Landsverordening normering topinkomens Curaçao - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Landsverordening normering topinkomens Curaçao

Publicatienummer: P.B. 2022, no. 133
Categorie: Landsverordening
Ministerie: Financiën
Datum ondertekening: 19-12-2022
Datum inwerktreding: 21-12-2022
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK XVIII.28a Organisme van het land)


LANDSVERORDENING van de 19de december 2022 houdende vaststelling van regels inzake de normering van de bezoldiging van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats Zittingsjaar
21-12-2022 n.v.t. n.v.t. Moederregeling P.B. 2022, no. 133 2020-2021-187

Begripsbepaling

Artikel 1

  1. In deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
    a: overheidsgelieerde entiteit:
    1° een bij of krachtens landsverordening ingestelde rechtspersoon als bedoeld in bijlage 1 bij deze landsverordening;
    2° een instelling die voor meer dan vijftig procent rechtstreeks door het land Curaçao wordt gesubsidieerd of bekostigd als bedoeld in bijlage 2 bij deze landsverordening. Onder bekostigen wordt tevens verstaan een indirecte subsidie, waaronder inkomsten verkregen met overheidseigendommen;
    3° dan wel een vennootschap of stichting als bedoeld in de Landsverordening corporate governance en voorkomende op bijlage 2 of 3 van deze landsverordening;
    b. minister: de Minister van Financiën;
    c. subsidie: een op een beschikking gebaseerde aanspraak op financiële middelen direct ten laste van ’s Landskas voor het verrichten van bepaalde activiteiten door de rechthebbende en waarbij de financiële middelen niet dienen als betaling voor het leveren van goederen of diensten aan het land Curaçao;
    d. topfunctionaris:
    1° de leden van de hoogste uitvoerende en toezichthoudende organen van een overheidsgelieerde entiteit, alsmede de hoogste ondergeschikte aan dat orgaan of de leden van de groep hoogste ondergeschikten aan dat orgaan en degene of degenen belast met de dagelijkse leiding van de gehele overheidsgelieerde entiteit. Onder toezichthoudende orgaan wordt verstaan de raad van toezicht of de raad van commissarissen;
    2° de consultant, adviseur of medewerker, niet zijnde een topfunctionaris als bedoeld in sub 1o, die op grond van een dienstverband tegen betaling gedeeltelijk of hoofdzakelijk werkzaamheden verricht ten behoeve van het land Curaçao of een overheidsgelieerde entiteit. Onder consultant of adviseur wordt verstaan een externe adviseur, die op een formele en commerciële basis door de overheid of overheidsgelieerde entiteit wordt gecontracteerd in verband met een specifieke probleem of een groep specifieke problemen van de overheid of overheidsgelieerde entiteit;
    e. dienstverband: aanstelling, arbeidsovereenkomst, overeenkomst van opdracht of andere titel op grond waarvan de topfunctionaris tegen betaling zijn opgedragen taken vervult;
    f. partijen: het daartoe bevoegde orgaan van de overheid of overheidsgelieerde entiteit en de topfunctionaris die een bezoldiging overeenkomen als tegenprestatie voor de uitvoering van de aan de topfunctionaris opgedragen taken en, ingeval een topfunctionaris de opgedragen taken vervult anders dan op grond van een dienstbetrekking, tevens de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de topfunctionaris ter beschikking stelt;
    g. Land: de openbare rechtspersoon Curaçao;
    h. beloning: de som van de periodiek betaalde beloningen en de winstdeling en bonusbetaling, met uitzondering van belastbare vaste en variabele onkostenvergoeding en met uitzondering van door werkgevers wettelijke of krachtens een collectieve arbeids-overeenkomst verschuldigde niet op de beloning ingehouden sociale verzekeringspremies;
    i. beloning betaalbaar op termijn: het werkgeversdeel van de beloningen betaalbaar op termijn met uitzondering van het werkgeversdeel van de beloningen betaalbaar op termijn die betrekking hebben op de beëindiging van het dienstverband en dat wordt vastgesteld aan de hand van een forfaitair bedrag van NAf 30.000,-;
    j. bezoldiging: de som van de beloning, de belastbare vaste en variabele onkostenvergoedingen en de beloningen betaalbaar op termijn, dan wel, indien een functie wordt vervuld of werkzaamheden worden verricht anders dan op grond van een dienstbetrekking, de som van de vergoedingen voor het vervullen van de functie, met uitzondering van de vergoedingen die bij een functievervulling op grond van een dienstbetrekking onbelast zouden zijn, en met uitzondering van de omzetbelasting;
    k. financieel verslaggevingsdocument: jaarrekening als bedoeld in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, jaarverslag als bedoeld in artikel 18 van de Landsverordening comptabiliteit 2010 , dan wel, indien deze artikelen niet van toepassing zijn, een ander bij of krachtens landsverordening voorgeschreven document dat jaarlijks wordt opgesteld tot verschaffing van inzicht in de financiële positie van de overheid of een overheidsgelieerde entiteit;
    l. dienstbetrekking: dienstbetrekking of fictieve dienstbetrekking in de zin van de Landsverordening op de Loonbelasting 1976 ;
    m. verantwoordelijke:
    1°. de minister van het ministerie, ten laste waarvan de kosten van de bezoldiging van de topfunctionaris zijn begroot;
    2°. de organen van een overheidsgelieerde entiteit als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, die eindverantwoordelijk zijn voor de binnen de rechtspersoon of organisatie betaalde bezoldiging of bij of krachtens landsverordening belast zijn met het vaststellen van een financieel verslaggevingsdocument;
    n. uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband:
    de som van uitkeringen bij beëindiging van het dienstverband en beloningen betaalbaar op termijn die betrekking hebben op de beëindiging van het dienstverband, met uitzondering van uitkeringen die voortvloeien uit een algemene bepaling van een collectieve arbeidsovereenkomst of van een van toepassing zijnde collectieve regeling die is overeengekomen met verenigingen van werknemers of ambtenaren, of uit een wettelijk voorschrift;
    o. boekjaar: het jaar waarop het financieel verslaggevingsdocument betrekking heeft;
    p. betaling: ten laste van de overheid of overheidsgelieerde entiteit waartoe de verantwoordelijke behoort verrichte betaling wegens bezoldiging of uitkering wegens beëindiging van het dienstverband:
    1°. aan de topfunctionaris, of
    2°. ingeval een topfunctionaris de opgedragen taken vervult anders dan op grond van een dienstbetrekking, aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de topfunctionaris ter beschikking stelt, of ten behoeve van de topfunctionaris aan derden;
    q. grote vennootschap: een overheidsgelieerde entiteit die gedurende twee achtereenvolgende jaren voldoet aan ten minste twee van de drie criteria, genoemd in artikel 119, tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
    r. niet-grote vennootschap: een overheidsgelieerde entiteit die niet gedurende twee achtereenvolgende jaren voldoet aan ten minste twee van de drie criteria, genoemd in artikel 119, tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
  2. De bijlagen, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, kunnen bij ministeriële regeling met algemene werking worden aangepast, indien:
    a. een overheidsgelieerde entiteit niet op de lijst voorkomt, of na de datum van totstandkoming van deze landsverordening wordt opgericht of ingesteld;
    b. een overheidsgelieerde entiteit van de bijlage dient te worden verwijderd indien de grond voor opname op de bijlage niet langer bestaat;
    c. een in de bijlage gebruikte aanduiding dient te worden aangepast of in geval van redactionele verbeteringen.

Reikwijdte

Artikel 2

  1. Deze landsverordening is van toepassing op de overheidsgelieerde entiteiten, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a.
  2. Deze landsverordening is van overeenkomstige toepassing op:
    a. de ministeries van het land Curaçao, de Staten, de Raad van Advies, de Sociaal Economische Raad, de Ombudsman, de Kinderombudsman en de Algemene Rekenkamer;
    b. de Kustwacht en de Raad voor de rechtshandhaving.
  3. In afwijking van het tweede lid is deze landsverordening niet van toepassing op:
    a. politieke ambtsdragers;
    b. de ondervoorzitter en de leden van de Raad van Advies;
    c. de voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden van de Sociaal Economische Raad;
    d. de Ombudsman en de Kinderombudsman;
    e. de voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden van de Algemene Rekenkamer; en
    f. ambtenaren, gelijkgestelden en werklieden.
  4. Deze landsverordening is niet van toepassing op:
    a. de leden van het openbaar ministerie;
    b. de leden van de Raad voor de rechtshandhaving; en
    c. het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Overeenkomst

Artikel 3

  1. Partijen komen geen bezoldiging overeen die per kalenderjaar meer bedraagt dan de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 4, eerste lid.
  2. In geval van een dienstverband met een kleinere omvang dan het bij de verantwoordelijke gebruikelijk voltijdse dienstverband, komen partijen geen bezoldiging overeen die per kalenderjaar meer bedraagt dan de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 4, eerste lid, vermenigvuldigd met het aantal uren waarop het dienstverband betrekking heeft en gedeeld door het aantal uren van een voltijds dienstverband.
  3. In geval van een dienstverband met een kortere duur dan een kalenderjaar, komen partijen geen bezoldiging overeen die meer bedraagt dan de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 4, eerste lid, vermenigvuldigd met het aantal dagen waarop het dienstverband betrekking heeft en gedeeld door 365.
  4. In geval een topfunctionaris in een periode van achttien maanden voor meer dan twaalf maanden de functie vervult of de werkzaamheden verricht anders dan op grond van een dienstbetrekking, komen partijen met ingang van de eerste dag van de dertiende maand in de periode van achttien maanden geen bezoldiging overeen die per kalenderjaar meer bedraagt dan de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 4, eerste lid. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing. Bij of krachtens landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld over de maximale bezoldiging voor het geval de topfunctionaris in een periode van achttien maanden voor maximaal twaalf maanden de functie vervult of de werkzaamheden verricht anders dan op grond van een dienstbetrekking.
  5. Een topfunctionaris die een dienstverband heeft of die werkzaam is bij het Land of een overheidsgelieerde entiteit, de betreffende verantwoordelijke en de verantwoordelijke van het Land of de overheidsgelieerde entiteit komen geen bezoldiging overeen voor zover de som van de bezoldigingen meer bedraagt dan de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 4, eerste lid. Een topfunctionaris die bij dezelfde rechtspersoon een ander dienstverband heeft of werkzaamheden verricht in een functie anders dan als een topfunctionaris en de verantwoordelijke komen geen bezoldiging overeen die meer bedraagt dan de maximale bezoldiging bedoeld in artikel 4, eerste lid.

Bezoldigingsnorm

Artikel 4

  1. De bezoldiging van een topfunctionaris van een grote vennootschap bedraagt per kalenderjaar ten hoogste NAf 295.000,- en de bezoldiging van een topfunctionaris van een niet-grote vennootschap bedraagt per kalenderjaar ten hoogste NAf 227.000,-.
  2. In afwijking van het eerste lid, komen partijen met betrekking tot de leden, onderscheidenlijk voorzitters, van de hoogste toezichthoudende organen van een overheidsgelieerde entiteit, geen bezoldiging overeen die per kalenderjaar meer bedraagt dan 10%, onderscheidenlijk 15% van de geldende maximale bezoldiging, bedoeld in het eerste lid. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen uitzonderingen worden vastgesteld ten aanzien waarvan de vorige volzin buiten toepassing wordt gelaten.
  3. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld over één of meer functies van topfunctionarissen die bij dat landsbesluit aangewezen kunnen worden en waarvoor een bezoldiging kan worden vastgesteld die hoger is dan de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 4, eerste lid, doch niet hoger dan 130 procent van de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 4, eerste lid, indien de bijzondere arbeidsmarktomstandigheden en de specifieke deskundigheid van de topfunctionaris een hoger bedrag rechtvaardigen.
  4. De minister indien het hemzelf aangaat, dan wel door de minister die het aangaat gezamenlijk met de minister kunnen in overeenstemming met het gevoelen van de raad van ministers, besluiten dat voor een topfunctionaris, waarvan de functie bij het landsbesluit, houdende algemene maatregelen, bedoeld in het derde lid, is aangewezen, een bij dat besluit vast te stellen bezoldiging mogen overeenkomen die hoger is dan de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 4, eerste lid, doch niet hoger dan 130 procent van de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 4, eerste lid. Alvorens te besluiten over de hoogte van de bezoldiging, bedoeld in de eerste volzin, wordt de instelling, bedoeld in artikel 4.3 van het Landsbesluit Code Corporate Governance Curacao, gehoord.
  5. Van een besluit als bedoeld in het vierde lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Landscourant.
  6. Bij een wijziging van de geldelijke voorzieningen van de ministers als gevolg van de totstandkoming van een landsbesluit als bedoeld in artikel 55, eerste lid, van de Landsverordening geldelijke voorzieningen ministers , dan wel als gevolg van een bij of krachtens landsverordening wijziging van de bezoldiging van ambtenaren, wordt het bedrag, genoemd in het eerste lid, alsmede het bedrag, genoemd in de artikelen 1, onderdeel i, en 5, eerste lid, bij ministeriële regeling met algemene werking opnieuw vastgesteld.

Ontslagvergoeding

Artikel 5

  1. Partijen komen geen uitkeringen overeen wegens beëindiging van het dienstverband, die gezamenlijk meer bedragen dan de som van de beloning en de voorzieningen ten behoeve van beloningen betaalbaar op termijn over de twaalf maanden voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband, tot ten hoogste NAf 99.000,- bij een grote vennootschap, respectievelijk tot ten hoogste NAf 76.000,- bij een niet-grote vennootschap. In geval van een dienstverband met een kleinere omvang dan het bij het Land of een overheidsgelieerde entiteit gebruikelijk voltijdse dienstverband bedragen de uitkeringen ten hoogste het bedrag genoemd in de eerste volzin vermenigvuldigd met het aantal uren waarop het dienstverband betrekking heeft en gedeeld door het aantal uren van een voltijds dienstverband.
  2. Voor de toepassing van deze landsverordening wordt bezoldiging over een periode waarin de topfunctionaris vooruitlopend op de beëindiging van het dienstverband geen taken meer vervult, aangemerkt als uitkering wegens beëindiging van het dienstverband en wordt de datum waarop de topfunctionaris de uitoefening van zijn taken beëindigt, aangemerkt als datum waarop het dienstverband is geëindigd.
  3. Het tweede lid is niet van toepassing indien de topfunctionaris, in de periode vooruitlopend op de beëindiging van het dienstverband, geen taken meer vervult op grond van een algemene bepaling van een collectieve arbeidsovereenkomst, een van toepassing zijnde collectieve regeling die is overeengekomen met verenigingen van werknemers, of een wettelijk voorschrift.
  4. In afwijking van het eerste lid komen partijen met betrekking tot leden, onderscheidenlijk voorzitters, van de hoogst toezichthoudende organen van een overheidsgelieerde entiteit geen uitkeringen wegens beëindiging van een dienstverband overeen die meer bedragen dan 10%, onderscheidenlijk 15% van de op grond van het eerste lid geldende maximale uitkeringen.

Oordeel externe deskundige

Artikel 6

Voor zover zulks niet reeds uit een ander wettelijk voorschrift voortvloeit, worden de bij of krachtens deze landverordening in het financieel verslaggevingsdocument van een overheidsgelieerde entiteit op te nemen gegevens onderworpen aan het oordeel van een externe deskundige als bedoeld in artikel 121, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, tenzij bij ministeriële regeling met algemene werking anders is bepaald.

Rechtsgevolgen overschrijding bezoldigingsmaximum

Artikel 7

  1. Voor zover partijen een hogere bezoldiging overeenkomen dan bij of krachtens deze landsverordening is toegestaan, bedraagt de bezoldiging van rechtswege het bedrag dat ten hoogste bij of krachtens deze landsverordening is toegestaan. Betalingen die dat bedrag overschrijden, zijn onverschuldigd betaald.
  2. Voor zover partijen een hogere uitkering wegens beëindiging van het dienstverband overeenkomen dan bij of krachtens deze landsverordening is toegestaan, bedraagt de uitkering van rechtswege het bedrag dat ten hoogste bij of krachtens deze landsverordening is toegestaan. Betalingen die dat bedrag overschrijden, zijn onverschuldigd betaald, tenzij de betaling voortvloeit uit een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.
  3. Indien een onverschuldigde betaling niet ongedaan is gemaakt vóór 1 juli van het jaar volgend op het jaar waarin de onverschuldigde betaling heeft plaatsgevonden, wordt over de onverschuldigde betaling rente in rekening gebracht. Deze rente is gelijk aan de wettelijke rente. Deze rente wordt enkelvoudig berekend over het tijdvak dat aanvangt op 1 januari van het jaar nadat de onverschuldigde betaling heeft plaatsgevonden en eindigt op de dag voorafgaand aan die van ongedaanmaking.
  4. Elk beding tussen partijen houdende kwijtschelding van een onverschuldigde betaling of een schenking die met de onverschuldigde betaling wordt verrekend, is nietig.

Overschrijding bezoldigingsmaximum door meerdere dienstbetrekkingen

Artikel 8

  1. Indien een topfunctionaris met verschillende overheidsgelieerde entiteiten waarop deze landsverordening van toepassing is een dienstbetrekking aangaat als topfunctionaris, niet zijnde als lid, onderscheidenlijk voorzitter van de hoogste toezichthoudende organen van die entiteiten, bedraagt de som van de bezoldigingen niet meer dan de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 4, eerste lid.
  2. Voor zover partijen een hogere bezoldiging overeenkomen dan op grond van het eerste lid is toegestaan, is het deel van de betalingen dat dit maximum overschrijdt ten aanzien van de meest recent overeengekomen bezoldiging onverschuldigd betaald.
  3. Indien het eerste lid van toepassing is, informeert de topfunctionaris onverwijld de overheidsgelieerde entiteit waarbij hij reeds een dienstbetrekking heeft, alsmede de overheidsgelieerde entiteit waarmee hij een dienstbetrekking aangaat.
  4. Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de topfunctionaris die anders dan op grond van een dienstbetrekking werkzaamheden verricht voor een overheidsgelieerde entiteit waarop deze landsverordening van toepassing is.
  5. Artikel 7, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Toezicht

Artikel 9

  1. Met het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze landsverordening zijn belast de door de minister bij ministeriële beschikking aangewezen ambtenaren. De beschikking wordt bekendgemaakt in de Landscourant.
  2. De krachtens het eerste lid aangewezen personen zijn, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze noodzakelijk is, bevoegd:
    a. alle inlichtingen te vragen;
    b. inzage te vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden en daarvan afschrift mee te nemen;
    c. kopieën te maken van de gegevens en bescheiden. Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, is hij bevoegd de gegevens en bescheiden voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hem af te geven schriftelijk bewijs;
    d. de transacties met geld, de bewaring daarvan alsmede de registratie van de bewaring te controleren;
    e. alle plaatsen te betreden met uitzondering van woningen of tot bewoning bestemde gedeelten van vaartuigen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner.
  3. Zo nodig wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, verschaft met behulp van de sterke arm.
  4. Een ieder is verplicht aan de krachtens het eerste lid aangewezen personen alle medewerking te verlenen die in het kader van de uitoefening van het toezicht op grond van het tweede lid wordt gevorderd.
  5. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van taakuitoefening van de krachtens het eerste lid aangewezen personen.

Openbaarmaking

Artikel 10

  1. In het financieel verslaggevingsdocument worden van iedere topfunctionaris de bij ministeriële regeling met algemene werking vast te stellen gegevens inzake de bezoldiging vermeld.
  2. In het financieel verslaggevingsdocument worden ten aanzien van een ieder in dienstbetrekking, anders dan degenen bedoeld in het eerste lid, en van wie de bezoldiging van diens functie of functies de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, te boven is gegaan de bij ministeriële regeling met algemene werking vast te stellen gegevens vermeld, waarbij artikel 3, tweede lid, van overeenkomstige toepassing is.
  3. Het financieel verslaggevingsdocument wordt in de Landscourant bekend gemaakt. Bij ministeriële regeling met algemene werking kunnen hiertoe nadere regels worden gesteld.
  4. Met het oog op het beperken van de informatieverplichtingen op grond van deze landsverordening kunnen bij ministeriële regeling met algemene werking nadere regels worden gesteld ten aanzien van het eerste en tweede lid, alsmede kan worden voorzien in een beperking of vrijstelling van de openbaarmakingsplicht, bedoeld in het eerste en tweede lid.
  5. Voor zover zulks niet reeds uit een ander wettelijk voorschrift voortvloeit, biedt de overheidsgelieerde entiteit het financieel verslaggevingsdocument binnen een maand na vaststelling ervan aan de verantwoordelijke minister.
  6. Bij ministeriële regeling met algemene werking kan worden bepaald dat bij het ontbreken van een financieel verslaggevingsdocument de topfunctionaris verplicht is om een schriftelijke verklaring af te geven aan de verantwoordelijke minister inzake de naleving van deze landsverordening. Tevens kunnen bij ministeriële regeling met algemene werking regels worden gesteld inzake de gegevens die in deze verklaring worden opgenomen, alsmede de termijn waarbinnen de verklaring dient te worden ingediend. In voornoemde ministeriële regeling met algemene werking wordt tevens de sanctie vermeld dat bij overtreding van de verplichting tot indiending van een schriftelijke verklaring kan worden opgelegd.
  7. Bij ministeriële regeling met algemene werking kan worden bepaald dat de verantwoordelijke van de overheidsgelieerde entiteit de gegevens, bedoeld in het eerste, tweede en vijfde lid, langs elektronische weg uiterlijk op 1 juli van het jaar volgend op het boekjaar aan de minister verstrekt. In voornoemde ministeriële regeling met algemene werking wordt tevens de sanctie vermeld dat bij overtreding van de verplichting tot indiening langs elektronische weg kan worden opgelegd.

Meldplicht

Artikel 11

  1. De externe deskundige, bedoeld in artikel 121, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, meldt een onverschuldigde betaling aan de minister, indien een vordering uit onverschuldigde betaling op een topfunctionaris, en in de gevallen waarin een topfunctionaris de opgedragen taken vervult of de werkzaamheden verricht anders dan op grond van een dienstbetrekking, op de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de topfunctionaris ter beschikking stelt:
    a. niet in het financieel verslaggevingsdocument is opgenomen;
    b. op het tijdstip waarop de deskundige zijn oordeel geeft over het financieel verslaggevingsdocument door de betrokken topfunctionaris of, in de gevallen waarin een topfunctionaris de opgedragen taken vervult of de werkzaamheden vervult anders dan op grond van een dienstbetrekking, de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de topfunctionaris ter beschikking stelt nog niet is terugbetaald.
  2. Indien het financieel verslaggevingsdocument niet de juiste voorgeschreven gegevens bevat, meldt de externe deskundige de ontbrekende gegevens aan de minister.

Nadere regels

Artikel 12

Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen nadere regels worden gesteld over:
a. de toerekening van onderdelen van de bezoldiging aan enig kalenderjaar;
b. hetgeen tot de uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband wordt gerekend;
c. de controle van het financieel verslaggevingsdocument door de externe deskundige op de naleving van deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen.

Last onder dwangsom

Artikel 13

  1. De minister is ter handhaving van deze landsverordening bij overtreding van de artikelen 3, 4, 5, eerste en vierde lid, 8, eerste, derde en vierde lid, 9, vierde lid, 10, eerste tot en met derde lid, 10, vijfde tot en met zevende lid, en 23, bevoegd om de partijen een last onder dwangsom op te leggen.
  2. Van een last onder dwangsom als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Landscourant.
  3. Voordat de minister een beschikking geeft waartegen een belanghebbende die de beschikking niet heeft aangevraagd naar verwachting bedenkingen zal hebben, stelt het die belanghebbende in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen indien:
    a. de beschikking zou steunen op gegevens over feiten en belangen die de belanghebbende betreffen, en
    b. die gegevens niet door de belanghebbende zelf ter zake zijn verstrekt.
    Bij toepassing van dit artikel kan de belanghebbende naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren brengen.
  4. Het derde lid geldt niet indien de belanghebbende niet heeft voldaan aan een wettelijke verplichting gegevens te verstrekken.
  5. De minister kan verbeurde dwangsommen verrekenen met bestaande vorderingen van de rechtspersoon die de dwangsom heeft verbeurd.
  6. Indien de opgelegde last niet wordt uitgevoerd, eist de minister, onder intrekking van de last onder dwangsom, de in de last vermelde onverschuldigde betalingen op van de topfunctionaris. Met de bekendmaking van het besluit tot opeisen vervalt de vordering uit onverschuldigde betaling. De opgeëiste bedragen komen toe aan het Land.
  7. In de gevallen waarin een topfunctionaris de opgedragen taken uitvoert anders dan op grond van een dienstbetrekking kan de onverschuldigde betaling worden opgeëist van de topfunctionaris en de natuurlijke of rechtspersoon die de topfunctionaris ter beschikking heeft gesteld gezamenlijk.
  8. De opgeëiste bedragen worden binnen drie weken voldaan. De minister kan de opgeëiste bedragen bij dwangbevel invorderen.

Artikel 14

  1. De minister stelt de dwangsom vast op:
    a. een bedrag ineens;
    b. een bedrag per tijdseenheid waarin de last niet is uitgevoerd; of,
    c. een bedrag per overtreding van de last.
  2. De minister stelt bij een dwangsom als bedoeld in onderdelen b of c tevens een bedrag vast waarboven voor die last geen dwangsom meer wordt verbeurd.
  3. De bedragen staan in redelijke verhouding tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom.

Artikel 15

Een beschikking tot oplegging van een last onder dwangsom vermeldt:
a. een omschrijving van de overtreding;
b. het overtreden voorschrift;
c. de te nemen herstelmaatregelen;
d. het bedrag, bedoeld in artikel 14; en
e. de termijn gedurende welke de last kan worden uitgevoerd zonder de dwangsom te verbeuren.

Artikel 16

De minister kan op verzoek van de overtreder in geval van blijvende of tijdelijke gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor hem om aan diens uit de last voortvloeiende verplichtingen te voldoen:
a. de last opheffen;
b. de looptijd ervan opschorten voor een bepaalde termijn; of,
c. de dwangsom verminderen.

Artikel 17

  1. De minister beslist bij beschikking omtrent de invordering van een dwangsom, indien geconstateerd is dat de last niet tijdig geheel of gedeeltelijk uitgevoerd is.
  2. De beschikking en een afschrift van het rapport waarin de niet-naleving is geconstateerd worden onverwijld aan de overtreder verzonden.
  3. De beschikking vermeldt het verbeurde bedrag. Indien de last gedeeltelijk is uitgevoerd, kan het verbeurde bedrag minder bedragen dan het in de last genoemde bedrag.
  4. De bevoegdheid tot invordering van een verbeurde dwangsom vervalt vijf jaar na de dag waarop de beschikking, bedoeld in het eerste lid, is verzonden.

Artikel 18

  1. Indien uit een beschikking tot intrekking of wijziging van een last onder dwangsom voortvloeit dat een reeds gegeven beschikking tot invordering van die dwangsom niet in stand kan blijven, vervalt die beschikking.
  2. De minister is bevoegd een nieuwe beschikking tot invordering te geven, die in overeenstemming is met de gewijzigde last onder dwangsom.

Artikel 19

  1. Een verbeurde dwangsom wordt betaald binnen acht weken nadat de dwangsom van rechtswege is verbeurd.
  2. De overtreder is in verzuim, indien hij niet binnen de in het eerste lid bepaalde termijn heeft betaald, en is vanaf die datum aan het bestuursorgaan verschuldigd de wettelijke rente, bedoeld in artikel 120 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
  3. Bij gebreke van betaling van het bedrag van de dwangsom zendt het bestuursorgaan onverwijld de overtreder een aanmaning dat deze binnen een termijn van twee weken na de datum van verzending van de aanmaning alsnog aan zijn betalingsverplichting dient te voldoen.
  4. De aanmaning bevat de aanzegging dat het verschuldigde bedrag, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente, bij dwangbevel zal worden ingevorderd, voor zover dat niet binnen de in het derde lid gestelde termijn volledig is voldaan, en dat de invorderingskosten en aanmaningskosten zullen worden verhaald op de overtreder.
  5. De minister stelt het bedrag van de verschuldigde wettelijke rente bij beschikking vast.
  6. Tegen de aanmaning, bedoeld in het derde lid, staat geen bezwaar of beroep open.

Artikel 20

  1. Bij gebreke van betaling na de verzending van de aanmaning, bedoeld in artikel 19, derde lid, doet de minister het bedrag van de dwangsom, verhoogd met de wettelijke rente en de op de aanmaning en invordering betrekking hebbende kosten, invorderen door de Ontvanger.
  2. De Ontvanger vordert de dwangsom in met toepassing van de voorschriften van de Landsverordening houdende bepalingen van de invordering van belastingen door middel van dwangschriften, alsmede van de rechtspleging inzake van belastingbijdragen en vergoedingen 1943.

Artikel 21

Een dwangsom die is verbeurd door een natuurlijke persoon, vervalt bij diens overlijden, voor zover het bedrag van de dwangsom niet betaald of ingevorderd is.

Artikel 22

  1. Indien onherroepelijk is vastgesteld dat ten onrechte is beslist dat een dwangsom verbeurd is, is de minister over de termijn tussen de betaling en de terugbetaling wettelijke rente als bedoeld in artikel 120 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek verschuldigd over het te veel betaalde bedrag.
  2. Wettelijke rente is niet verschuldigd voor zover de onjuiste beschikking het gevolg is van onjuiste of onvolledige gegevensverstrekking door de belanghebbende, dan wel aan de belanghebbende is toe te rekenen dat onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt.

Overgangsbepaling

Artikel 23

  1. In afwijking van artikel 3, eerste lid, is een voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze landsverordening tussen partijen overeengekomen bezoldiging die meer bedraagt dan de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 4, eerste lid, toegestaan voor ten hoogste 2 jaar na de inwerkingtreding van deze landsverordening. Indien de periode van 2 jaar is verstreken, wordt de overeengekomen bezoldiging in een periode van drie jaar in drie gelijke delen teruggebracht tot het geldende maximum, bedoeld in artikel 4, eerste lid.
  2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een bezoldiging voor de leden van de hoogste toezichthoudende organen van een overheidsgelieerde entiteit die afwijkt van artikel 4, tweede lid.
  3. Een beding in afwijking van artikel 5, eerste lid, is, indien het beding is overeengekomen voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze landsverordening, toegestaan voor ten hoogste twee jaar na inwerkingtreding van deze landsverordening.
  4. Indien door wijziging van de bijlagen, bedoeld in artikel 1, tweede lid, deze landsverordening van toepassing wordt op de tussen partijen overeengekomen bezoldiging, is een voorafgaand aan de inwerkingtreding van die wijziging tussen partijen overeengekomen bezoldiging die meer bedraagt dan de maximale bezoldiging, bedoeld in de artikelen 4, eerste en tweede lid, en onderscheidenlijk het bedrag, bedoeld in artikel 5, eerste lid, toegestaan voor ten hoogste twee jaar bij een overheidsgelieerde entiteit die niet op de lijst voorkomt maar voor de datum van inwerkingtreding is opgericht. Deze bepaling is niet van toepassing op overheidsgelieerde entiteiten die na de datum van inwerkingtreding van deze landsverordening worden opgericht.

Wijziging van de Landsverordening corporate governance

Artikel 24

I.
Artikel 1, onderdelen g en h, komt te luiden:
g. rechtspersoon: een bij of krachtens landsverordening ingestelde rechtspersoon;
h. zelfstandig bestuursorgaan: een zelfstandig bestuursorgaan als bedoeld in artikel 111 van de Staatsregeling van Curaçao.

II.
Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt “vennootschappen en stichtingen” vervangen door: vennootschappen, rechtspersonen, stichtingen en zelfstandige bestuursorganen.
2. In het derde lid wordt de vennootschap of stichting vervangen door: de vennootschap, rechtspersoon, stichting of het zelfstandig bestuursorgaan.

III.
In artikel 8, eerste lid, wordt “de vennootschap of stichting” vervangen door: de vennootschap, rechtspersoon, stichting of het zelfstandig bestuursorgaan.

IV.
Aan artikel 9 wordt een zesde lid toegevoegd, luidende:
6. Het eerste tot en met vijfde lid is van overeenkomstige toepassing op de rechtspersoon of het zelfstandig bestuursorgaan.

V.
Aan artikel 10 wordt een vierde lid toegevoegd, luidende:
4. Het eerste tot en met derde lid is van overeenkomstige toepassing op de rechtspersoon of het zelfstandig bestuursorgaan.

Wijziging van het Landsbesluit Code Corporate Governance Curaçao

Artikel 25

I.
In Hoofdstuk 1, eerste alinea, vervalt de volzin “De Minister van Financiën kan bepalen dat de Code van overeenkomstige toepassing is op zelfstandige bestuursorganen dan wel op bij wet ingestelde rechtspersonen.”

II.
Onderdeel 3.8 komt te luiden:

3.8 Sociaal- en personeelsbeleid

Tot de nadere invulling van het sociale en personeelsbeleid door het bestuur van de vennootschap behoort onder meer:
– het zorgdragen voor de uitvoering van het sociale- en personeelsbeleid in overeenstemming met het business plan, het jaarplan en de jaarlijkse begrotingen;
– het opstellen en vaststellen van een organisatiestructuur met het daarbij behorende personeelsformatieplan met in achtneming van taak- en doelstelling van de entiteit en de voor de entiteit beschikbare middelen en het door de raad van commissarissen vastgesteld kader;
– het om de vijf jaar evalueren en zo nodig aanpassen van het personeelsformatieplan;
– het leidinggeven aan en delegeren van bevoegdheden aan de leden van het management team;
– indien van toepassing het voeren van onderhandelingen met vakorganisaties inzake bovenstaande onderwerpen en alle mogelijke overige zaken en het bereiken van overeenstemming over CAO’s;
– het vaststellen en uitvoeren van een opleidingsplan;
– het zorgdragen voor de ontwikkeling van onder andere competenties en management potentieel binnen de vennootschap ter bevordering van de doorstromingen van binnenuit bij de vervulling van (kader)functies;
– het vrijgeven en zorgdragen voor tijdige vervulling van vacatures binnen de personeelsformatie. De werving en selectie dient op een transparante wijze en in principe middels een open sollicitatieprocedure te geschieden;
– alle vacatures dienen gepubliceerd te worden op een daartoe door de overheid aangewezen website;
– het zorgdragen voor adequate arbeidsomstandigheden en een veilige bedrijfsvoering;
– het vrijgeven en zorgdragen voor tijdige vervulling van vacatures;
– het nemen van disciplinaire maatregelen tegen medewerkers.
– het opstellen en vaststellen van een organisatiestructuur met het daarbij behorende personeelsformatieplan met in achtneming van taak- en doelstelling van de entiteit en de voor de entiteit beschikbare middelen en het door de raad van commissarissen vastgesteld kader;
– het om de vijf jaar evalueren en zo nodig aanpassen van het personeelsformatieplan;

III.
Onderdeel 3.11 wordt als volgt gewijzigd:
1. In de eerste zin van de eerste alinea wordt “aandeelhouders dan wel de Minister van Financiën, ” vervangen door: aandeelhouders vastgestelde kaders en wettelijke kaders.
2. De vierde alinea, luidende “Het ter beschikking stellen van een bedrijfsvoertuig ten behoeve van de bestuurder geschiedt overeenkomstig de door de Minister van Financiën ter zake vastgestelde kaders” vervalt.

Evaluatiebepaling

Artikel 27

De Ministers zenden binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze landsverordening aan de Staten een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze landsverordening in de praktijk.

Inwerkingtreding

Artikel 28

Deze landsverordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van bekendmaking.

Citeertitel

Artikel 29

Deze landsverordening wordt aangehaald als: Landsverordening normering topinkomens Curaçao.

Bijlage 1

behorende bij artikel 1, onderdeel a, onder 1o, van de Landsverordening normering topinkomens Curaçao

Landsloterij
Algemeen Pensioenfonds Curaçao
University of Curaçao
Sociale Verzekeringsbank
Bureau Telecommunicatie en Post
Bureau Intellectuele Eigendom
Fair Trade Authority Curaçao (FTAC)
Kamer van Koophandel en Nijverheid
Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten

Bijlage 2

behorende bij artikel 1, onderdeel a, onder 2o en 3o, van de Landsverordening normering topinkomens Curaçao

Stichtingen en verenigingen
Curaçao Tourism Development Foundation
Fundashon Biblioteka Nashonal Kòrsou Frank Martinus Arion
Fundashon Desaroyo Deportivo Kòrsou (FDDK)
Fundashon Kas Popular
Fundashon Kuido di Ambulans
Fundashon Marshe
Fundashon Material pa Skol
Fundashon pa Inovashon di Enseñansana Kòrsou (FIDE)
Fundashon Skol Humanista Papiamentu (FSHP)
Instituto pa Formashon Enfermeria (IFE)
Sentro di Informashon i Formashon na bienestar di Mucha (SIFMA)
Fundashon pa Maneho di Adikshon (FMA)
Fundashon pa stimula Edukashon i Formashon den Bario
Fundashon pa Planifikashon di Idioma (FPI)
Fundashon Perspektiva I Sosten Integral (PSI)
Fundashon Sentro pa Desaroyo di Empresa Chiki Kòrsou (Sedeck)
Fundashon Sentro Pa Guia Edukashonal (SGE)
Fundashon Tayer Soshal
Fundashon Wega di Number Kòrsou

Stichting Bureau Toezicht en Normering Overheidsentiteiten
Stichting Fonds voor Sociale Ontwikkeling en Economische Bedrijvigheid
Stichting Cultureel Centrum Curaçao (CCC)
Stichting Elektra Blou
Stichting Gaming Control Board
Stichting Instituut voor de Pedagogische en Sociale Opleidingen (IPSO)
Stichting Kadaster en Openbare Registers Curaçao
Stichting Korporashon Pa Desaroyo di Kòrsou (Korpodeko)
Stichting Monumentenfonds Curaçao
Stichting Rooms Katholiek Schoolbestuur (RKCS)
Stichting Onderwijs der Zevendaagse Adventisten (SOZDA)
Stichting Christelijk Onderwijs New Song (SCONS)
Stichting Christelijk Onderwijs Evangelisch Broederschap (EBG)
Vereniging Protestants Christelijk Onderwijs (VPCO)
Stichting Onderhoud Schoolgebouwen (S.O.S)
Stichting Opvangtehuis Brasami
Stichting Overheids Belastingaccountantsbureau
Stichting Overheidsaccountantsbureau
Stichting Schouwburg Curaçao
Stichting Secretariaat Curaçaos Informatica Stimulerings Plan (CISP-Secretariaat)
Stichting Studiefinanciering Curaçao
Stichting Veeteelt Curaçao
Stichting Wegenfonds Curaçao
Stichting Reclassering Curaçao
Stichting Beveiligingszorg Justitie
Stichting Ambulante Justitiële Jeugdzorg Curaçao
Stichting GVI Curaçao
Stichting HNO Holding

Bijlage 3

behorende bij artikel 1, onderdeel a, onder 3o, van de Landsverordening normering topinkomens Curaçao

Vennootschappen
Analytisch Diagnostisch Centrum N.V. (ADC N.V.)
Buskabaai N.V.
C.D.M. Holding N.V.
Core N.V.
C-Post International N.V.
Curaçao Airport Holding N.V. (CAH N.V.)
Curaçao Industrial and International Trade Development Company N.V. (Curinde N.V.)
Curaçao Oil N.V. (Curoil N.V.)
Curaçao Port Authority N.V. (CPA N.V.)
Dutch Caribbean Air Navigation Service Provider N.V.
Integrated Utility Holding N.V. (IUH N.V. /Aqualectra N.V.)
N.V. Autobusbedrijf Curaçao
N.V. Stadsherstel Willemstad
Ontwikkelingsbank van de Nederlandse Antillen N.V. (OBNA N.V.)
Refineria di Korsou N.V. (RdK N.V.)
Curaçao Oil Refinery Utility B.V.
SELIKOR N.V.
Woningbouw Curaçao N.V.
Curaçao Data & Television N.V.
Curaçao Development Institute N.V.
GI-RO Settlement Holding N.V.
HNO Transitie en Exploitatie N.V.
HNO Vastgoed en Beheer N.V.

 

 

 

Naar boven