies, van Verordening (EU) nr. 401/2013 van de Raad van de Europese Unie van 2 mei 2013 betreffende beperkende maatregelen tegen Myanmar/Birma en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 194/2008 (PbEU 2013, L 121).
Burundi
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2, eerste en tweede lid, artikel 7, eerste lid, en artikel 8 van Verordening 2015/1755 van de Raad van de Europese Unie van 1 oktober 2015 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Burundi (PbEU 2015, L 257).
Centraal – Afrikaanse Republiek
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2, artikel 5, eerste en tweede lid, artikel 11, eerste lid, en artikel 12 van Verordening 224/2014 van de Raad van de Europese Unie van 10 maart 2014 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van de Centraal-Afrikaanse Republiek (PbEU 2014, L70).
Congo
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 1 bis, artikel 2, eerste en tweede lid, artikel 6, eerste lid, en artikel 7 ter van Verordening (EG) nr. 1183/2005 van de Raad van de Europese Unie van 18 juli 2005 tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen die handelen in strijd met het wapenembargo tegen de Democratische Republiek Congo (PbEG 2005, L193).
Guatemala
Het is verboden te handelen in strijd met de artikel 2, eerste en tweede lid, artikel 8, eerste lid, en artikel 9, eerste en tweede lid, van Verordening (EU) 2024/287 van de Raad van de Europese Unie van 12 januari 2024 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Guatemala (PbEU 2024, L00287).
Guinee
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 6 en artikel 12, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 1284/2009 van de Raad van de Europese Unie van 22 december 2009 tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen ten aanzien van de Republiek Guinee (PbEU 2009, L 346).
Guinee Bissau
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2, eerste, tweede en derde lid, en artikel 8 van Verordening (EU) nr. 377/2012 van de Raad van de Europese Unie van 3 mei 2012 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van bepaalde personen, entiteiten en lichamen die de vrede, de veiligheid of de stabiliteit van de Republiek Guinee-Bissau bedreigen (PbEU, 2012, L 119).
Haïti
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2, eerste en tweede lid, artikel 3, artikel 10, eerste lid en artikel 11, eerste en tweede lid, van Verordening (EU) 2022/2309 van de Raad van de Europese Unie van 25 november 2022 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Haïti (PbEU 2022, L 307).
Hamas en PIJ
Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 2, eerste en tweede lid, 8, eerste lid, en 9, eerste lid, van Verordening (EU) 2024/386 van de Raad van de Europese Unie van 19 januari 2024 tot vaststelling van beperkende maatregelen tegen degenen die gewelddadige acties door Hamas en de Palestijnse Islamitische Jihad steunen, faciliteren of mogelijk maken (PbEU 2024, L 386).
Irak
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2, artikel 3, eerste lid, artikel 4, eerste, tweede en derde lid, artikel 7 en artikel 8, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1210/2003 van de Raad van de Europese Unie van 7 juli 2003 betreffende bepaalde specifieke restricties op de economische en financiële betrekkingen met Irak en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2465/96 (PbEG 2003, L 169).
Iran
Jemen
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 1 bis, artikel 2, eerste en tweede lid, artikel 9, eerste lid, en artikel 10 van Verordening 1352/2014 van de Raad van de Europese Unie van 18 december 2014 betreffende beperkende maatregelen in verband met de situatie in Jemen (PbEU 2014, L 365).
Libanon en Syrië
Libië
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2, eerste en tweede lid, artikel 2 bis, eerste lid, artikel 3, eerste en tweede lid, artikel 3 bis, artikel 4, artikel 5, eerste tot en met vierde lid, artikel 15, eerste, tweede, vierde en zesde lid, en artikel 18, eerste en tweede lid, van Verordening (EU) nr. 2016/44 van de Raad van de Europese Unie van 18 januari 2016 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië en tot intrekking van Verordening (PbEU 2016, L 12).
Mali
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2, artikel 7, eerste lid, en artikel 8 van Verordening (EU) nr. 2017/1770 van de Raad van de Europese Unie van 28 september 2017 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Mali (PbEU 2017, L 251).
Moldavië
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2, eerste en tweede lid, artikel 8, eerste lid, artikel 9 en artikel 11, eerste lid, van Verordening (EU) 2023/888 van de Raad van de Europese Unie van 28 april 2023 betreffende beperkende maatregelen in verband met acties die de situatie in de Republiek Moldavië destabiliseren (PbEU 2023, L 114).
Nicaragua
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2, eerste en tweede lid, artikel 8, eerste lid, en artikel 9 van Verordening (EU) nr. 2019/1716 van de Raad van de Europese Unie van 14 oktober 2019 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Nicaragua (PbEU 2019, L 262).
Niger
Het is verboden te handelen in strijd met de artikel 2, eerste en tweede lid, artikel 8, eerste lid, en artikel 9, eerste en tweede lid, van Verordening (EU) 2023/2406 van de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2023 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Niger (PbEU 2023, L 2406).
Noord-Korea
Oekraïne
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2, artikel 8, eerste lid, en artikel 9 van Verordening 208/2014 van de Raad van de Europese Unie van 5 maart 2014 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne (PbEU 2014, L66).
Territoriale integriteit Oekraïne
Erkenning Donetsk en Loehansk
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2, eerste lid, artikel 3, eerste lid, artikel 4, eerste en tweede lid, artikel 5, eerste en derde lid, artikel 6, eerste lid, artikel 8 en artikel 10, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2022/263 van de Raad van de Europese Unie van 23 februari 2022 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de erkenning van de niet onder het gezag van de regering vallende gebieden in de oblasten Donetsk en Loehansk van Oekraïne en het bevel aan de Russische strijdkrachten om die gebieden binnen te trekken (PbEU 2022, L 42I).
Inlijving Krim en Sebastopol
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2, artikel 2bis, eerste lid, artikel 2ter, eerste en tweede lid, artikel 2quater, eerste en derde lid, artikel 2quinquies, eerste en tweede lid, en artikel 4 van Verordening (EU) nr. 692/2014 van de Raad van de Europese Unie van 23 juni 2014 betreffende beperkende maatregelen, als antwoord op de illegale inlijving van de Krim en Sebastopol (PbEU 2014, L 183).
Syrië
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2bis, eerste lid, artikel 2 ter, eerste lid, artikel 2 quater, eerste lid, artikel 3, eerste en vierde lid, artikel 3 bis, artikel 4, eerste lid, artikel 5, eerste lid, artikel 6, artikel 7bis, eerste lid, artikel 8, eerste lid, artikel 9, artikel 11, artikel 11bis, eerste lid, artikel 11ter, eerste lid, artikel 11quater, eerste lid, artikel 12, eerste lid, artikel 13, eerste en tweede lid, artikel 14, artikel 19, tweede lid, artikel 24, artikel 25, artikel 26, eerste en vierde lid, artikel 26bis, eerste lid aanhef en derde lid, artikel 27bis en artikel 29, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 36/2012 van de Raad van de Europese Unie van 18 januari 2012 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Syrië en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 442/2011 (PbEU 2012, L16), met dien verstande dat de toepassing van het verbod is opgeschort van de hiervoor bedoelde artikelen 6, 7 bis, eerste lid, 8, eerste lid, 9, 11, 12, eerste lid, 13, eerste en tweede lid, en 26 bis, eerste lid aanhef en derde lid, op grond van artikel 1 bis van Verordening (EU) nr. 36/2012.
Soedan
Somalië
Tunesië
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2, artikel 2bis en artikel 9 van Verordening 101/2011 van de Raad van de Europese Unie van 4 februari 2011 betreffende restrictieve maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten in verband met de situatie in Tunesië (PbEU 2011, L31).
Turkije
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2, eerste en tweede lid, artikel 7, eerste lid, en artikel 8 van Verordening (EU) nr. 2019/1890 van de Raad van de Europese Unie van 11 november 2019 betreffende beperkende maatregelen in het licht van ongeoorloofde booractiviteiten van Turkije in het oostelijk deel van de Middellandse Zee (PbEU 2019, L 291).
Venezuela
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2, eerste lid, artikel 3, artikel 6, eerste lid, artikel 7, eerste lid, artikel 8, eerste en tweede lid, artikel 12, eerste lid, en artikel 14 van Verordening (EU) nr. 2017/2063 van de Raad van de Europese Unie van 13 november 2017 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Venezuela (PbEU 2017, L 295).
Zimbabwe
(vervallen)
Zuid-Soedan
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2, artikel 5, eerste tot en met derde lid, artikel 14, eerste lid, en artikel 15 van Verordening (EU) nr. 2015/735 van de Raad van de Europese Unie van 7 mei 2015 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Zuid-Soedan en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 748/2014 (PbEU 2015, L 117).
Destabiliserende activiteiten Russische Federatie 2024
Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 2, eerste en tweede lid, 8, eerste lid, en 9, eerste en tweede lid, van Verordening (EU) 2024/2642 van de Raad van de Europese Unie van 8 oktober 2024 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de destabiliserende activiteiten van Rusland (PbEU 2024, L 2642).
Binnenlandse repressie Russische Federatie 2024
Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 2, eerste lid, 3, eerste lid, 4, 5, eerste lid, 6, eerste en tweede lid, 12, eerste lid, en 13, eerste en tweede lid, van Verordening (EU) 2024/1485 van de Raad van de Europese Unie van 27 mei 2024 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Rusland (PbEU 2024, L 1485).
Uitzonderingen op verbodsbepalingen
Een verbod op grond van dit hoofdstuk is niet van toepassing in gevallen, bepaald in de betreffende Verordening van de Europese Unie of de Europese Gemeenschap.
Undue delay
Indien de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties wijzigingen aanbrengt in de kring van personen, organisaties en entiteiten of lichamen waarop beperkende maatregelen als bedoeld in hoofdstuk I van toepassing zijn, gelden deze wijzigingen met ingang van het tijdstip van bekendmaking door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van de desbetreffende wijziging.
Hoofdstuk II
Bevoegde autoriteiten
De Minister van Algemene Zaken en de minister die het mede aangaat tezamen
Douane
De Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning
Voor de toepassing van Hoofdstuk I is de Minister van Verkeer, Vervoer, en Ruimtelijke Planning de bevoegde autoriteit voor wat betreft:
a. het laden, vervoeren of lossen van aardolie, inclusief ruwe olie en geraffineerde aardolieproducten;
b. vaar- en luchtvaartuigen;
c. het verlenen van toegang aan vliegtuigen tot vliegen in of het landen op het grondgebied van Curaçao en het vliegen in het luchtruim van Curaçao;
d. vastgoed, inclusief bedrijfspanden;
e. het verlenen van vrijstellingen, vergunningen, het in ontvangst nemen en het doen van meldingen met betrekking tot de onderwerpen bedoeld in de onderdelen a, b, c of d.
De Havenmeester
Voor de toepassing van Hoofdstuk I is de Havenmeester de bevoegde autoriteit voor het verlenen van toegang tot havens en binnenwateren aan vaartuigen.
Hoofdstuk III
Wapenembargo’s
Wapenembargo’s
Het is verboden om militaire goederen, alsmede militaire technologie, dan wel onderdelen daarvan, direct of indirect te verkopen of te leveren aan, door of uit te voeren naar, dan wel over te dragen aan, daaronder begrepen over te brengen naar, natuurlijke personen, rechtspersonen of entiteiten in of voor gebruik in of ten behoeve van de hierna aangewezen landen of personen of entiteiten, ongeacht het land van oorsprong:
a. de personen of entiteiten, genoemd in bijlage I van het Besluit nr. 2011/486/GBVB van de Raad van de Europese Unie van 1 augustus 2011 (Pb L199) (Afghanistan) en de Verordening (EU) nr. 753/2011 van de Raad van 1 augustus 2011 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, groepen, ondernemingen en entiteiten in verband met de situatie in Afghanistan;
b. de personen, groepen, ondernemingen of entiteiten die door de VN-Veiligheidsraad — uit hoofde van UNSCR’s (United Nation Security Councel) 1267 (1999), 1333 (2000) en 2253 (2015), zoals bijgewerkt door het overeenkomstig UNSCR 1267 (1999) ingestelde comité, of door de Raad zijn aangewezen, of aan degenen die namens hen of op hun aanwijzing handelen, door onderdanen van de lidstaten of vanaf of via het grondgebied van de lidstaten, of met gebruikmaking van onder hun vlag varende schepen of hun luchtvaartuigen, is verboden, ongeacht of de goederen oorspronkelijk van het grondgebied van de lidstaten afkomstig zijn op grond van het Besluit nr. 2016/1693/GBVB van de Raad van 20 september 2016 betreffende beperkende maatregelen tegen ISIS (Da’esh) en Al Qaida en daarmee verbonden personen, groepen, ondernemingen en entiteiten, en tot intrekking van Gemeenschappelijk Standpunt 2002/402/GBVB;
b. Belarus op grond van Verordening (EG) nr. 765/2006 betreffende beperkende maatregelen tegen president Loekasjenko en bepaalde functionarissen van Belarus ;
c. Birma/ Myanmar op grond van Verordening (EU) nr. 401/2013 van de Raad van 2 mei 2013 betreffende beperkende maatregelen tegen Myanmar/Birma en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 194/2008;
d. Centraal-Afrikaanse Republiek op grond van het Besluit nr. 2013/798/GBVB van de Raad van 23 december 2013 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van de Centraal-Afrikaanse Republiek;
e. China op grond van de Verklaring van de Europese Raad van Madrid van 27 juni 1989;
f. Democratische Republiek Congo op grond van de Verordening (EG) nr. 1727/2003 van de Raad van 29 september 2003 betreffende een aantal beperkende maatregelen ten aanzien van de Democratische Republiek Congo;
g. de personen of entiteiten aangewezen bij punt 19 van Resolutie 2653 (2022) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties ingestelde comité dan wel aan of ten behoeve van de in bijlage II van Besluit nr. 2022/2319/GBVB van de Raad van de Europese Unie van 25 november 2022 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Haïti (Pb EU 2022, L 47) (Haïti);
h. Irak op grond van de Verordening (EG) nr. 1210/2003 van de Raad van 7 juli 2003 betreffende bepaalde specifieke restricties op de economische en financiële betrekkingen met Irak en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2465/96;
i. Iran op grond van Besluit van de Raad van 26 juli 2010 betreffende beperkende maatregelen tegen Iran en tot intrekking van Gemeenschappelijk Standpunt 2007/140/GBVB (2010/413/GBVB);
j. de personen of entiteiten die door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, of door het op grond van punt 19 van Resolutie 2140 (2014) ingestelde comité, zijn aangewezen alsmede naar de personen die namens hen of op hun aanwijzing handelen in Jemen;
k. Democratische Volksrepubliek Korea op grond van het Besluit nr. 2016/849 van de Raad van 27 mei 2016 betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea en tot intrekking van Besluit nr. 2013/183/GBVB en de Verordening (EU) nr. 2017/1509 van 30 augustus 2017 betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 329/2007;
l. Libanon en Syrië op grond van het Gemeenschappelijk Standpunt 2006/625/GBVB van 15 september 2006 betreffende een verbod op de verkoop of levering van wapens en aanverwant materieel en op het verrichten van aanverwante diensten aan entiteiten of personen in Libanon overeenkomstig Resolutie 1701 (2006) van de VN-Veiligheidsraad en de Verordening (EG) nr. 1412/2006 van de Raad van 25 september 2006 betreffende bepaalde beperkende maatregelen ten aanzien van Libanon;
m. Libië op grond van het Besluit nr. 2015/1333/GBVB van de Raad van 31 juli 2015 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië en tot intrekking van Besluit nr. 2011/137/GBVB en de Verordening (EU) 2016/44 van 18 januari 2016 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 204/2011;
n. Oekraine/Russische Federatie op grond van Verordening (EU) nr. 833/2014 van de Raad van 31 juli 2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren en Besluit nr. 2014/512/GBVB van de Raad van 31 juli 2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren;
o. Soedan op grond van het Besluit nr. 2014/450/GBVB van de Raad van 10 juli 2014 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Sudan en tot intrekking van Besluit nr. 2011/423/GBVB;
p. Somalië op grond van Verordening (EG) nr. 147/2003 van de Raad van 27 januari 2003 betreffende een aantal beperkende maatregelen ten aanzien van Somalië en het Besluit nr. 2010/231/GBVB van de Raad van 26 april 2010 betreffende beperkende maatregelen tegen Somalië en tot intrekking van Gemeenschappelijk Standpunt 2009/138/GBVB;
q. Syrië op grond van het Besluit nr. 2013/255/GBVB van de Raad van 31 mei 2013 betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië en de Verordening (EU) Nr. 36/2012 van de Raad van 18 januari 2012 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Syrië en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 442/2011;
r. Venezuela op grond van het Besluit nr. 2017/2074/GBVB van de Raad van 13 november 2017 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Venezuela;
s. Zimbabwe op grond van het Besluit nr. 2011/101/GBVB van de Raad van 15 februari 2011 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Zimbabwe en de Verordening (EG) nr. 314/2004 van de Raad van 19 februari 2004 inzake bepaalde beperkende maatregelen tegen Zimbabwe;
t. Zuid-Soedan op grond van de Verordening (EU) nr. 2015/735 van de Raad van 7 mei 2015 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Zuid-Sudan en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 748/2014 .
Belarus
(vervallen)
Birma/ Myanmar
(vervallen)
Centraal-Afrikaanse Republiek
(vervallen)
Democratische Republiek Congo
(vervallen)
Irak
(vervallen)
Iran
(vervallen)
Libanon en Syrië
(vervallen)
Libië
(vervallen)
Oekraïne/Rusland
(vervallen)
Soedan
(vervallen)
Somalië
(vervallen)
Syrië
(vervallen)
Venezuela
(vervallen)
Zimbabwe
(vervallen)
Zuid-Soedan
(vervallen)
Hoofdstuk IV
Nationale terrorismesancties
Voor de toepassing van het in dit hoofdstuk bepaalde wordt verstaan onder:
| a. | middelen: |
activa van welke aard ook, juridische documenten of instrumenten in welke vorm ook, ook elektronisch of digitaal, waaruit eigendom van of een belang in dergelijke activa blijkt, met inbegrip van, doch niet beperkt tot, bankkredieten, reischeques, bankcheques, postwissels, aandelen, obligaties, wissels, kredietbrieven en andere effecten; |
| b. | bevriezing van middelen: |
het voorkomen van het op enigerlei wijze muteren, overmaken, corrigeren, gebruiken of omgaan met middelen met als gevolg wijzigingen van hun omvang, bedrag, locatie, eigenaar, bezit, onderscheidende kenmerken, bestemming, of andere wijzigingen waardoor het gebruik van bedoelde middelen, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk zou worden gemaakt; |
| c. | financiële diensten: |
alle diensten van financiële aard, waaronder alle verzekeringsdiensten en met verzekeringen verband houdende diensten, en alle bankdiensten en andere financiële diensten, met uitzondering van verzekeringen; |
| d. | personen of organisaties: |
natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteit of lichaam, alsmede juridische constructies. |
Artikel 4.2, derde, vierde en vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op personen en organisaties waarop krachtens de Sanctieregeling terrorisme 2007-II een aanwijzing door de minister van Buitenlandse Zaken van toepassing is.
Commissie aanwijzing personen en organisaties
Hoofdstuk V
Intrekking andere landsbesluiten
Het Sanctiebesluit Libië, het Sanctiebesluit Al-Qaida c.s., de Taliban van Afghanistan c.s., ISIL c.s., ANF c.s. en lokaal aan te wijzen personen en organisaties, het Sanctiebesluit Democratische Volksrepubliek Korea 2015 en het sanctiebesluit Jemen worden ingetrokken.
Hoofdstuk VI
Slotbepalingen
Dit landsbesluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van bekendmaking.
Dit landsbesluit wordt aangehaald als: Omnibus-Sanctiebesluit Curaçao.