Beschikking vrijstelling en ontheffing avondklok COVID-19 - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou Uw mening

Wet- en Regelgeving

Beschikking vrijstelling en ontheffing avondklok COVID-19

Publicatienummer: P.B. 2020, no. 150, zoals laatstelijk gewijzigd bij   P.B. 2021, no. 33
Categorie: Ministeriële Beschikking
Ministerie: Algemene Zaken en Minister President
Datum ondertekening: 17-12-2020
Datum inwerktreding: 17-12-2020


MINISTERIËLE BESCHIKKING van de 17de december 2020 ter uitvoering van artikel 4 tweede lid, onderdeel c, van de Tijdelijke regeling maatregelen uitzonderingstoestand COVID-19 pandemie

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats                 Zittingsjaar
17-12-2020 Moederregeling P.B. 2020, no. 150
2-04-2021 Artt. 1, 4, Bijlage 1 P.B. 2021, no. 33

Artikel 1

  1. Van het verbod in artikel 4, eerste lid, van de Tijdelijke regeling maatregelen uitzonderingstoestand COVID-19 pandemie is de volgende categorie vrijgesteld:
    a. de medewerkers, de beveiligingsfunctionarissen en chauffeurs van een functionaris als bedoeld in artikel 11, vijfde lid van de Lei Estado di Emergensia, in de uitoefening van hun functie, met dien verstande dat wordt aanbevolen enkel de essentiële ondersteunende medewerkers in het kader van de uitoefening van de functie, in te zetten.
    b. personen in dienst van ziekenhuizen, verzorgingstehuizen, de ambulancezorg, Korps Politie Curaçao, Landsrecherche, Interpol, Recherche Samenwerkingsteam, Defensie, Koninklijke Marechaussee, Kustwacht Caribisch Gebied, Vrijwilligers Korps Curaçao, Brandweer Curaçao in de uitoefening van hun functie en de toezichthouders aangewezen bij het Aanwijzingsbesluit toezichthouders uitzonderingstoestand COVID-19 pandemie;
    c. personen die zich naar of van een medische zorginstelling of een apotheek met avond- en nachtdienst begeven, vanwege een spoedeisende reden;
    d. personen die belast zijn met de zorg van een of meer hulpbehoevende personen en die van en naar de hulpbehoevende(n) moeten bewegen voor het uitvoeren van een zorgtaak die aantoonbaar niet tot na 04:30 uur kan worden uitgesteld.
  2. Van het verbod in artikel 4, eerste lid, van de Tijdelijke regeling maatregelen uitzonderingstoestand COVID-19 pandemie is de volgende categorie ontheven: personen die bedrijfsmatig- of beroepsmatig voor zichzelf, voor een onderneming of een organisatie één van de in bijlage 1 bij deze beschikking genoemde vitale functies of processen vervullen, voor zover zij in het kader van de uitoefening van hun functie zich op route naar of van hun werkplek begeven of zich bevinden, en voor de uitoefening van de functie of de uitvoering van het proces geen uitstel mogelijk is en zij hiertoe door of namens de Minister van Algemene Zaken over een geldige ontheffingsbrief beschikken.
  3. De personen, als bedoeld in het eerste en tweede lid, tonen een geldig identiteitsbewijs op eerste verzoek van een opsporingsambtenaar en geven desgevraagd voldoende aannemelijk aan, dat zij vallen onder de categorieën, genoemd in het eerste of tweede lid.
  4. De personen, ondernemingen of organisaties, als bedoeld in het tweede lid, dragen ervoor zorg:
    a. dat zij en hun werknemers de geldige ontheffingspas bij zich dragen, waaruit blijkt dat zij zich voor het uitvoeren van werkzaamheden zijn ontheven van het verbod in artikel 4, eerste lid van de Tijdelijke regeling maatregelen uitzonderingstoestand COVID-19 pandemie;
    b. dat zij en hun werknemers voldoende bewijs bij zich hebben dat het uitvoeren van de werkzaamheden, waarvoor zij een ontheffingspas hebben, noodzakelijk en urgent is en derhalve niet kan worden uitgesteld.

Artikel 2

  1. De directeur van de Directie Risicobeheersing en Rampenbeleid, hierna: de directeur, is gemandateerd om te beslissen op verzoeken voor ontheffing, als bedoeld in artikel 1, tweede lid.
  2. Indien een krachtens mandaat te nemen beschikking belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben of anderszins van bijzonder belang is, draagt de directeur zorg voor voorafgaande afstemming met de Minister van Algemene Zaken.
  3. In de ondertekening van beschikkingen die onder het mandaat vallen, wordt tot uitdrukking gebracht dat de beschikking wordt genomen namens de Minister van Algemene Zaken.
  4. De mandatering laat onverlet dat de minister bevoegd blijft zelf te beslissen dan wel de taken uit te oefenen.

Artikel 3

  1. De directeur kan de bevoegdheden genoemd in artikel 2 eerste lid, na melding aan de Minister van Algemene Zaken, ondermandateren aan personen die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn. Ter zake het verlenen van ondermandaat gelden alle bepalingen die ten aanzien van mandaat in, dan wel op grond van deze beschikking zijn of worden vastgesteld.
  2. De directeur legt verantwoording af over de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden c.q. de uitgevoerde taken.

Artikel 4

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de datum van dagtekening ervan.

Artikel 5

Deze beschikking wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad.

Artikel 6

Deze beschikking wordt aangehaald als: Beschikking vrijstelling en ontheffing avondklok COVID-19.

BIJLAGE 1

behorende bij de Beschikking vrijstelling en ontheffing avondklok COVID-19

VITALE FUNCTIES EN PROCESSEN WAARVOOR
ONTHEFFING KAN WORDEN VERLEEND TIJDENS DE AVONDKLOK

1. Essentiële zorg en dienstdoende apotheek en (dieren)artsen;
2. Begrafenisondernemingen in het kader van ophalen van lijken;
3. Personen belast met handhaving van de openbare orde en opsporing en Politiearts;
4. Piketdiensten;
5. Gevangeniswezen en andere justitiële inrichtingen;
6. Particuliere beveiligings- en bewakingsbedrijven;
7. Luchthaven, luchtverkeersleiding en luchtverkeersveiligheid;
8. Meteorologische dienst;
9. Havens, loodsdiensten, havenveiligheidsinspectie en havenstaatcontrole;
10. Productie, opslag, transport en distributie van brandstoffen (geraffineerde producten);
11. Productie en distributie van water en elektriciteit;
12. Journalistieke media;
13. Telecommunicatie, waaronder radiocommunicatie, internet en datadiensten;
14. Continuïteit hulpverleningsdiensten:
a. Meldkamerprocessen;
b. Crisisbeheersing en rampenbestrijding.

Naar boven